Wanbeleid oorzaak van pensioenproblemen

Pensioen stelen

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:10510
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Ad Broere

Gekoppelde categorieen
Economie, Earth Company, Verkiezingen

(Ad Broere) De pensioenen staan op de tocht. Berichten in de media over dit onderwerp worden steeds alarmerender. Een paar maanden geleden ging het nog over een beperkte korting in 2013. Nu is er alweer een tweede verlaging in zicht. Voor de meeste mensen is dit onbegrijpelijk. Er is geen land ter wereld waar zo ijverig is gespaard voor een goed pensioen. Het totale kapitaal dat de pensioenfondsen beheren bedraagt meer dan 750 miljard euro en groeit nog steeds. Wat is er dan toch aan de hand en hoe zit dat met pensioenen? Tijd om de zaak eens nuchter op een rijtje te zetten, want waarover wordt nu al dat spektakel gemaakt?

AOW

Wat de meeste mensen onder pensioen verstaan is de Algemene Ouderdomswet (A.O.W.) . Elke Nederlander die de 65 is gepasseerd ontvangt AOW. Deze collectieve voorziening is gebaseerd op het zogenaamde omslagstelsel.  Dit betekent, dat er geld wordt ingehouden op het loon van de werkende Nederlanders en op het inkomen van welvarende 65+ers en dat de op die manier verkregen middelen door de overheid tot uitkering worden gebracht. Toen er nog verhoudingsgewijs veel werkenden waren ten opzichte van 65-plussers, was de uitkering van de AOW geen probleem.  Maar in deze jaren komen er steeds meer 65-plussers en minder werkenden, waardoor de pot krapper wordt. In de nabije toekomst kan er onvoldoende geld zijn om de AOW nog te kunnen betalen. Als dat het geval is dan moet de overheid de AOW gedeeltelijk gaan betalen met belastinggeld. Om deze ongewenste situatie te voorkomen is een kunstgreep bedacht. En dat is het verhogen van de AOW gerechtigde leeftijd. De verhitte discussie die in de afgelopen maanden is gevoerd ging hoofdzakelijk over dit onderwerp. 

AOW heeft dus niets te maken met pensioenfondsen en beleggingen. Het is gebaseerd op het solidariteitsbeginsel, dat jongeren voor ouderen zorgen. Zo heeft ‘vadertje’ Drees het in de vijftiger jaren van de vorige eeuw bedacht in een tijd dat de samenleving er nog anders uitzag en mensen gemiddeld niet zo oud werden.  De geboortegolf van na de tweede wereldoorlog hielp mee om de AOW voor de ouderen lang zonder problemen op te kunnen brengen, omdat er vanaf de jaren zeventig ruimschoots meer werkenden dan gepensioneerden waren. Nu de geboortegolf zelf de 65 gaat passeren wordt de druk op de geldpot echter steeds groter en is in 2013 al de tijd aangebroken, dat de overheid de pensioengerechtigde leeftijd geleidelijk gaat verhogen tot 67 jaar. 

De AOW was en is dus een zaak van werkenden en gepensioneerden, aangevuld met bijdragen van de meer welvarende 65+ers. De overheid is zich ermee gaan bemoeien, omdat de geinde AOW premies niet langer toereikend zijn voor de uit te betalen AOW aan de pensionado’s. Het is navrant, dat in de jaren dat de AOW premies groter waren dan de AOW betalingen, er zo hier en daar wel eens een andere bestemming is gegeven aan de AOW pot…

Collectieve Pensioenen

Anders dan met de AOW ligt het met de collectieve pensioenen.  Collectieve pensioenen lopen via bedrijfstakpensioenfondsen zoals het ABP, het PME en Zorg en Welzijn (PGGM) en fondsen van individuele grote ondernemingen, zoals Shell en ING. Naast de AOW premie wordt op uw inkomen pensioenpremie ingehouden. Het geld dat u hiervoor maandelijks via uw werkgever betaalt, vloeit in de kas van het pensioenfonds.  Hiermee bouwt u, anders dan bij de AOW, een persoonlijk pensioenrecht op.  De pensioenpremie wordt voor een kleiner deel door uzelf betaald en voor een groter deel afgedragen door de werkgever. De premies verschillen per bedrijfstak.  Aan het ABP wordt 21% van het inkomen aan pensioenpremie afgedragen.  In de detailhandel is dit ruim 16%. In het algemeen wordt over het eerste gedeelte van het inkomen – meestal zo’n 10.000 euro- geen premie betaald.  Dit heet franchise. Het totale bezit (vermogen) van de pensioenfondsen bedraagt ongeveer 750 miljard euro.  Er zijn in Nederland ongeveer 7,4 miljoen huishoudens. Dit betekent, dat per huishouden een pensioenkapitaal van 100.000 euro beschikbaar is, als alle huishoudens (gezinnen) aangesloten zouden zijn op een pensioenfonds.  

Het woord onderdekking duikt steeds op in de media, zonder dat echt duidelijk wordt gemaakt wat ermee wordt bedoeld. Onderdekking betekent, dat het pensioenkapitaal onvoldoende is om aan alle verplichtingen voor de komende veertig jaar te kunnen voldoen. Hoe komt het dat men zo zeker weet dat het pensioenvermogen dermate ontoereikend is, dat Gerard Riemen, directeur van de Pensioenfederatie bij Pauw en Witteman een aantal maanden geleden de noodklok heeft geluid over de pensioenen en kortingen tot 15% op de eerder gedane toezeggingen  in het vooruitzicht heeft gesteld? Volgens Riemen komt dit vooral door het feit dat ‘wij’ langer leven dan werd voorzien en de druk op de fondsen daardoor steeds groter wordt. Wat hij niet zegt is, dat er sprake is van een rekenrente, waarmee de toekomstige verplichtingen contant worden gemaakt naar vandaag. 

Dit is een punt waarop velen zullen afhaken. En toch is het belangrijk om te begrijpen wat met deze abracadabra wordt bedoeld. Dus leest u alstublieft door. Als u uw kind hebt beloofd over exact een jaar 2000 euro te schenken, hoeveel moet u dan nu op uw spaarrekening zetten om over dat ene jaar 2000 euro  tot uw beschikking te hebben? U moet, om hierop een antwoord te kunnen geven, weten hoeveel rente er op de spaarrekening wordt vergoed. Als dat 2% is, dan is het bedrag dat u nu moet inleggen 1.961 euro. Want 2% over 1.961 euro levert u in een jaar 39 euro rente op en maakt dus dat u over een jaar 2000 euro beschikbaar hebt. Precies hetzelfde principe wordt toegepast door de pensioenfondsen.  Maar anders dan bij de spaarrekening in het voorbeeld, moeten pensioenfondsen rekenen met een fictief percentage waarmee hun vermogen groeit. Dit fictieve percentage heet rekenrente. Het wordt ontleend aan wat een ‘risicoloze’ investering op dit moment oplevert. Zo’n ‘risicoloze’ investering is bijvoorbeeld de Duitse staatslening, waarop een erg lage rente wordt vergoed. Het gevolg hiervan is, dat de rekenrente zeer laag is en dat de pensioenfondsen veel kapitaal moeten hebben om op papier aan hun toekomstige verplichtingen tot over veertig jaar te kunnen voldoen.

Als de pensioenfondsen in werkelijkheid het aan hen toevertrouwde geld uitsluitend zouden beleggen  in ‘risicoloze’ investeringen, dan zou het juist zijn om een lage rekenrente te hanteren. De werkelijkheid is echter, dat pensioenfondsen het aan hen toevertrouwde  geld voor een belangrijk deel in aandelen beleggen en bij hun beleggingen allerlei (dure) financiële technieken gebruiken om de winst veilig te stellen. Daardoor is het percentage dat pensioenfondsen verdienen veel hoger dan de rekenrente. Het ABP bijvoorbeeld, maakte in 2010 28 miljard winst op een totaal kapitaal van 271 miljard euro en dat ismeer dan 10%. Ook onder moeilijke omstandigheden heeft het ABP in het eerste halfjaar 2012 nog een rendement van 6% geboekt, nog altijd ruimschoots meer dan de huidige rekenrente van 2,74%. Maar hoe meer winst de pensioenfondsen nastreven, hoe groter het risico is waaraan zij blootstaan. Welk risico? Dat de aandelen in waarde zakken, omdat de beurs onderuit gaat. En dat heeft grote gevolgen. Het ABP heeft bijvoorbeeld 96 miljard aandelen van de totaal 271 miljard euro kapitaal in bezit (35%). Voeg daaraan de vastgoed beleggingen, derivaten en risicovolle leningen (aan landen zoals Italië, Spanje, Portugal, Griekenland etc.) toe en de ontstellende conclusie is,  dat er meer dan 200 miljard van de totaal 271 min of meer risicovol is, kan worden getrokken. Uw aanvullende pensioen is dus zeer afhankelijk van de financiële markt in het algemeen en de beurs in het bijzonder.  Het enorme kapitaal dat door de pensioenfondsen wordt beheerd staat  allerminst vast. Het zou daarom beter zijn als de pensioenfondsen minder risico zouden nemen. Waarom doen ze dat niet? Dat is het gevolg van het wanbeleid dat in de periode tussen 1980 en 2006 is gevoerd.

Pensioendiefstal

De afhankelijkheid van de beurs heeft in de ‘gouden’ jaren  vanaf 1980, de hoogtijdagen van de vrije handel en het globalistische denken enorme voordelen opgeleverd. In de periode tussen 1980 en 2006 werd er dermate veel verdiend door de pensioenfondsen, dat de vermogens waarover men beschikte ruimschoots voldoende waren om aan alle verplichtingen voor de zeer lange termijn te kunnen voldoen. Tenminste, dat dacht men met de kennis van toen. Het was dan ook zeer verleidelijk voor de werkgevers, inclusief de grootste van Nederland, de overheid, om de bijdragen aan het fonds te verminderen. Er was immers toch genoeg. Jarenlang hebben vrijwel alle werkgevers daarom het werkgeversdeel van de pensioenpremies niet afgedragen aan de pensioenfondsen. Dit tot groot genoegen van de aandeelhouders van de bedrijven met bedrijfspensoenfondsen zoals Shell, ING etc., die profiteerden van de besparingen op de kosten, die hierdoor werden geboekt. En de overheid profiteerde van de lagere uitgaven, waardoor er geld beschikbaar kwam voor andere doeleinden. 

Hier bleef het helaas niet bij. Veel werkgevers deden bovendien ook nog een greep in de pensioenpot. Zij onttrokken geld uit de kas van ‘hun’ pensioenfonds om dit geld op een andere manier te besteden dan waarvoor het bestemd was. In Zembla van de VARA werd op 5 februari 2011 uit de doeken gedaan, dat in de regeringsperiode van minister president Ruud Lubbers en minister van financiën Onno Ruding 30 miljard gulden werd onttrokken aan de kas van het ABP. Ruding verklaarde op het waarom van deze handeling in Zembla, dat de reorganisatie van de overheid met deze middelen moest worden gefinancierd en dat de aardgasbaten niet meer toereikend waren om het daaruit te kunnen doen.  Zoiets heet gelegaliseerde diefstal! Gelegaliseerd omdat er een ‘uitnamewet’ door het parlement werd goedgekeurd en er dus juridisch niets tegen deze gapperij kon worden gedaan.

Het geld dat door de pensioenfondsen wordt beheerd  is het uitgestelde loon van werknemers! Daar moet de werkgever van afblijven. En ook niet besluiten om zijn deel maar niet meer bij te dragen, omdat er toch wel genoeg is. In opdracht van Zembla werd uitgezocht dat, als alle premies normaal zouden zijn doorbetaald en er geen onttrekkingen zouden zijn gedaan uit de kas, dan was het totale vermogen van de pensioenfondsen meer dan het dubbele geweest van wat het nu is. Er zou dan geen sprake zijn geweest van onderdekking en nood maatregelen. Zelfs al zou de overheid het geld dat onttrokken is terugstorten in de kas van het ABP, dan is het gemiste rendement over 30 jaar (tussen 1982 en 2012) nog een belangrijke factor. Het gemiddelde 15-jaarsrendement van het ABP is 6%. Als er in de jaren 80 geen 30 miljard gulden zou zijn onttrokken, dan zou er 172 miljard gulden meer vermogen zijn geweest. Nog afgezien van het effect van de te lage premieafdrachten, die volgens Frijns, oud-directeur beleggingen van het ABP, in de jaren negentig zo'n 25 miljard euro hebben bedragen.  

Sterker nog, de pensioenfondsen hadden het zich kunnen permitteren om in deze moeilijke periode over te schakelen op een beleid waarin risico’s zoveel mogelijk worden gemeden, omdat er immers toch ruim voldoende kapitaal aanwezig was.

De directe korting tot 15% op pensioenen is niet het enige konijn, dat de autoriteiten uit de hoge hoed hebben getoverd. Al jaren wordt er indirect gekort op pensioenen, door van eindloonregeling over te stappen op middelloonregeling. Een pensioenuitkering over het eindloon houdt in, dat de basis voor de uitkering het laatst genoten salaris is. Vanzelfsprekend is dit een dure regeling, want de premies zijn, in de veertig jaar waarin iemand zijn pensioen opbouwt, betaald over de echte lonen en die zijn altijd lager dan het laatst genoten loon. Een pensioen over het gemiddelde loon of anders gezegd, een middelloonregeling, is daarom beter op te brengen voor de pensioenfondsen dan een eindloonregeling. Maar toch, de kosten van levensonderhoud zijn voor gepensioneerden niet gebaseerd op het gemiddelde van de kosten over de afgelopen veertig jaar. Want er is sprake van inflatie en voor een euro kan nu minder worden gekocht dan twintig of veertig jaar geleden.

In het licht van het bovenstaande is de uitspraak van Riemen bij Pauw en Witteman, dat we niet zo zwaar moeten tillen aan de lagere pensioenuitkeringen omdat het bij aanvullende pensioenen gaat om gemiddeld niet meer dan 500 euro per maand per huishouden en dat we per slot van rekening toch ook nog de AOW hebben, wel erg badinerend . Als er op die manier over pensioenen wordt gesproken, dan vrees ik het ergste voor nieuwe onttrekkingen. Nederland heeft bijvoorbeeld een verplichting van 40 miljard euro aan het Europees Stabiliteit Mechanisme (ESM). Met een beroep op de solidariteit van pensioengerechtigden in deze tijden van nood zou het verschuldigde geld zomaar kunnen worden 'geleend' uit de pensioenfondsen. Nadat de pensioengerechtigden zich door de verhalen over ernstige onderdekking eerst hebben verzoend met de gedachte dat onze pensioenen niets meer waard zijn en deze zwaar gekort zijn, valt er een belangrijk deel van de verplichtingen van de pensioenfondsen vrij. Na wat er in het verleden is uitgehaald, kan deze redenering in elk geval niet naar het rijk der fabelen worden verwezen.

Pensioenen en de Nederlandse economie

Er is niet goed omgegaan met het pensioengeld van de Nederlanders die hun inkomen uit loondienst moeten verdienen. Het is daarom ronduit ergerlijk, dat u als pensioengerechtigde vrijwel geen invloed hebt op wat de pensioenfondsen met uw vermogen doen. Uiteindelijk bent u eigenaar van de pensioenen, het is uw uitgestelde inkomen. Autoriteiten, niet door u benoemd, stippelen het  beleggingsbeleid uit. Dit beleid wijkt zonder twijfel af van wat heel veel pensioengerechtigden zouden willen hoe hun geld zou worden geïnvesteerd. Zoals bijvoorbeeld in de vernieuwing van de Nederlandse economie en het tegengaan van de afbraak van het Midden – en Kleinbedrijf. En willen we dat onze pensioenfondsen zaken blijven doen met banken zoals Goldman Sachs en investeringsfondsen zoals Carlyle (ABP) bij de uitvoering van het beleggingsbeleid? 

Op 12 september kunt u opnieuw uw politieke voorkeur uitspreken.Wees er dan attent op wat de politieke partij van uw voorkeur voor ogen heeft met de pensioenen. Ook als de pensioengerechtigde leeftijd nog ver voor u ligt, want het gaat om veel meer dan hoeveel pensioen u krijgt. Integriteit, menselijkheid, maatschappelijk belang en transparantie van bestuur zijn met pensioenen samenhangende onderwerpen, die minstens zo belangrijk zijn.

© Ad Broere


Geplaatst door Ad Broere

Ad Broere

Auteur, spreker, adviseur, vernieuwer en inspirator.

Ik ben van mening dat het financiële systeem in zijn huidige vorm een groot gevaar vormt voor zowel het materiële als het geestelijke welzijn van de mens.  Praktijken, zoals nanotrading, ongelimiteerde speculatie met derivaten en grootschalig gokken op grondstoffen vergiftigen de economie en veroorzaken een steeds grotere instabiliteit, die uiteindelijk gaat leiden tot ineenstorting van het financiële systeem...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Ad Broere



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

De historische groei van de mensheid kan, alles bijeen genomen, worden samengevat als en opeenvolging van overwinningen van het bewustzijn op blinde krachten - in de natuur, in de samenleving, in de mens zelf.

Leon Trotski, Russisch staatsman











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.