Focus op “traditioneel gebruik,” niet op “botanicals”

South American Botanicals

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights


(Health Claims Censored | door Bert Schwitters) Op dit moment denken de Europese Lidstaten en de Europese Commissie na over de vraag vraag hoe het nu verder moet met de door de door de Commissie “on hold” gezette gezondheidsclaims die betrekking hebben op “botanicals.”

Ook de NPN1, de EHPM2 en het EBF3 zijn druk in de weer met deze kwestie. Probleem is dat de Commissie en vele bij het overleg betrokkenen veronderstellen dat het hier gaat om het vinden van een regeling voor “botanicals.” In werkelijkheid gaat het echter over het zoeken naar een oplossing voor het probleem dat traditioneel gebruik in de Geneesmiddelenwet (GW) wel wordt aanvaard als bewijs van werkzaamheid, terwijl dat traditionele gebruik in de Europese Verordening op Gezondheidsclaims4 niet wordt gezien als voldoende bewijs om - traditionele - gezondheidsclaims toe te staan. Dat leidt dus tot grote en ongewenste ongelijkheid tussen voeding en geneesmiddelen. De Claimsverordening veegt de kennis omtrent het traditioneel gebruik van voeding gewoonweg van de kaart.

Het is zelfs zo dat de GW5 regelt dat een gebrek aan positieve resultaten van gerandomiseerde klinische studies juist een voorwaarde vormt voor het op de markt toelaten van traditionele geneesmiddelen. Zouden die studies wel bestaan, dan moet het middel de normale procedure voor autorisatie doorlopen. Voor traditionele geneesmiddelen zijn “bibliografische gegevens of gegevens van deskundigen waaruit blijkt dat het desbetreffende geneesmiddel of een overeenkomstig geneesmiddel gedurende een periode van ten minste dertig jaar voor de datum van de aanvraag in de medische praktijk is gebruikt, waaronder ten minste vijftien jaar in de Gemeenschap” echter voldoende. De Verordening voor gezondheidsclaims stelt dat uitsluitend de positieve resultaten van gerandomiseerde klinische studies kunnen gelden als algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs, dat wil zeggen als voldoende onderbouwing van de claim.

Het gaat over claims, niet over voedingsstoffen

Twee jaar geleden maakte de Europese Commissie bekend dat zij haar lijst met toegestaane gezondheidsclaims in twee stappen zou opstellen. “Allereerst,” zo schreef de Commissie in een persbericht, “zal in één enkele stap de lijst met toegestane claims voor alle stoffen andere dan zogenaamde ‘botanicals’ worden aangenomen. Vervolgens zullen de claims betreffende ‘botanicals’ worden overwogen.” Volgens de Commissie werd het besluit om voedingsstoffen te onderscheiden door sommige als “zogenaamde ‘botanicals’” en andere als “andere dan zogenaamde ‘botanicals’” veroorzaakt door een “mogelijk probleem,” dat zij misvatte als “een verschil in de behandeling van botanische ingrediënten onder de wetgeving aangaande gezondheidsclaims en die welke betrekking heeft op traditionele kruidengeneesmiddelen.”

Tenzij men de Verordening op gezondheidsclaims verkeerd interpreteert of niet begrijpt, heeft deze Verordening volstrekt geen betrekking op ingrediënten. Niet op botanische en ook niet op niet-botanische voedingsstoffen. Volgens de tekst van de Claimsverordening hebben het onderwerp en het toepassingsgebied van dit afgebakende stuk wetgeving eenduidig en zonder enige twijfel uitsluitend betrekking op gezondheidsclaims die in commerciële communicatie (labels, advertenties, e.d.) mogen worden gebruikt. Op geen enkele manier regelt of organiseert de Verordening de ingrediënten of levensmiddelen die volgens de voorwaarden van gebruik nodig zijn om de geclaimde gezondheidseffecten te bewerkstelligen. De Commissie en met haar vele betrokkenen vergelijken dus onvergelijkbare grootheden, appels met peren, gezondheidsclaims met voedingsstoffen, wanneer ze een probleem inzake de onderbouwing van claims ingrediëntgewijs willen oplossen.

De juiste vergelijkingen zijn: traditionele gezondheidsclaims – traditionele medische claims en botanische stoffen – andere voedingsstoffen. Wanneer “bibliografische gegevens of gegevens van deskundigen” in de GW voldoende bewijs vormen voor toelating van een traditioneel geneesmiddel, dan zou het niet meer dan logisch zijn om onder of naast de Claimsverordening toe te staan dat dergelijke traditionele gegevens voldoende zijn voor het toelaten van claims omtrent het traditionele gebruik van alle levensmiddelen en/of voedingsstoffen, dus niet alleen van “botanicals.” Er zijn immers veel levensmiddelen en voedingsstoffen die traditioneel werden en worden gebruikt in relatie tot onze gezondheid. Denk aan levertraan, gedroogde pruimen, rode wijn, citroenen, melk, yoghurt, biergist, lecithine, kwark, lijnolie, mineraalwater, wortelen, rood fruit, azijn, het traditionele Mediterrane dieet, om maar wat te noemen.

Ook vitamines en mineralen vallen onder traditioneel gebruik

In feite is er zelfs geen reden om vitamines en mineralen uit te sluiten van traditioneel gebruik. Honderd jaar geleden isoleerde Casimir Funk thiamine, de stof die hij de naam vitamine B1 gaf. Zevenentachtig jaar geleden werd vitamine D geïdentificeerd als de “antirachitis factor” en in 1936 werd de structuur van deze vitamine ontdekt. Zo’n tachtig jaar geleden, aan het begin van de dertiger jaren, werd vitamine C ontdekt als de anti-scheurbuik factor. Zou je deze ontdekkingen consequent willen toetsen aan de hand van de thans door de Europese autoriteiten gehanteerde normen, dat wil zeggen dat de ontdekkingen zouden moeten zijn bevestigd in gerandomiseerd en gecontroleerd klinisch onderzoek, dan zouden al deze ontdekkingen als kletspraat worden verworpen.

Toch hebben de Europese autoriteiten het meerendeel van de voor vitamines en mineralen ingediende gezondheidsclaims geaccepteerd, overwegend omdat de kennis omtrent deze voedingsstoffen al jarenlang te vinden is in de wetenschappelijke tekstboeken. Traditioneel gebruik, zou je denken. Zodra er echter sprake is van andere dan essentiële voedingsstoffen wordt de wetenschappelijke broekriem aangehaald. Zonder overtuigend bewijs op basis van klinische studies geen toestemming. Zo is er al heel wat kennis terzijde geschoven. Er wordt dus met twee maten gemeten en dat klemt des te meer omdat in de GW traditioneel gebruik expliciet is aanvaard.

Een Verordening voor Traditionele Gezondheidsclaims

Parallel aan de in de GW vastgelegde criteria voor traditioneel gebruik is het voor de hand liggend dat het communiceren over traditioneel gebruik van voeding wordt toegestaan. Dat deze oplossing waarschijnlijk op weerstand zal stuiten bij consumentenorganisatie moge geen beletsel zijn om deze benadering serieus te overwegen. Waarom zou het fabrikanten van traditionele geneesmiddelen wèl en fabrikanten van traditionele levensmiddelen niet zijn 

toegestaan om de werking van hun producten aan consumenten uit te leggen. Dat valt aan consumenten niet uit te leggen. Een Verordening voor Traditionele Gezondheidsclaims is de wettelijk en politiek meest begaanbare weg uit de huidige impasse.

1 Natuur- en Gezondheidsproducten Nederland.

2 European Federation of Associations of Health Product Manufacturers.

3 European Botanical Forum.

4 Verordening 1924/2006/EG.

5 Richtlijn 2004/24/EG.

Bron: www.healthclaimscensored.com


Wil je weten hoe het echt in elkaar zit met de nieuwe Gezondheidsclaimsverordeing van de EU? Lees dan het boek van Bert Schwitters: 


Geplaatst door Bert Schwitters

Bert Schwitters

Bert Schwitters (Groningen, 1945) is actief op het gebied van voeding en gezondheid sinds de jaren zeventig. Daarvoor werkte hij enkele jaren als programmamaker en onderzoeksjournalist voor TV, radio en diverse media. In de tachtiger jaren legde hij legde de grondslag voor de Orthica voedingssupplementen...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Bert Schwitters



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

De meeste mensen zijn anderen.

Oscar Wilde, Brits auteur











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.