Ad Oostendorp: His-story

impressions of the spiritual path

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:5217
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:adsang

Gekoppelde categorieen
Bewustzijn, Non dualiteit

(Adsang) Niets in dit verhaal kan, noch zal, ooit herhaald kunnen, noch moeten worden. Elke poging om uit dit verhaal op welke manier dan ook profijt te halen voor de 'spirituele zoeker' is gelukkig volstrekt zinloos. 

In 1990 eindigde, na 24 jaar, het zoeken naar Waarheid, geïnspireerd door m.n. Ramana Maharshi, Nisargadatta, Vimala Thakar, J. Krishnamurti, Osho en U.G. Krishnamurti, met een spontaan Inzicht dat mijn leven ingrijpend veranderde. 

Na jaren vanuit dit Inzicht geleefd te hebben, begon ik, nadat duidelijk gebleken was dat het de 'test van het dagelijkse leven' kon doorstaan, dit Inzicht aan anderen door te geven, tijdens bijeenkomsten die ik "Wakker Worden" noemde. 

In de zomer van 1993 ontstonden er, na een hoofdletsel, forse geheugenstoornissen die het functioneren in het dagelijkse leven ingrijpend verstoorden. Ik had door die geheugenstoornissen elk houvast verloren, wist vaak niet meer wat ik gezegd of gedaan had. Kon de meest simpele dingen niet meer vinden, ik raakte alles kwijt. Het was nogal griezelig niet meer te kunnen bouwen en vertrouwen op je geheugen. Geleidelijk aan ontdekte ik gelukkig dat zolang ik maar niet vertrouwde op de mind, maar 'raadde, mijn intuïtie gebruikte, ik wél heel redelijk kon functioneren in het dagelijkse leven. Ik wíst niet meer waar ik iets had neergelegd, maar kon het soms nog wel raden. Ik leerde te voelen i.p.v. te denken. 

De 'realisatie' werd er niet door aangetast. 

December 1997 viel ik, zonder aanleiding of reden, in een "diep zwart gat". Ik had het gevoel 'op te lossen' in een grenzeloos en beangstigend 'niets'. Hoewel ik daar vroeger jaren naar had gestreefd en zelfs naar verlangd had, bleek dit nu juist mijn grootste en diepste angst te zijn: de controle te verliezen en niet meer te bestaan.... 
Dit was niet het 'warme liefdevolle Niets' dat ik kende uit mijn meditaties, en waaraan ik mij graag over gaf, waarin ik me heerlijk kon laten wegzinken, maar een ongevoelige, zelfs vijandige lege leegte, waarin niets bestond en waarin ik ook niet kon bestaan. 

Ik had sinds 'de realisatie' in 1990 ononderbroken het gevoel gehad dat ik elke sensatie, gedachte of gevoel in me kon toelaten. En tot op dat moment kon ik dat ook. Ik kon moeiteloos 'loslaten', 'observeren', ik kon me volledig en totaal overgeven aan wat er gebeurde, ik was immers de 'Waarnemer'. Die laatste 7 jaren, sinds de 'realisatie', had ik geleefd, dag en nacht, zelfs in mijn dromen, als de Waarnemer, als Kennendheid. Ik wás Waarnemendheid, ik was Dat waar alles in verscheen en weer in verdween. 

Opeens werd ik nu echter geconfronteerd met iets dat veel 'groter' bleek dan ik. Ik kon altijd redelijk goed tegen pijn. Ooit had ik eens een pijn gehad die 'te groot', te ondragelijk voor mij was. Dit was net zo iets. Dit kon ik niet meer hanteren, al mijn intelligentie, kunde, inzichten, vermogen tot 'waarnemen', alle trucjes werden uit de kast gehaald...., maar niets hielp. Het 'ikje' en het geloof erin, waarvan ik had verwacht en gedacht dat ze voorgoed verdwenen waren, zaten weer volledig in het zadel én op de voorgrond en hielden de touwtjes weer krampachtig in handen. 
Dit was het faillissement van alles wat ik was en kon, dacht te kunnen, van alles wat ik gevonden, geleerd en 'bereikt' had.. Wat overbleef was een diepe ondragelijke angst. Angst om op te lossen, angst om te sterven, angst om te leven. Een beklemmend gevoel van afgescheiden zijn, eenzaamheid, hulpeloosheid en wanhoop. 
Nooit in mijn leven had ik zo'n alles omvattende angst ervaren. Van de Ad die dacht anderen iets te kunnen meegeven, leren, helpen was niets meer over. 

Niemand begreep wat er met me gebeurde, ikzelf al helemaal niet. Deze toestand duurde maanden. Gelukkig niet elk moment even intens. De nachten waren het ergste. Dan werd ik steeds weer opnieuw in die vijandige diepte gesleurd, zonder enig houvast. 
Ik was bang om gek te worden. Ik kon dit niet aan. Het enige verlangen dat nog over bleef, was een einde aan mijn leven te maken. Ik werd innerlijk verscheurd tussen de liefde voor mijn vrouw en kinderen en door een diep verlangen naar de dood. 

Omdat ik van nabij had meegemaakt hoe het is als je vader jaren lang suïcidaal was, rustte op zelfdoding voor mij een groot taboe, dát kon ik mijn gezin niet aandoen. Urenlang zat ik vaak midden in de nacht beneden in de woonkamer op een stoel, waar ik mij krampachtig aan vasthield. 
Ik wist dat als ik die stoel los zou laten, ik me op zou hangen. 

Ook al zag ik er absoluut geen heil in, toch ging ik naar een psycholoog. Ik kon hem niet duidelijk maken wat er met me gebeurde en we dachten allebei dat het een 'depressie' was. Ook ging ik me verdiepen in mijn verleden, iets wat ik nooit echt had gedaan, om te kijken of daar de oorzaak van mijn angsten lagen. 'Spiritualiteit' had inmiddels volstrekt voor mij afgedaan. Ik had immers, in mijn arrogantie, of onschuld, gedacht dat ik al 'Verlicht' was. Al die guru's bleken daardoor nu voor mij leugenaars te zijn, of mensen, die net als ik, zichzelf voor de gek hadden gehouden. 
Zelfs 'loslaten' bleek een illusie en leugen te zijn: als het er wérkelijk om ging, werd loslaten onmogelijk. Wie kan in God's naam, wanneer hij boven een afgrond hangt het enige takje loslaten waar je nog houvast aan hebt, onder het mom van 'je overgeven' of je 'loslaten'. Je kunt dan alleen maar, zelfs tegen beter weten in, verkrampen. Ik geloofde nergens meer in en was volstrekt hopeloos. Ik stond naakt tegenover het leven dat me genadeloos vermorzelde. 

Eind oktober 1998 liep ik doelloos door het centrum van Arnhem en uit verveling bezocht ik de leeszaal van de bibliotheek, waar ik in geen jaren was geweest. Ik had nog steeds elke belangstelling voor "spirituele zaken" verloren. Ik vond dat allemaal "bullshit" en uitsluitend geschikt voor mensen die zichzelf, of anderen, voor de gek hielden. 
Toen ik dat yogablaadje zag voelde ik alleen maar medelijden voor de mensen die zich met dat soort zaken nog steeds bezig hielden. Ik opende dat blad om eens te kijken wat 'mensen die de Waarheid in pacht menen te hebben' tegenwoordig nog te vertellen hadden. Al bladerend kwam ik bij een artikel terecht van een zekere Marianne. 
Ik vond het, in mijn depressieve stemming, ronduit waardeloos wat ze schreef, ze verwoorde immers wat ik zelf ook vóór mijn 'depressie' aan anderen had verteld. Het vreemde was, dat ik toch haar telefoonnummer opschreef dat onder het stukje stond. Diezelfde middag belde ik haar op.Vraag me niet waarom, misschien was het om met iemand te praten die dezelfde 'achtergrond' had als ik. Marianne nodigde me uit, om een paar dagen later, op haar vakantie adres in Lage Vuursche, langs te komen. 

Toen ik er 27 november 1998, heen reed, baalde ik van mijzelf dat ik zo stom was om naar die Marianne te gaan. Ik hield me voor dat het geen verloren tijd was. Want ik was nog steeds op zoek naar een geschikte plek om mezelf in de auto dood te rijden. Zo'n plek is moeilijk te vinden: ik wilde niet dat er andere slachtoffers bij vielen en het moest op een ongeluk lijken. Ik wilde niet dat de mensen die achter bleven zouden weten dat ik zelfmoord had gepleegd. 

Marianne vertelde me niets nieuws. Wel was er, eventjes, een moment waarop ze me diep in de ogen keek en alle gedachten even stil stonden. Maar die stilte was voor mijn gevoel niets bijzonders en was ook zo weer voorbij. Niet echt teleurgesteld reed ik weer naar huis. Ik had er toch al niets van verwacht en Marianne had mijn verwachtingen, dat al dat spirituele gedoe onzin was, weer bevestigd. Ik besloot om nooit meer in mijn leven me met spiritualiteit bezig te houden. De allerlaatste poging om nog ergens hulp te zoeken of te vinden, was op niets uitgelopen. En daar had ik, voor zover als dat kon, vrede mee. 

Ik hield niet van autorijden en al helemaal niet op een snelweg. Er zat een treuzelaar voor me en opeens viel het me op dat ik me er helemaal niet over opwond. Opeens was "Het" er. Elk spoor van 'depressie', angst en verlammende negativiteit was plotseling volledig verdwenen, om nooit meer terug te komen. Wat overbleef was een ongekend diepe Vrede. 
Alles bleek ondergedompeld in een onbeschrijfelijke Kalmte, die alles omvatte: mijn lichaam, de auto, de snelweg, het landschap, de horizon en ver, ver daarbuiten. 'Ik' zelf was afwezig, maar toch was alles meer 'mij' dan ik me ooit 'mij' had gevoeld. Zelfs de auto's op de snelweg leken te leven, alles was Levend en werd be-Leefd, maar niet door een 'mij'. 
Het diepe besef van Eenheid en centrumloosheid was overweldigend.... 
Elk geluid, elke waarneming, elk gevoel was een intieme ontmoeting met iets Onnoembaars. Het verleden, de toekomst, zelfs het nu, inclusief alle angsten, alle oude pijn en verlangens waren gereduceerd tot minder dan een echo in deze Liefdevolle Aanwezigheid, waarin 'ik' volledig afwezig was. 
Mijn lichaam en mind reageerden volkomen adequaat op alles wat zich op de snelweg afspeelde. Dit was absoluut geen trance, dit was het summum van helderheid, adequaatheid en vertrouwen. Er was geen enkele blijdschap of verbazing over wat er gebeurde of hoe het was. Alles wat in feite normaler dan normaal, alles was Natuurlijk. 
Niets werd verwoord, niets werd beschreven. Deze woorden die ik nu gebruik, kwamen veel later. Je mag ze zien als een concessie om een gat in een verhaal op te vullen. Toen ik thuis aankwam, kon ik Dit op geen enkele manier communiceren, noch had ik daar enige behoefte aan. Alles was zo normaal en vanzelfsprekend, en die Stilte was zo intens dat zelfs de mogelijkheid om hier iets over te zeggen niet eens in me op kwam. Fabie en de kinderen waren door de 'depressie' gewend dat ik niet veel zei en me terugtrok, daarom kon ik zonder iets te hoeven uitleggen direct naar mijn slaapkamer boven gaan. Liggend in bed ging Dit de rest van de dag en nacht maar door en door en door... 
Er was een wezenlijke verschuiving opgetreden: die angstaanjagende lege leegte die mij steeds probeerde te elimineren, was door de spontane afwezigheid van een centrum een Liefdevolle Grenzeloze Aanwezigheid van MijZelf geworden. Af en toe kwam even de gedachte op of ik zo zou kunnen functioneren, maar ook die gedachte verdween in Dat waaruit die gedachte opgekomen was. De volgende ochtend zorgde de wekker ervoor dat ik opstond en me aan kleedde, het ontbijt maakte en naar mijn werk ging. Alles gebeurde als op een doodgewone dag en het wás ook een doodgewone dag. Het enige 'verschil' was dat er nu geen 'doener' meer was die alle activiteiten kon claimen. Er was alleen maar Eenheid, Stilte, Adequaatheid, Liefde en Aanwezigheid. Elke gedachte, gevoel, gebaar, impuls, persoon, voorwerp, of ding waar de aandacht naar toe ging, werd beleefd vrij van strijd, vrij van willen, vrij van dwang, vrij van controle. Niet 'ik' was (be)vrij(d), maar alles was (be)vrij(d), van 'mij'.. 
Leven bleek niets anders te zijn dan een mysterieuze beweging van moeiteloze liefdevolle spontaniteit. 
Hoe beschrijf je het Onbeschrijfelijke? 

Maanden lang koesterde en heelde die Stille Vrede dit getergde lichaam en deze geest. 

Tot mijn grote teleurstelling bleek die ervaring van Vrede niet constant te zijn, maar wisselde regelmatig van intensiteit. Wanneer die Vrede minder werd, en zeker wanneer die bijna volledig verdween, manifesteerde het 'ík', en het geloof erin, zich weer en begon dat ík' steeds weer, tegen beter weten in, wanhopig zijn hele trukendoos te gebruiken om die ervaring terug te krijgen. Dat 'ik' voelde dan die hete adem van die 'depressie' weer in zijn nek, waardoor dat 'ik' nog wanhopiger graaide naar "Dat". Want ik wist zeker dat als de 'depressie' weer terug zou komen, dat ik uiteindelijk zelfmoord zou plegen. Het was een kwestie van leven of dood geworden. Wanneer "Het" er weer was, probeerde 'ik' krampachtig "Dat" weer vast te houden. Deze angst zorgde ervoor dat ik naar de satsangs van Djihi Marianne en Isaac Shapiro ging. Als grap zei ik wel eens dat ik verslaafd was aan de ervaring van Bliss en eigenlijk was ik dat ook... 

Ondanks de regelmatig terugkomende Bliss, Kalmte en Eenheid en het wegblijven van de 'volledige depressie', nam een diepe ontevredenheid bezit van mij. Dit was niet wat ik zocht.... dit was niet het Uiteindelijke..... 
Ik kon mijzelf op geen enkele manier meer voor de gek houden, geen enkele ervaring of inzicht kon me nog zoet houden. 

Het was alles of niets, leven of dood. 

Uiteindelijk, dankzij ont-moetingen met R. (hij had liever niet dat ik zijn naam noem), werd het onontkoombare duidelijk: 

Alles wat kan verschijnen en verdwijnen kan onmogelijk de uiteindelijke Werkelijkheid zijn. Ik realiseerde me hoe wanhopig ik had geïnvesteerd in inzichten en ervaringen die áltijd eindig waren. En dat dit niet aan mij lag, dat dit niet kwam omdat ik niet genoeg mijn best deed, of nog niet 'ver genoeg' was, maar omdat dit nu eenmaal de werkelijke aard was van alles wat gekend kon worden. Dit besef gaf mij nu de ruimte om voor het eerst in mijn leven écht te kijken, daadwerkelijk te onderzoeken, zonder inzichten of ervaringen na te jagen. 

En toen werd het een fluitje van een cent. 

In het zoeken had ik gezocht naar wat gevonden kan worden, en dat wat absoluut nooit gevonden kan worden, nl. MIJ ZELF, werd juist door dat zoeken voortdurend over het hoofd gezien...! 

Het was opeens zo ongelofelijk simpel: IK was geen ervaring, IK was IK, IK was altijd al IK geweest, ben dat nu en zal dat altijd zijn. 
IK was, en ben de enige constante en ben nooit afwezig geweest. 
IK ben de achtergrond waar ik altijd naar had gezocht in de voorgrond... 
IK ben niet te vinden noch te ervaren, toch ontleent alles zijn bestaan aan MIJ.. 

Oorsprong van vreugde, pijn, verdriet en angst, gedachten, ideeën en concepten, van verkramping, Vrede en Stilte, van Sat-Chit-Ananda, van Brahma en Atma, van ego en egoloosheid, van tijd en tijdloosheid, van het bestaan, van Bewustzijn, van Aanwezigheid, van 'Ik Ben', van Kennendheid, van Alles en Niets, van Liefde en Waarheid, maar in, en als, ZichZelf absoluut onkenbaar en vrij van alles. 

IK ben IK. 

De hele zoektocht bleek uiteindelijk slechts een droom te zijn geweest van een nooit werkelijk bestaand 'ik' op zoek naar 'iets' dat het zelf had geschapen. De droom is voorbij. Het 'ik' heeft nooit bestaan..., net zo min als 'de ander'... 

Niets kan, of kon, MIJ verduisteren: Geen 'ik', geen ego, geen zoeken, geen verkramping, geen gedachten, geen Vrede, geen Bliss, geen vrijheid, geen enkele ervaring of inzicht.... Alles is niets anders dan een volmaakte uitdrukking van MIJ. 

Maar........ óók dit bleek al weer alles behalve het einde te zijn. 
Ook dit, deze ontdekking, had een begin, zélfs dit...! 

Ook dit werd, net als al het andere, uiteindelijk moeiteloos losgelaten. 
Elk inzicht, elke ervaring, elk besef van ik, IK en niet-ik, en MIJ had geen enkele betovering, of aantrekkingskracht meer. 

In de onontkoombare keuze tussen Leven en Transcendentie, tussen (aan)geraakt worden of niet, ontwaakte uit-einde-lijk het Hart. 
Ver, heel ver voorbij Verlichting en Realisatie. 

In het wegvallen van alles wat geen werkelijke waarde had bleef een hele intieme kwetsbaarheid over. Geen kwetsbaarheid die bescherming zocht, maar een kwetsbaarheid die verlangde naar de intensiteit en intimiteit van aanraken en (aan)geraakt worden. Een kwetsbaarheid die zei: hier ben ik., raak me aan..., kom maar..., kom maar..., kom maar... 
En in deze intimiteit brandde alles wat nog over was van het 'ikje', de mind, het ego helemaal vanzelf op... 
Een kwetsbaarheid waarin alles wat nog over was van 'adje', van on-volmaaktheid, van duisternis, angst, wanhoop, pijn, verdriet, van zelfbescherming en indekken, van hypocrisie, arrogantie, leugenachtigheid, van nep-verlichting, aan het licht mocht komen. 
Een kwetsbaarheid die niet bang was voor Waarheid in het dagelijkse leven. Een kwetsbaarheid die zich juist wilde laten zien en niet verbergen. 
In deze kwetsbare intimiteit, zónder de bescherming van het 'ikje' nóch de tussenkomst van Spiritualiteit, Kennendheid, Waarnemerschap, Stilte of Liefde, brandde het Hart alles op. 

Hoe kon de Geliefde dit Vuur weerstaan. 
De Geliefde kwam in Liefde keer op keer, met het zwaard verborgen tussen haar vleugels en danste juichend mee met mijn onvolmaaktheid, met mijn pijn, met mijn wanhoop. Mijn pijn en wanhoop wáren mijn Geliefde. 
In deze intense intimiteit, in de armen van mijn Geliefde, in, door, met,dankzij Haar Aanraking stierf uiteindelijk de mind. 

In Stilte en Realisatie verdween de mind wel naar de achtergrond, maar stierf niet, nooit daadwerrkelijk..! 
Hoe kan de mind sterven in Stilte, in Vrede, in Inzicht, in Liefde..? Dat zijn de plekjes waar mind zich juist heerlijk en geborgen voelt... 

Daar kon de Geliefde de mind juist níet meer aanraken, daar had hij had zich sinds mensenheugenis veilig verborgen. Aanvankelijk in een zichzelf beschermend 'ikje' en later in z.g. 'spiritualiteit', in Vrede, Liefde, Zijn, Waarnemer zijn en Stilte. Onbereikbaar voor de werkelijke Aanraking 

In keuzeloze, kwetsbare intimiteit met 'wat is', kán mind niet overleven. 
De mind die steeds weer als een feniks herrees. 
De mind die bestand bleek tegen elke spirituele ervaring, tegen Stilte, Vrede, Verlichting, Realisatie, Inzicht, Vrede en Liefde. 
De mind die 'waterproof' was tegen elk lijden, elke gelukzaligheid, elke aanraking van de Geliefde. De minds die steeds subtieler, maar ook steeds steviger, in het zadel kwam te zitten juist dóór die 'spirituele' ervaringen. 
De grootste vervulling en egotrip voor het ego is Verlichting... 
De mind die zich gelijk aan God of het Goddelijke, zelfs het Absolute plaatste... 

Ja de mind wilde alles: vrede, stilte, verlichting, realisatie..,, zwevend als een Boeddha boven de aarde, altijd gelukkig, in vrede, alwetend. Ver voorbij het lijden van deze wereld, ver voorbij de angsten en onzekerheden... 

Maar het was juist de kwetsbaarheid, die ontlópen werd ín de Stilte mét de Vrede, dóór de Kalmte, onder de paraplu van de Liefde, die uiteindelijk de werkelijke bevrijding gaf. 

Ná de Realisatie, na alles gevonden en bereikt te hebben wat je maar kan vinden, wat de mind kan vinden, zelfs 'no-mind, daagde het allesomvattende besef van de uiteindelijke waarde-loos-heid en volledige on-aantrekkelijk-heid van dit alles. 

De mind stierf en het Hart explodeerde..... 

Elke belang-stelling voor een bepaalde ervaring is verdwenen, elk zoeken naar 'iets anders' of weggaan van 'wat is' is onmogelijk geworden. 

Thuis zijn is geen ervaring, thuis zijn is: nooit meer weg hoeven van 'wat is'. 

En wat is, ís de Geliefde. 

Haar Aanraking, in welke vorm dan ook, ís de Nectar die ononderbroken stroomt en altijd gestroomd heeft, zonder begin en zonder einde. 

Mijn Geliefde is de stilte voor de storm én de storm, is de hemel en de hel, de wanhoop en de Bliss, de bedwelmende geuren in het bos na de regen, het lawaai van de auto die voorbij scheurt, de boosheid en het lachen in mijn kinderen, het zingen van de engelen, de explosie van het Hart, de hartslag van het leven en de dood, elke gedachte en elk gevoel, het genot van de liefde en de pijn van het baren, het dwarrelende blad, de ondragelijke pijn van het lijden op aarde, van de aarde zelf, die kreunt onder de gevoelloze tirannie van de mensen die betoverd zijn door hun mind, de onbeschrijfelijke gelukzaligheid en intensiteit van het leven... 

Dit is de Aanraking, dit is mijn Thuis, dit is mijn Geliefde, mijn Geliefde die mij alles ontnam, zelfs mijn Wezen, zelfs mijn Zijn, zelfs mijn Ik, zelfs mijn Zelf, zelfs mijn Mij(n). 

Wanneer, hoe, waar, waarom, wie...? 

Deze vragen blijven voor altijd onbeantwoord, de mind is immers gestorven... 

De Geliefde Leeft.. 

Wat een Zegen... 

Ik claim niets, geen 'Verlichting', geen 'Zelf-Realisatie', geen 'Inzicht', ik ben nergens aangekomen, heb niets bereikt, heb niets te geven, heb geen missie of boodschap, ben op geen enkele manier bijzonder. 

Vergeet dit verhaal, het zijn maar woorden, niets meer, niets minder. 
Deze woorden zijn slechts 'dust in the wind'. 
Op geen enkele manier kunnen deze, noch andere, woorden het Onbeperkte, het Leven Schenkende, bevatten noch beschrijven. 
Ze kunnen er zelfs niet eens naar (ver) wijzen..... 
Als boodschappers van wat Werkelijk is, zijn ze daarom volstrekt waardeloos.. 
Toch genieten ze ervan te dansen, te zingen en de geur van de Geliefde met zich mee te dragen..... 

Overstromend van dankbaarheid, 

Ad Oostendorp

Bron: adsang.nl


Klik hier voor de agenda met satsangs in Eefde, Arnhem en Haarlem.


Geplaatst door Dick Nijssen

Dick Nijssen

Het sterven van mijn vader toen ik 13 jaar oud was, stortte mij in een crisis over de zin van het leven. Pas toen ik op mijn 20ste leerde mediteren begon alles in mijn leven weer op zijn plek te vallen. Mijn worsteling met de grote levensvragen transformeerde zich in een levenswijze waarin ik mijn spirituele ontwikkeling centraal stelde...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Dick Nijssen



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Niets staat geluk meer in de weg dan de herinnering aan geluk.

André Gide, Frans schrijver











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.