Bailout van burgers en niet van banken

Mensen

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:14033
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Ad Broere

Gekoppelde categorieen
Europa, Economie, Politiek, Inspiratie, Blijvend actueel

(Ad Broere) In 2008 kwam IJsland in het nieuws door de kredietcrisis, die in dat jaar losbarstte. Voor Nederlanders is IJsland verbonden met Icesave, de spaarafdeling van Landsbanki. Icesave trok met hoge spaartarieven veel spaargeld naar zich toe uit Nederland en de UK. Toen Landsbanki en de andere twee IJslandse banken Kauphting en Glitnir in de problemen kwamen, werd terugbetaling van de spaartegoeden onmogelijk, dit tot grote verontwaardiging van een half miljoen Nederlanders en Engelsen. Uiteindelijk kregen de spaarders met saldi beneden 100.000 euro hun geld terug via de Nederlandse en Engelse overheid. De IJslanders verzetten zich tegen terugbetaling van het voorgeschoten bedrag van meer dan 5 miljard euro, dat door UK en Nederland als een lening aan IJsland werd beschouwd. Begin 2013 deed het EFTA Surveillance Agency uitspraak over de terugbetalingsplicht van IJsland. Op grond van een EU richtlijn kan IJsland niet verplicht worden gesteld om de lening aan UK en Nederland terug te betalen. Deze uitspraak is onherroepelijk en IJsland is dus "off the hook”. Maar hoe is het in dat land gegaan na 2008? Hoe hebben de IJslanders hun problemen aangepakt? En wat zouden de EU en in het bijzonder de geplaagde eurozone landen hiervan kunnen leren? Door de gang van zaken in IJsland te contrasteren met die op Cyprus wordt in dit artikel naar een antwoord op deze vraag gezocht.

IJsland en Cyprus

IJsland ligt in de noordelijke Atlantische Oceaan, heeft een oppervlakte van 103.000 km2 en is daarmee drie keer zo groot als Nederland. Op IJsland wonen ongeveer 300.000 mensen, waarvan twee derde in en rondom de hoofdstad Reykjavik.  In 2012 produceerden de IJslanders aan goederen en diensten een waarde van 10,5 miljard euro. IJsland is geen lid van de EU en evenmin van de eurozone.

Cyprus ligt in de oostelijke Middellandse Zee en heeft een oppervlakte van 9.000 km2. Op Cyprus wonen ongeveer 1,1 miljoen mensen, waarvan 800.000 op het Grieks Cypriotische gedeelte. In 2012 produceerden de Cyprioten een waarde van 18 miljard euro aan goederen en diensten.

De belangrijkste sectoren op IJsland zijn handel: 29,3 % van het totale Bruto Binnenlandse Product  - de totale waarde van alle goederen en diensten- (BBP), transport 15,3%, industrie 19,2% en visserij 12,5%. Op Cyprus is handel en toerisme de grootste sector met een bijdrage aan het BBP van 21,4%, gevolgd door vastgoed 20,6% en industrie 20%. De bijdrage  aan het BBP van de financiële sector op Cyprus was in 2011 niet meer dan  8,6%. Dus voor de Cypriotische economie waren de banken al voor de EU  ingreep niet van het grote belang dat men zou vermoeden als naar de omvang ervan wordt gekeken ten opzichte van het BBP.

Boekpresentatie In Basel 2

IJsland en de kredietcrisis

In 2008 hadden de drie grootste banken op IJsland problemen met de herfinanciering van hun korte schulden. Daarin waren de IJslanders niet uniek. Veel banken over de hele wereld kampten op dat moment met hetzelfde probleem. Het was vooral het gevolg van een groot gebrek aan onderling vertrouwen, waardoor banken elkaar niet langer wilden helpen met kortdurende leningen en er daardoor een essentiële financieringsbron wegviel. Overheden en dus belastingbetalers moesten diep in de buidel tasten om ‘hun’ banken overeind te houden. Ook op IJsland klopten de Glitnir Bank, de Landsbanki (Icesave) en de Kauphting Bank aan bij de IJslandse centrale bank voor hulp-in-nood.  Deze drie banken waren echter veel te groot om door de IJslandse overheid geholpen te kunnen worden. Gezamenlijk hadden ze alleen al een schuld aan niet-IJslanders van 50 miljard euro. Men koos daarom voor de in feite enige reële optie en dat was surseance van betaling, of met andere woorden de schulden van de banken werden bevroren en ze werden onder bewindvoering geplaatst, om vervolgens te bekijken welk deel van de schulden nog wel zouden kunnen worden voldaan.  De surseance van de drie grote IJslandse banken had diepgaande gevolgen voor de IJslandse economie. De IJslandse kroon ging onderuit evenals de effectenbeurs, die meer dan 90% van zijn waarde verloor. Het BBP van IJsland zakte met 5,5% in de eerste zes  maanden van 2010 en de druk van de half miljoen buitenlandse spaarders op IJsland – meer dan de totale bevolking-  was enorm.  Doordat de waarde van de IJslandse kroon zo sterk was gedaald ten opzichte van de euro, woog de schuld bovendien nog zwaarder voor de IJslanders.  Het door buitenlandse spaarders aan de banken – vooral aan Landsbanki- toevertrouwde geld werd voor een belangrijk deel weer buiten IJsland uitgeleend.  Logisch dat de IJslanders zich verzetten tegen de claims van buitenlanders, vooral Engelsen en Nederlanders om met belastinggeld de schulden van de banken terug te moeten betalen. Ze kwamen niet verder dan een garantie van iets meer dan 20.000 euro per getroffen buitenlandse spaarder.  Dit had al een schuld van 17.000 euro per IJslander tot gevolg.  De uitspraak van de EFTA Surveillance Agency van begin 2013, waarin de IJslandse overheid niet werd gehouden om aan verplichtingen te voldoen die de draagkracht te boven gaan, werd daarom op IJsland met gejuich begroet.

Eurotop Rtr

Banken en economie op IJsland

De enorme bedragen die de drie IJslandse banken uit het buitenland hebben aangetrokken werden gedeeltelijk weer door de drie banken uitgeleend aan buitenlandse bedrijven, maar ook in belangrijke mate naar de IJslandse economie gesluisd. De kredietverlening aan bedrijven groeide in de 10 jaar van 1997 tot 2007 van 150 miljard IJslandse kronen naar 2,3 biljoen en de kredietverlening aan huishoudens (hypotheken) ging in dezelfde 10 jaar van 78 miljard naar 838 miljard IJslandse kronen. Op basis van een waarde van de IJslandse kroon van 150 per euro was de schuld van bedrijven en burgers dus meer dan 21 miljard euro, dus dubbel zo veel als het BBP van IJsland. IJsland leefde evenals de VS en de EU boven zijn stand. Kristjan Kristjansson een 49-jarige inwoner van Reykjavik zegt hierover: "Veel IJslanders geloofden niet in de economische ‘boom’, daarom hadden we niet zoveel moeite met het aanvaarden van de nuchtere realiteit.”

De crisis leidde tot een enorm schuldprobleem, zowel bij bedrijven als bij huishoudens, doordat de IJslandse Kroon in waarde kelderde, prijzen van geïmporteerde goederen en grondstoffen de pan uit stegen en de economie vrijwel kwam stil te liggen.  De IJslandse economie zou volledig zijn ingestort als de overheid niet zo doortastend was opgetreden. Door een bail-out van burgers en bedrijven werden de schulden teruggebracht tot nog steeds omvangrijke, maar aanvaardbare proporties. Met leningen van de Scandinavische landen en van het IMF ter grootte van totaal 5,1 miljard euro  financierde de IJslandse overheid  de kwijtschelding van hypotheken met een omvang van meer dan 110% van de op dat moment geldende waarde van de woning, een gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden van MKB bedrijven, die voldoende levensvatbaar waren en directe financiële ondersteuning voor de IJslanders met de laagste inkomens. Verder was na het wegvallen van de Glitnir, Landbanki en Kauphting een herstructurering van het binnenlandse bankensysteem noodzakelijk, waardoor een gedeelte van het beschikbare geld aan dat doel werd besteed.

De bail-out van burgers en bedrijven in plaats van die van banken bleek een positieve bijdrage te leveren aan de IJslandse economie. Wellicht vooral vanwege het psychologische effect van een overheid die de belangen van zijn burgers laat prevaleren boven dat van de banken. Want in 2012 had 60% van de IJslanders nog moeite met het aan elkaar knopen van de eindjes. Desalniettemin leverden de IJslanders een prestatie van formaat. In zowel 2011 als in 2012 groeide het BBP – met 2,6% en met 1,6%. De werkloosheid nam na 2010 significant af evenals de inflatie. Als daarbij de kleine omvang van de beroepsbevolking van IJsland van slechts 220.000 mensen in aanmerking wordt genomen plus de reductie van de financiële sector, dan is een groot compliment aan de IJslanders op zijn plaats. Bovendien verdient de IJslandse aanpak –bail-out van burgers en bedrijven- op grond van deze prestatie het om tenminste serieus bekeken te worden.

De IJslanders verschillen ook van de Europese landen en de VS in hun aanpak van het onderzoek naar de verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de crisis. Zowel politici als managers in de financiële sector werden hierbij niet ontzien.  IJsland is tot dusver het enige land dat een bank CEO, bankmanagers en zelfs de ex-premier in staat van beschuldiging heeft gesteld en ook heeft veroordeeld als verantwoordelijken voor de crisis waarin het land werd gesleurd.

Banken en Cyprus

Cyprus werd in 2004 lid van de EU en trad in 2008 toe tot de eurozone. In 2008 was er sprake van een begrotingsoverschot, dat een jaar later alweer was omgeslagen in een tekort. De staatsschuld van Cyprus was in 2008 slechts 49% van het BBP. Cyprus heeft (had) evenals IJsland banken die de omvang van de economie te boven gingen. De twee ‘grote’ banken de Laiki Bank en de Bank of Cyprus hadden in 2010 beiden een balanstotaal van 42 miljard euro, wat voor een economie met een omvang van 19 miljard euro veel is, maar in vergelijking met bijvoorbeeld de ING, dat een balanstotaal heeft van 900 miljard, relatief klein. Bovendien hebben beide banken vestigingen in onder andere Rusland, U.K. en Griekenland, waardoor een belangrijk deel van de bankactiviteiten zich buiten Cyprus afspelen.

Lagarde

Eind 2010 had de Laiki Bank een eigen vermogen van 3,6 miljard euro, 8,5% van het totale vermogen wat voor een bank zeer redelijk is. De Bank of Cyprus had eind 2010 een vermogen van 2,6 miljard euro, of 6,4% van het balanstotaal. Uit beide jaarrekeningen bleken in dat jaar geen grote problemen. Ook de resultaten van beide banken gaven geen aanleiding tot grote zorgen. In 2010 de Laiki Bank nog een winst van 89 miljoen euro na belasting en voorzieningen en de Bank of Cyprus 302 miljoen euro.  In 2011 sloeg de situatie totaal om. De Laiki Bank boekte een verlies na belasting en voorzieningen dat gelijk stond aan het eigen vermogen, dus van 3,6 miljard. Dit verlies werd veroorzaakt door afboekingen op (Griekse) staatsobligaties van 2,5 miljard euro, voorzieningen op oninbare kredieten van 1,1 miljard euro en op goodwill van 800 miljoen euro. Dit enorme bedrag werd enigszins gematigd door een winst voorzieningen en een teruggave van belastingen. Maar al met al was de Laiki Bank eind 2011 blut. De Bank of Cyprus moest in 2011 eveneens een groot verlies incasseren van 1,3 miljard euro, vooral door een afschrijving van 1,7 miljard euro op Griekse staatsobligaties en 425 miljoen op bedrijfskredieten. De Laiki Bank viel om en verkeert nu in liquidatie. De Bank of Cyprus zet de bankactiviteiten op een kleinere schaal voort. De conclusie dat Cyprus in een onevenredige mate en daardoor onredelijk veel heeft moeten bijdragen aan de door de EU van banken geëiste bijdrage aan de financiële regeling rond Griekenland is in elk geval gerechtvaardigd.    De EU verstrekt 10 miljard euro uit de ESM pot aan Cyprus om het land economisch er weer bovenop te helpen. Tenminste, dat is de officiële lezing over deze hulp, want zolang het niet echt ten goede komt aan de bedrijven en burgers van Cyprus is de lening waarschijnlijk niet meer dan de bekende U-bocht terug naar de zakken van de beleggers. 

Door een klein land 4,2 miljard te laten bijdragen aan de ‘oplossing’ van de Griekse financiële druk wordt het probleem naar Cyprus verschoven. Het lijkt er veel op dat het ‘Problem creation-reaction-solution’ principe waar Naomi Klein over spreekt ook hier weer wordt toegepast. Bovendien is het de vraag of de confiscatie van ruim 5 miljard aan spaargelden en obligatieleningen wel nodig zou zijn geweest als de Cypriotische banken niet zo rigide zouden zijn aangepakt. Want de Laiki Bank heeft in 2011 vergaande voorzieningen getroffen, waardoor het vermogen op nul kwam en de Bank of Cyprus was alweer op de weg terug door een positief resultaat in 2012. Het lijkt er veel op dat de EU in samenwerking met de ECB en het IMF de shockdoctrine heeft toegepast. Het is zeer de vraag of de koude onteigening van 5 miljard van de crediteuren van de banken echt nodig zou zijn geweest. Het lastige feit doet zich echter voor dat dit onbewijsbaar is geworden,  omdat niet alleen de banken zijn geblokkeerd, maar ook de Cypriotische economie een enorme opdonder heeft gehad en dat daardoor ook de financiële  positie van de  Laiki en de Bank of Cyprus nog verder is uitgehold.

Banken zijn niet de motor van de echte economie

De gang van zaken rond de twee Cypriotische banken geeft te denken. Banken zijn reuzen met lemen voeten, ik schreef hierover al in mijn eerste boek Een Menselijke Economie. Hiermee bedoel ik, dat banken een relatief zeer laag eigen vermogen hebben en daardoor niet in staat zijn om zelfstandig grote(re) klappen op te kunnen vangen. De Laiki Bank bewijst hoe snel dit kan gaan. In een jaar tijd was deze bank van –op het oog- vitaal veranderd in kreupel. Als alle Europese banken op dezelfde wijze zouden worden geherwaardeerd als dat bij de Laiki het geval is geweest, dan zou dat wel eens een enorme dreun tot gevolg kunnen hebben. Daarom zijn de uitspraken van topeconoom Willem Buiter in het FD interview van zaterdag 30 maart 2013 zo veelbetekenend. Buiter zegt dat de meeste Europese banken zombiebanken (levend dode banken) zijn.  Er is nauwelijks nog sprake van nieuwe kredietverlening aan bedrijfsleven en huishoudens. Waarom zijn er zoveel zombiebanken? Omdat ze op de balans en buiten de balans veel meer potentiële verliezen hebben dan op dit moment nog uit hun jaarrekeningen blijkt. Deze rommel kan alleen worden opgeruimd door de methode die op Cyprus werd toegepast en die door Buiter een laboratoriumexperiment wordt genoemd en door de BIS Bank wordt betiteld als ‘resolutieschema’s’, ook toe te passen op de vele Europese zombiebanken. Dus schoonmaak van de bankbalansen door (gedeeltelijke) onteigening van het geld van de aandeelhouders, de obligatiehouders en de spaarders. Daarnaast moeten de banken ook nog worden gerevitaliseerd en daarvoor is volgens Buiter tot 3.000 miljard euro nodig. Want dan kunnen banken weer de financieringsmotor worden voor de echte economie, zegt hij. Waar komt die 3.000 miljard vandaan? Van het Europees Stabiliteit Mechanisme (ESM). Wie zijn de donateurs van het ESM? De zeventien eurolanden, die gezamenlijk 700 miljard euro in de pot storten. De herleving van banken moet dus met belastinggeld worden gefinancierd. Om na enige tijd weer in een impasse te komen, want banken hebben bewezen niet de geschikte financieringsmotor te zijn voor de echte economie. Nee, laten we kijken naar het voorbeeld dat IJsland ons heeft gegeven en die 3.000 miljard gebruiken om een bail-out van burgers en bedrijven in de eurozone te financieren. Om vervolgens banken in hun huidige vorm af te schaffen.  Banken zijn er nooit geweest om maatschappelijke belangen te dienen en passen daarom geenszins in de ontwikkeling van een menselijke economie.

© Ad Broere, 9 april 2013

Dit artikel mag niet geheel of gedeeltelijk worden overgenomen zonder voorafgaande toestemming van de auteur.

Bronnen:

  • 2008-2011 Icelandic Financial Crisis, Wikipedia
  • 2012-2013 Cypriot Financial Crisis, Wikipedia
  • Fighting recession the Icelandic way, Bloomberg, 26-9-2012
  • Icelands debt relief, lessons for Eurozone, The Guardian, 23-8-2012
  • A bruised Iceland heals amid Europe’s malaise, New York Times, 7 juli 2012
  • Eurozone crisis, sad Cyprus, The Economist, 24-3-2013
  • Jaarrekeningen Laiki Bank 2010 en 2011
  • Jaarrekeningen Bank of Cyprus 2010 en 2011, interim verslag drie kwartalen 2012
  • Statistics Iceland
  • Statistical Service Cyprus

Geplaatst door Ad Broere

Ad Broere

Auteur, spreker, adviseur, vernieuwer en inspirator.

Ik ben van mening dat het financiële systeem in zijn huidige vorm een groot gevaar vormt voor zowel het materiële als het geestelijke welzijn van de mens.  Praktijken, zoals nanotrading, ongelimiteerde speculatie met derivaten en grootschalig gokken op grondstoffen vergiftigen de economie en veroorzaken een steeds grotere instabiliteit, die uiteindelijk gaat leiden tot ineenstorting van het financiële systeem...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Ad Broere



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Het belangrijkste gedeelte van leren wat je in het leven moet doen, is afleren wat niet waar is.

Antisthenes, Grieks filosoof











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.