Voedingssupplementen: onnatuurlijk essentieel

Supplementen

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights


(Earth Matters | door Rozemarijn van West) Als jullie zouden zien wat ik aan supplementen slik, zou je denken dat ik aan een ernstige ziekte lijd. Als ik in het openbaar ben probeer ik ze ook altijd een beetje weg te moffelen. Zo’n hand vol pillen bij je ontbijt voelt nou eenmaal niet natuurlijk. En dat is het ook niet. Maar na de aanvankelijke weerstand ben ik er nu toch wel van overtuigd dat we ze in deze tijd, helaas, echt nodig hebben voor optimale gezondheid. Dat heeft er vooral mee te maken dat er steeds minder voedingsstoffen in onze groenten zitten. Voor dezelfde hoeveelheid ijzer in spinazie als in 1951 moesten we in 1999 al 65 keer zo veel spinazie eten!


1. Bodem steeds armer

Voedingsmiddelen bevatten steeds minder essentiële voedingsstoffen omdat de bodem door intensieve landbouw verschraald is. Het bodemleven wordt door veelvuldig ploegen en bestrijdingsmiddelen om zeep geholpen. De vruchtbare humuslaag verdwijnt. Er blijft alleen kale grond over waar niks meer in zit.

Dat wordt dan met kunstmest opgelost. Kunstmest bevat maar drie mineralen (stikstof, kalium en fosfor). Omdat de bodem niet met volwaardige meststoffen wordt aangevuld, wordt de bodem steeds armer aan mineralen als selenium, zink, chroom en mangaan. En daardoor is ook de aanwezigheid van vitamines en mineralen in onze groenten steeds minder geworden (Bron: Het gouden boekje voor de gezondheid, G. Schuitemaker).

PermacultuurZo is het gehalte aan calcium, foliumzuur en magnesium in broccoli tussen 1984 en 2002 met 64 % gedaald! En het gehalte aan vitamine C in een appel met 60 %. Voor fruit geldt ook nog dat het vaak onrijp geoogst wordt (zeker als het van ver komt). Daardoor bevat het veel minder vitaminen. En voor dezelfde hoeveelheid ijzer moeten we dus 65 x zoveel spinazie eten als in 1951, shocking! (Bron: Oersterk, drs. R. de Leth, zie dit artikel in de scientificamerican voor meer voorbeelden). En volgens de consumentenbond is het gehalte aan selenium zo laag geworden dat het niet meer te meten is (Bron: Het gouden boekje voor de gezondheid, Dr. G. Schuitemaker).

Door de kunstmatige snelle groei door kunstmest, hebben de planten ook minder tijd om mineralen uit de bodem op te nemen. Vaste planten bevatten om die reden vaak meer mineralen. Maar die eten we ook steeds minder. Om over de voedingswaarde van kasgroenten die vaak op substraat zijn gekweekt nog maar te zwijgen. Met biologisch dynamische landbouw (of permacultuur, maar die groenten liggen vooralsnog nog niet in de winkel) heb je de meeste kans op volwaardige groenten. Omdat er daar nog heel bewust de voedingsstoffen en mineralen in de bodem worden aangevuld die door het oogsten verdwijnen.

  • De conclusie van (orthomoleculair) huisarts Richard de Leth is dat het met de hedendaagse voeding onmogelijk is om optimale concentraties aan vitaminen en mineralen binnen te krijgen.


koekjes

2. Lege calorieën
We eten veel bewerkte voedingsmiddelen die ontdaan zijn van essentiele voedingsstoffen zoals mineralen en vitaminen. Denk aan suiker, bloem, melkpoeder of maismeel. Bij het zuiveren van tarwebloem (de zemelen en de kiemen gaan er uit zodat het langer houdbaar is) gaat het gehalte aan de verschillende mineralen en vitaminen vaak met wel 50 % (zink) tot 90 % (vit B1) achteruit! (Bron: Het gouden boekje voor de gezondheid, G.Schuitemaker). We eten dus eigenlijk lege calorieën.

  • Met als gevolg dat ondanks de ‘overvloed’ veel mensen eigenlijk ondervoed zijn!


3. Gifstoffen zijn overal

We staan aan veel meer gifstoffen bloot, zowel in voeding (bestrijdingsmiddelen, conserveringsmiddelen etc.) als in de lucht (smog, uitlaatgassen etc.) De essentiële voedingsstoffen beschermen het lichaam juist tegen schadelijke invloeden van buitenaf (denk aan betacaroteen, vitamine C). Die hebben we dus extra hard nodig, terwijl we er steeds minder van binnen krijgen.


4. Meer stress

We hebben meer stress en een jachtiger leven, maar bewegen tegelijkertijd minder. Dat is vragen om moeilijkheden. Ons lichaam heeft juist meer vitaminen nodig (vooral vitamine C) om de stress aan te kunnen. Meestal krijg je nutriënten samen met calorieën binnen. Dus zouden we ook meer moeten bewegen om de calorieën te verbranden. Maar wij doen het tegendeel: we eten wel steeds meer calorieën (die niet verbrand worden omdat we veel meer stil zitten) maar met minder nutriënten.

  • De grootste uitdaging van deze tijd is om met een beperkte hoeveelheid calorieën toch aan alle benodigde nutriënten te komen.



5. Oud én gezond

We willen steeds ouder worden, maar dan ook in goede gezondheid. Dat vraagt om optimale hoeveelheden nutriënten. Nu worden we wel ouder, maar daalt het aantal gezonde levensjaren.


6. ADH is een minimum waardeSchijf van Vijf
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor voedingsstoffen is door de reguliere wetenschap bepaald als minimumhoeveelheid om gebreksziekten te voorkomen. Je moet dus TEN MINSTE deze hoeveelheden binnen krijgen. Maar die doseringen zijn veel te laag om in een gezonde conditie te blijven. Zeker gezien bovenstaande factoren. Bovendien erkent het voedingscentrum dat als mensen netjes volgens de aanbevolen (en hopeloos verouderde) schijf van vijf zouden eten (wat maar 5 % van de bevolking ook daadwerkielijk doet) nog steeds een tekort riskeren aan zes belangrijke micronutriënten: foliumzuur, vitamine A, vitamine D, ijzer, selenium en zink (Bron: Oersterk, R. de Leth).


Orthomoleculair: optimale hoeveelheden

De orthomoleculaire voedingsleer hanteert dan ook hele andere doseringen, met als doel alle cellen de optimale ‘omgeving’ te geven. Verder houdt de orthomoleculaire voedingsleer ook rekening met individuele verschillen en gaat het vaak over een ‘range’. De optimale dosering per individu is nog lastig precies vast te stellen, maar er zijn wel richtlijnen.

Volgens de orthomoleculaire voedingsleer is een dagelijkse aanvulling met alle vitaminen en mineralen voor iedereen gewenst (dus ook als je grotendeels biologisch en ‘gezond’ eet). De basissuppletie is een multi-preparaat, gecombineerd met vitamine C (de dagelijkse hoeveelheid daarvoor is te groot om bij de multi te doen).


Multi voor iedereen

Een multi moet voldoende hoeveelheden van alle essentiële voedingsstoffen bevatten (van vitamine A tot en met zink, zie voor een compleet overzicht met hoeveelheden het Gouden boekje voor de gezondheid van apotheker en orthomoleculair arts Gert Schuitemaker. Of lees zijn meest recente boek: Gezond met voedingssupplementen). Daarnaast is de balans tussen de voedingsstoffen essentieel vanwege de vele wisselwerkingen tussen de stoffen. Als je één stofje gaat aanvullen loop je het risico dat je daarmee de balans met andere stoffen verstoort. Vaak zitten er in een multi zulke grote hoeveelheden vitaminen, dat er nauwelijks plaats is voor de mineralen. Terwijl die juist erg belangrijk zijn.


Aandachtspunten bij het kiezen van een multi:

  • Let er dus op dat de multi ook magnesium, selenium en chroom bevat, die worden nog wel eens weggelaten. En dat het magnesium niet in de vorm van magnesiumoxide erin zit, want dat wordt nauwelijks vanuit het maagdarmkanaal opgenomen.
  • Let er op dat de multi vrij is van toevoegstoffen als kleur, geur en smaakstoffen en conserveringsmiddelen.
  • Belangrijk is dat vitamine E de natuurlijke vorm heeft, omdat deze vorm in het lichaam werkzamer is. Bij de natuurlijke vorm staat er aan het begin alleen een d-, bij de synthetische vorm staat er na de d ook nog een l.
  • Check dat er geen fluor in zit. Dat krijgen we al voldoende binnen via de dagelijkse voeding. Recent onderzoek laat zien dat het extra ingenemen van fluor juist risico’s met zich meebrengt, zeker voor kinderen. Het verschil in dosering voor een gunstig effect en een toxisch effect is voor fluoride namelijk heel klein.

(Bron: Het gouden boekje voor de gezondheid, G. Schuitemaker)


Vitamine C

Wij kunnen zelf geen vitamine C (meer) maken, in tegenstelling tot de meeste planten en dieren. Waarschijnlijk zijn we die mogelijkheid kwijt geraakt in een tijd van overvloed waarin de verse vruchten en groenten genoeg vitamine C boden. De mens is toen een enzym kwijtgeraakt dat betrokken was bij de omzetting van glucose in ascorbinezuur (vitamine C). Als we dit enzym wel hadden gehad dan hadden we, in vergelijking met dieren op basis van lichaamsgewicht ongeveer 3 gram vitamine C per dag aangemaakt.