Verlangen

Long Reef Manipulate

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:3097
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Hart tot hart

Gekoppelde categorieen
Bewustzijn

De mist in haar hoofd wilde maar niet optrekken. Ze hoorde stemmen van mensen en trachtte op te staan, maar het lukte niet. ‘Rustig maar’, zei een stem die ze niet kende tegen haar.’ Rustig, maar?’, dacht ze schamper, ‘ ik ben toch rustig’. Op de achtergrond hoorde ze haar vader praten. Gek, ze dacht toch echt dat hij dood was. Het lukte haar maar niet de boel in haar hoofd op een rijtje te zetten. Als die watten brij maar eens oplossen zou, dan wist ze het wel weer.

Iemand raakte haar arm aan en ze trok hem terug.’ Ik doe je niks Anna, echt niet’ ,zei de stem die ze nog steeds niet thuis kon brengen. ‘We gaan zo direct naar de auto Anna, ga maar vast staan, dan doen we de jas aan’. Ze drukte haar handen voor haar ogen. Het leek warempel wel of ze een klein kind was dat naar school gebracht werd. ‘Nee’, zei ze ,’ ik ga helemaal niet weg, ik woon hier en ik blijf hier’. ‘Toe, Anna’, hoorde ze haar vader zeggen, ‘het is echt beter zo, we willen dat het goed met je gaat, werk nou even mee’.

Ze kregen haar zover dat ze opstond en ze begeleidden haar naar de deur. Toen ze in de gang kwam, trok de mist in haar hoofd ineens op. Ze greep de klink van de deur beet en gilde: ‘Wat hebben jullie met Sybrand gedaan! Geef mij Sybrand terug, het is mijn kind!’ Ze werd woest en gooide zich met alle kracht tegen de deur aan die open vloog. Met twee man pakten ze haar stevig beet en de weerstand die ze bood was niet genoeg. Ze ontwaarde een auto en probeerde zich, door zich schrap te zetten, buiten het voertuig te houden. Het lukte niet. De onbekende man ging achterin naast haar zitten en praatte zachtjes tegen haar. Ze dommelde in, moe van al het verzet. Op het moment dat ze haar ogen opende zag ze het hek met het grote witte huis erachter. Weer begon ze te gillen: ‘Nee, sluit me niet op, alsjeblieft doe dat niet weer! ’ Ze was weer terug bij af.

Ze hield van orde en stiptheid. Dat kwam goed van pas, want alles moest klaar zijn als de baby kwam. Haar hart maakte een vreugdesprongetje  als ze aan de kleine dacht. Wat een heerlijk wonder toch waar ze zich op aan het voorbereiden was. Ze voelde het verlangen in haar buik.

Neuriënd kocht ze die ochtend verf voor de babykamer. Welke kleur zou ze nemen? Ze hield zo van paars, maar was dat verstandig voor een babykamer?  Uiteindelijk werd het blauw in meerdere tinten. Ze zeulde de grote bakken verf naar buiten en hees ze op de fiets. Van fietsen was geen sprake meer, dus ging ze lopen. Het begon al te schemeren en dat vond ze prettig. Ze hoefde geen pottenkijkers, dat leidde alleen maar af. Het was een hele klim om de verf boven in de flat te krijgen. Na de laatste emmer stond ze uit te hijgen. Onder haar ging een deur open en ze vloog naar binnen in haar eigen flat. De emmers verf stonden verloren in het portaal.

Toen de kust veilig was, kwam ze weer tevoorschijn. Ze werkte de hele nacht door en het resultaat was verbluffend! Nadat ze had opgeruimd ging ze slapen, de terpentine lucht nog aan haar handen. Het was laat in de ochtend op het moment dat ze wakker werd. Slaperig en in haar ogen wrijvend liep ze naar de badkamer. Toen ze de kleine slaapkamer voorbij liep, dacht ze ineens aan wat ze die nacht had gedaan. Ze deed ze de deur open om het resultaat te bekijken. ‘Oh!’ riep ze uit. Haar stem vibreerde helemaal en haar ogen schitterden.
Met hernieuwde moed en enthousiasme sprong ze onder de douche. Vandaag zou ze het karwei afmaken en de vloer gaan schuren. Er lag van de vorige bewoonster een massief houten vloer en daar had ze maar geluk mee. Vertwijfeld vroeg ze zich af hoe ze de schuurmachine boven moest krijgen. Misschien kon ze van het bedrijf iemand vragen? Ze nam een haastig ontbijt en ze zat al op de fiets richting de bouwmarkt.

Op haar vraag of ze het apparaat naar boven konden brengen, werd niet direct geantwoord. ’Hebt u geen buurman of zo die dat even voor u kan doen,’ vroegen ze haar. ‘Ha’, lachte ze, ‘ nee die kan ik echt niet vragen, daar heb ik al jaren bonje mee’. De caissière haalde haar schouders op.. ‘Nou’, vroeg ze, ‘kan dat dan?’ Ik zal het de afdelingschef moeten vragen’, antwoordde de caissière licht geagiteerd. Toen de man verscheen lachte ze allerliefst: ‘Ik heb echt een groot probleem om die zware schuurmachine boven te krijgen en geen buurman of zo die dat kan en wil doen’’.  Hij fronste zijn wenkbrauwen, knikte naar de caissière en zei: ‘In dat geval bel ik Roelof even, hij is ons manusje van alles. Waar woont u?’

Buiten gekomen wreef ze in haar handen: ‘Weer gelukt’, zei ze zachtjes in zichzelf.
De losse accessoires stopte ze in de fietstas en ze trapte verwoed terug. Haar flat stond in een stukje stad dat niet goed bekend stond, maar zij vond het er fijn. En zo anoniem, dat was het aller-fijnste. Ze hield niet van mensen en mensen hielden niet van haar. Alleen Francis, maar de laatste tijd hield ze de boot af. Er was zoveel te doen, nu de baby kwam. Als hij er eenmaal was, ja dan zou ze Francis bellen.

Eenmaal thuis gekomen ging even later de bel en stond de klusjesman op de stoep. Ze bedankte hem uitbundig en maakte een afspraak om het apparaat weer op te halen.
Zo, dat ging van een leien dakje! Fase twee: schuren en lakken. Het begon op te schieten.

Met de stofbril op haar neus ging ze aan de slag. Af en toe ging de machine bijna met haar op de loop. Het was een stoffig karwei, maar het was de moeite waard, want de vloer werd weer als nieuw. Morgen weer een dag, dacht ze, dan kan ik lakken en dan komt het mooiste van alles; het aankleden van de ruimte, de kleertjes wassen en in de commode doen. Haar gezicht straalde.

Toen de lak er drie keer op zat en gedroogd was, zette ze de schommelstoel in het kamertje. Onder het schommelen dacht ze aan de baby, die ze nog niet kende, maar die ze spoedig zou leren kennen. Francis, haar zus, had vorig jaar de tweede gekregen. Wat was ze jaloers geweest. Met pijn in haar hart en een knoop in haar maag was ze thuis gekomen. Ze had een dag in bed gelegen om het gemis maar niet te hoeven voelen. Er ontsnapte haar een diepe zucht en vervolgens sprong ze op uit de stoel en riep juichend: ‘Maar nu gaat het gebeuren, vanaf nu gaat alles in mijn leven veranderen!

Het was nog maar net 9 uur de volgende morgen, toen ze al in het warenhuis stond. Heerlijk rustig was het er, dat was toch zo prettig. Ze pakte het lijstje uit haar portemonnee en begon dingen te verzamelen: flesjes ( hoeveel had je daarvoor nodig?), spuugdoekjes, een fopspeen, een tuimelbeker, stoffen luiers, een badthermometer, washandjes, babyzeep en shampoo, broekjes, rompertjes in alle maten. Twee manden vol en nog had ze lang niet alles. Wat heeft een baby veel nodig! Ze besloot eerst maar eens naar huis te gaan, dan kon ze altijd nog naar  dat grote warenhuis, die was lang open. Wiegje uitzoeken, aankleedtafel, kastje; een heerlijk gevoel maakte zich meester van haar. Wat was het leven mooi, wat kon haar nu nog gebeuren? Wat voelde ze zich gelukkig!

Toen ze thuis kwam ging haar vaste telefoon. Ze zag het nummer van thuis op het display verschijnen en even had ze de neiging om hem op te pakken en hen deelgenoot te maken. Maar nee, dat kon niet, dat moest ze loslaten. Dus liet ze de telefoon rinkelen. Niet veel later begon hij opnieuw. Ze nam op en zei haar naam. ‘Anna!’ riep haar moeder doordringend, ‘we horen niets van je, kindje, is alles wel goed met je?’’ ‘Ja hoor’, zei ze rustig, ‘alles gaat goed mam’. Toen ontstond een stilte en geen van tweeën vulde die stilte. ‘Dag mam’, zei ze toen maar en verbrak de verbinding.

Ze keek naar buiten waar het ondertussen donker was geworden en ze zag de lantaarnpalen in de straat onder haar. ‘Dag mam,’ zei ze in zichzelf. Er flitsten beelden door haar hoofd van lang geleden; een grote schommel in een groene tuin. Zij zat erop en haar moeder duwde. Hoger en hoger. Ze schaterde het uit en haar moeder stond er vertederd bij. Toen was ze 6, nu was ze 39. Wat was er in die tussentijd gebeurd? Wat was er in haar veranderd? Ze was zoveel delen kwijt. Haar vader was schipper op de grote vaart, hem zag ze bij tijd en wijle en altijd met een gebruinde kop, een lach om zijn mond. Haar zusjes gezicht zag ze ineens voor zich; mooie ogen had ze toch, zo slank ook, zo’n goed gevulde boezem. Het beeld van haar oma drong zich aan haar op. Haar hart sloeg een slag over. Ze voelde zich ineens eenzaam.
Ze schudde haar hoofd om alle herinneringen weer weg te halen. Niet aan denken, ze leefde nu.

Die nacht droomde ze van de donkere rivier met krokodillen; haar vaste nachtmerrie. Ze zat op een eiland en ze loerden naar haar. Niemand die er was om haar te helpen en die beesten werden maar niet moe. Langzaamaan kwamen ze dichterbij en op het moment dat er één naar haar begon te happen, werd ze wakker met een schreeuw. Haar hart ging tekeer als een wildeman.

Het grote warenhuis bracht drie dagen later alle spullen. Ze begon alles uit te pakken, om vervolgens te lezen hoe ze het in elkaar moest zetten. Gelukkig had ze twee rechterhanden, die ze ‘geërfd’ had van haar moeder. Haar moeder moest alles altijd zelf doen, want haar vader was er nooit op die momenten.

Het karwei nam enkele dagen in beslag, maar het stond beeldig; de commode, de wieg en de schommelstoel. Het wit stak zo mooi af tegen de houten vloer. Ze was uiterst tevreden!
Toen ze uitgeput op de bank zat met een opgewarmde diepvriesmaaltijd dommelde ze halverwege in. De televisie stond nog aan, toen ze om 2 uur ’s nachts wakker werd. Verbaasd keek ze om zich heen. In bed kon ze de slaap niet meer vatten en begonnen haar gedachten op te spelen. Ze drukte ze weg en pakte het babyboek, zodat ze zich kon concentreren op wat anders. Navelinfectie, stond er, draag zorg voor hygiëne. Pfff, dat hoefde ze niet te leren, ze was zelf verpleegkundige. Dat was gesneden koek voorhaar. Darmkampjes, ook wel kolieken genoemd, jeetje, stond er ook wat nieuws in? Ze legde het boek weer aan de kant en liep de babykamer in. Hier, in deze kamer, was ze gelukkig, volmaakt gelukkig. Eén voor één pakte ze de spulletjes op; de borstel met de zachte haren, de shampoo, de kleine giraffe die in de wieg stond.

Haar oude beer had ze in de vensterbank gezet. Ze pakte hem op en rook eraan; de vertrouwde geur maakte haar week van binnen. Die dag, zij en haar beer, alleen in de flat van haar oma. Hoe oud zou ze geweest zijn? Vijf misschien, of zes? Oma paste op haar, want haar moeder was mee op reis met haar vader. Ze was wakker geworden van lawaai op straat en ze moest plassen. Voorzichtig maakte ze haar kamerdeur open. Dat mocht niet van oma, ze moest er blijven tot oma haar kwam halen. Maar ze moest zo nodig. De stenen vloer voelde koud aan haar voeten en ze probeerde zo min mogelijk geluid te maken. Hoe plas je zachtjes, dacht ze nog. Het lukte niet, de plas kwam met een krachtige straal in de wc pot. Ze drukte beer stevig tegen zich aan. Het was zo stil in huis, waar zou oma zijn? Zou ze even kijken in haar slaapkamer? Even zeggen dat ze moest plassen? Zachtjes deed ze de deurkruk naar beneden en liep naar binnen. ‘Oma’, riep ze , hier ben ik, ik moest plassen’. Ze zag oma liggen in bed, ze sliep vast heel diep, want meestal reageerde ze direct. ‘Oma’, riep ze nu luider, ‘oma!’ Ze werd een beetje bang, waarom antwoordde oma niet? Toen ze heel dichtbij kwam keek oma haar recht aan, maar haar blik was zo raar en ze bewoog helemaal niet. Zachtjes raakte ze haar arm aan, die onder de dekens uitkwam. Ze voelde ijskoud aan en daardoor trok ze haar hand snel terug. Haar ogen werden groot. Oma was dood. Ze rende terug naar haar slaapkamer met beer stevig tegen zich aan. Onder de dekens begon ze te klappertanden, ze huilde dikke tranen. Uitgeput viel ze weer in slaap.
Toen ze wakker werd was ze even vergeten wat er gebeurd was die nacht. Toen ze het bedacht, verstarde ze; wat moest ze doen, naar wie moest ze toe? Zo lag ze te denken en te denken. Ze wist het niet.

De deur naar buiten, ja dat moest ze gaan doen, naar buiten en dan papa en mama zoeken. Ze wist ongeveer hoe ze moest lopen. Maar de buitendeur zat dicht. Ze ging op zoek naar de sleutel en die vond ze uiteindelijk in de keukenla. Ze kreeg hem zowaar in het slot en ze probeerde met al haar kracht om hem om te draaien. Mislukt, het was veel te zwaar.

Van de dagen erna wist ze niet veel meer. Alleen de eenzaamheid was een diep gevoel in haar binnenste. Ze at wat brood en crackers. Ze dronk water en het beetje fris dat er nog was. De deur van oma’s slaapkamer liet ze dicht. Vaag herinnerde ze zich dat de bel ging en dat ze lag te doezelen op de bank in de woonkamer. Ze schrok zich rot, maar liep er naar toe, omdat ze zich ellendig voelde. Papa stond op de stoep, met rozen in zijn handen. Wat er daarna gebeurde was, was weg. Had ze gehuild? Had ze zich in haar vaders armen geworpen? Waar was haar moeder? Hoe had zij gereageerd. Geen idee. Allemaal weg, ze kon dat beeld met geen mogelijkheid oproepen .

Eén ding was zeker: er werd nooit meer over gesproken. Niet één keer. Alsof het nooit gebeurd was. Maar de beer was heilig geworden en verhuisde mee, waar ze ook heen ging.

Moe geworden, kroop ze weer in bed en sliep tot diep in de ochtend. Nu plan a gefikst was, werd het tijd voor plan b. Dat gedeelte was veel lastiger en ze moest echt goed nadenken hoe of ze het moest doen. Op de markt kocht ze een grote rieten mand. Eentje met een rits, je kon hem zo over je schouder dragen. Wanneer het ging gebeuren wist ze niet. Ze moest gewoon goed voorbereid zijn. Was ze dat?, vroeg ze zich af.

Nog één keer ging ze de dingen bij langs wat ze had aangeschaft, om te kijken of ze alles had. Oh ja, als de kleine mee naar huis ging, dan moest ze wel zorgen dat ze een warme deken had. In een winkel kocht ze een schattig klein blauw wollen dekentje.
Zo, nu kon er niks meer gebeuren. Ze was er klaar voor!

Ze had allang uitgedacht hoe ze het zou aanpakken. In ieder geval ’s nachts, dat was verreweg het gemakkelijkst. Dan waren er zo wie zo minder verpleegkundigen op de afdeling. Ze moest er echter  voor zorgen dat ze niet herkend zou worden. Zou ze haar haren afknippen en verven? Of een pruik kopen? Misschien ook een bril, met grote zwarte randen of zo. Zo’n bril had ze nog wel ergens liggen. Waar ook alweer? O, ja, in de ladekast op haar slaapkamer. En een pruik, waar kocht je die ook al weer? In de feestwinkel. Wel ja, dat het feest wordt is zeker! De volgende dag ging ze op weg naar de feestwinkel, zocht een donkere pruik uit en zette hem thuis op haar hoofd. Nu eerst lippenstift en dan de bril. ‘Wauw, wie is dit?,’vroeg ze zichzelf in de spiegel. Het spiegelbeeld antwoordde: ‘Dit is een moeder in wording, met het verlangen naar een kind’. Ze glimlachte naar de vreemde vrouw.
Ze moest wachten tot het weekend, want dan was er vaak nog minder personeel. Nog twee dagen te gaan.

Op zaterdag werd ze zenuwachtig. Zou haar plan lukken? Ze prepareerde zich nauwgezet: pruik, bril, lippenstift, mand, dekentje, speen. Gisteren had ze babyvoeding gekocht en ze hoopte maar dat de baby ertegen kon. Ze maakte voor de zekerheid een flesje klaar. Hoeveel moest ze eigenlijk geven aan zo’n kleintje? De verpakking bracht uitkomst, 60cc.
Alle spullen gingen in de tas. Gelukkig was het ziekenhuis op loopafstand, anders was het een probleem geworden, vreesde ze.

Tegen half 1 ging ze op weg. Tien minuten later ging ze door de draaideur. Ze kende het hier op een duimpje, want ze had hier jaren gewerkt. Nu al een poosje niet meer, maar ze kende alle codes van de deuren nog, die waren ter beveiliging aangebracht. De kraamafdeling lag op de derde verdieping. Ze besloot gewoon met de lift te gaan en dan met de trap terug. ’s Nachts mochten de moeders kiezen of ze hun baby op de kamer wilden hebben, of dat het kleintje in de slaapzaal verbleef. Er waren altijd weer moeders die voor het laatste kozen vanwege slaapgebrek zodat ze wat bij konden tanken, of soms omdat het hun derde of vierde kind was. Op de gang was een toilet waar ze zich  vermomde. Resoluut liep ze naar de afdeling ernaast, ze moest nu niet meer aarzelen. Ze gebruikte de juiste code en de deur ging open. Vrijwel vooraan was een wat kleinere babyslaapkamer. Ze ging snel naar binnen en zag dat er 3 baby’s lagen. Aan de kaartjes om hun pols zag ze dat het er 2 jongens waren en 1 meisje. Ze wilde per se een jongen.

Aan één blik had ze genoeg; het werd het tweede jongetje met zijn prachtige bos donker haar. Sybrand, stond er op het polsbandje. Prima. Ze pakte het kleintje op die rustig lag te slapen. Hij paste precies in de mand, perfect. De rits deed ze driekwart dicht, zodra ze de dekens om hem heen had gelegd. Zo snel als ze gekomen was, zo snel verdween ze weer naar de gang. Binnen een paar tellen stond ze in de lift. Gelukkig, Sybrand sliep door alles heen. De schat.

Met de rieten tas om haar schouders verliet ze het ziekenhuis. De hele actie had minder dan 10 minuten geduurd. ‘Bravo’, zei ze tegen zichzelf. De tas was best wel zwaar, maar ze had het er voor over dat haar schouder pijn begon te doen. Het wiegen was blijkbaar goed voor de kleine, want hij was muisstil. Eindelijk was ze thuis en kon ze hem eens uitgebreid bewonderen. Wat een prachtig mannetje! Wat een geluk! Toen begon hij te huilen.

Ze wiegde hem die hele nacht. Kon een baby voelen dat er wat was veranderd, nee toch? Eindelijk werd hij stil nadat ze hem een flesje had gegeven. Samen lagen ze in het grote bed. Zijn lijfje tegen de hare aan. Toen ze enkele uren later wakker werd, begon Sybrand ook met zijn oogjes te knipperen. Ze praatte tegen hem ’Hallo jongen, lekker geslapen? Wat een geluk hè, dat ik nu je moeder ben. Wat ben je mooi en lief’. Sybrand had nu zijn ogen wijd open en keek haar aan. Ze knuffelde hem.’ Zal ik eens lekker een badje voor je klaarmaken lieve schat?’. Ze legde hem lekker warm neer onder de dekens en begon voorbereidingen te treffen. Sybrand zette het op een brullen. Ze gaf hem gauw de speen, bang dat de buren het zouden horen.

Het uitkleden van de kleine gaf aanleiding tot nog harder brullen, ze werd er zenuwachtig van. In bad echter was hij stil en murmelde hij wat. Daarna begon de strijd van het aankleden, ze had het in haar werk wel gedaan, maar dat was alweer even geleden. Nu een fles dacht ze en dan ga je weer lekker slapen. Toen hij eindelijk sliep was ze uitgeput en kroop ze met een deken op de bank. Een uur hield hij het vol, toen begon het huilen opnieuw. Dat had ze van zijn levensdagen niet verwacht, dat een baby zo bewerkelijk was. Ze moest hem zo stil mogelijk houden en dat was een hele toer.

De derde dag ging plotseling de telefoon. Dat waren haar ouders, dat kon ze zo wel raden. Ze schrok, omdat Sybrand erg aan het brullen was. Dus liet ze de telefoon rinkelen.
Het was die middag om een uur of 5 toen de bel ging . Ze verstijfde helemaal. ‘Anna’, riep haar vader, doe eens open, meisje, we maken ons zorgen om je’. Wat moest ze doen, wat moest ze zeggen? ‘ Ik ben ziek, ik heb griep, papa, kun je een andere keer komen?’, riep ze vanachter de deur. ‘Anna’, zei haar vader dringender nu, ‘ik ga niet weg!’. ‘ En ik doe niet open’, zei ze adrem. ’Ik ga weer terug in bed, ik moet uitzieken, papa.’  Het bleef stil achter de voordeur en even later hoorde ze dat hij de trap naar beneden nam. Een zucht van verlichting ontsnapte haar.

Toen ze Sybrand zijn fles gaf, overdacht ze hoe ze het moest aanpakken als haar vader of moeder weer langs kwam. Even denken, als ze nou Sybrand na zijn bad en fles in de kelder zette.... dan sliep hij meestal wel een uur. Dan moest ze de kamer helemaal babyvrij maken, alles weg. Ze zou ze dan kunnen uitnodigen op een bepaald uur, dan kon ze dit alles voorbereiden.

Ze kreeg haar moeder aan de lijn. ’Anna!’ ,riep ze uit, ‘waarom zien we je niet?Wat doe je allemaal?’ ‘Ik ben grieperig geweest mama, dat heeft even geduurd, maar ik ben er weer hoor, maak je geen zorgen’. ‘Maar Anna, we maken ons zorgen of je je medicijnen wel inneemt, je klinkt zo anders de laatste tijd. Je weet toch dat je daar niet zonder kan?’. ‘Komen jullie langs?’,vroeg Anna, om van gespreksonderwerp te veranderen. Even was het stil. ‘Ja’, zei haar moeder, ‘dat is goed kindje, wanneer schikt het?’

‘Morgen om 11 uur graag, niet eerder en niet later’. ‘Zit je zo strikt aan de tijd vast kindje?’, vroeg haar moeder. ‘Ja, want daarna moet ik weg’. ‘Goed kind, ik zal het met je vader overleggen, gezellig. En niet je medicijnen vergeten, schat, heel belangrijk ’, eindigde ze het gesprek.

De volgende dag stond ze vroeg op. Sybrand was erg onrustig geweest ’s nachts. Ze had een hele poos met hem rondgelopen. Juist ’s nachts moest het stil zijn, want de buren mochten immers niets merken. Ze hield de klok nauwgezet in de gaten. Om 10 uur ging ze de kleine uitkleden en in bad doen en om half elf dronk hij zijn flesje. Nog even knuffelen en tegen kwart voor 11 liep ze naar beneden. De kelder was vrij ruim, ze had er weinig in staan. De kinderwagen had ze in een tweedehands winkel gekocht. Hij was prachtig rood van kleur, echt een pronkstuk. Binnenkort zou ze met hem gaan lopen. ’s Avonds laat natuurlijk, in de maneschijn.

Gelukkig, hij sliep als een roos. Boven gekomen zette ze koffie, ruimde alle babyspulletjes die er nog lagen weg en wachtte het belletje af.

Om vijf over elf ging haar deurbel. Ze deed open en schrok zich direct lam, omdat ze Sybrand in de verte hoorde huilen. Wat was dat nou, hij sliep ’s morgens altijd zo vast! ‘Dag kindje’, zei haar moeder en omhelsde haar onhandig. Haar vader kroelde even door haar haren en gaf een kus op haar voorhoofd. ‘Sinds wanneer hebben ze in deze flat een baby?’ vroeg haar moeder.’Er wonen hier toch alleen maar oudere mensen?’ Terwijl ze naar de keuken liep, antwoordde ze: ‘ Op de eerste verdieping hebben ze een kleinkind te logeren, zijn ouders zijn een paar dagen weg’. ‘Nou, dan hoop ik dat die oma verstand heeft van baby’s, want het huilt zo hard’, antwoordde haar moeder.

Het zweet brak haar uit en ze verschoot van kleur. ‘Dus je moet nog weg, Anna’, zei haar vader toen. ‘Ja, ik moet om 12 uur bij de kapper zijn’, zei ze want dat schoot haar als eerste te binnen. Ze praatten wat over koetjes en kalfjes toen haar moeder zei: ‘Het ruikt hier zo anders Anna, zo weeïg’. Ze keek expres verwonderd, snoof met haar neus en antwoordde: ’Ik heb schoon gemaakt, misschien dat u het schoonmaakmiddel ruikt’. Eindelijk vertrokken ze. Toen Anna de deur voor ze opende hield ze haar hart vast, maar ze hoorde niets bijzonders. Ze hoopte maar dat haar ouders snel naar beneden liepen.’ Ik zwaai nog even voor het raam’, zei ze.

Ze reden weg en toen ze uit het zicht waren, rende ze naar beneden. Sybrand lag te slapen, prinsheerlijk. Ze keek vertederd naar hem. ‘Mijn zoon’, zei ze toen, ‘mijn zoon’.

Die avond was het prachtig weer en ze besloot in het park tegenover haar huis te gaan wandelen. Ze wachtte tot het donker werd en zette de kinderwagen beneden in de hal klaar. Sybrand had weer veel gehuild, ze kreeg er wat van. Toen ze hem in de wagen legde en ging rijden viel hij gelukkig gauw in slaap.

Het park was donker, maar dat deerde haar niet. Ze zong voor haar zoon liedjes van vroeger. Melodieën die oma voor haar gezongen had. Plotseling stond ze stil en verstarde bij de gedachte dat haar oma al lang uit haar gedachten was. Het was ook al zoveel jaren geleden dat ze haar dood had gevonden. Tranen drupten ineens op de stang van de kinderwagen. Hè, nou werd ze nog sentimenteel ook. Ze veegde met de mouw van haar vest de tranen af. Haar therapeut had getracht boven tafel te krijgen wat het met haar als klein meisje gedaan had. Het was haar niet gelukt het open te breken.

Ze dacht aan de medicijnen die ze nu twee weken had laten staan, gewoon omdat ze moeder was geworden en moeders nemen geen medicijnen, basta. Ik voel me alleen zo moe, dacht ze, en ik vergeet dingen. Ik moet waakzaam zijn, vooral voor mijn zoon. Ze kreeg ineens haast om naar huis te gaan en vloog met de kinderwagen de weg terug door het park.
De dagen erna bleef Sybrand veel huilen. Soms was ze zo moe dat het ze hem liet huilen en haar hoofd onder de dekens verstopte, met oordopjes in. Hij moet naar een dokter, maar welke dan? Wie kan ik vertrouwen? Ze keek op internet waar in een ander stadsdeel een huistarts woonde. Morgen ga ik bellen, dacht ze en uitleggen dat ik met de kleine bij mijn tante ben. Ze voelde zich even opgelucht.

‘Ze kon komen,’ zei de assistente die ochtend. Sybrand had weer veel gehuild en had duidelijk darmkrampjes. Ze deed haar pruik op, zette de zonnebril op haar neus en stiftte haar lippen. Zo ging ze op weg, een wandeling van 20 minuten. In de wachtkamer dook ze in een oud tijdschrift, maar las geen woord. Vanuit haar ooghoeken hield ze iedereen in de gaten. Een oude dame ging naast haar zitten en keek in de wagen. ’Oh, kirde ze’, wat een schatje, ‘wat een kleintje nog!’ ‘Pas bevallen dus,’ zei ze en gluurde naar haar buik. Ze antwoordde niet, omdat ze het even tot zich moest laten doordringen.’Ja, ja, dat was geen pretje’, antwoordde ze toen.

De dokter verscheen, een man van in de veertig, schatte ze. ‘Mevrouw Robijn, ik begreep van de assistente dat u bij uw tante logeert en daarom bij ons komt’. Ze knikte.’Wie is uw tante?’. Een donkerrode blos verscheen op haar wangen. Dat ze daar toch niet aan had gedacht. “Uh, die zit niet in deze praktijk, die van haar was vol.’ Zo daar had ze zich mooi uit gered. De dokter keek haar oplettend aan, maar ze boog zich over de kinderwagen en haalde Sybrand eruit. ‘Zo manneke,’ zei de dokter en hoe heet jij?’ Ze keek hem aan en realiseerde zich dat ze de naam niet kon noemen. ’ Dennis, ‘ zei ze spontaan ‘Wat is er met Dennis aan de hand?’ ‘Hij huilt zoveel, ik weet niet hoe of dat komt. Ik word er gek van. ‘
De arts onderzocht hem nauwgezet en ‘Dennis’ keek hem met grote ogen aan. ‘Hoe was uw bevalling?’, vroeg de huisarts. En keek haar oplettend aan. ‘Nou, nogal pittig’. ‘U bent al voor de na controle geweest?’ Daar had ze een paar tellen voor nodig. Wanneer ging je voor de na controle en hoelang had ze Sybrand nou eigenlijk?

‘Deze week,’ zei ze op goed geluk. ‘Ik kan u ook even onderzoeken en kijken of met u alles oke is, zei hij’. Ze deinsde terug en had onmiddellijk door dat ze daarmee een rare indruk maakte. ‘Nee, dokter, nee’, de gedachte alleen al, voor geen geld. ‘Uw zoon maakt een gezonde indruk, maar misschien reageert hij niet goed op uw voeding. U geeft toch borstvoeding? ’ ’Nee, hij krijgt de fles, ik had geen voeding genoeg’, antwoordde  ze vlotjes. Dat had ze van tevoren gelukkig wel bedacht.

Hij schreef de naam van een zure voeding voor haar op en adviseerde deze voeding eerst maar eens te gaan gebruiken. Ze knikte, gaf hem een hand, nadat ze de baby in de wagen had gelegd. Hij begon onmiddellijk te brullen. Ze wist niet hoe snel ze weg moest komen. Zijn ogen priemden zo. Het maakte haar zenuwachtig.

Thuis gekomen voelde ze zich duizelig en verward. Al die vragen waar ze zich niet op ingesteld had. Ze kreeg het er benauwd van. Had ze de juiste antwoorden gegeven? Had hij onraad geroken? Ze begon te zweten. En Sybrand huilde opnieuw hartverscheurend. Hoe hield ze dit vol?, vroeg ze zich af.

De telefoon ging ergens in de verte. Sybrand huilde heel hard. Ze deed de doppen uit haar oren en keek versuft om zich heen. Wat was er met haar? De telefoon zweeg weer, maar begon even later opnieuw te rinkelen. Toen ging de bel schel, gebiedend. Het leek of haar voeten niet meer werkten. Ze keek ernaar, maar ze bewogen niet. Ze hoorde een intens lawaai in de gang, alsof de deur werd ingetrapt.

Stemmen. Er hing een waas voor haar ogen. Wanneer had ze zich zo ook nog maar gevoeld? Wat was er gebeurd? Waar kwamen die stemmen vandaan? En die mist, die watten brij in haar hoofd, wanneer werd ze weer helder? Ze zonk weg en haar laatste gedachten waren bij haar oma en ergens heel ver weg hoorde ze haar neuriën. Een liedje over sterren, dat ze altijd zong. Het maakte haar week van binnen. En droevig.

Bron:

www.harttothart.nl


Geplaatst door Isabelle Hofstra

Isabelle Hofstra

In 1992 kreeg ik van iemand het boek : ‘Luisteren naar kinderen ‘van Thomas Gordon. Ik was direct gefascineerd door de praktische benadering die hij heeft naar communicatie en omgang met kinderen.

Balans in de relatie ontstaat door de grondtoon van deze methodiek: ik ben belangrijk, jij bent belangrijk...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Isabelle Hofstra



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Als je mijn stilte niet kunt horen, zul je mijn woorden niet verstaan.

Mike George, Brits meditatieleraar











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.