Reistijd

Reistijd

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:2427
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Hart tot hart

Gekoppelde categorieen
Bewustzijn

Het was op een donderdag dat ik in Den Helder in de trein stapte. Ik had me bijna verslapen en baalde dat ik moest rennen om op tijd te komen. Hijgend en puffend plofte ik uiteindelijk neer, propte mijn koffertje boven in het bagagerek en nam mijn laptop op schoot.

Ik had een lange reis voor de boeg, want ik zou de volgende dag een lezing geven in Sittard. Voor de nacht had ik een hotel geboekt zodat ik ’s morgens rustig aan kon doen. Ik ben planologe en doe onderzoek naar de verstoringen die ontstaan als er ergens natuurgebieden moeten wijken voor behuizing. In dit geval vroeg de universiteit van Maastricht mij dit uit te leggen aan studenten. Ik had een groot deel van mijn verhandeling al in mijn computer, maar wilde nog het één en ander veranderen en toevoegen. Ik verheugde me op de reis in de trein want het is er zo lekker rustig om te werken.

Ik was totaal verdiept in mijn lezing en het typen van extra informatie, toen er in Alkmaar een man tegenover mij plaats nam. Ik had beslist geen zin om contact te gaan maken en bleef rustig doortypen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik dat hij er sjofel uitzag: zijn colbertje was te groot, de broek die hij droeg te kort, zijn haren waren waarschijnlijk in geen eeuwigheid geknipt en last but not least had hij een A&H tas bij zich. Het bezorgde me rillingen; ik hou van stijl en dit vond ik stijlloos. Ik zorgde ervoor dat we geen oogcontact kregen door af en toe naar buiten te staren en verder te typen. Ik schatte hem rond de 60. Nou kan ik helemaal geen leeftijden schatten, dus even later dacht ik dat het misschien wel 65 jaar zou kunnen zijn. Op het moment dat de conducteur kwam en ik mijn treinkaartje overhandigde zag ik in een flits zijn ogen. Ze stonden dof, dat schoot er door me heen, alsof alle glans verdwenen was.

Het overkomt me regelmatig als ik reis dat mijn reisgenoten hun hele levensverhaal over me uitstorten en daar had ik deze keer geen zin in. Hoe asociaal ook, ik moest van mezelf naar de laptop blijven kijken of uit het raam.

Ik typte als een bezetene. Las en herlas. Ineens hoorde ik hem zeggen: ‘ U doet werk waar u helemaal in opgaat of u wil elk contact vermijden’. Zo die was raak. Ik glimlachte, maar bleef oogcontact vermijden. ‘ Mag ik een gokje wagen?’ ging hij verder: ” U gaat ergens een lezing geven en bent zich aan het voorbereiden?’ Zo dacht ik, die is niet van gisteren. Ik besloot het hem te vertellen zodat ik verder kon gaan met mijn werk. ‘Inderdaad, heel goed van u, ik geef een lezing over de verstoringen die in de natuur optreden als natuurgebieden veranderen in woongebieden’. Zo, dat was eruit. Ik had het kordaat gezegd en had hem vriendelijk aan gekeken. Klaar.

Ik ging weer verder. Door zijn opmerking was ik de draad kwijt geraakt en het kostte moeite om weer geconcentreerd te werken. Iik hoopte vooral dat deze man verder zijn mond zou houden.

‘Bent u tevreden met uw leven?’ zei hij toen. Ik schrok er van. Wat had die man? Ik wilde een krachtig ja laten horen, maar voelde ineens dat de tranen mij hoog zaten. Bah, ook dat nog. Mijn broer noemt me altijd een koele kikker en nu zat ik nota bene in de trein tegenover een wildvreemde bijna te janken!

Er ontstond een stilte. Ergens achterin de trein hoorde je een kind krijsen. Toen ik naar buiten keek viel me de torenspits op met de klok die in het zonlicht leek te schitteren. De koeien graasden in de groene weide en we flitsten een spoorwegovergang voorbij waar de bellen rinkelden.

‘U hoeft er niet op te antwoorden hoor’,  zei de man ineens.’Ik zie u zo driftig bezig, dat me die vraag ineens in het zin kwam’ .

Ik probeerde mezelf weer in bedwang te krijgen. Die vraag resoneerde bij mij; tevreden met mijn leven? Was ik dat?Ik voelde  de pijn van het geen kinderen meer zullen krijgen en het benam me bijna de adem. Ik was 39, alleen en wist instinctief dat het voorbij was. Ik zou nooit moeder worden. Er welden tranen op en hij reikte me een zakdoekje aan. Verdorie, dit was wat ik absoluut niet wilde. Ik was gelukkig, punt uit. Ik had een prachtige baan, kreeg veel erkenning en waardering, had de liefste ouders die ik me kon wensen, verdiende genoeg en kon me dus van alles veroorloven. Ieder mens had toch wel iets wat mislukt was. Toch?

‘Soms voldoet het leven niet aan alle verwachtingen’, hoorde ik hem zeggen. Hield die man nou nooit op! Ik overwoog resoluut een andere plek te kiezen, maar dat leek me te kinderachtig.

Ineens dook hij in de A&H tas en gaf mij een appel. Hij nam er zelf ook één. Nee! Wilde ik het liefst roepen, maar voor ik het wist had ik de eerste hap al gezet. Ik zag dat hij met gesloten ogen op de bank zat. Hij zag er kwetsbaar uit. Straks was dit alles de aanzet voor zijn hele levens verhaal en daar zat ik niet op te wachten. Vrouw natuurlijk verloren, mijmerde ik, de kinderen in Australië, hond overreden, terwijl dat zijn steun en toeverlaat was. Nou, jammer dan, dacht ik, ik heb er even geen zin in. Ik ging weer verwoed typen en hoopte dat hij een dutje zou doen.

Even leek het erop en ik ontspande. Toen deed hij zijn ogen open. ‘U hebt een beetje moeite met het uiten van uw emties’, constateerde hij. Ik was perplex. Ik zat in een trein met een onbekende man die zonder schaamte kernzaken aanroerde die mijn beste vriendin niet eens durfde zeggen! Ik keek hem aan met een vragende blik. Voor het eerst zag ik hem echt en zag ik het mededogen in zijn ogen. Plotseling kwam er een enorme rust over mij heen.

Ik wilde iets zeggen, maar hij onderbrak me. Heel even raakte hij mijn knie aan en zei: ‘U bent mij niets verschuldigd, dus doet u alstublieft geen moeite’. Hij knikte me bemoedigend toe.

Het was net alsof hij een la had open getrokken en nu wilde ik hem niet eerder sluiten voordat ik één voor één de papieren eruit had gehaald. ‘Ik ben bijna veertig en het moederschap is niet voor mij weggelegd’, zei ik ‘dat is pijnlijk voor mij’. Ik wilde eigenlijk de hele riedel erachteraan gooien; zo van wat ik allemaal wel had en zo en dat je nou eenmaal niet alles kan krijgen in het leven. ‘ Wat een gemis’ zei hij voor ik een woord uitsprak. Er kwam een vloedgolf aan tranen en ik kon ze niet meer stoppen. De laptop werd nat en mijn blouse vertoonde vlekken. Het was alsof de kraan was open gezet. Hij zocht in zijn colbertjasje naar papieren zakdoekjes, vond ze, en reikte het ene na het andere zakdoekje aan. Er was geen houden meer aan. Het gekke was dat hij verder niets deed. Hij verontschuldigde zich niet, riep niet iets van ’zullen we het over de mooie dingen van uw leven hebben’ of zo en hij kwam ook niet naast me zitten in een poging me te troosten. Nee, hij keek alleen maar. Toen ik wat tot bedaren kwam en hem aankeek zag ik zo’n intense blik in zijn ogen. ‘ Dat zat er al een hele tijd’ zei hij. Ik knikte.

Het was een hele tijd stil en ineens reden we het station van Utecht binnen en moest ik overstappen. Hij had niet gezegd waar hij heen moest, dus was dit het moment om beleefd afscheid te nemen. Hij hielp me de koffer uit het rek te pakken en op het perron knikte we elkaar toe. ‘Goede reis’ zei hij. ‘U ook’ zei ik.

Toen ik een plekje kon bemachtigen in de volgende trein en tegenover een tiener met koptelefoon kwam te zitten, was ik maar wat blij. Eindelijk rust. Ik dommelde zowaar in. Het meisje stapte uit en de stoel bleef vrij. Ik opende mijn ogen en klapte net mijn laptop open om verder te gaan, toen ik hem aan zag komen lopen. Ik dook wat in elkaar en hoopte dat hij me niet zou zien. Belachelijk natuurlijk, want ik zat er helemaal in het zicht. Hij stopte naast me, lachte en zei: ‘Zal ik maar een wagon verder gaan, u zit niet op mij te wachten ben ik bang. Hij wilde verder lopen toen ik mezelf hoorde zeggen: ‘U bent van harte welkom hoor’.

Daar zaten we weer. Hij met gesloten ogen en ik met een laptop op schoot. Maar het typen wilde niet lukken. De woorden wilden gewoon niet komen. Dus herlas ik voor de zoveelste keer wat er al stond. Ik zuchtte en sloot mijn ogen en dacht aan de kinderen van mijn zus. Toen kwam Twan ineens duidelijk op mijn netvlies staan. Nog een zucht. Met hem had ik graag kinderen gekregen, maar zijn leven was voorbij. We hadden nog maar net iets met elkaar toen hij omkwam bij het parachute springen. Gruwelijk. Niemand kende mij nog in de familie, daarvoor was onze relatie te vers geweest. Ik zat achterin de kerk en stond bij zijn graf en voelde me eenzaam en verlaten. Ik heb hem verbannen, het is te pijnlijk.

 Als ik mijn ogen open doe kijkt hij mij aandachtig aan. Nu was ik aan zet. ‘Mag ik u dan wat vragen?’ ‘Ja hoor, geen enkele moeite’, zei hij met een vage glimlach ‘ Is het leven u tegen gevallen?’ Ik had wel lef, maar de vraag was al gesteld. Het bleef lang stil. Hij zat naar de grond te staren. De geluiden in de trein waren pijnlijk hoorbaar; een niesbui, het ritselen van De Metro, het kuchen en een schelle stem van een meisje dat mobiel zat te bellen. ‘Krijg de klere’,  hoorde ik haar zeggen.

‘Ik heb twintig jaar in het klooster gezeten en al die jaren verdrongen dat ik homofiel ben. Dat was niet geaccepteerd in mij jonge jaren. Een neef van mij was er voor uitgekomen en dat was heel wat in die tijd. Mij vader zei tegen zijn vijf zonen: Waag het niet, want ik breek je de benen. Ik wist het al toen ik een jaar of 14 was. Ik was helemaal van de kaart als de buurjongen kwam en bij meisjes voelde ik niks. Maar ik liet het wel uit mijn hoofd om iets met een jongen te beginnen.

We zaten allebei verzonken in gedachten. Ik probeerde me een beeld voor te stellen  van hem als monnik. ‘En toen, na die twintig jaren wat gebeurde er toen?’ ‘Ik ben uitgetreden, zoals dat zo mooi heet. Op het moment dat mijn ouders dat hoorden en de werkelijke reden vernamen, ben ik uit hun levensboek geschreven. ‘Ik heb het je gezegd’, zei mijn vader’ en ik hou altijd woord’. Ik leerde Ton kennen en we zijn samen geweest tot hij vorig jaar is gestorven. Aan aids. Dus om je vraag en eigenlijk in eerste instantie de mijne te beantwoorden: nee, het leven heeft mij niet dat gegeven dat ik gehoopt had. Maar’, vervolgde hij, dat is niet helemaal eerlijk. Ik heb ook mooie momenten gekend, maar als ik de balans opmaak’. Hier wachtte hij even. Toen eindigde hij met:’ Dan zit ik toch in de min’.

Wat moest ik zeggen? Ik wist het niet, zat letterlijk met de mond vol tanden. De wereld zoefde aan ons voorbij. Wat een bizar moment.

Ik dacht na over zijn woorden en keek ondertussen naar het voorbijschietende landschap. Waar ging hij naar toe, het maakte me zo nieuwsgierig.

‘Maar nu bent u op reis’, vroeg ik dus. Hij gaf geen antwoord, maar keek door het raam naar buiten. ‘Het leven is één grote reis en wanneer kom je op je bestemming?’zei hij en keek mij vragend aan. ‘Ik ben op weg naar mijn moeder die wellicht vannacht haar laatste adem uit zal blazen. Mijn oudste broer vond dat ik het moest weten. Ze is ten slotte mijn moeder. Ik heb haar al 25 jaar niet gezien en vraag me af of ik haar zal herkennen. Zij zal mij niet herkennen, want ze ligt al enkele dagen in coma Er is moed voor nodig om te gaan, maar ik heb moeilijker momenten gekend. Dus ik ga’.

Hij pakte zijn portomonaie, maakte hem open, haalde er een pasfoto uit en overhandigde hem mij. Ik bekeek hem aandachtig. Een donker getinte man keek mij lachend aan. Ook dat nog, schoot er door mij heen. Behalve een andere geaardheid was de huidskleur ook niet bevorderlijk geweest, zeker niet in die tijd.

‘Gek hè’,  zei de man ’nu ziet mijn moeder hem eerder terug als ik’. Ik moest er even over nadenken hoe  hij dat bedoelde. ‘ U bent nog steeds gelovig?’vroeg ik hem. ‘Goeie vraag’, zei hij en keek nadenkend voor zich uit.” Ben ik nog steeds gelovig?’ zei hij hardop. Hij wreef zich over zijn kin, zakte terug tegen de rugleuning. ‘Laat ik het er maar op houden dat ik geloof in een weerzien. Anders kan ik niet meer verder. Ik hoop echt dat ik Ton terug zal zien. Hij was mijn anker en dat is nu gelicht”.

Dat was het moment dat er tranen aan zijn wimpers hingen. Hij veegde ze resoluut weg. ‘Elke dag beloof ik mezelf een nieuwe start en elke morgen denk ik ’laat maar’.

Het werd weer stil. We keken beiden uit het raam, ieder met onze eigen gedachten. ‘Wat maakt dat u toch doorgaat’,  vroeg ik toen zachtjes. Hij zuchtte diep en ik keek gespannen naar zijn zorgelijk gezicht. Toen hij mij aankeek  viel me op dat zijn ogen helder waren. ‘ Ik zie het leven als een opdracht en niet alle opdrachten zijn even leuk. Mijn beschermengel laat me elke morgen weten dat ik niet alleen ga. Dan ga ik op de rand van mijn bed zitten en zeg ik tegen mezelf: nieuwe dag, nieuwe kansen, ze zijn er ook voor jou! ‘

Eigenlijk kon ik maar één ding denken: als ik morgenvroeg wakker word in het hotel dan denk ik vast dat dit niet is gebeurd. Schijnbaar had hij die gedachte ook.’Vreemd,  we kennen elkaar niet en deelden zojuist dat wat ons ten diepste bezighoudt. Tenminste, voor mij geld dat in ieder geval wel ’. Ik knikte.

Toen ik even later op mijn horloge keek zag ik dat we er bijna waren. Jammer. Hij zag het ook. ‘ Ik wens u sterkte en hoop dat u waardig afscheid kunt nemen van uw moeder’, zei ik. ‘Ik wens u ook sterkte’,  zei hij. Ik trok mijn wenkbrauwen vragend omhoog. ‘ Ook u bent aan het afscheid nemen’,  zei hij toen. ‘Eigenlijk is ons gezamenlijk thema het begrip moeder’. Ik keek hem verwondert aan en knikte toen resoluut dat hij gelijk had.

We reden het station van Sittard binnen. Hij hielp me weer met mijn koffer. Er stond een behoorlijk harde wind. Ik deed mijn sjaal stevig om mijn hals. Op het perron gaf hij mij een hand. We glimlachten naar elkaar. Het was een bijzonder moment. ‘Dag’, zei hij. ‘Dag’ zei ik.

We liepen elk een kant op, de wereld in, ons leven in.

Bron:

www.harttothart.nl


Geplaatst door Isabelle Hofstra

Isabelle Hofstra

In 1992 kreeg ik van iemand het boek : ‘Luisteren naar kinderen ‘van Thomas Gordon. Ik was direct gefascineerd door de praktische benadering die hij heeft naar communicatie en omgang met kinderen.

Balans in de relatie ontstaat door de grondtoon van deze methodiek: ik ben belangrijk, jij bent belangrijk...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Isabelle Hofstra



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

"Most of our obstacles would melt away if, instead of cowering before them, we should make up our minds to walk boldly through them."

Orison Swett Marden











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.