De waanzin van de psychiatrie

ziek

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
VideoJa
Views:22219
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Earth Matters

Gekoppelde categorieen
Gezondheid, Farma, Ziekte, (Grens)wetenschap, Eigen producties

(Earth Matters | Eveline Peters) De quote van spiritueel leraar J. Krishnamurti spreekt boekdelen: “Het is geen maatstaf van gezondheid om te zijn aangepast aan een intens zieke samenleving”. Brits psychiater R.D. Liang noemt krankzinnigheid zelfs “een rationele aanpassing aan een zieke samenleving”. En ook Friedrich Nietschze draait er niet bepaald omheen door te zeggen: “Waanzin is zeldzaam in individuen - maar in groepen, partijen, landen, en tijdperken is het de regel”.

In de hedendaagse psychiatrie wordt het individu gediagnostiseerd en daarmee wordt het ‘probleem’ buiten de samenleving gelegd. Het ‘gestoorde’ individu staat het goed functioneren van de samenleving in de weg, zo luidt het oordeel. En in dezelfde logica wordt een kind met ADHD gezien als een ‘storende’ factor in de klas. Maar is hij enkel ‘storend’ of ook daadwerkelijk ‘gestoord’? Als we Nietzsche mogen geloven is het waarschijnlijker dat de psychiatrie, of de samenleving in zijn geheel, krankzinnige vormen heeft aangenomen dan dat het individu gestoord zou zijn. Het is dus de hoogste tijd dat we de vraag eens omdraaien: staat de hedendaagse psychiatrie het individu in de weg? Wordt het individu geweld aangedaan?

De welvaartstaat en kolonialisme

Ten eerste is het belangrijk om ons te realiseren dat sinds het ontstaan van de welvaartstaat in de twintigste eeuw medische, sociale, politieke, en raciale belangen altijd nauw met elkaar verbonden zijn geweest. De opkomst van de welvaartstaat was ook nauw verbonden met het kolonialisme. De kolonies en het ‘klimaat’ aldaar werden vaak gezien als ‘besmettelijk’ op vlak van ziektes en letargie, maar ook op moreel vlak. Er heerste een grote angst voor de degeneratie ofwel achteruitgang van het Europese ras in de koloniëen. In haar boek “Carnal knowledge and imperial power: race and the intimate in colonial rule” bespreekt antropologe Ann Laura Stoler uitvoerig hoe de koloniale staat, tijdens de Nederlandse overheersing in Indonesië, met name werd gevormd in het intieme domein van het huishouden. Zo waren er strikte regels voor de omgang tussen kinderen en de inheemse huishoudsters en verzorgsters uit angst dat de kinderen besmet zouden worden door inheemse ziektes en door de inheemse demoraliserende cultuur. Blanke vrouwen, met hun zwakke zenuwen, werden extra vatbaar geacht voor het inheemse klimaat en konden het beste thuis blijven. De vitale en morele blanke man van middelbare leeftijd vormde het boegbeeld voor koloniale overheersing en alle andere Europeanen, zoals ouderen, zieken, gekken, en vrouwen, werden gerepatrieerd. Een ziekte die veel voorkwam in de kolonies onder Europese vrouwen en gedemoraliseerde Europese mannen was ‘neurasthenie’; een ziekte die zich kenmerkt door prikkelbaarheid, slaapproblemen, chronische vermoeidheid, en depressiviteit. De ziekte zou worden veroorzaakt door het te lang verblijven in de kolonies ofwel door een te grote nabijheid en intimiteit met de inheemse bevolking. De eugenetica beweging is ook nauw verbonden met deze koloniale angsten en obsessies. In de roman “A passage to India” van E.M. Forster komt al deze complexiteit in raciale en genderrelaties, alsook het demoraliserende karakter van het koloniale leven, heel mooi naar voren. Het beleid rond vaccinaties van zowel mens als dier speelde ook een hele grote rol in de koloniale overheersing en de rechtvaardiging ervan. Hoe we tegen gezondheid aankijken is dus afhankelijk van maatschappelijke omstandigheden. In de koloniale context is dit achteraf gezien overduidelijk, maar er is geen reden om aan te nemen dat dit nu niet nog het geval zou zijn.

De biomedische politiek van nu

Gedurende de twintigste en éénentwintigste eeuw zijn kapitalisering en technologische vooruitgang van grote invloed geweest op de structurering van de gezondheidszorg en op hoe we gezondheid ervaren.

Ten eerste wordt gezondheid, en het leven zelf, in groeiende mate gemoleculariseerd “in entiteiten die kunen worden geïdentificeerd, geïsoleerd, gemanipuleerd, gemobiliseerd, en opnieuw gecombineerd” (Rose, 2007, p. 9). Orgaandonatie is hier een goed voorbeeld van alsook ook de opkomende nanotechnologie. Deze moleculaire visie vormt de basis van de zogenaamde ‘evidence-based’ gezondheidszorg waarbij een geïsoleerd effect moet worden aangetoond op een geïsoleerd defect om de wetenschappelijke waarde van een bepaalde interventie aan te tonen. Dit is het soort onderzoek dat door de farmaceutische industrie en de verzekeringsmaatschappijen wordt gefinancierd. Het gevolg van de molecularisatie is echter dat het geheel, ofwel het dynamische systeem, uit het oog wordt verloren. Interventies worden gericht op delen uit het geheel en zijn daarbij per definitie niet gericht op het lichaam in zijn totaliteit, laat staan op jou als levend wezen. Ook de gezondheidszorg zelf is steeds meer opgesplitst in specialismen en afzonderlijke delen waardoor het geheel nog meer gefragmenteerd wordt. Al deze delen staan open voor verschillende verzekeringsclaims, politieke belangen, wetenschappelijke experimenten, technologische verbetering, en corporatieve belangen. De persoon wordt daarbij vaak volledig uit het oog verloren.

Een tweede verandering ten opzichte van de negentiende eeuw is volgens Rose dat de huidige gezondheidszorg niet langer enkel draait om ziektes maar om optimalizering. Corporaties bieden ons een overvloed van producten en therapieën aan waarmee we onszelf kunnen verbeteren op fysiek en psychisch vlak. Ook het psychische vlak wordt daarbij gedefinieerd in biologische termen. Psychische problemen zouden immers in de hersenen zijn gelokaliseerd. De hersenen worden daarbij gescheiden van het geheel waardoor de mogelijkheden voor interventie wederom oneindig zijn. De perfecte mens lijkt binnen handbereik maar toch blijft het ideaal ons ontglippen. Indien we het ideaal zouden bereiken, dan zou er immers niks meer aan ons te verdienen zijn. Rose spreekt zelfs van een kolonisatie van de gezondheidszorg door corporatieve belangen en belangen van verzekeringsmaatschappijen in dit opzicht. Als ontvangers van gezondheidszorg zijn we dan niet langer patiënten maar consumenten die volgens Rose “keuzes maken op de basis van wensen die soms triviaal, narcistisch, en irrationeel lijken, en die niet worden gevormd door medische noodzakelijkheid maar door de markt en de consumentencultuur” (Rose, 2007, p. 20).

De maximalisatie van onze gezondheid, levensstijl, en potentieel is een dwingende maatstaf geworden. Deze hedendaagse vorm van het ‘tot subject worden’ noemt Rose ‘biologisch burgerschap’. Met deze term wil ze duidelijk maken dat burgerschap nu meer dan ooit wordt gedefinieerd in gezondheidstermen en niet langer in bijvoorbeeld religieuze of nationalistische termen. De gezondheidsexperts (zowel specialisten, managers, als verzekeraars) worden daarbij niet alleen de autoriteit op het gebied van gezondheid maar ook op het gebied van levensstijl. Denk daarbij aan het rookverbod. Dit is een levensstijl die letterlijk strafbaar is geworden, vooral in het publieke domein. Ook zijn er discussies gaande over de vraag of mensen die roken of niet willen afvallen nog verzekerd moeten worden voor ziektes die voortvloeien uit hun ongezonde levensstijl. Dit wordt al aardig persoonlijk allemaal. De media slaagt er ook aardig in om binnen te dringen in het privé domein. Er is een stortvloed aan televisie programma’s over het aanpassen van een individuele afwijkende levensstijl naar de normatieve levensstijl; of het nu gaat om een lichamelijke aandoening (dit is mijn lijf), eten (obese), tienermoederschap (vier handen op één buik), je huis inrichten,  opvoeden, je uiterlijk, je relatie (de slechtste echtgenoot van Nederland), of je huis opruimen (mijn leven in puin). Het laatste geval vormt een goed voorbeeld, aangezien verzamelwoede in de DSM V een ‘officiële’ psychiatrische diagnose wordt. In mijn leven in puin lijkt er wel sprake van een levensstijlpolitie die, als je niet uitkijkt, onaangekondigd voor je deur staat. En dan ook nog mét camera natuurlijk want alle schaamte, opstandigheid, woede, en verdriet die komt kijken bij deze stoornis, alsook de wonderbaarlijke make-over van het huis, verkopen blijkbaar goed.

Alle gezondheidsproducten, gezondheidszorg, en de bijkomende verlangens en mogelijkheden iets aan je lichaam of biologisch potentieel te verbeteren, worden op de markt verkocht als biovalue (biowaarde). Kortom, gezondheid en het leven zelf worden een ‘vrij’ handelsproduct. Het individu wordt tegen zijn natuur in verdeeld (‘individuus’ is Latijn voor ‘onverdeeld)’, het leven in zijn totalitiet wordt hem afgenomen, om vervolgens in delen ‘vrij’ op de markt te worden verhandeld. De term ‘biopiraterij’ (biopiracy) van Vandana Shiva lijkt hier meer op zijn plaats dan ‘gezondheidszorg’ als je het mij vraagt. Op uw gezondheid!

De DSM-V

“Een conditie als schizofrenie bestaat niet, maar het label is een sociaal feit en het sociale feit een politieke gebeurtenis” (R.D. Liang).

Hoogste tijd dus om het classificatiesysteem van psychiatrische stoornissen, de DSM (Diagnostic and Statistic Manual of mental disorders), eens onder de loep te nemen. Binnenkort komt de DSM-V uit, een nieuwe controversiële versie waarin weer een hoop nieuwe stoornissen hun opwachting maken, waaronder: ‘het niet mee willen werken aan psychiatrische behandeling’ (non-compliance to treatment), diverse ‘niet nader gespecificeerde stoornissen’, en zelfs een ‘pre-psychotische stoornis’ die staat voor het risico om in de toekomst een psychose te ontwikkelen. Zelfs ‘gezond’ zijn is dus geen reden meer om niet naar de psychiater te gaan want misschien moet je jezelf alvast laten behandelen voor een stoornis die je mogelijk in de toekomst kan ontwikkelen. Iedereen verdient een diagnose! Onderstaande documentaire, “DSM: The deadliest scam” vertelt het volledige schokkende verhaal:

Een bijkomende complicatie waarbij we onszelf etische vragen zouden moeten stellen is de opmars van zogenaamde ‘diagnose-behandel-combinaties’ die ondermeer hoog op de agenda staan van de Nederlandse zorgaanbieder van geestelijke gezondheidszorg PsyQ. Om ‘evidence-based’ te zijn, en om een behandeling bij een psychiater of psycholoog vergoed te kunnen krijgen, moet er vaak eerst een DSM-diagnose worden gesteld. Aan elke diagnose is vooraf een standaard medicatie of behandeling van een bepaalde duur toegekend. De behandeling is dus niet afhankelijk van de unieke patient. De noodzakelijkheid van een diagnose als voorwaarde voor een behandeling legt een druk op psychiaters om zo snel mogelijk tot een diagnose over te gaan. Vandaar dat steeds diagnoses bij moeten komen om iedereen te kunnen diagnostiseren. Bij PsyQ wordt de diagnose tegenwoordig gemaaakt aan de hand van een vragenlijst die telefonisch wordt afgenomen door een secretaresse. Een gevolg van de diagnose-behandel-combinatie is ook dat iemand met meerdere diagnoses achtereenvolgens hulp dient te zoeken voor de afzonderlijke diagnoses. Het gaat dus niet langer om de behandeling van een persoon maar om de behandeling van de ene ‘biologische’ aandoening na de andere.

Kinderen en baby’s: de nieuwe markt

De directe aanleiding die me heeft aangezet om dit artikel te schrijven is de documentaire ‘etiketkinderen’ die onlangs te zien was bij Zembla:

Hier wordt duidelijk hoe schoolkinderen door overdiagnostisering in een keurslijf van perfectie worden gedwongen en  hoe 'het mee kunnen in de groep' hoger gewaardeerd wordt dan de unieke expressie van het individuele kind. Ouders shoppen voor de perfectie van hun kind. Maar het houd niet op bij schoolkinderen. Ook baby’s vormen een doelgroep voor genadeloze marketing. De DC-03 is het classificatie systeem voor, jawel, psychiatrische aandoeningen bij baby’s. Dit is het toppunt van waanzin en het ultieme teken van een zieke samenleving. Auteur Samuel Blumenfeld zegt hierover het volgende (in DSM: The deadliest scam): “Het idee van een programma dat kan bepalen of een kind vanaf zijn geboorte tot zijn derde levensjaar een mentale aandoening heeft is zo belachelijk, zo absoluut waanzinnig, dat het eenvoudigweg een teken is van de waanzin die zich uitstrekt in het hele land [VS]”. En Gene Haislip (voormalig directeur van het kantoor voor ‘drug and chemical control’ in de ‘US drug administration’) bemerkt in dit opzicht: “we dobbelen met het leven en met onze kinderen”. En als je dan bedenkt dat moeders ook aan de drugs kunnen tijdens hun zwangerschap dan zijn we straks zelfs als foetus niet meer clean maar reeds ‘afhankelijk’ van de farmaceutische industrie.

Stigma

Traditioneel gezien is een stigma, met name in het welbekende werk van Ervin Goffman, gekoppeld aan een opvallende uiterlijke afwijking van een normatieve standaard. Het oordeel van dit ene afwijkende kenmerk wordt vervolgens impliciet veralgemeend naar de persoon in zijn geheel waardoor de persoon in discrediet wordt gebracht: “Hij wordt dus in ons brein gereduceerd van een heel en gewoon persoon tot een geschift en verlaagd persoon” (Goffman, 1990, p. 12). Een dergelijk oordeel wordt opgelegd door een meerderheid uit de bevolking. Tussen het gestigmatiseerde individu en de normaliteit vind een angstige en oncomfortabele interactie plaats. Een stigma is eigenlijk het tegenovergestelde van een status symbool. Stigmasymbolen  zijn “tekenen die vooral effectief zijn in het richten van de aandacht op een verdorven identiteit [verschil tussen norm en afwijking], waardoor het coherente plaatje wordt opgebroken, met een reductie in de waardering van het individu als gevolg” (vertaald uit: Goffman, 1990, p. 59). Maar als we deze logica volgen dan leidt ook een statussymbool tot een ‘opgebroken individu’ maar dan met een toename in waardering tot gevolg. Het punt dat ik hier zou willen aanstippen is dat we te maken hebben met de paradox van een opgebroken individu. Het individu wordt tegen zijn letterlijke natuur in opgebroken en dit is waarom een stigma (alsook een staussymbool) ontmenselijkend werkt en het individu geweld aan doet. De hedendaagse psychiatrie mag dus denk ik met recht een stigmatiserende institutie genoemd worden aangezien iedere vorm van menselijkheid aan het individu wordt ontnomen. Het stigma is echter niet langer een in het oogspringende afwijking van een minderheid maar onze menselijkheid en vitaliteit zelf. De norm is een illusionaire perfectie en daardoor schiet ieder mens bij voorbaat tekort.

De geschiedenis van de waanzin

In zijn boek ‘De geschiedenis van de waanzin’ localiseert Michel Foucault de waanzin fundamenteel in de beschaving. David Cooper vat de vrij complexe analyse van Foucault heel mooi samen. Foucault erkent dat waanzin bestaat maar wijst ons op het onomstotelijke feit dat mensen altijd tot waanzin worden gedreven door de krachten die werkzaam zijn in zijn directe omgeving en de samenleving in zijn geheel. Waanzin is daarmee een sociale gebeurtenis die in de psychiatrie wordt gemeten als een feit. “De implicatie hiervan is dat we allemaal een dergelijk feit worden waarbij onze kern-wezen wordt ontkent en we gereduceerd worden tot een co-wezen van abstracte afwezigheden” (Foucault, 2001, p. Viii). Dit lijkt me een mooie samenvatting van het geweld dat het individu wordt aangedaan door de huidige psychiatrie en Westerse beschaving.

Conclusie: ziek of onaangepast aan de samenleving?

De huidige psychiatrie en de farmaceutische industrie lijken er vooral op te zijn gericht het individu aan de samenleving aan te passen. In plaats van genezing kunnen we beter spreken van een heraanpassing aan de samenleving. Maar wat maakt dat we in de samenleving onze menselijkheid als abnormaal zijn gaan zien? Net als in de koloniale tijd, kleeft er ook in deze tijd een sociale en culturele dimensie aan het verhaal. Het is op sociaal en cultureel vlak dat een bepaald idee aan zogenaamde hegemonie wint waardoor het zichzelf in stand houdt zonder dat het afgedwongen hoeft te worden. We hebben ons denk ik massaal laten voorbijstreven door het ideaal van perfectie en de illusie dat perfectie te koop is. Als we de waanzin van deze dimensie inzien; en het uniek zijn van ieder mens weer gaan herwaarderen; en als we in de samenleving, het gezin, de scholen, en op het werk actief een plaats creëren voor de individuele unieke mens; dan heeft de farmaceutische industrie geen been meer om op te staan. De verantwoordelijkheid om echt vrij te zijn, zowel van ziekte als van het keurslijf van perfectie, ligt bij het individu; zeker in tijden van een zieke samenleving. En in tegenstelling tot wat de Matrix-films ons doen geloven is daar (gelukkig) geen pil voor nodig.

Bronvermelding

  • Foucault, M. (2001). Madness and civilization: a history of insanity in the age of reason. Oxon: Routledge.
  • Gofmann, I. (1990). Stigma: notes on the management of a spoiled identity. London: Penguin Books.
  • Nietzsche, F. (2004). Beyond good and evil. Whitefish: Kessinger Publishing.
  • Rose, N. (2007). The politics of life itself: biomedicine, power, and subjectivity in the twenty-first century. Princeton: Princeton University Press.
  • Shiva, V. (1997). Biopiracy: the plunder of nature and knowledge. Brooklyn: South End Press.
  • Stoler, A.L. (2002). Carnal knowledge an imperial power: race and the intimate in colonial rule. London: University of California Press.


Geplaatst door Eveline Peters

Eveline Peters

Wat ben ik ontzettend blij dat ik hier bij earth-matters terecht ben gekomen en met open armen ben ontvangen! Enerzijds sta ik nog relatief aan het begin van een proces van bewustwording maar anderzijds ben ik er eigenlijk al mijn hele leven mee bezig...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Eveline Peters



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Voor mij is elk uur van de dag en de nacht een onuitsprekelijk en perfect wonder.

Walt Whitman, Amerikaans schrijver











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.