Ouder worden: de zilveren eeuw

Old woman

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:8697
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Kristijn

Gekoppelde categorieen
Bewustzijn, Gnosis, Geografisch, Inspiratie

(Tijn Touber) Wij gaan niet met pensioen! De generatie van ‘nieuwe zestigers’ kruipt niet weg achter de geraniums, maar heeft genoeg energie en idealen om de wereld te dienen. 

Op een recente omslag van het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone staat een intrigerende zin: England’s Newest Hitmakers. Wie dat zijn, is meteen duidelijk. Vier zestigers stralen je tegemoet: de Rolling Stones. De band die al ruim veertig jaar albums opneemt en rondtoert, heeft onlangs – volgens velen – zijn beste nieuwe cd sinds twintig jaar uitgebracht. Mooie ironie van Rolling Stone natuurlijk, dat in hetzelfde nummer ook aandacht vraagt voor de zestigers Neil Young en Paul McCartney (Best album in years). En dat terwijl Rolling Stone met zes van de tien lezers tussen de 18 en 34 jaar bepaald geen muziekblad voor bejaarden is. 

Achter deze cover schuilt een actueel maatschappelijk vraagstuk: de pensioenleeftijd. Economen en politici zien meestal vooral het probleem. Vergrijzing, verzuchten zij – en het woord alleen al mist elke sprankel. Steeds meer mensen worden steeds ouder en wie moet al die pensioenen straks betalen? Ja, dat is een probleem, maar misschien schuilt daarachter wel een prachtige kans... 

We staan aan de vooravond van een uniek gegeven: de meest gedreven en idealistische generatie van de afgelopen eeuw staat op het punt om 65 jaar te worden. Deze babyboomers – geboren tussen 1946 en 1964 – zijn gezonder en energieker dan ooit en het goede nieuws is dat zij niet van plan zijn lijdzaam achter de geraniums te gaan zitten. Ruim driekwart van de boomers zegt na hun vijfenzestigste maatschappelijk actief te willen blijven en verheugt zich op een nieuwe, productieve levensfase waarin idealisme en dienstbaarheid centraal staan. De gevreesde vergrijzing zou wel eens een inspirerende verzilvering kunnen blijken.

Dat is geen loze kreet. Even de herinnering opfrissen: het waren de babyboomers die, als tieners en jonge twintigers, de jaren zestig van de twintigste eeuw tot een apart hoofdstuk van de moderne geschiedenis maakten. Zíj waren het die love and peace predikten, die demonstreerden tegen de kernwapens, die baas in eigen buik waren, die opriepen tot een menselijker kapitalisme, die biologische groenten gingen verbouwen en vegetarisch gingen eten. Zíj maakten een einde aan de oorlog in Vietnam, bestreden de corruptie (Watergate) en de kleinburgerlijkheid (Woodstock). Ze stonden op de bres voor het feminisme (Dolle Mina) en tegen het racisme (Black Panthers). Zij brachten een nieuw soort leiders voort (John Kennedy en Vaclav Havel), rekenden af met het cynisme en brachten hoop op een betere toekomst.

Dat lijkt allemaal lang geleden, maar let op: over vijf jaar blazen de eerste babyboomers 65 jaar. Hun kinderen zijn allang de deur uit, de hypotheek is (grotendeels) afbetaald: zij hebben de tijd, de gezondheid, de middelen én de energie om zich te wijden aan de idealen waarvoor zij veertig jaar geleden op de barricade klommen. Meer dan de helft van de boomers zegt tijd te willen vrijmaken om de gemeenschap te dienen. Verreweg de meerderheid wil lesgeven – twee keer zoveel zelfs als het typische post-pensioen-beroep van consultant. In de top-tien van ‘te doen’ staan verder: verpleging, gezondheidswerk en het werken met en zorgen voor kinderen.

Wanneer de boomers de idealen van weleer weer bovenaan hun agenda’s zetten, betekent dat niets minder dan een maatschappelijke aardverschuiving. Het gaat hier tenslotte over heel veel mensen: de grootste generatie uit de wereldgeschiedenis. De babyboomgeneratie is twee keer groter dan de eraan voorafgaande generatie en anderhalf keer groter dan de hen opvolgende generatie. 

Daarbij komt dat de babyboomers over het algemeen over de financiële middelen beschikken om hun idealen in de praktijk te brengen. In de Verenigde Staten beheren mensen boven de 50 jaar bijna tachtig procent van de totale rijkdom. Zij zijn de grootste afnemers van dure auto’s, vakanties, technologische snufjes, farmaceutische en schoonheidsproducten, aandelen en levensverzekeringen. 

Maar ze zijn niet alleen consumenten, ook denkers en initiatiefnemers: de nieuwe zestigers vormen de best opgeleide generatie uit de wereldgeschiedenis. Zij bezitten vier keer meer middelbareschooldiploma’s en universitaire titels dan de voorafgaande generatie. Die samenloop van omstandigheden voorspelt dat de jaren tien van de eenentwintigste eeuw – een eeuw na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog – wel eens een historische ommekeer kunnen betekenen en dat de dromen van de jaren zestig misschien wel eens de werkelijkheden van tien, twintig jaar van nu zullen zijn. 
 
Met al hun vitaliteit zitten veel babyboomers niet te wachten op een verplicht pensioen. Zij hebben het schrikbeeld van de pensionering van hun ouders nog vers op het netvlies en zijn vast van plan het anders te doen. Ze hebben geen zin om een ‘probleemouder’ te worden: ‘te oud om te werken, te jong om te sterven’. Voor hun ouders kwam het verplichte pensioen in veel gevallen als een te vroege en wrede ontkoppeling van het dagelijkse wel en wee van de maatschappij. Meer vrije tijd was natuurlijk welkom, maar de winst van die nieuwe vrijheid ging niet zelden gepaard met het verlies van betrokkenheid en zingeving. Het gevoel dat je leven er toe doet, dat je wordt gewaardeerd en bijdraagt aan de gemeenschap, blijkt cruciaal om gezond en gelukkig oud te worden. 

Daarover kan Charlie Watts, de 64-jarige drummer van de Rolling Stones, over meepraten. Hij moest kanker overwinnen om mee te gaan op de nieuwe wereldtour van zijn band en onderging een intensieve behandeling die zijn spierkracht ernstig aantastte. Watts: ‘Toen we in Toronto aan onze tour begonnen, was ik pas voor vijftig procent fit. Gezien mijn werk was dat een probleem. Een gitarist kan nog wel eens een paar maten overslaan. Een drummer moet er altijd zijn. Als je eenmaal hebt ingezet, kun je niet meer stoppen.’ Bedachtzaam voegt hij eraan toe: ‘Maar het is verbluffend hoe snel het lichaam heelt.’ Het zal de genezing van Watts zeker hebben geholpen dat drie makkers en stadions vol mensen op hem zaten te wachten. Er was in elk geval geen onduidelijkheid over de zin van zijn bijdrage, de zin van zijn bestaan.

De ervaring van Watts staat in schril contrast met het toekomstbeeld dat veel banken en verzekeraars hun klanten voorspiegelen. Hun refrein luidt: investeer nu in uw pensioen, zodat u zich straks lekker kunt terugtrekken om permanent met vakantie te gaan, het liefst aan de Franse Rivièra of in een ontspanningsoord in Florida. Billboards langs snelwegen tonen afbeeldingen van zielsgelukkige ouderen die op groene weiden een partijtje golf spelen. Dat lijkt een mooie droom als je – op weg naar een drukke baan – in de file staat, maar het blijkt steeds meer een illusie: een leven op de golfbaan blijkt voor velen een nachtmerrie van vrijblijvendheid en gebrek aan zingeving. 

Hoeveel golf kun je spelen?

Misschien is het goed om weer eens met frisse ogen naar het pensioenexperiment te kijken. Niet alleen omdat de bodem van de pensioenkassen in zicht komt en bejaardenhuizen – ook al zo’n ‘verworvenheid’ van het vroegtijdig uitrangeren van ouderen – overvol raken, maar ook omdat het misschien niet zo’n goed idee is om ouderen voor onbepaalde tijd met vakantie te sturen. 
 Onze voorouders dachten daar in elk geval heel anders over. Vóór de industriële revolutie – en zelfs zover terug als in het oeroude Mesopotamië en Babylonië – was er geen sprake van dat ouderen werden afgeschreven en maatschappelijk op een zijspoor werden gezet. Toen Alexander de Grote driehonderd jaar voor Christus Azië veroverde, bestond zijn meest gevreesde legioen uit drieduizend grijze, wijze mannen – het ‘Zilveren Schild’ – die door hun levenservaring in staat waren iedere vijand te verslaan.

Ook in het oude Rome bekleedden juist de ouderen de belangrijkste maatschappelijke posities. Het woord ‘senaat’ stamt af van het Latijnse woord ‘senex’ dat ‘oud’ betekent en terugkomt in het woord ‘senior’. Ook bij de meeste natuurvolkeren stijgen aanzien en status met het verstrijken der jaren. Het is voor ons nauwelijks voor te stellen, maar tot ver in de negentiende eeuw was het cool om er oud uit te zien. Mannen deden hun best om ouder te lijken door wit gepoederde pruiken te dragen. Kleding accentueerde een ouderpostuur: smalle, ronde schouders, brede heupen en jassen met een rugsnit die een kromme rug suggereerde. Voor onze voorouders waren grijze haren geen ‘probleem’. Integendeel, ouderen werden niet uitgerangeerd, maar bleven een actieve en gewaardeerde rol spelen, ook als zij economisch niet meer productief waren.

Het verschijnsel ‘met pensioen gaan’ is nog maar nauwelijks een eeuw oud. Het was de Pruisische kanselier Bismarck die in 1889 de eerste (staats)pensioenen aan mensen van boven de 65 jaar uitkeerde. In zijn tijd was dat nauwelijks een probleem: na een leven vol noeste arbeid waren mensen op die leeftijd opgebrand en al bijna gereed voor de lijkschouwing, waardoor een basisinkomen voor deze 65-plussersfinancieel gemakkelijk was op te brengen. Bismarcks ‘sociale initiatief’ werd vooral ook ingegeven door het feit dat de toenmalige grijsaards de groei van de productiviteit in de fabrieken belemmerden. 

Het idee dat de samenleving zorg draagt voor haar ouderen is vanzelfsprekend sociaal en noodzakelijk. Een ander verhaal wordt het, wanneer de samenleving het individu verplicht met pensioen te gaan, zoals nu in veel landen het geval is. Zowel in Europa als in de Verenigde Staten is er – vanaf het moment dat het verplichte pensioen werd ingevoerd – verzet tegen geweest. Menig werknemer ervoer het als een vernedering om te worden afgeschreven. 
 Verzekeraars hadden dan ook de grootste moeite om hun polissen te slijten. Het was zelfs zo moeilijk, dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd besloten tot een geheel nieuwe marketingstrategie. Voortaan zou ouderen niet meer worden voorgehouden dat ze na hun vijfenzestigste geen recht meer hadden om te werken, maar dat ze het recht hadden om níet te werken. Ze hadden recht op ‘gouden jaren van bevrijding’, op een dik verdiende vakantie, tot de dood erop volgt. 

Die strategie sloeg aan. Binnen enkele jaren was het verkopen van polissen kinderspel geworden. In 1950 werkten de helft van de mannen na hun vijfenzestigste nog door. In 2000 was dat minder dan achttien procent. Niet alleen verzekeringsmaatschappijen spinden er garen bij, ook de reis-, horeca- en woningmarkt ontdekte de ouderen die tijd en geld hadden uit te geven. In Europa en de Verenigde Staten schoten luxe ontspanningsparadijzen als paddestoelen uit de grond. De boodschap was steeds dezelfde: u hoeft zich nergens druk om te maken, wij vermaken u. U hoeft niets meer te doen, behalve te golven dan. 

Al snel werd dit ideaal van een onbezorgd pensioen weer vervangen door een nieuw ideaal: het vervroegd pensioen.

Het lijkt erop dat de generatie van de babyboomers de eerste moderne generatie wordt die deze pensioenspiraal van vrijblijvendheid zal doorbreken. De nieuwe zestigers staan klaar om hun ‘oude dag’ op een productieve wijze door te brengen. Mét, in de meeste gevallen, de financiële zekerheid van een goed pensioen. Maar ook mét de wil om – niet langer gehinderd door de strijd om de zekerheid van het dagelijkse bestaan – een relevante bijdrage te leveren aan de uitdagingen waarvoor de planeet staat. 

De invloed van deze zilveren generatie is groot. Over dertig jaar is een kwart van de Amerikaanse bevolking ouder dan 65 jaar. Voor het eerst in de geschiedenis van dat land zullen er meer mensen boven de 65 zijn dan onder de 18. Ook binnen de Europese Unie neemt de hoeveelheid arbeiders tussen de 50 en 64 jaar de komende twee decennia met 25 procent toe, terwijl de hoeveelheid arbeiders tussen de 20 en 29 jaar met twintig procent afneemt. In Japan is twintig procent van de bevolking nu al boven de 65: het hoogste percentage ter wereld.

Die demografische feiten maken het onvermijdelijk dat de pensioenleeftijd ter discussie komt. De Europese Unie heeft haar lidstaten onlangs opgeroepen een wet aan te nemen die leeftijdsdiscriminatie verbiedt; in de Verenigde Staten is dat al sinds 1967 verboden. Japan loopt nog achter en verhoogde de verplichte pensioengerechtigde leeftijd pas recentelijk van 60 naar 65 jaar. Alleen Australië en de Verenigde Staten hebben de verplichting om met pensioen te gaan al geheel afgeschaft. Dat is een onvermijdelijke ontwikkeling: Bismarck zou vandaag de pensioenleeftijd nooit op 65 hebben vastgesteld.

De eerste veranderingen in het omgaan met de nieuwe zilveren generatie laten zich intussen al zien. Veel bedrijven beginnen het voordeel te zien van het behouden van oudere werknemers en zelfs het aantrekken van eerder afgeschreven boomers – in de volksmond heet dat: ‘van boomer tot boemerang’. Ouderen hebben in verschillende opzichten meer te bieden dan jongeren. Nog los van hun ervaring en levenswijsheid, blijken werknemers boven de 40 jaar over het algemeen gemotiveerder, betrouwbaarder en zelfs productiever – mits het geen zwaar fysiek werk betreft. Ze melden zich ook minder vaak ziek.

Eén van de bedrijven waar het belang van de oudere werknemer is doorgedrongen, is Volkswagen. De autofabrikant heeft een 50 Plus-programma dat erop is gericht oudere werknemers in dienst te houden. Directeur Bodo Marshall van Volkswagen legt uit waarom zijn firma zijn beleid om mensen met vervroegd pensioen te sturen, heeft afgeschaft: ‘Oudere werknemers zijn onmisbaar om het bedrijf competitief en winstgevend te houden.’ Het programma dat Volkswagen aanbiedt, behelst onder meer het aanpassen van de werkplek naar de noden van ouderen, een actiever gezondheidsprogramma en levenslange bijscholing voor álle werknemers. In het bedrijfsleven krijgen oudere werknemers doorgaans juist minder bedrijfstrainingen dan jongeren.

De meeste oudere werknemers zullen het langer doorgaan met werken beschouwen als een welkome ontwikkeling. Het begrip ‘pensioenbreuk’ krijgt een nieuwe betekenis: de kans om betrokken te blijven bij de ontwikkeling van de samenleving. En dat is een essentieel element van een vervullende latere levensfase. In Japan wordt de gepensioneerde echtgenoot sodaigomi genoemd: grof vuil. Japanse vrouwen hebben zoveel last van hun thuiszittende zich vervelende mannen die hen commanderen, dat ze allerlei psychologische klachten ontwikkelen. De arts Nobuo Kurokawa bedacht er zelfs een term voor: het Retired Husband Syndrom. Hij heeft twee belangrijke aanbevelingen voor zijn patiënten: ga in therapie en breng zo min mogelijk tijd met je man door.

Maar de belofte van de nieuwe zestigers behelst meer dan het voortzetten van hetzelfde werk dat ze al decennia hebben gedaan. De echte hoop schuilt in diegenen die – gebruikmakend van hun verworven welvaart – de mogelijkheid zullen grijpen om hun idealen te verwezenlijken. Ze hebben de tijd en de energie om hun talenten in te zetten voor het goede werk van non-profitorganisaties. Met hun aanzien en status kunnen ze verder bouwen aan de duurzame brug tussen natuur en bedrijfsleven. Ze kunnen zich ook inzetten om de kloof tussen rijk en arm te overbruggen door ondernemers in arme landen met raad en daad terzijde te staan. Of ze kunnen bijdragen aan de uitdaging van de integratie van verschillende culturen waarvoor steeds meer landen in het Westen staan.

Er is geen gebrek aan belangrijk en betekenisvol werk. Maar veel vooruitgang stokt door gebrek aan geld en tijd. We staan aan de vooravond van de doorbraak van een generatie die beide elementen ruim beschikbaar heeft. Dat is én voor de babyboomers én voor de toekomst van de samenleving een niet te missen kans. Als de nieuwe zestigers erin slagen het adagium ‘vrij van werk’ te vervangen door ‘vrij om te werken’, zal dat de wereld veel moois opleveren. De dufheid van ‘vergrijzing’ slaat om in de glans van ‘verzilvering’. Welkom in de Zilveren Eeuw.

Bron: www.kristijn.com


Geplaatst door Redactie Earth Matters




Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Peace is not won by those who fiercely guard their differences, but by those who with open minds and hearts seek out connections.

-- Katherine Paterson











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.