Het water in de mens

Wash It All Away

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:3045
Ingevoerd:03-05-2011
Geplaatst door:Rinno Heidstra
Bron:CITT

Gekoppelde categorieen
Gezondheid, Water, Genezing

(CITT) Het menselijk lichaam bestaat voor ongeveer 60-70% uit water, bij jongeren iets meer, bij ouderen iets minder. Bij een lichaams­gewicht van 80 kg gaat het om ongeveer 50 liter. Wie de mens als geheel wil zien en behandelen, dient veel aandacht aan de waterhuishouding te besteden, want: Zonder water kunnen geen levensprocessen plaatsvinden.

Een vijfde deel van al het water in het menselijk lichaam (dus ongeveer 10 liter) is intercellulaire (d.i. tussen de cellen) vloei­stof, zogenaamde lymfe. Meer dan de helft is intracellulair vocht (d.i. in de cellen). De rest is verdeeld in het bloed en de organen.

De lymfe is als het ware een afspiegeling van de oerzee, waarin vele miljoenen jaren geleden het leven ontstond. Deze oerzee was een oceaan met een zoutgehalte van 0,9%, iets lager dan tegenwoordig.

Uit geïsoleerde cellen vormden zich celverbanden, die zich or­ganiseerden, intelligentie ontwikkelden en waaruit zich uitein­delijk zoogdieren ontwikkelden. Dit oerzeemilieu vinden we te­rug in onze lymfe. Een 0,9% zoutoplossing is een fysiologische zoutoplossing.

De lymfe omgeeft alle cellen en bevat behalve water en zout nog andere minerale sporenelementen, zouten en eiwitten. De lymfe is het “milieu” waarin de cellen “wonen”, en maakt deel uit van het bindweefsel. Een optimaal celmilieu is voorwaarde voor een gezonde cel. Bij wijze van experiment is bijvoorbeeld een hartcel van een kip meer dan 14 jaar in leven gehouden door de omgevingsvloeistof dagelijks te verversen.

De vloeistof in de cel heeft andere mineralen dan de lymfe. De cel moet zijn afvalstoffen, die ontstaan bij de energieproductie in de cel, door de celwand afgeven aan de lymfe.

Watermoleculen omhullen alle moleculen en cellen in het li­chaam. Koreaans onderzoek laat zien dat water, dat levende proteïnen in het lichaam omgeeft, bijzondere kristallijnen structuren met bijzondere fysische eigenschappen heeft.

In het levende lichaam toont het water zijn veranderlijke structuur. Het past zich wat betreft samenstelling en fysische structuur aan de omgeving aan, om zo de transport-, bescher­mings- en doorgeeffuncties optimaal te kunnen vervullen.

Terwijl het bloed en de bloedsomloop onderwerp van uitge­breid onderzoek zijn, is zelfs voor veel artsen het lymfesysteem nog een gesloten boek. Terwijl dit systeem voor de immuun­functies van het lichaam en voor het transport van voedings- en afvalstoffen van wezenlijk belang is.

Van de lymfe bevindt 80% zich in de buikholte, omdat daar met de voeding de meeste verontreiniging terechtkomt die een bedreiging voor de gezondheid vormt. In de buik zit het centrum van de afweer en gezondheid. Een gezonde darm, die voedsel zonder gistings- en rottingsprocessen kan verte­ren, is daarom niet alleen voor de gezondheid van het groot­ste belang, maar ook voor het functioneren van het immuun­systeem en voor het voorkómen van allergieën.

Gistingsprocessen in maag en darm zijn de oorzaak van veel klachten. Met name voedsel dat in verkeerde combinaties of in onjuiste volgorde gegeten wordt, kan klachten veroorzaken. Bij problemen van de spijsvertering kan het zinvol zijn “snelle” voe­dingsmiddelen, die kort in maag en darm blijven, eerder te eten dan voedingsmiddelen die voor de vertering een langer verblijf nodig hebben.

Evolutiegeschiedenis

De genetische aanleg van de mens verandert van generatie op generatie zó minimaal, dat de “geciviliseerde” mens gene­tisch gezien grotendeels uit het stenen tijdperk stamt. Hon­derdduizenden jaren geleden leefde de mens in holen of in de jungle.

De dagindeling van jagers of verzamelaars was in die tijd erg eenvoudig. ’s Ochtends dronken ze alleen water. Dit was vol­doende beschikbaar, omdat zij altijd in de buurt ervan over­nachtten. Dan gingen ze op jacht of verzamelden voedsel en pas na dit zware lichamelijke werk was er op z’n vroegst ’s middags, maar meestal pas ’s avonds, wat te eten. Aansluitend gingen ze slapen, want televisie of een bruisend uitgaansle­ven was er immers niet. Onze biologische klok is op dit ritme ingesteld: ons maagdarmsysteem verkeert in rusttoestand van ongeveer vier uur ’s ochtends tot twaalf uur ’s middags. Dan volgt tot acht uur ’s avonds de fase van voedselopname. Ten slotte vindt tussen acht uur ’s avonds en vier uur ’s och­tends de verwerking ervan plaats.

De water”circulatie” in de mens

Als we water drinken komt het via de slokdarm in onze maag. ’s Ochtends, als de maag leeg is en de maagzuurproducerende cellen nog “slapen” , wordt door de portierspier die de maaguitgang naar de darm “bewaakt”, zuiver schoon water recht­streeks doorgelaten naar de darm. Water zonder toevoegin­gen hoeft in de maag niet voorbewerkt te worden. Zo bereikt het als water de darm. Als de maag vol is wordt het water hiermee vermengd en kan slechts een deel van het water di­rect naar de darm.

Daarom is het belangrijk ’s ochtends meteen genoeg water te drinken (en geen koffie, thee, jus d’orange). U kunt zo het water dat u ’s nachts bent kwijtgeraakt, vervangen. Ook om u voor te bereiden op de waterbehoefte die in de loop van de dag ontstaat, is het zinvol 's ochtends water te drinken. Want alleen water komt als water en niet als onderdeel van een zure voedselbrij in de darm aan.

Het is voor de dunne darmflora belangrijk voldoende neu­traal of basisch water te krijgen, omdat de “goede” bacteriën in de dunne darm een licht basisch milieu nodig hebben. De pancreas moet met zijn basische afscheiding de zure voedsel­brij uit de maag neutraliseren en op een licht basisch niveau brengen. Wanneer de pancreas beschadigd of overwerkt is (wat bv. bij de meeste suikerziektepatiënten het geval is), is het belangrijk het dunne darmmilieu middels basisch water te neutraliseren.

Het water wordt in de dunne darm opgenomen via de darm­vlokken. Hierin bevinden zich onder het doorlatende slijm­vlies parallel een bloed- en een lymfevat. Interessant is dat het darmslijmvlies een positieve elektrische lading heeft en daardoor negatief geladen moleculen aantrekt en positief geladen moleculen afstoot.

Dit is noodzakelijk, want alle voedingsstofmoleculen die het lichaam nodig heeft (suiker, vetten, vitaminen enz.), zijn negatief geladen of hebben negatief geladen uiteinden en kunnen zo door het darmslijmvlies aangetrokken worden. De positieve lading van het darmslijmvlies verklaart ook, waarom niet geïoniseerde, in water opgeloste basische, positief geladen mineralen zoals bv. calcium, magnesium, enz. niet opgenomen worden door de darm, terwijl ze in organische plantaardige moleculen geïntegreerd wel opgenomen kunnen worden. Door het doorlatende darmslijmvlies worden suiker en aminozuren door de bloedvaten opgenomen terwijl water en vetten door de lymfevaten worden opgenomen. Suiker en aminozuren komen via de poortader bij de lever, waar de gifstoffen uitgefilterd worden. Water en vetten komen in het bloed via de linker halsader (vena cava). Hier mondt het grote lym­fevat, de thoracis abductus, in uit. Onderweg van de darm naar de vena cava wordt de lymfe gereinigd van zuren en gifstoffen door vele lymfeklieren. Op deze manier “verdunt” het water als bloedse­rum het bloed en komt het door de uitwisseling in de capillairen weer als lymfe in het lichaam.

Door het begrijpen van dit proces is het duidelijk dat:

- de lymfeklieren in de buikholte een centrale betekenis voor het immuunsysteem hebben;

- het immuunsysteem ontlast wordt, als het voor het li­chaam noodzakelijke water als neutraal of basisch opgenomen wordt en niet uit de zure voedselbrij gefilterd hoeft te worden.

- de pH waarde van het water invloed op de pH waarde van de lymfe en het bloedserum heeft.

Transport”systemen” in het lichaam

Er zijn in het lichaam twee soorten transportsystemen. Het actieve transport is via het bloed. Het hart pulseert en reguleert de bloed­stroom.(dat het hart overigens geen pomp is laten niet alleen be­rekeningen over het prestatievermogen zien, ook de nieuwste wetenschappelijke onderzoeken door middel van foto’s van het levende hart, laten zien dat het bloed in het hart in alle fases wer­velend stroomt en niet “geperst” wordt). Het bloed verdeelt suiker, zuurstof, hormonen, boodschapperstoffen, enz. in het lichaam. Bloed bestaat voor het grootste deel uit bloedserum, dat uit de lymfe ontstaat en er weer in overgaat.

Het bloed bevat rode en witte bloedlichaampjes. De rode trans­porteren zuurstof, de witte fungeren als een soort “politie”. Indien het noodzakelijk is, bv. bij infecties, worden door de witte bloed­lichaampjes zuurstofradicalen gevormd, die de bacteriën of virus­sen oxideren (= de elektronen afpakt) en zo kapotmaakt. Door het bloed kan de “lichaamscentrale” erg snel boodschappers uit hor­moonklieren in het hele lichaam verdelen – bv. stresshormonen, gelukshormonen, enz.

Door het bloed worden de stoffen tot in de capillairen gebracht. Deze dunste en fijnste aderen zijn – evenals het darmslijmvlies – doorlatend, zodat zuurstof, voedingsstoffen, hormonen, enz. in de lymfe kunnen komen.

De lymfe neemt het tweede deel van de transportketen over – bij wijze van spreken de laatste meters tot de bestemming, de lichaamscellen. Dit transport is passief, dat wil zeggen dat er geen gekanaliseerde distributie plaatsvindt, maar dat de verde­ling door diffusiebeweging en concentratieverschil plaatsvindt.

De lymfe bestaat behalve uit water ook nog uit opgeloste zouten en eiwitten, in verschillende hoeveelheden, afhankelijk van de plaats in het lichaam.

Des te zuurder de lymfe is, des te geleiachtiger wordt het eiwit dat erin zit. De stroomsnelheid en de snelheid van de diffusie­processen worden langzamer als de lymfe zuurder wordt.

Lichaamscellen hebben over het algemeen geen directe aanslui­ting met de bloedcapillairen, net zoals een stuk grond geen di­recte aansluiting met de snelweg heeft. Zo ontstaat rondom de capillairen een verhoogde concentratie kooldioxide en andere afvalstoffen van de celstofwisseling.

Omdat de cellen zuurstof en suiker verbruiken, ontstaat een zuigende werking en een concentratiedaling. Zuurstof en voe­dingsstoffen gaan naar de cellen, terwijl kooldioxide en andere gasvormige zuren naar de capillairen gaan en door het bloed opgenomen, getransporteerd en via de longen uitgeademd worden.

Als u ’s ochtends in een slaapkamer komt waar met gesloten ven­ster geslapen is, kunt u de zure gassen ruiken, die op deze manier uitgescheiden zijn.

De andere afvalstoffen van de celstofwisseling, celafval, enz., worden beetje bij beetje in de lymfebanen gesluisd, waarna het door lichte pompbewegingen van de omgevende spieren ge­transporteerd wordt, door de lymfeklieren gereinigd en tenslot­te via de bovenste holle ader (vena cava) weer in de bloedbaan komt. Zo wordt de lymfecirculatie voltooid (bloedserum-lymfe-bloedserum).

Door het begrijpen van dit proces is het duidelijk dat:

- de passieve transport van de lymfe een belangrijke functie in het lichaam heeft

- lymfevloeistof met een lage pH-waarde door gestold eiwit meer geleiachtig is dan   lymfevloeistof met een hoge pH- waarde

- de vastheid en vloeibaarheid van de lymfe een directe uitwerking op de aan- en afvoer van de cellen heeft.

Aan- en afvoer van de cellen

Net zoals bij in het water levende eencelligen, is de gezond­heidssituatie van de menselijke cellen vooral afhankelijk van de omgevende vloeistof. Afgezien van specialistische taken wordt in de cellen vooral energie geproduceerd.

Dit gebeurt in de 1000 tot 6000 mitochondriën die zich in ie­dere cel bevinden en die de energiecentrales van het lichaam zijn. Energie in de vorm van negatieve elektrische lading (elek­tronen) ontstaat in de cel uit suikers, vetten en zuurstof. Met deze elektrische energie wordt het enzym AMP (Adenosin-Mo­no-Fosfaat) tot ATP (Adenosin-Tri-Fosfaat) opgeladen. De ener­gie wordt op deze wijze in het lichaam verdeeld.

Zoals bij elk oxidatie- (verbrandings) proces ontstaan daarbij verbrandingsresten, vooral het zure kooldioxide. Dit worden slakken genoemd.

Deze slakken zijn zuur en verlagen de pH-waarde in de cel. Daarom is het celwater in een functionerende cel altijd licht zuur. Cellen moeten daarom voortdurend ontzuurd worden, zodat de zuurconcentratie in de cel niet te hoog wordt.

De ontzuring van de cellen gaat via diffusie van de zuren door de celwand naar omgevende lymfevloeistof, van daar verder naar de bloedcapillairen en wordt uitgeademd via de longen, of gaat naar de lymfebanen waar het door de lymfeklieren ge­reinigd wordt.

Als de zuren niet meer goed afgevoerd kunnen worden, wordt de energievoorziening beïnvloedt. Omdat er onvoldoende zuurstof voor de verbranding ter beschikking is, wordt zuurstof door de zuren opgeslokt. Het ATP raakt voortdurend elektro­nen kwijt (wordt gereduceerd = geeft energie af), maar kan door gebrek aan zuurstof niet worden ‘opgeladen’.

Is een cel langdurig verzuurd en is er daarom langere tijd te weinig zuurstof ter beschikking, dan beginnen de suikers te gisten en de cel gaat over van de aerobe (met zuurstof) naar de anaerobe (zonder zuurstof) stofwisseling. In deze situatie zijn de natuurlijke sturingsmechanismen van de cel buiten werking gezet en de cellen beginnen ongecontroleerd te groeien – er ontstaat kanker.

Door het begrijpen van dit proces is het duidelijk dat:

- een cel altijd een zuurproducent is

- alleen een basische celomgeving de zuren uit de cel goed kan opnemen

- celgisting (zoals Nobelprijswinnaar Warburg al in 1967 als oorzaak voor het ontstaan van kanker ontdekt had) uitein­delijk door een zure i.p.v. een basische lymfevloeistof veroor­zaakt wordt

Bron:

www.citt.nu


Geplaatst door Rinno Heidstra

Rinno Heidstra

Rinno Heidstra werkt als natuurgeneeskundig therapeut in het CelHerstelCentrum in Enschede. Van oorsprong is hij (sport)fysiotherapeut. Samen met zijn vrouw Marja heeft hij onder meer een grote fysiotherapiepraktijk opgericht, een nascholingsinstituut voor fysiotherapeuten in Duitsland en een re-integratie bedrijf...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Rinno Heidstra

Orongo Producten

Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie

Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

It matters not who you love, where you love, why you love, when you love, or how you love, It matters only that you love.

-- John Lennon





Earth Matters on LinkedIn

  Add to Google



Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.