De geheimen van Hildegard von Bingen

Hildegard von Bingen Liber Divinorum Operum

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:15174
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:A3 Boeken

Gekoppelde categorieen
Hallucinogenen, Boeken, Bewustzijn

(A3boeken) Hildegard von Bingen (1098-1179) geldt als eerste prominente vertegenwoordiger van de Duitse middeleeuwse mystiek. Zij schreef over religie, kosmologie, astrologie, natuurwetenschap, filosofie, theologie en botanie, dichtte en componeerde muziek. Er is veel onderzoek naar haar gedaan, met name door godsdienstwetenschappers en kunsthistorici. Het onderzoek van Gerrit Jan Keizer, mycoloog en klinisch psycholoog, werpt een heel ander licht op bepaalde aspecten van haar leven en werken.

Als kind was Gerrit Jan Keizer al gebiologeerd door paddenstoelen en zwammen. Inmiddels heeft hij er 35 jaar onderzoek naar deze natuurverschijnselen en hun plaats in het bosecosysteem op zitten. Het boek ‘De heilige paddestoel en het kruis’ (1970) en het interview van Koot en Bie met de auteur, de Engelse taalgeleerde John Allegro (uitzending kerstavond 1976) vormden voor Keizer de aanleiding om zich te verdiepen in het gebruik van planten, paddenstoelen en zwammen die psycho-actieve stoffen (entheogenen) bevatten en hun invloed op de ontwikkeling van de wereldgodsdiensten. Allegro maakte deel uit van het team dat de Dode Zee-rollen vertaalde. Hij betoogde dat het christelijk geloof zijn oorsprong heeft in heidense tradities rond het rituele gebruik, de aanbidding en verering van de Heilige Paddenstoel, de vliegenzwam. Keizer heeft zich de afgelopen jaren vooral verdiept in de rol die entheogenen, en met name de vliegenzwam, hebben gespeeld in door de katholieke kerk overgenomen oorspronkelijk sjamanistische rituelen en ceremonieën. Inmiddels hebben hij en enkele andere onderzoekers wereldwijd zo’n 4.500 (symbolische) weergaven van entheogenen in boeken, kerken, kloosters en musea gedocumenteerd.

Enkele jaren geleden kreeg hij de miniatuur ‘Die Seele und ihr Zelt’ van Hildegard von Bingen onder ogen, waardoor zijn interesse in haar werd gewekt. In deze miniatuur is aan de linkerkant een diabolische figuur te zien die een bruine paddenstoel in een schaal met kazen verstopt. De Duitse kunsthistorica Claudia Müller-Ebeling interpreteerde dit als een bewijs van mycofobie, angst voor het aanraken of consumeren van (giftige) paddenstoelen en zwammen. Deze angst zou volgens haar in Duitsland opkomen in de tijd van Hildegard. Alle overige symbolen in de miniatuur verwijzen echter naar het ceremonieel gebruik en de verering van de vliegenzwam. Toen Keizer er vervolgens op werd gewezen dat de miniatuur ‘Das Weltall’ overduidelijk een yoni oftewel (orgastische) vagina weergeeft, besloot hij het leven en de werken van Hildegard aan een nader onderzoek te onderwerpen.

Verklaring voor de visuele hallucinaties
Vanaf haar derde had Hildegard koortsaanvallen die leidden tot levendige zinsbegoochelingen die haar angst inboezemden. Over deze periode heeft Hildegard gezegd: “Aangezien ik sinds ik nog borstvoeding kreeg en vaak aan ziekten leed, die mijn lichaam verzwakten en waardoor mijn krachten achterbleven, ervoer ik weinig van hetgeen er om mij heen gebeurde.” Volgens haar laatste biograaf zou Hildegard zich tot haar verzorgster hebben gewend met de vraag of zij ook ‘verschijningen’ waarnam, hetgeen de verzorgster ontkende. Hierop zou Hildegard hebben besloten haar ervaringen niet meer met anderen te delen, wat een behoorlijke impact op de ontwikkeling van haar persoonlijkheid heeft gehad.
Pas toen zij jaren later als jong meisje onder de vleugels van Jutta von Sponheim kwam, die ook ‘visioenen’ had, sprak ze zich weer uit over haar ervaringen. Haar eerste ‘Schau’ omschreef Hildegard later: “Drie jaar oud zag ik zo’n helder licht, dat geheel mijn ziel beefde; maar vanwege mijn jonge leeftijd kon ik wat ik zag niet onder woorden brengen of in woorden vervatten.”
Het is overigens bekend dat de herinneringen die volwassenen hebben uit de tijd dat ze nog heel jong waren en slechts over een beperkte woordenschat beschikten, niet erg betrouwbaar zijn. Meestal zijn dergelijke herinneringen achteraf tot stand gekomen of aangevuld en gebaseerd op verhalen over hun vroege jeugd die door ouders of andere direct betrokkenen op latere leeftijd met hen zijn gedeeld. Hierbij hebben ze vaak het karakter van valse of vertekende (pseudo)herinneringen.
Volgens Oliver Sacks zouden de visioenen in haar jeugd zijn veroorzaakt door migraine of clusterhoofdpijn. Keizer maakt echter aannemelijk dat ze eerder als gevolg van koortsaanvallen met stuipen, ijlen en door hoge koorts geluxeerde zinsbegoochelingen moeten worden gezien, die hun vervolg in sensibilisatie voor en een aanleg tot het spontaan zien en horen van visuele en auditieve hallucinaties hebben gevonden. De ‘openbaringen’ die Hildegard op haar tweeënveertigste en zestigste jaar heeft, zijn echter van een zodanig ander en niet spontaan karakter, dat zij onder invloed van entheogenen - en met name van de vliegenzwam - tot stand moeten zijn gekomen. Gezien haar eerdere ervaringen zou Hildegard hiervoor extra gevoelig zijn geweest.

Haar eerste openbaring en de vliegenzwam
Samen met Jutta en een ander, verder onbekend gebleven meisje, verblijft Hildegard enkele jaren in een kluis bij het klooster van Disibodenberg. Daarna legt ze de geloften als Benedictijner non af. Na Jutta’s dood in 1136 wordt ze unaniem gekozen tot haar opvolgster en wordt ze eveneens abdis van het Benedictijner nonnenklooster van Disibodenberg.
Rond 1150 verhuist Hildegard samen met haar secretaris en leermeester Volmar, haar geliefde Richardis von Stade en een select gezelschap van adellijke nonnen naar het door haar gestichte sektarische nonnenklooster in Rupertsberg. Tijdens door Hildegard als magistra geleide ceremonieën draagt ze de outfit van de hogepriesteres van Delphi. Na de dood van Richardis in 1152 kent Hildegard haar meest productieve periode.
In 1141 krijgt ze naar eigen zeggen haar eerste ‘Schau’ of ‘Visio’ in de vorm van een openbaring of visioen met “zuiverende vurige vlammen”, die in haar gedachten en ziel werden besloten en haar kennis van de ‘psalter’ verhelderden. Hierbij kreeg ze van God de opdracht om te “zeggen en op te schrijven wat ze zag en hoorde.” In de miniatuur ‘Die Seherin’, opgenomen in het voorwoord van ‘Wisse die Wege’, is te zien dat een in sober nonnenkleed met kap geklede Hildegard bij haar eerste ‘Schau’ wordt begeleid door Volmar, die door een venster in haar cel naar binnen kijkt. Vanwege zijn tonsuur zou Volmar volgens Allegro met het gebruik van de vliegenzwam bekend en vertrouwd moeten zijn geweest. Om contact met het ‘hogere’ te maken, werd de rode hoedhuid van de vliegenzwam op de kale plek in het centrum van de tonsuur gelegd, zodat de werkzame stoffen direct via de fijne bloedvaten in de huid konden worden opgenomen en naar de hersenen geleid. Anders dan bij orale inname is er dan geen sprake van misselijkheid en braken.

In het voorwoord van ‘Scivias’ schrijft Hildegard: “En het gebeurde in het elfhonderd en eenenveertigste jaar na de geboorte van Jezus Christus, zoon van God, toen ik tweeënveertig jaar en zeven maanden oud was, dat de hemelen zich openden en een vurig verblindend licht van uitzonderlijke helderheid tot mij kwam. Het vloeide door mijn gehele brein, deed mijn hele hart en borst als door vlammen gloeien, echter niet branden, maar verwarmen.” Hildegard schildert haar verlichting door het ‘levende licht’ of de Heilige Geest zelf af als een ervaring, die “alles wat is doet herrijzen en ontwaken.” “De visioenen die ik zie en hoor komen niet voort uit dromen, noch verschijnen ze in mijn slaap of vanwege een geestelijke afwijking … maar wakend, kalm en bij zinnen, in mijn binnenste met een alerte geest … volgens Gods wil.”

Volgens Keizer kunnen de inhoud van en de reactie op haar visioen eenvoudig worden gerelateerd aan ervaringen van anderen uit verleden en heden bij oraal gebruik van verse of gedroogde vliegenzwammen. Met ‘zuiverende vurige vlammen’ lijkt de sensatie te worden verwoord, die tevens bij andere gebruikers van de vliegenzwam ontstaat. Zijn inventarisatie van de effecten, ervaringen en sensaties na het orale gebruik van (gedroogde) vliegenzwammen levert de volgende lijst op:

  • het optreden van hallucinaties, een effect dat met name aan muscimol wordt toegeschreven, soms samengaand met hevig zweten en beven;
  • vlammen of stralen zien en de ervaring van verlichting of ‘enlightenment’ door het ‘levende licht’ of de Heilige Geest (Pinksteren);
  • contact met ‘het hogere’, al dan niet met het ontvangen van boodschappen ‘van boven’;
  • macropsie of het onvermogen om afmetingen correct te beoordelen;
  • het herhaald ervaren van de fenomenen van de cyclus van ‘eeuwig leven’ door het drinken van ‘levend’ water, oftewel van met muscimol verzadigde urine vanuit het eigen ‘reservoir’, de blaas of de buik, respectievelijk gesymboliseerd door de ouroborus en de fontein des levens;
  • onbedoelde bijwerkingen als misselijkheid.

Voorts signaleert Keizer opvallende overeenkomsten tussen haar visuele en auditieve hallucinaties met de visioenen, zoals die in het Oude Testament van de door Hildegard aangehaalde Ezechiël, Job en Hosea worden beschreven. En God zou haar hebben bevolen om haar ervaringen op te schrijven, net zoals Hij dat de joodse profeten zou hebben opgedragen. Hildegard grijpt hierbij terug op wat in de Bijbel over Pinksteren wordt geschreven: “Plotseling kwam er uit de hemel een geluid alsof er een hevige wind opstak, het vulde het hele huis waar ze zaten. Toen zagen ze iets dat op tongen van vuur leek: het verdeelde zich en daalde op ieder van hen neer. Ze werden allemaal vervuld van de Heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen.” Rush concludeert dat Hildegards eerste ‘openbaring’ volledig lijkt te zijn ontleend aan de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen, de ervaring die zou zijn opgetreden na het gebruik van entheogenen als de vliegenzwam en de gebeurtenis die de geboorte van de Kerk markeert. Dergelijke spirituele ervaringen zijn ook uit andere culturen bekend.

Aanwijzingen voor het gebruik van entheogenen
Keizer vond een aantal sterke aanwijzingen voor Hildegards gebruik van paddenstoelen die psychoactieve stoffen bevatten, zoals de vliegenzwam, en planten zoals de doornappel, de alruin en het bilzenkruid. Zo valt dit bijvoorbeeld op te maken uit de beschrijvingen van haar openbaringen op tweeënveertigjarige en zestigjarige leeftijd en het karakter en de inhoud van haar visuele en auditieve hallucinaties. Voorts is Volmar, haar secretaris en ervaringsdeskundige, getuige van de eerste ‘openbaring’. Dit wijst erop dat de hallucinatie niet spontaan optreedt, maar dat er sprake is van een geleide, danwel door Volmar geïnitieerde en begeleide ervaring, die na oraal gebruik van de vliegenzwam tot stand kwam. Het neerdalen van de ‘vlammen’ oftewel van de Heilige Geest vanuit het plafond is ook een aanwijzing voor het binnenskamers gebruiken van entheogenen.
Zowel Volmar als Richardis zijn aanwezig bij de eerste ‘Schau’ van de laatste tien visioenen, wat opnieuw wijst op het niet spontaan, maar op afroep en onder invloed van entheogenen ervaren van een ‘visioen’. Richardis ‘knipoogt’, terwijl zij getuige is van het ‘visioen’. Dit geeft aan dat er sprake is van ‘inner vision’ en/of een gedeeld geheim, danwel van ‘een oogje dichtknijpen’ voor het door Hildegard gepleegde bedrog. Opvallend hierbij is dat dit keer de uitstorting van de Heilige Geest plaatsvindt vanuit een venster met geopende luiken in een boven haar cel zwevende wolk.
In verschillende miniaturen worden de ‘rivieren van ‘levend’ water’ weergegeven, oftewel het hergebruik van muscimol bevattende urine en de met de fontein des levens geassocieerde ouroboros, het symbool van de cirkel van het leven.
Voorts zijn in vele miniaturen psychoactieve planten en paddenstoelen door symbolen en kleuren weergegeven. In ‘Das Weltall’ bijvoorbeeld is een orgastische yoni te zien - het gevolg van het aanbrengen van klompjes witte bolletjes met vurige rode tongetjes tussen de grote en kleine schaamlippen. In ‘Das Ende der Zeiten’ verschijnt een diabolisch monster in de schaamstreek van Hildegard als de gekroonde Heilige Maagd, hetgeen het gebruik van heksenzalf impliceert. In de rand van de miniatuur is bilzenkruid afgebeeld.
In ‘Physica’ schrijft Hildegard over de gedeeltelijk zelf ervaren effecten van entheogene planten, waaruit kan worden opgemaakt dat ze bekend en vertrouwd was met het gebruik van geestverruimende middelen. En uit de vele ontmoetingen met koningen, keizers, edelen en hoge geestelijken, waaronder de privéconsultatie van Barbarossa in zijn keizerlijk paleis, kunnen aanwijzingen voor haar dealerschap of het optreden als ‘pigmentarius’ voor de elite worden afgeleid.

Dit artikel is gebaseerd op het onlangs verschenen boek ‘De geheimen van Hildegard von Bingen’, Gerrit Jan Keizer, uitgeverij A3 boeken, ISBN 9789491557033


Geplaatst door A3boeken

A3boeken

A3 boeken is opgericht in 2004 door Adrie Beyen. Het fonds is te vangen onder de paraplu van oude wijsheden, nieuwe inzichten en leven met de natuur. Oftewel A3 boeken geeft boeken en kaartspellen uit over spiritualiteit, persoonlijke ontwikkeling, sjamanisme, leven en dood, cultuurhistorie, astrologie, (natuur)religies, natuurbeleving en (dagboek)schrijven...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van A3boeken



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

"De weinigen die het systeem zullen begrijpen, zullen zo geïnteresseerd zijn in haar winsten of zo afhankelijk zijn van haar gunsten, dat er geen oppositie in deze klasse zal zijn, terwijl anderzijds de grote massa aan mensen, geestelijk onbekwaam om de enorme voordelen te begrijpen… de last (het systeem) zonder klachten zal dragen, en wellicht niet door zal hebben dat het systeem vijandig is aan hun grootste belangen."

Rothschild Brothers Londen, communiqué to associates in New York, June 25, 1863











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.