Autisme en aanverwante contactstoornissen ‘spiritueel bekeken’

Autism

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:36599
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Marieke de Vrij

Gekoppelde categorieen
Bewustzijn, Kinderen, Opvoeden, Gezondheid

(Marieke de Vrij) Autisme is voor ons als contactmakende wezens vaak wanhopig moeilijk te begrijpen en te doorschouwen. In 1994 gaf Marieke mij de volgende definitie van contactproblemen; die heb ik sindsdien zo diep herkend, dat ik hem altijd gebruik in therapieën en publicaties.

Deze kinderen lijden allen aan gevoelsarmoede op een niveau van zelfbeschikking, daar zij onvoldoende daadkrachtig zijn gevoelens te onderkennen en deze daadwerkelijk uit te spreken of binnen handelingen vorm te doen vatten. Dit leidt tot contactstoornissen,waarin de communicatiepatronen met buiten doorbroken zijn. Contactstoornissen kunnen allen in verband gebracht worden met het niet kunnen analyseren van de eigen gevoelens, waardoor er een brei van informatie ontstaat, welke niet direct oplosbaar is.

Bij deze kinderen,jongeren of volwassenen dienen de communicatiestromen altijd weer opnieuw op gang gebracht te worden. Bij ernstiger vormen van autisme komt daar bij, dat de zielenpotentie nog niet geheel in het lichaam geïncarneerd is; ze zijn dus gevangen binnen het lichaam en ze hanger er ook nog een stuk buiten. De zielenpotentie kan pas meer incarneren als de autist zich veilig genoeg voelt om wat openingen te maken in zijn zelf opgetrokken muur waarachter hij zich verschanst.

Dit is heel wat. In de loop van de dag zullen een aantal zaken wel duidelijk worden.

Het programma zal er als volgt uitzien.  Allereerst wil ik Marieke en mijzelf aan u voorstellen. Vervolgens zal ik een inleiding houden over wat Marieke en ik de afgelopen zestien jaar zoal zijn tegengekomen in onze samenwerking bij kinderen met Autisme en aan autisme verwante contactstoornissen. Hierna zal Marieke inspiratief aanvullingen geven op mijn inleiding in het oog houdend uw vragen waar u vandaag mee bent gekomen. Dan is het lunchpauze. Hierna stellen wij voor, dat u ongeveer een half uur praat met een aantal andere aanwezigen over een onderwerp dat u zelf graag vanmiddag naar voren wilt brengen. Voor de pauze inventariseren we daartoe de interesse gebieden met hand opsteken, zodat u in de pauze en daarna makkelijk de personen kunt vinden die op uw interessegebied aanklikken.Met hen vormt u een uitwisselingsgroepje. U doet dan al veel inspiratie op door met elkaar te praten en u formuleert tenslotte één vraag van het hele groepje, die in de tweede helft van de middag vervolgens gesteld kan worden. Ik zal het gedeelte van de vragen beantwoorden, voor zover de antwoorden al in de samenwerking van Marieke en mij bekend zijn geworden. En alles wat nog niet bekend is, daar gaat Marieke zich inspiratief op afstemmen. Dat betekent voor ons allen vernieuwende inzichten, dat is zo heerlijk van zo’n dag

We zijn ontzettend blij dat er zo veel mensen belangstelling hebben voor dit onderwerp.

Marieke: Ik ben Marieke de Vrij. Ik ben ongeveer vanaf mijn 27e actief geworden op dieper waarnemen dan doorsnee. Ik krijg heel veel innerlijke beelden, ben sterk fijnzintuiglijk aangelegd en heb een dagelijks contact met de onstoffelijke wereld, waardoor veel inspiratieve boodschappen vrijkomen op velerlei terrein. Ik heb inmiddels al op veel wetenschappelijke gebieden gewerkt in samenwerking met mensen die daar regulier in werkzaam zijn. Maatschappelijke vernieuwing op basis van diepere inzichten dan doorsnee, is wat mij trekt.

Marleen: Ik ben Marleen Oosterhof. Ik ben orthopedagoog en gezondheidszorgpsycholoog; ik werk grotendeels in de reguliere setting. Ik werk in een team dat zich bezig houdt met Vroegtijdige Onderkenning van Ontwikkelingsstoornissen. Ik zie dus veel jonge kinderen met autisme spectrum stoornissen, verstandelijke beperkingen en/of  psychiatrische problematiek. Daarnaast werk ik de laatste 7 jaar ook in Roemenië. Daar zie ik kinderen en jongeren van alle leeftijden met lichte tot zware problematiek. Zo heb ik op het gebied van autisme bijvoorbeeld veel ervaring kunnen opdoen met het toetsen van de inzichten die ik via Marieke herkende. Ik heb nu het idee, dat een deel van die kennis mijn doorleefde kennis is geworden en daarom hebben we deze dag nu durven organiseren. De inzichten zijn ervaringskennis geworden.

Hoe kwam ik er toe om 16 jaar geleden met Marieke de Vrij te gaan samenwerken?
Ik merkte dat ik binnen mijn orthopedagogische en kinderpsychiatrische vakgebied met 85% van mijn cliëntjes goed uit de voeten kon met alles wat ik had geleerd op de universiteit en via allerlei postacademische scholingen. Maar met ongeveer 15% van de kinderen kwam ik daarmee absoluut niet uit. Deze kinderen bespraken we in de landelijke werkgroep spirituele pedagogiek. Daar ontmoette ik Marieke en vond ik antwoorden, hypothesen die ik vervolgens in de praktijk ging toetsen. Zo is onze samenwerking tot stand gekomen.

De casuïstiek die ik heb verzameld, komt van kinderen waarbij de ouders open stonden voor de inzichten die Marieke gaf. Als er een kind was, waar ik of mijn collega’s met onze vakkennis niet mee verder kwamen, formuleerde ik samen met de ouders een aantal vragen die we Marieke voorlegden. Ik introduceerde Marieke door de ouders uit te leggen, dat ik samenwerkte met een psychotherapeut, die innerlijk kon schouwen wat er in het kind allemaal speelde, zodat we op die manier misschien nog wat aanknopingspunten konden krijgen om uit te proberen. Zo is er van honderden kinderen veel ontzettend mooi onderzoeksmateriaal ontstaan. Op dit moment bespreek ik misschien nog twee keer per jaar met Marieke een aantal extreme gevallen. Zoveel heb ik kunnen leren van de eerste gevallen en is soortgelijk te herkennen in anderen. Daar gaan we het deze dag over hebben. Ik zal het zo trachten te verwoorden, dat jullie begrijpen, waar ik het over heb.

Lezing: Autisme spiritueel bekeken
Marleen Oosterhof-van der Poel.

Deze dag gaat over autisme, spiritueel bekeken, wat versta ik hier onder? Spiritueel wil voor mij zeggen, dat ik me afvraag wat de zinvolheid is voor dit kind, deze mens van het huidige bestaan als autist? Welke evolutionaire stap wil deze mens middels deze autistische incarnatie zetten? Welk levensthema wil deze mens op deze manier uitwerken en hoe kan ik (als ik dit weet) de juiste voorwaarden scheppen zodat hij of zij zich optimaal kan ontwikkelen.

Ik weet niet hoe thuis u allen bent in spirituele benaderingswijzen? Wij gaan er vanuit, dat de ziel door meerdere levens heen zijn eigen evolutionaire ontwikkelingsweg gaat. Als dit allemaal heel nieuw voor u is, luister vandaag dan vooral met uw gevoel en kijk waar u enige herkenning bij vindt.

Elke incarnatie draagt er volgens ons toe bij, dat de ziel een enkele of een aantal wezenlijke zielsstappen geheel zelfstandig van binnenuit op een geheel eigen wijze in een geheel eigen tempo vormgeeft. Dit geldt natuurlijk voor ons allemaal. U weet allemaal dat dit soort stappen in uw eigen leven vaak van die taaie zaken zijn, die zich eindeloos in allerlei variaties herhalen in je leven. Heb je de ene situatie ontlopen omdat je het te moeilijk vond, of heb je de oorzaak buiten jezelf gelegd, dan kom je in een andere situatie precies hetzelfde thema vroeg of laat weer tegen. Over dit soort thema’s gaat het als je autisme spiritueel beschouwt.

Het verschil met niet spirituele methodieken heeft met de (zielen)laag van aanspreken te maken. Voor mij als hulpverlener is het vanuit deze optiek op de eerste plaats belangrijk om op zielsniveau door te dringen. Contact te maken met de levensthematieken die er gaande zijn en van daaruit de ziel medewerking te verzoeken om dit leven aantrekkelijker begaanbaar te maken. Het verschil met niet spirituele methodieken heeft dus met de laag van aanspreken te maken.

Veel (reguliere) methodieken leren de autist of het kind met autisme spectrum stoornissen functioneel beter te communiceren met zijn omgeving, zodat hij minder in afgescheidenheid functioneert en zich beter binnen zijn werkelijkheid kan oriënteren. Als onderdeel van de begeleiding is hier in principe niets mis mee, omdat er dan tenminste maatschappelijke deelname in meer of mindere mate mogelijk wordt. Maar als de therapie hier alléen op gericht is, wordt er op den duur toch een nieuwe eenzijdigheid gecreëerd.

Als de kern van de zielenproblematiek er niet bij betrokken wordt, ontstaan er altijd vroeg of laat gedragsproblemen. Die kunnen ons uitdagen om te kijken wat er achter zit of ze worden (en dat is in onze optiek jammer) onderdrukt met medicijnen. Dus ik ben erg blij dat er een aantaal kinderpsychiaters aanwezig zijn vandaag.

Spiritueel bekeken is het van belang dat de autist zichzelf dieper gaat ervaren, waardoor de bereidwilligheid om vanuit zijn eigen kern contact te zoeken, toeneemt.
Onze intentie is dus dat de autist in de loop van zijn leven steeds meer vanuit een wezenlijke zielsbereidheid contact gaat maken. Dat kost veel tijd en duurt vaak een deel van of het gehele leven. In het algemeen kun je zeggen, dat de evolutionaire opbouwfase die zich tekent middels autisme, met het volgende te maken heeft. Ik ga nu de incarnatieopdracht voorlezen, die Marieke van haar begeleiders heeft ontvangen. In wil hem in de oorspronkelijk tekst voorlezen om u een voorbeeld te geven van het soort taalgebruik wat in de doorgevingen gebruikt wordt. Het is zo rijk qua taal, dat de tekst op meerdere niveaus te begrijpen en interpreteren is. Ik heb teksten van 10 of 15 jaar geleden, waarvan ik nu een heel andere diepte begrijp dan indertijd. Ik heb voor deze dag ook weer heel wat ‘oude’ teksten doorgelezen en steeds ervaar ik van dezelfde tekst weer meer nuances. Elke diepere (intuïtieve) gevoelslaag die ik zelf in mijn leven bereik, maakt het mogelijk weer een diepere nuance in de tekst te begrijpen.

De incarnatieopdracht van de autist in het algemeen luidt als volgt:

De autist is zichzelf zoekende binnen de begrenzing van het zelf opgelegde bestaan. Dit creëert onrust in de geest, omdat men zichzelf binnen afscheiding ternauwernood kan terug vinden. De opgelegde wilskracht eens om zich in afzonderlijkheid te weten, breekt op. Met als gevolg dat de uiteindelijke uitkomst zich toont van zich niet meer in gescheidenheid wensen te tonen. Hiermee omarmt men het leermoment in het ‘nu’, dat ontegenzeggelijk verbonden is met anderen. Daarmee aangevend, dat wat de ander uitbeeldt in relatie tot het eigen zelf, bemiddelend is om tot zelfherkenning te geraken.

De autist die zich er op een bijzondere wijze aangelegen laat liggen dat zijn eigen belevingsveld centraal dient te staan, vergeet daarmee bekommernis naar anderen uit te drukken als zijnde zelfbekommernis. Hiermee aangevend dat de autist, nadat hij dit leven verlaten heeft binnen deze vorm van gronding, zichzelf wijzer wenst te tonen in samenhang tot derden. Wie nauwgezet zichzelf langdurig eenzijdig belicht heeft, bemerkt dat uitkomsten ontbreken en hier vanuit wordt een nieuwe geboortegang geactiveerd.

De tekst geeft aan, dat we elkaar nodig hebben om tot zelfherkenning komen. De definitie van de inleiding gaf al aan, dat degene met een contactprobleem een beperking heeft in de herkenning van het eigen gevoelsleven. De autist denkt dat hij de ander daar niet voor nodig heeft, maar uiteindelijk kun je jezelf alleen maar leren kennen met behulp van de ander.

De zelfherkenning staat dus voorop. Welke zelfherkenning precies kan heel verschillende onderliggende levensthematieken kennen. Ik vertaal de tekst die ik zonet gelezen heb nu voor u met betrekking tot een bepaalde groep autisten met een trauma op zelfbeschikking. In de casuïstiek die we verzameld hebben, blijkt dat er heel vaak een trauma (uit een eerder leven) onder deze vorm van incarnatie ligt.

Een trauma op zelfbeschikking als een van de mogelijkheden van een incarnatie opdracht als autist.

Ik ga het nu dus als voorbeeld hebben over een trauma op zelfbeschikking en hoe je dan de zojuist gelezen incarnatieopdracht zou kunnen interpreteren. De groep autisten met dit thema hebben door traumata in vorige levens besloten geheel zelfstandig (los van de ander) tot zelfherkenning en zelfbeschikking te komen. Waarom? Omdat zij in het verleden aan dit aspect onvoldoende konden toekomen, omdat zij er door anderen van afgebracht werden. De geschiedenis met allerlei indoctrinerende godsdiensten en dictatoriale regimes geeft talloze mogelijke voorgeschiedenissen. Dat kunt u zich wel voorstellen. Op grond van deze ervaringen is er ergens, meestal aan het eind van het laatste leven, een zielenbesluit genomen om voortaan geheel het eigen spoor te gaan volgen, zo min mogelijk inmenging van anderen te dulden en geen interpretaties van anderen toe te staan.

Een leven als autist kan tot heling leiden met omstanders die subtiel dit soort innerlijk leven kunnen aanvoelen en zich neutraal kunnen opstellen bij de hulp tot zelfherkenning. Tevens is het belangrijk dat zij in staat zijn de ziel van de autist te ontmoeten en uit te nodigen in het eigen tempo de geheel eigen volgende stap te zetten. Het doel van de huidige aardegang is immers om de volgende stap te zetten.

Neutrale opstelling opvoeders essentieel


Als dit de onderliggende thematiek is, is een neutrale opstelling van opvoeders en verzorgers zeer essentieel. Als je namelijk - en dat was ook mijn eigen leerproces de afgelopen 16 jaar - de ander niet echt neutraal steunt om tot die zelfherkenning te komen dan ben je al snel toch net te indringend, net te veel sturend weer, en dan zag ik tot mijn verdriet dat er stilstand optrad of soms zelfs achteruitgang van wat al bereikt was. Ik denk dat we met dit soort zaken met z’n allen verder moeten komen, want dit is de essentie van de therapie. In de casuïstiek zag je bijvoorbeeld sommige kinderen aardig open gaan bij bepaalde begeleiders en zag je vervolgens dat andere begeleiders het weer afbraken omdat zij net weer te indringend waren, waardoor de autist zich weer terugtrok. Het is gewoon te kwetsbaar in het kind zelf als een trauma op zelfbeschikking de grondoorzaak van de problematiek in dit leven is.

Dit soort processen maakt het omgaan met autisten zo verschrikkelijk moeilijk, maar eenmaal geslaagd en dat is hartstikke bemoedigend, dan betekent het in feite een soort initiatie voor zowel de autist als voor zijn opvoeders, dat je zo diep de ander kunt ontmoeten en helemaal zelf tot zelfherkenning brengen.

Metafoor. Groep autisten die als het ware gevangen zitten in een (spinnen)web, maar door losmaking en oprekking van de webdraden uiteindelijk zelf kunnen wegvliegen.
De mensen met autisme of een autisme spectrum stoornis vormen een ontzettend gemêleerde groep. De begeleiders van Marieke hebben meerdere malen aangegeven, dat de term autisme eigenlijk weinig zegt. Zij hebben voor ons een nieuw kader geschapen. Kinderen die oog- en handencontact toelaten, zitten om een metafoor te schetsen gevangen in een web, als prooi voor een spin. Deze groep mensen is niet geheel, maar in meer of mindere mate in zichzelf gekeerd. Ze zijn in de tijd te bevrijden uit het web door de draden om hen heen heel langzaam op te rekken, zodat ze op een gegeven moment zelfstandig kunnen vliegen. Alle therapieën zijn bij deze groep dus ook gebaseerd op het oprekken van interacties, gewoonten, routines e.d., steeds weer hen uitnodigend kleine variaties aan te brengen.

Metafoor. Groep autisten die verkleefd zitten aan een soort vliegenstrip, aan een eigen ‘’oud’’ stuk.
Een andere groep zijn de zwaardere autisten. Zij laten geen oog- en handencontact toe. Het beeld is, dat zij in feite verkleefd zitten aan een oud stuk. Zodanig verkleefd dat ze bijna een energetische doorbreking moeten krijgen om los te komen uit dit ‘’thema’’ stuk. Daar zag Marieke het beeld bij van een strip waar vliegen aan vast zitten. Daar zit je aan vast en je kan er maar niet uit. Je probeert wel wat te vliegen, maar het lukt je niet; je zit aan één kant vast, je hebt niet zomaar contact met buiten.

Kinderen/volwassenen die wel oog- en handencontact toelaten.


Ik ga het eerst hebben over de casuïstiek van de groep kinderen die wel oog- en handen contact toelaten. Nogal wat van deze kinderen blijken nog gekluisterd in een ander tijd- en levensperspectief. Ze zijn in feite nog grotendeels in regressieve toestand. Ik werk veel met hele jonge kinderen tussen 2 en 8 jaar. Ze handelen alsof ze nog in een vorig leven verkeren en zijn nauwelijks aanwezig in het hier en nu. Ik heb het nu over een groep kinderen die de eerste jaren weinig contact maken, een enorme ontwikkelingsachterstand oplopen en niet of nauwelijks tot spreken komen. Ze spelen (als ze spelen) heel eenzijdig en soms zijn er hele vreemde speluitingen. De therapie is hierbij bijvoorbeeld meegaan in de verstoring.

Ik zal het voorbeeld geven van een jongen, die ik Peter noem. Toen hij 4 jaar was, sprak hij nog amper, hij sprak in tweewoordzinnetjes. Hij had al wel twee jaar grote interesse voor een boek van ridders. Dat wilde hij de hele dag wel bekijken. Het enige waaraan je zag dat hij toch wel meer mogelijkheden moest hebben, was dat hij wel goed tekende. Zijn tekeningen waren doorspekt van aspecten uit de riddertijd. Er was geen wederkerig contact mogelijk, hij was wazig, niet echt in het hier en nu aanwezig.

Zo’n kind ga je via het oprekken van zijn eigen spel, proberen duidelijk te maken, dat de riddertijd een andere tijdsdimensie is en dat het nu anders is dan toen. Je praat op het niveau van de ziel: nú bouwen we met lego een huis, dat kunnen we een kasteel noemen, maar we bouwen daarnaast ook een huis waarin we nu wonen. Het kasteel was van toen en het huis is van nu.

Dit is wat je op cognitief niveau doet in het spel. Dit is echter niet het belangrijkste. (Ik zal dadelijk een schema uitleggen dat ik in de therapie gebruik). Het belangrijkste is de cognitieve ervaring uit te breiden naar een gevoelservaring en daarmee een gevoelsherkenning. Voor dit doel gebruik je veel gevoelstaal en sfeer intonaties. Dus als je speelt, ga je (in het geval van het voorbeeld) cognitief in op het feit, dat het over een huis van nú en een kasteel van tóen gaat, maar het accent in je spel ligt op de gevoelsbeleving die je erin brengt door m.b.v. fluisteren, verschillende intonaties, uitroepen en bewegingen. Het doel is dat het een echte gevoelservaring wordt. Bijvoorbeeld: ”Oh, wauw, een nieuw huis, hier gaan we binnen. He, wat zie ik daar? Een huis van lang geleden, een kasteel. Hoe is het mogelijk…… En die mensen zien er heel anders uit dan wij nu.

Door zo te spelen krijg je vroeg of laat steeds meer oogcontact op een niveau dat je de ziel kan bereiken, je krijgt samen een blik van herkenning, van verstandhouding, een echte contactblik. Als de eerste keer er eenmaal is, wordt het doel van je begeleiding dat ouders en andere verzorgers dit soort contact herkennen en zo lang mogelijk gaan rekken (door erbij stil te staan, niets verstorends te doen, maar gewoon te genieten en vervolgens het genieten speels uit te verlengen.)

Bij deze jongen hadden we het eerste moment gelukkig op de video kunnen vastleggen, zodat het duidelijk gemaakt kon worden aan allen die met hem omgingen. De eerste weken kwam een soortgelijke blik hooguit een enkele maal per week voor. Herkenning is belangrijk, want hoe kan het kind zelf dit soort (zielen)ontmoeting gaan herkennen, als de omstanders dat niet doen. Het was mooi om te zien, hoe dit kind in ongeveer twee/drie jaar tijd geheel in het nu kwam en uit zijn oude fixatie werd losgetrokken.

Bij dit kind was de eerste ontmoetingsblik direct op een niveau dat de ziel te bereiken was. Dit gebeurt op zich weinig. Meestal is het een heel geleidelijk proces van minder tot meer echte ontmoeting, van minder tot meer zielencontact. Dit kind heeft ons veel geleerd omdat zijn proces zo snel ging. In twee jaar tijd was hij geheel los van zijn “”oude”” fixatie en inzichzelf gekeerd zijn. Hij heeft het gewone onderwijs kunnen volgen en daarna de HAVO. Ik wil hiermee dus zeggen, dat als het kind er helemaal uitkomt, hij helemaal geen autistisch spectrum kenmerken hoeft over te houden. Meestal gaat het echter niet zo snel en is er een groter stuk van het leven nodig voor heling. Het is wel mijn overtuiging geworden, dat deze vorm van autisme waar oog- en handencontact mogelijk is, geheel overwonnen kan worden, als je maar door blijft gaat met het losweken en contact maken op zielenniveau.

Dit kind zat vast in de riddertijd. Een ander voorbeeld van een andere fixatie: ik heb meerdere malen meegemaakt dat het ‘oude’ stuk een vereenzaamde oudere was, zich veilig voelend in het eigen afgesloten gescharrel. Die kinderen bewogen geregeld ook bijna als een hoogbejaarde in de periode dat ze nog gekluisterd in die energie waren. Zo hebben we een aantal meisjes gehad, die in hun doen en laten net oude vrouwtjes waren.

Casus van kind dat een deel van de dag speelde dat hij hond was.

Ik weet nog een geval van een kind, dat was echt heel schrijnend. De ouders hadden de eerste 3,5 jaar alleen maar een hyperactief, in zichzelf gekeerd kind in huis gehad, waar ze geen contact mee konden krijgen. Het kind speelde niet of speelde dat hij een hond was. Ik kon totaal geen contact krijgen met dit chaotische kind en ging dus mee hond spelen. Het was al het vierde huisbezoek (ik mocht maximaal vijf huisbezoeken brengen) en ik had het al bijna opgegeven om via meespelen contact te kunnen krijgen. Ik kon nergens uit opmaken, dat hij mijn aanwezigheid opmerkte.

Ik had inmiddels via Marieke een hypothese wat de achtergrond kon zijn. Zijn vorig leven speelde zich af in een arm land. Zijn ouders hadden hem om geld te verdienen gehandicapt gemaakt. Ze hadden gezorgd dat zijn tong verwijderd werd, zodat hij niet kon spreken. Hij verdiende geld door extreem toneelspel, hij speelde toen dat hij een hond was. Hij zou op jonge leeftijd overleden zijn en zat nu nog vast in dat levensperspectief.

Bij het 4e huisbezoek deed ik in het “”samenspel”” de deur van de huiskamer open. Hij ging naast de deur zitten en hij zette met gebaren een bakje naast zich op de grond. Ik schrok ontzettend op dat moment, want ik dacht “Hij gaat bedelen” en precies op dat moment keek hij in mijn richting en hadden we ineens oog- én zielencontact. Een genezend moment bleek. Vanaf dit moment kwam hij in enkele maanden uit zijn chaotische hyperactieve afgesloten wereldje. Wat gebeurde er precies? Door mijn schrik en zijn kijken naar mij hadden we contact in een ontwikkelingslaag die tot dan toe afgesloten was. Ik herkende hem in diepte en hij herkende zichzelf. Ik herkende natuurlijk ook wel die hond, maar die herkenning was eenzijdig. Hij moest zichzelf gaan herkennen in een ander tijdsperspectief in het hier en nu. Dat was het begin. Zo kan het gaan dus.
Heel vaak is het echter zo, dat je helemaal niet weet waar een kind in vastzit, omdat het niet om een duidelijk ander tijdsperspectief gaat, maar meer om psychologische processen waar het kind nog in vastzit. Heel rigide patronen. Het is dan ook niet altijd zo belangrijk om dat te weten, als je maar probeert elk rigide patroon net zolang op te rekken totdat het doorbroken is.

Ik maak er de laatste jaren een sport van niet te weten wat de achtergrond is uit een vorig leven. Het web lospeuteren blijkt meestal voldoende om patronen te doorbreken en ontwikkelingslagen tot ontwikkeling te brengen. En dan zie je het volgende.

Deze tekening kennen velen van u wel. Hij komt uit de traumabehandeling en uit de regressie of reïncarnatietherapie.

Tekening 1
driehoek             

Uitleg:
In een natuurlijk doorleefde ervaring, een zogenaamde geassocieerde ervaring, zijn alle aspecten van de driehoek aanwezig (MEL). Er is een mentale component, de z.g. M. Je visuele en auditieve zintuigervaringen (je hoort en ziet wat), je gedachten en je wilsimpulsen horen allemaal bij de mentale component. De E is een ander aspect van de driehoek en staat voor het emotionele gevoel. De basis van de driehoek, de L, staat voor het lichaamsgevoel.

Een voorbeeld van dit moment ter illustratie:
U zit nu te schrijven.
M= u denkt na over wat ik zeg, u ziet me staan, u hoort me. Dit is het mentale aspect van uw ervaring in het hier en nu.
E= U voelt zich emotioneel geraakt als u iets herkent of juist niet dan voelt u een lichte irritatie opkomen. Dit is het emotionele gevoelsaspect van de beleving in het hier en nu.
L=Als u nu geheel in uw body vertoeft, hebt u er ook een lichamelijke beleving bij. U voelt zich misschien behaaglijk bij herkenning of gespannen als het allemaal toch wat weerstand oproept. Dit voelt u ergens in uw lichaam. De één voelt het in zijn hoofd, de ander in zijn keel, borst of buik.

Dit is het zogenaamde MEL-schema: MEL = Mentaal – Emotioneel - Lichamelijk.
We zijn natuurlijk niet altijd helemaal in het hier en nu aanwezig. Als u hier op een bepaald moment gaat zitten denken over wat u vanmorgen heeft gedacht, dan bent u niet meer in het hier en nu aanwezig. U bent gedissocieerd. U beleeft het nu van een afstandje, of neemt er flarden van waar. In de regressie/reïncarnatietherapie gaat men er van uit dat als je ergens een trauma hebt liggen (uit dit leven of een vorig leven), dat er dan een bepaald stuk van de driehoek onontwikkeld is bij een bepaald type ervaringen.

U kunt zich misschien voorstellen na de casuïstiek die ik zojuist heb verteld, dat kinderen met een autistische stoornis dus frequent of altijd in een min of meer dissociatieve toestand zijn. Met name de gevoelsdelen van de ervaring zijn onontwikkeld. De spirituele therapie is er op gericht ze zoveel mogelijk in de associatie te brengen.

Tekening 2.
Marieke gaf de onderstaande aanvulling voor de
MEL driehoek van iemand met een autistische stoornis.

driehoek2

Bij autistische kinderen is het kenmerkend dat de mentale zintuigen en het denken het overwicht hebben. Daarom is er een dikke lijn getekend op deze plek in de driehoek. Afhankelijk van de ernst van het autisme zit je als autist meer of minder gekluisterd binnen het mentale stuk en is de lijn meer of minder dik. De driehoekzijden die het emotionele gevoel en het lichamelijke gevoel van de ervaring weergeven zijn dunner en onderbroken.

Wat wil dit zeggen? Als u de definitie van contactproblemen nog in uw hoofd heeft, weet u dat de basis is dat het emotionele gevoel niet of minder herkend wordt. Naarmate het autisme toeneemt zijn er minder gevoelens zichtbaar en voelbaar. Het beeld van Marieke is, dat deze gevoelens er onbewust wel zijn, maar onder het oppervlak, onder water met erupties af en toe boven het water. De erupties zien wij aan een korte twinkeling in de ogen, even een heel kleine verandering in de mimiek of een schrik of paniekreactie.

Dus in de ouderbegeleiding werk ik met elke kleine twinkeling in de ogen, elk klein mimisch veranderingetje. Ik doe dit met video opnamen. Eerst leer ik de ouders de aanvankelijk minieme verschillen in mimiek te herkennen en dan leer ik hoe ze deze momenten kunnen verlengen en verdiepen, zodat ze door het kind herkend kunnen gaan worden. Het verlengen en verdiepen gebeurt met de sfeeraspecten van de stem (met je intonatie probeer je het gevoel te representeren). Dus zie je een lichte verbazing op het gezicht, dan verbaas je je met intonaties, oh, ah enz. mee. Ontwaar je een mogelijk lichte teleurstelling, dan “”och”” je licht jammerend mee. Het ziet er aanvankelijk wat overdreven uit, is het ook, maar het kind leert alleen door de overdrijving van zijn nog minieme gevoelserupties deze herkennen en benoemen. Jij geeft er immers ook een naam aan. Begrijpen jullie hoe dit gaat?

Wat zie ik op dit moment nog vaak gebeuren? Ouders van jonge intelligente autistische kinderen zijn vaak (onbewust) bezig met name de mentale kant uit te breiden. Want ze zien wel dat hun kind contactproblemen heeft, maar ze zijn dolgelukkig dat het cognitief wel het een en ander kan. Sommige kinderen vragen en herhalen veel en krijgen evenzovele mentale antwoorden terug. U kunt zich voorstellen, als dit de hele dag doorgaat, dan wordt de mentale lijn van de driehoek wel erg dik en wordt het steeds lastiger de gevoelslagen te ontwikkelen. Er schiet immers altijd wel een gedachte voor de eventuele zwakke eruptie van het gevoel.

Je bent heel wezenlijk bezig als je onder en op het water kijkt of er net wat waarneembaar is van de gevoelswereld. Je werkt er naar toe in je therapie dat de stippellijnen van de driehoek steeds dichter worden. Het is afhankelijk van de zielen thematiek hoeveel het kind durft vrij te geven en in welk tempo. Dat forceer je niet, maar je ondersteunt wel een geruststellende herkenning en verkenning. Dit doe je door een liefdevolle neutrale houding. Het vertrouwen om zich vrij te geven vraagt meestal tijd om te ontwikkelen. De onveiligheidsgevoelens zijn immers meestal in een lange tijd opgebouwd. Alleen als er sprake is van een blokkade, gaat de transformatie snel (in een aantal jaren) en dat komt ook voor (voorbeeld van ridderjongen en bedelende jongen).

Ik motiveer de ouders van jonge kinderen met autisme spectrumstoornissen meestal om het cognitieve zo min mogelijk aandacht te geven en alles op alles te zetten om de emotionele en lichamelijke gevoelspoot te ontwikkelen. Dit betekent een verschil met veel reguliere methodieken die proberen het mentale stuk voornamelijk uit te breiden. Als je in onze optiek te vroeg al bezig gaat met foto’s, picto’s e.d. en het kind moet steeds gepland sturend het volgende doen, dan schiet je gemakkelijk in de mentale eenzijdigheid. Er zijn allerlei theorieën hoe de waarneming van een autist is: ja gedissocieerd. Helemaal waar hij neemt voornamelijk gefragmenteerd waar, maar dit los je niet cognitief op. Als je het accent legt op het boven water halen van de gevoelselementen van de ervaring, dan neemt de dissociatie af, komt de autist in de beleving en leert hij van zo’n ervaringen in het hier en nu.

Verder is het ontzettend belangrijk om geregeld zielscontact te kunnen maken. Wat is dat? Je maakt contact met het wezenlijke van iemand. Je accepteert diep wat er is. Bij echt zielscontact voelt iemand zich diep herkend en erkend. Het is een non-verbaal gebeuren ofwel via de ogen, maar bij autisten even vaak via het haragebied (van buik tot buik) omdat oogcontact maar deels wordt toegelaten. Zielscontact is bij autistische kinderen eigenlijk alleen mogelijk op het moment dat de overconcentratie, de overfocus op handelingen of denkpatronen even losgelaten wordt. Mijn ervaring is dat dit heel vaak pas gebeurd als het kind moe wordt, als het van nature even zijn onder controle willen houden los kan laten. Bij lichtere vormen van autisme is het bij plezier maken of als je ineens iets heel onverwachts doet, ook goed te verkrijgen.

Een enkele keer was het extreem wat ouders moesten doen om zielscontact te krijgen. Het was heerlijk dat Marieke daarvoor mogelijkheden gaf, anders hadden ouders me voor gek verklaard als ik het advies op persoonlijke titel had gegeven. We hebben bijvoorbeeld een ernstig autistische jongen gehad die moesten we een enkele keer ’s nachts wakker maken om dit contact te initiëren. Er was zo weinig dat die ziel toe kon laten. Marieke kon zien dat hij dat ’s nachts wel zou kunnen om een uur of vier. Achteraf gezien logisch. Wij kunnen op die momenten ook wakker worden en dan ineens hele ruime inzichten hebben. Dan heb je in wezen zielscontact met jezelf, je hebt contact met je eigen hogere zelf. Als zo’n jongere dit bij zichzelf leert herkennen, ben je een flinke stap verder om hem te bereiken. Bij deze jongere hebben we dat zo gedaan. Overdag bleef hij aanvankelijk afgesloten, maar konden we steeds meer subtiele gevoelserupties waarnemen als we hem metaforen/verhalen vertelden over de ervaringen ’s nachts.

Deze jongere behoorde tot de groep autistische stoornissen waarbij je geen oog- en handencontact kunt krijgen. Daar ga ik nu wat meer over vertellen.

Voorbeeld van een autistische jongen die geen oog- en handencontact maken.

Autistische mensen die geen oog- en handencontact maken, behoren tot de meest ernstige groep van autisme. Voor hen geldt het driehoek MEL-schema ook, maar is er veel meer nodig om vooruitgang te krijgen.

Ik geef een voorbeeld van Jasper. Ik heb hem leren kennen op z’n tweede jaar en heb hem tot zijn negende jaar mogen begeleiden. Hij heeft uit een vorig leven extreme eenzaamheidsproblematiek meegenomen. In dit leven start hij in dezelfde energie. Hij heeft angst om zich te uiten, omdat daaraan teveel risico’s waren verbonden in een eerdere levensbetrekking. Hij huilt en jammert bijna de hele dag. Is zeer ongedurig en hyperactief. Volgens Marieke ervaart hij zichzelf innerlijk opgesloten tussen twee muren, waar hij niet overheen kan kijken. Hij ontwikkelt zich zwakzinnig. De zintuigen ontwikkelen zich te zwak, daarom gebruik ik de term zwak-zinnig. Dat vind ik namelijk wat anders dan geboren worden met een verstandelijke beperking, waarbij het denken geen overwicht heeft. In het geval van dit kind heeft het denken (en de wil) wel teveel overwicht waardoor hij zijn gevoelskwaliteiten niet kan ontwikkelen. Hij kan door het mentale overwicht geen nieuwe ervaringen in het hier en nu opdoen. Hij houdt ze op slot.

Marieke neemt innerlijk waar dat zijn diepste angst is dat als hij zich uitgeeft in spreken, dat ieder woord tegen hem gebruikt kan worden. We zien inderdaad bij de ontwikkeling van dit jongetje, dat hij op z’n vierde jaar wel al drie keer begonnen is met spreken. Hij is steeds begonnen met een woord of tien en dan stopte hij weer. Ik kon hem op zielsniveau niet bereiken en dus ook niets uitleggen over zijn mogelijke ontwikkelingsstappen, omdat zijn mentale overwicht te sterk is. Zijn oude denkstructuur laat geen ruimte. Dat zult u ook heel vaak tegenkomen bij de zwaardere gevallen (die zowel autistisch als zwakzinnig zijn).

Op het dagverblijf waar hij vertoeft, werd hij aanvankelijk alleen maar autistischer. Ook dit zult u vaak meemaken, dat kinderen thuis opener zijn. Hij voelt zich niet gezien. Hij voelt zich afgegrensd in zijn spelbehoefte, ondanks alle lieve leidsters. Met name “moeten wachten” versterkt zijn teruggetrokkenheid, ziet Marieke. Wachten op een schone broek, aan tafel zitten en wachten tot er eten komt, even wachten in de kring voordat er muziek komt enz. Hij voelt zich in een groep gestoord in zijn ruimtebeleving. Als er mensen in zijn omgeving lopen binnen een straal van anderhalf tot twee meter, dan voelt hij dat als een beweging in zijn auraveld en dus als indringing. Hij slaat en bijt dan om zich heen. Wat doe ik nu met deze “hypothese”. Marieke “ziet” het, maar hoe toetsen we deze op het dagverblijf, zodat hij hier in ieder geval even open kan worden als thuis.

Er werkt gelukkig een orthopedagoog, een collega van mij, die zo handelingsverlegen is, dat ze alles wel wil proberen. Ik vertel haar wat we tot nu toe thuis aan vorderingen hebben gemaakt door de inzichten van Marieke en of zij de adviezen wil vertalen naar het dagverblijf. Ze maakt een afwijkend behandelingsplan. “Bij dit kind doen we het anders. Dit kind hoeft pas aan tafel als het brood op zijn bord ligt. Dit kind haal je pas in de kring als de muziek start enz. Het lukt. De oude triggers verdwijnen gewoon door praktisch anders te handelen.

We maken weer een volgend stapje vooruit. Jasper is opener, maakt iets meer contact. Nog steeds geen enkele cognitieve ontwikkeling. Maar wel van binnen in feite hele wezenlijke volgende zielenstapjes. Daarom heb ik dit voorbeeld genomen, want als je innerlijk kijkt, is er namelijk wél wat aan de hand. Hij is vrolijker geworden; hij kan enorm lachen wat hij nooit deed. Maar hij begint nu ook uit te dagen, het is zijn manier om uit zijn schulp te komen. Deze diepere beweging ziet zijn omgeving niet. Het brengt hen tot nieuwe handelingsverlegenheid. Eerst was er geen contact, maar bleef hij tenminste kauwend op een speeltje of rusteloos rondjes lopen of zitten. Nu klimt hij bovenop de kast.

Marieke zegt hierover:
Iemand die zich langdurig niet veilig gevoeld heeft binnen eerdere levens, wenst meer bewegingsruimte en zijn territorium zélf uit te rekken. Hij wil oefenen in geheel zelf de volgende stap te zetten, zodat hij er zeker van is dat iemand niet zomaar binnendringt. Dat hij nu zijn eigen territorium schept, is een gunstige aangelegenheid.

Een jaar later is hij in staat iets met een volwassene samen te doen in een één-op-één situatie. Op de vraag waarom hij nooit iets doet in de groep, neemt Marieke het volgende waar:
Het verlangen zichzelf prijs te geven geldt in zijn bewustzijn. Maar het verlangen wordt gecensureerd door de angst zich niet bekend te maken, daar zich prijsgeven gelijk staat aan zich uitleveren.

Ik hoop dat ik u door dit voorbeeld duidelijk maak, dat je steeds de kernlevensthematiek ziet terugkomen. Wanneer dit onvoldoende door de omstanders herkend wordt, kan genezing niet plaatsvinden in de diepte van zijn wezen, daar hij nog te jong is en te weinig krachtig om op eigen gelegenheid deze transformatie te maken. Omstanders moeten eigenlijk in dit proces vóór gaan. Door hun voorbeeldgedrag wordt de zelfsteun geactiveerd die hij uiteindelijk nodig heeft voor vernieuwing.

Jasper valt in de loop der jaren na een stukje progressie ook steeds weer terug in ontwikkeling. Hoe komt dit? Marieke zegt hierover:
Ik hoor dat zijn uithoudingsvermogen getart wordt, omdat hij elke keer grenzen dient te verleggen, die in de uiterlijke wereld niet zo veelomvattend zijn, maar innerlijk veel in hem teweeg brengen. Zo’n klein stapje van een beetje uitdagen, houdt in dat wanneer hij zichzelf uitdrukt anders dan daarvoor, ook al is dat maar kleinschalig verschoven, dat dit voor zijn eigen inbeelding al een wereld van verschil betekent. Dat houdt ook in dat hij soms de behoefte heeft om niet verder te gaan en langer stil te staan bij wat er al bereikt is.
Wanneer in zo’n periode, waarin hij behoefte heeft aan stabilisatie een nieuwe vooruitgang gewenst wordt, valt hij soms regressieachtig terug op fases daarvoor. Dan slaat hij de net opgedane fase weer over. Het ligt vaak heel subtiel. Het let nauw.

U herkent wellicht wat van eigen gevallen? Je ziet net wat ander gedrag, eigenlijk wel storend. Als je dat niet als een misschien wel heel eigen nieuw initiatief ziet, dan schrik je: “Oh jee, hij zit zomaar boven op de kast. Het is niet de bedoeling dat hij dit nu altijd gaat doen. Dan gaan de andere kinderen het ook doen. Laat ik hem maar zo snel mogelijk leren ergens anders te gaan klimmen”. Het kan dan bij een kind als Jasper al weer genoeg zijn om zich weer af te sluiten en eigen initiatieven achterwege te laten.

Tot zover dus Jasper. Dit zijn dus van die levenslange processen. Dit was een voorbeeld van hoe dit soort begeleidingen ooit zijn begonnen en nu plaatsvinden. De essentie is dus niet dat de uiterlijke ontwikkeling zo hard gaat, maar dat er innerlijke stappen gezet worden: zelf je over een drempel heen zetten, zelf beetje bij beetje naar buiten durven komen, zelf je eigen territorium gaan bepalen, zelf een geheel eigen nieuw initiatief nemen, zelf je vertrouwd durven voelen in nabijheid van een ander enz. Het zijn allemaal wezenlijke zielenstappen.

Trauma’s in het huidige leven compliceren het autismebeeld met ernstige gedragsproblematiek.


Hiernaast hebben Marieke en ik veel casuïstiek verzameld van kinderen/jongeren die zowel autistisch als verstandelijk gehandicapt als getraumatiseerd in dit leven zijn. Ze zijn (of waren) daardoor ernstig gedragsgestoord en psychiatrisch. We hebben met name veel casuïstiek uit Roemenië, omdat een bepaald tehuis open stond voor de adviezen van Marieke. In dat tehuis woonden voornamelijk jongeren van 12-18 jaar.

In Nederland hebben we ook casuïstiek van autistische kinderen met een ontwikkelingsachterstand met een verleden van mishandeling. Er ontstaat dan in feite meer een soort afgekapt bewustzijn. Dan zie je een combinatie van autistische, hyperactief, agressief gedrag, en verstandelijk gehandicapt. De therapie ziet er dan aanvankelijk geheel anders uit. Alles wat innerlijke rust bevordert is dan eerst de basis voordat je überhaupt aan een psychologische opbouw kunt gaan denken. Dit gebeurt voornamelijk met waterbaden, aurahealing en ontspannende lichaamsgerichte therapieën. Het klinkt wat eenvoudig misschien, maar hier kan ongelofelijk veel mee bereikt worden.

Ten onrechte autistisch etiket.

Tot slot wil ik hier iets zeggen over mensen die alle uiterlijke kenmerken hebben van een autistische stoornis maar dit in diepte niet zijn. Ze hebben geen problemen met te weinig of nog geen gevoelsherkenning, maar met teveel gevoelsherkenning, waarvoor ze zich afgesloten hebben. Ze zijn eigenlijk gevoelsbegaafd, hoogsensitief. Een mooi voorbeeld vormen de kinderen met het Syndroom van Down die een autistische diagnose krijgen. Uit de innerlijke beelden van Marieke blijkt, dat zij een hele rijke innerlijke gevoelswereld hebben, maar vaak diep teleurgesteld zijn geraakt door zaken in het huidige leven. Ze voelen zich onbegrepen in de buitenwereld en hebben zich daarom teruggetrokken van die buitenwereld. Ze leven liever in zichzelf dan zichzelf kwijt te raken in het bombardement van gevoelservaringen dat op hen afkomt. Deze vorm van (onterechte) autistische diagnose komt ook voor bij normaal verstandelijk begaafde, in feite hooggevoelige mensen. Zij hebben wel degelijk hun gevoelhorens naar buiten open staan. Zij moeten uiteraard ook gedegen begeleid worden, maar passen niet in de definitie en de aard van de levensthematieken van autisme zoals we daar vandaag tot nu toe over gesproken hebben.

Lezing Marieke: autisme spiritueel bekeken.

Ik zal eerst een paar kleine zaken toevoegen en daarna wil ik me heel graag openstellen voor vragen van jullie kant. Zodat we zo diep mogelijk op gevoelsniveau het onderwerp kunnen benaderen en inzichtelijker maken.

Een liefdevolle neutrale benaderingswijze is gevoelswarm.

Marleen heeft een paar keer in haar lezing het belang van de neutrale houding benoemd. Er zijn mensen die een neutrale houding als gevoelloos ervaren. Het gaat er om dat je neutraal én liefdevol bent, zonder indringing, dat is gevoelswarm. Je kunt zelf heel goed voelen of je compassie neutraal is of dat je overloopt in gevoeligheid, warmte en emoties naar de ander, waardoor je als het ware de ander bedwelmt.
Neutraal zijn houdt in, dat je schoon bent in jezelf. Dat je hart open staat, maar dat je niet emotioneel beladen de ander omgeeft.
We zijn doorsnee maar hele gewone mensen die hun eigen processen meemaken ook op de contactmomenten met onze cliënten en kinderen. Dus hebben we gevoelens over van alles en nog wat, maar die verwarren we niet met de autist in dit geval, die we benaderen. Dus we hebben recht op onze eigen gevoeligheden, maar we pakken de ander niet met onze gevoeligheden in: we zijn neutraal liefdevol.

Autisten hebben doorsnee behoefte aan een gezonde, langdurige slaap om het zielscontact met zichzelf te bewaren.

Ik wil nog even terugkomen op het voorbeeld van Marleen van een ernstige autist waarmee jarenlang geen zielscontact te krijgen was. Mijn begeleiding gaf toen het belang aan van ’s nachts rond vieren de cliënt te wekken en contact te maken. Dit was voor de ouders heel heilzaam, omdat pas toen het contact er voor het eerst was. Ik wil hier echter bij aantekenen, dat dit advies niet doorsnee is. Doorsnee is het zo, dat autisten een enorme behoefte hebben aan een gezonde, langdurige slaap. Hoe gezonder en langduriger ze kunnen slapen zonder indringende geluiden van buitenaf daarin te ontvangen, hoe makkelijker het zielscontact van de autist met zichzelf bewaard blijft. Dus als een autist moet slapen in een overprikkelende omgeving, dan verstoor je wat je overdag aan het opbouwen bent. Houd daar dus rekening mee, als je een autist begeleidt en je hebt wat uit te staan met zijn slaapritme.

Zorg dat de autist van jongs af aan zijn huid aaibaar blijft voelen.

Verder is het voor mensen die autistisch zijn heel belangrijk - doordat de emotionele gevoelspoot, maar ook het lichaamservaringsveld zo onderbroken (haast onder water zelfs) beleefd wordt - , om vanaf de meest jonge jaren op een niet indringende neutrale liefdevolle contactwijze de lichamelijke aanraking niet te mijden, maar de huid aaibaar te blijven voelen. Nodig de autist uit om op een liefdevolle manier lichaamservaring te ervaren. Hoe subtieler, hoe fijnmaziger, hoe gevoeliger.

Praat met de autist over wát je aan iets ervaart.


Dit houdt voor je spreken tot de autist in (ik herhaal wat Marleen benoemde omdat het zo belangwekkend is): je praat niet over dingen, maar je praat over wat je er aan ervaart. “Mooi hè”, “warm hè”, “leuk hè”, want als je óver dingen praat, activeer je het mentale vermogen.

Het zijn belangrijke ingrediënten om mee naar huis te nemen. Marleen heeft heel mooi opgebouwd iets weergegeven van het vele werk dat er verzet is. Zij heeft bij uitstek ontzettend veel praktijkervaring daarmee opgebouwd. Dus in de combinatie van Marleen en mij kunnen we jullie ook gewoon ten dienste zijn in de vragen waar jullie mee rondlopen. Wat ik wellicht eerst kan doen, dat ik even naar jullie als groep kan ‘kijken’, waar jullie leermomenten op het moment liggen. Ja?

Er is tot zover veel gezegd en gehoord, maar het kost ook enige moeite om het echt binnen te laten dalen, zie ik. Omdat wanneer je het dieper tot je door laat dringen, de verantwoording die je voor je werk of je persoonlijke verbintenis met een autist hebt, daarmee radicaal verandert. Er is geen onwil actief is van de autist naar jullie toe persoonlijk, maar de autist verblijft in een bepaalde vorm van afgeslotenheid in zichzelf. Dit komt voort uit een dieperliggend trauma, waar je zelf niet verantwoordelijk voor bent, maar waar je kind of je cliënt wel mee te maken heeft. Dat is heel belangrijk om dat door te laten dringen en je daar niet van te scheiden.

Afwijzing van jou persoonlijk is niet het doel van de autist.

In je hulpverlenerrol of als ouders kun je vanuit een scheidingsgevoel van alles prachtig weten en doen, zonder dat je de zielsbetrokkenheid voortdurend open hoeft te hebben naar degene met wie je onderweg bent. Doordat juist dat zielscontact zo geblokkeerd is bij de autist, kun je dat heel begrijpelijk als een persoonlijke afwijzing ervaren. Het vraagt heel veel in jezelf om het niet als een afwijzing tegemoet te treden, maar als een blokkade van de ander wat losstaat van jou en waarin jíj vermogend bent (omdat jij in de omgeving van de autist opereert) om daar mondjesmaat in alle geleidelijkheid kleine openingen in te creëren. Dan kun je je compassie oppakken en kun je kiezen voor moed en doorzettingsvermogen. Dan ben je niet uit op je eigen gewin en is de dienstbaarheid het voertuig. Je hebt meer adem in relatie met je autist dan dat je het onbewust toch voelt als een afwijzing persoonlijk naar jou toe gericht.

Het gaat om het leven zelf waar de ander bang voor is.

Het voordeel van het dieper schouwen vanuit een meer spirituele betekenisvorm naar autisme, is dat het ons nu bekend is, dat er al iets geschied is met degene die nu als autist geboren is. Binnen een andere levensgesteldheid was iets zo definitief ingrijpend, dat de autist besloten heeft - en er zijn allerlei lagen in die besluitvorming in diepte – om zich niet zo maar nog beschikbaar te stellen en zijn eigen levensritme centraal te stellen. Allemaal beveiliging, allemaal angst voor overgave. Het gaat niet om jou, het gaat om het leven zelf waar de ander bang voor is. Dus het collectieve veld van mensen ooit in een eerder leven om hem heen is zo ingrijpend geweest op het persoonlijk belevingsveld van deze persoon, dat hij uit nood gekozen heeft zich buitengewoon af te sluiten op een eenduidige wijze waarin hij ‘aan het overleven is’.

Uiteindelijk zal de autist ontdekken dat in die gescheidenheid geen heling plaats zal vinden.
De autist zal uiteindelijk diep gaan voelen, dat zijn afgescheidenheid geen heling zal aanbieden, ondanks het feit dat zijn eigen bemande ruimte vaak ruimer is dan wij (als buitenstaanders) doorzien. Die ruimte dringt echter niet door naar de buitenwereld. Binnen de afgescheidenheid is op een gegeven ogenblik geen vervulling meer aanwezig in de optelsom van dwangmatige handelingen en gedachten die niet bevredigd zullen blijken te worden. Dan komt halverwege of aan het einde van het leven een heel diep zielsbesluit, dat niet opnieuw voor gescheidenheid gekozen wordt. Dus de autistische uitingsvorm is een doorgangsfase om tot oplossing te komen. Het thema gescheidenheid komt voort uit angst voor overgave, omdat de beschadiging ooit zo diep doorwerkend is geweest, dat je het gewoon niet meer aandurft.

Buitenissig aanzetten en uitbreiden van gevoelsimpulsen werkt helend.

Het is belangrijk om elke keer als er een lichaamsgevoel of een emotionele gevoelsmatige uitdrukking zichtbaar is, die impuls te benoemen en qua gevoel extra aan te zetten. Soms buitenissig, zodat de ander denkt: “oh, ik voel!” Dat is een heel aparte vorm van omgang van ouders met hun kind, dat je die accenten versterkt en uitbreidt, waardoor je die openingen in de lijnen van de (MEL)driehoek langzaam aaneen gaat weven. Hoe jonger je daarbij bent, hoe minder traumatisch het trauma van toen verkleefd aanwezig blijft in dit leven. Dat is ook het uitgangspunt dat Marleen met haar therapieën en ouderbegeleiding voorstaat: dat je de mentale zaken, waarin de autist zich kenmerkt, niet buitengewoon gaat versterken. In tegendeel, in de jonge jaren moet het hoofdaccent komen te liggen bij de gevoelsuitdrukkingen en de lichaamssensaties, want als die wat gemakkelijker gestroomlijnd aanwezig zijn, kun je in dat mentale circuit op een gegeven moment de informatie inbrengen, waardoor je het kind en de jong volwassene uit zijn herhalingspatronen haalt.

Het gevolg is, dat de autist het stramien van zijn herhaling uitbreidt met nieuwe input, zodat hij het thema waar hij zijn aandacht op heeft zitten, vergelijkbaar maar andersoortig uit gaat beelden. Net zo lang tot het dwangmatige verbroken is. Hij komt steeds vaker even uit zijn glazen bol om een iets andersoortiger stramien aan te nemen vergelijkbaar met waar jij mee bezig bent. Hij pakt daar iets van op en gaat weer in zijn glazen bol zitten en oefent zich vervolgens wezenloos met de kleine variatie. Maar dat is dan niet het einde van het verhaal. Er komt weer een nieuwe input en dan moet hij weer uit die glazen bol en dan gaat hij zich weer helemaal vastzetten met de verkregen nieuwe input. Maar uiteindelijk wordt dat naar buiten gaan en naar binnen gaan vanuit die glazen bol zo frequent, dat de scheidingslijn tussen de binnenwereld en de buitenwereld minder actief wordt. Dat is een heel langdurig proces. Dit maakt het voor jullie misschien wat makkelijker om vragen te gaan stellen?

Vraagsteller: Ik ben opgeleid als kinder- en jeugdpsychiater. Wij leren dat autisme en autisme spectrum stoornissen een handicap zijn, waar kinderen, jongeren en volwassenen mee hebben te leven en de omgeving met name ook. Wij leren dus echt een handicapmodel. Wij leren ook dat autisme niet overgaat. Dus daar heb je het mee te doen. Wat ik nu voel, is dat het ook een zielsbesluit is van de autist. Is het dan ook mogelijk om dat zielsbesluit in dit leven te herzien? Dat zou in tegenspraak zijn met wat wij braaf hebben geleerd.

Marleen: Ik kan in ieder geval zeggen, dat bij die autisme spectrumstoornissen in onze casuïstiek het al heel vaak gebeurd is, dat het een tijdelijk proces was.

Marieke: de begeleiding van autisme vraagt eigenlijk vanaf het begin een andere insteek. Als er een goede verbinding is tussen ouders en kind, verdient het (als de ouders het aankunnen) de voorkeur, dat de ouders veel doen met hun kind zonder dat (veel) derden daarbij betrokken zijn. Het kind behoeft namelijk eerst gevoelsrust, het verdient lichaamsaanname van het eigen lichaam en van de gevoeligheden die daar actief zijn. Als je een subtiel aanvoelende moeder of vader hebt of je hebt een verzorger met dat vermogen en een kind krijgt niet te veel impressies binnen van ik weet niet hoeveel andere derden, dan is er meer ruimte voor het uitrekken van de onderbroken lijnen die we hier in die driehoek getekend hebben.

Een omgeving met geen of zo min mogelijk interrupties is belangrijk. Alles is belangrijk: de wijze waarop contact neergelegd wordt, de wijze waarop je betrokkenheid naar ouders uitgedrukt, de basis van je therapieën, de omgeving waarin deze plaats vinden enz. Een omgeving met interrupties kan de autist niet aan, dan gaat hij achter zijn glazen wandje. Als buitenstaander dien je het contact met de autist subtiel op te bouwen. Je moet niets doen waardoor je voor de autist indringend bent.

Ik had laatst een beeld in samenwerking met Marleen, waarin ik zag hoe een moederdier met haar jong omgaat: ze laat alleen maar dieren nabij toe, die geen enkele indringende intentie hebben. Je dient als hulpverlener dat dier te zijn dat binnenkomt met geen enkele indringende intentie, waar zelfs het moederdier je in toe zou laten. Dat subtiele gevoel dien je te ontwikkelen, want dan gaat er niets op slot bij de autist omdat je in een neutrale liefdevolle dimensie zit waarin je kan afwachten, waarin je voorzichtig naar voren kan treden, maar waarin niets in jou wil indringen. Vervolgens kan de omgeving uitbreiden. Er kunnen meerdere contacten van derden zijn, er kunnen meerdere volwassenen regelmatig in je huis met de autist samen zijn, maar zodat de autist niet het gevoel krijgt: “Dit is een risicovol gebied, ik ga even wat sterker achter die vesting zitten”.

Het is niet ondenkbaar, dat met deze subtiele benaderingsvorm en de accentverlegging die daarin plaatsvindt, er heel veel mogelijk is. Zoals het voorbeeld dat Marleen vertelde van de jongen die ooit helemaal verkleefd was in de riddertijd en alles wat hij daar meegemaakt had. Dat is een heel uitzonderlijk geval geweest. Die ging ineens ontdekken dat er auto’s waren die ook aantrekkelijk waren. En langzaam werden de ridderkostuums in huis vervangen door auto’s en coureurs. Snap je? Het is een geleidelijke overgang van dezelfde thematiek, bijvoorbeeld van op een paard rijden naar in een auto rijden. Met beiden kun je snelheid maken. Je gaat in je begeleiding de interessegebieden oprekken en vervolgens ga je langzaam het oude interessegebied weghalen, zo mondjesmaat dat het haast niet opvalt.
Dit is wat we steeds in allerlei variaties zien.

Marleen: Ik weet nog hoe wonderlijk ik het vond dat dit kind echt nog dacht dat een auto een ander iets was. Ik dacht: dat zie je toch met deze ogen. Maar dat zie je dus niet met deze ogen. Je bent gewoon als kind nog in een andere wereld.

Marieke: Ik herinner me ook nog heel sterk de beelden van de jongen die zich als hond gedroeg, waar Marleen over vertelde. Jullie moeten je een soort omgeving voorstellen zoals je dat nu nog soms kan vinden in de krottenwijken in India. Een kindje dat helemaal verminkt is en waar de tong ook totaal verminkt is. Een kind dat van jongs af aan met praktisch geen zorg als het ware verwilderd is opgevoed. De enige overlevingsdrang was uiteindelijk bedelen. Ik zie zo’n kind totaal niet gecoördineerd bewegen en de enige handeling die nog in secuurheid verricht wordt, is dat bedelbakje naar voren schuiven.

Je kunt je misschien voorstellen, dat uit zo’n diep ernstig trauma - het kind was toen ook op kinderleeftijd overleden - dat je vast komt te zitten in de spasmen van dat leven zowel in de lichaamsmotoriek, als wel in de eenzijdigheid van die overlevingsdrang. Als je niet terug kunt vinden waar dat vandaan komt, krijg je er geen nieuwe beweging in. Er zit een heel zwaar trauma. Als je zo afhankelijk kunt zijn van overleven van derden die niet zorgvuldig met jou overweg gaan, dan wil je wel inkapselen als je weer een gezond lichaam hebt. Dan hoef je niet zo nodig te communiceren. Dus er zit vaak heel veel psychische nood onder een autistische start in dit leven.

In het geval van deze jongen was er sprake van een emotioneel trauma. Er kunnen ook trauma’s aan ten grondslag liggen die nog zwaarder zijn. Dat zijn de trauma’s die emotioneel totaal verkoeld geraakt zijn. Je treft dan bevroren emotielagen aan omdat het trauma zwaar aangeklonken is en niet ontspannen is in dat vorige leven. Je hebt autisten waar je gevoelsvibraties voelt als je in de ruimte achter hun vesting kijkt. Je voelt dan in een bepaalde mate emotionele belevingsvelden, maar helemaal afgedekt voor de buitenwereld. Je hebt echter ook een grote groep autisten waarbij je dit niet voelt, die in een bevroren emotie zitten omdat het trauma te ernstig is geweest. Kunnen jullie je daarbij wat voorstellen?

Bij iedereen die een trauma oploopt, is het belangrijk dat de emoties die na verloop van tijd gaan bevriezen, dat die tijdig ontdooien zodat verwerking aan kan vangen. Als iemand in een bevroren emotie overlijdt, in een afweer naar zijn omgeving toe, in een onvermogen om nog tot interactie te komen om zaken te verhelderen of definitief op te lossen en vooral als het in een grotere gemeenschap plaatsgevonden heeft, waarin de buitenwereld in algemene zin onveilig was, dan heb je een heel zwaar probleem soms in de overgang naar dit leven. En dan zijn mensen soms autistisch.

Vragen uit de gespreksgroepen.

Er zijn tien groepen en dus tien vragen. Als we twee uur moeten opdelen dan hebben we maximaal 10 minuten voor een vraag. We hadden samen bedacht dat we een stilte tussen de vragen inlassen, omdat we graag willen dat het inzakt vandaag en u niet teveel in uw mentale overwicht gaat zitten. Dan gaan we beginnen met de groep allerlei.

Vraag 1.Wij zitten in de groep allerlei, we zijn divers qua achtergrond, een salesmanager, iemand van een woongemeenschap, iemand die met paarden werkt, iemand uit het onderwijs en iemand die een logeerboerderij heeft opgestart. Wij kwamen allemaal tot de volgende vraag/conclusie: “Hoe blijven wij zelf bij ons gevoel zonder ons door de structuur, morele verplichtingen, normen en waarden te laten leiden?”

Marleen: geweldige vraag, want nu krijgt u er van ons ook weer allemaal normen en waarden bij vandaag. Ik vind dit een zeer geschikte vraag voor jou Marieke, want jij kunt innerlijk schouwen.

Marieke: Het is een goede startvraag, want het is vrij reflectief. De kernvraag samengevat is: Hoe durven we onze intuïtie te blijven vertrouwen en laten we ons niet overrompelen door normen en waarden van buiten, structuren en aangenomen werkelijkheden die vanuit ons gevoel niet voelen dat ze voldoen?

Wil je je gevoel trouw kunnen blijven volgen van dag tot dag, van uur tot uur, van minuut tot minuut, dan is het wezenlijk belangrijk om per seconde diep in jezelf in te kunnen zakken. Dit is de enige garantie om in de hectiek van iedere dag overeind te blijven. Het vraagt dagelijkse oefening om diep ontspannen te blijven in bijzonder moeilijke omstandigheden. Die training kan niemand voor jou doen, die kun je alleen maar zelf doen. Behulpzaam daaraan is om de dag te starten met stilte en te eindigen met stilte en dit ook te betrachten in pauzes op je werk, zodat je even tot jezelf komt. Durf in pauzes te gaan wandelen in de natuur. Durf je aandacht dan te richten op natuurlijke zaken zodat je niet ongewoon alert blijft en buitengewoon in disbalans kan raken door wat je hoofd steeds aan het bewaken is in plaats van zich overgeven aan het gevoel in jou.

Je gevoel is de coördinator waar je structuurmatig denken zich naar richt. Je gevoel dient de basis te zijn van je belevingsveld en je denken is gedienstig daaraan. Dat kan je alleen maar fijngevoelig oppakken als je iedere minuut durft gewaar te zijn wat je ervaart. Dat is een training, dat je met even inhouding van je pas, weet: “O ja, daar ben ik”. Want in de vaart der dingen hollen wij er vaak achteraan. Het is net als met een vliegtuig. Je hebt soms het gevoel dat je pas uren nadat de landing letterlijk plaatsgevonden heeft, dat jij er bent. Je moet er dus voor waken in je werk, dat je niet achter jezelf aanholt.

Je aanvoelen hoort het uitgangspunt te zijn. De rest volgt.
Verplichtingen en geleerde aannames van hoe het zou moeten zijn vanuit de diagnostiek, maken dat je verzeild raakt in redeneringen en dat het primair aanvoelen pas lang daarna komt. Terwijl je aanvoelen het uitgangspunt hoort te zijn en de rest dan wel volgt. Je bent op een gegeven moment wel voldoende getalenteerd door je studies en doorleefde ervaringen, dat je versneld weet te handelen en steeds effectiever met situaties overweg kan gaan. (Andersom maakt het erg moeilijk, want dan ben je voortdurend bewijzen aan het zoeken voor wat je hart al prijsgeeft). Het houdt dus in dat je in de neutraliteit moet durven komen. Dat is een kunst. Het is heel begrijpelijk dat je dat niet helemaal kan. Daar moet je jezelf en elkaar niet op afvallen, maar je kan elkaar wel steunen door elkaar te verzoeken om de pauzes meer in rust te kunnen zijn, of om even buiten te mogen wandelen of om in je zorginstelling meer natuurlijke elementen te mogen aanbrengen. Je kan voorkomen dat er teveel opzichtige kleuren in huis zijn waar je moe van kan worden. Er zijn heel veel praktische zaken die het je makkelijker kunnen maken steeds weer in ontspanning te komen.

Ontken zelf nooit je lichamelijke gevoelens. Dan kun je de ander ook niet meer goed aanvoelen.
Daarnaast is het belangrijk dat je altijd goed schoeisel aanhebt zodat je voeten volstrekt ontspannen kunnen zijn in de schoenen die je draagt. Dat je geen kleding aanhebt die striemend is. Als jouw huid namelijk ingestriemd wordt en je gaat dat emotioneel ontkennen en je lichaamsgevoel op zo’n plek registreert dat niet meer zuiver omdat jij het niet wil weten, loop je het risico dat je op gevoelsmatig niveau andersoortige zaken ook gaat ontkennen. Het heeft met welzijn in je lichaam te maken. Dus ontken nooit je lichamelijke ongemak of je lichamelijke klachten. Het kan wel gebeuren, dat je het niet meer voelt in de bevlogenheid van de dag, maar zorg dat je het niet willens en wetens wegdrukt. Het is wat anders als je vanuit verdringing iets niet meer voelt, of dat je het minder gewaar bent omdat je zo bevlogen met iets bezig bent.

Volg je eigen diepgevoelde impulsen, dan breng je je eigen unieke nuances aan.
Als je te oplettend bent op anderen hoe zij zaken veroorzaken, doe je jezelf tekort in het aanvoelen wat jíj wenst te veroorzaken. Met name als er sprake is van een bepaalde onzekerheid is het belangrijk om echt aan je lichaam te vragen: “Wat wil mijn lichaam doen?” Als je na gaat apen in je gebaren hoe een ander iets effectief weet te doen, dan laat je eigenlijk die impuls vanuit je eigen lichaam te weinig ontstaan. Soms is het goed je eerst even in te houden om te voelen: “O ja, ik wil lopen, ik wil die richting op, ik voel dat ik dat daar naartoe wil brengen.” Dan heb je een natuurlijke beweging die uit jóu voortkomt. Als je de hele dag nadoet wat algemeen geldend is, dan mis je eigenlijk de impulsen uit jezelf die net andersoortige nuances aan willen brengen. Ieder van ons is uniek, zoveel mensen zoveel verschillen, maar juist in de optelsom van het verschil krijg je het grootste leermoment te zien naar elkaar toe. Dus durf daarin jezelf te zijn. Dat kan alleen maar als je diep wilt blijven aanvoelen wat je ervaart. Ik hoop dat het voor jullie zo helder is.

Durf je buitenissige impulsen ook te volgen.
Misschien nog een kleine aanvulling: ik heb het vanochtend gehad over het buitenissige dat je moet durven tonen, als ouder of verzorger. Als iemand zijn impuls durft te volgen zoals ik zojuist schetste zal de één jubelen, de ander zal huppelen en de volgende maakt weer een ander gebaar. Dat kan je niet van elkaar nadoen, dat moet uit jou geboren worden. “Waar wil mijn hand naar toe? Nu voel ik dat ik zijn rug wil strelen. Nu voel ik dat ik mijn hand op zijn voorhoofd wil leggen.” Dat kun je niet leren, dat moet je durven voelen. Niet je hoofd maar je gevoel bepaalt waar je hand naar toe gaat. Daar zit de nauwkeurigheid.

Marleen: Misschien nog een aanvulling: dat buitenissige is eveneens vaak nodig als tegenpool van de overconcentratie en de overfocusing van de autist. Als het niet buitenissig is, dan is er geen aandacht.

Vraag 2 van de brusjes. (brusjes zijn de broers en zusjes van mensen met een autistische spectrum stoornis).Onze vraag is: je ziet wel dat in families autismestoornissen voorkomen. Kan het zijn dat een kind geboren wordt met een autismestoring om in de familie of in het gezin te helpen, om anderen te helpen een trauma op te lossen?.

Marieke: een hele mooie vraag, ik ga daarnaar schouwen. De laatste keer dat ik met Marleen samenwerkte vroegen mijn begeleiders aan het eind van de ontmoeting om het volgende: ze zeiden het is de komende tijd belangrijk dat mensen die met familieopstellingen werken, onderzoek gaan doen binnen familieconstellaties: wat is het effect van de autist (om het maar zwart/wit te noemen) op de familie en de leerprocessen onderling? Dus het is ook vanuit mijn begeleiding dat daar de komende jaren aandacht voor gevraagd wordt.

De vraag is dus: als een autist geboren wordt in een specifieke familieconstellatie wordt de autist wellicht ook mede geboren in deze constellatie om zaken die sluimerend aanwezig zijn bij individuen binnen deze constellatie heilzaam naar boven te laten komen en ter verwerking aan te bieden?

Ik ga innerlijk kijken. Het antwoord is “ja”. Het is juist met dien verstande dat de autist wel de bemiddelaar genoemd mag worden daartoe, maar niet de verantwoordelijke. Daar worden veel vergissingen op gemaakt. Want dan komen we in het stuk (waar ik zo straks over sprak), dat het heel moeilijk voor jezelf is om door de autist niet waargenomen te worden. Daar kun je de autist van beschuldigen als je het trauma niet ziet waar hij of zij in gevat zit. Doordat de autist geboren wordt in een bepaalde constellatie van individuen die een bepaalde samenhang met elkaar uitstellen, heeft dat ogenschijnlijk een beperkende invloed op de deelnemers van deze constellatie. Op een dieper niveau worden zij echter direct en indirect betrokken gemaakt met het trauma van de autist. Dat wat onbewust in hen sluimert, als niet-verwerkt-zijnd wordt alsnog naar bovengehaald. Ze kennen vaak een gevoel van tijd/ruimtegebrek om aan zichzelf toe te komen op het thema van ontspanning, expressie en zaken in eigen flow te realiseren. Door de huidige beperkende omstandigheid wordt oude pijn van voorheen getriggerd en actief gemaakt om dieper verwerkt te worden. Dus de pijn van de aanpassing aan de autist creëert intern onrust om dat wat niet geheeld is, zichtbaar te maken. Daar mag je heel mild naar kijken.

Het gaat erom het midden te vinden tussen zorg voor de ander en zorg voor jezelf.

In de bemoeilijkte omstandigheid van én de zorg naar de autist toe én tegelijkertijd het geven van zelfheling (aan jezelf) wordt een enorm gedienstig principe in jezelf wakker gemaakt. Daar wie gedienstig is naar een ander toe en niet in eenzelfde mate gedienstig naar zichzelf, gaat in een scheefstand groeien. Die persoon is teveel gericht naar de ander en ziet zichzelf te weinig aan. Dat is waar ouders en verzorgers voor komen te staan: het midden te vinden tussen zorg voor de ander en zorg naar zichzelf. In de periode dat dit nog niet goed in evenwicht is, zie je vaak dat de niet-verwerkte problematiek van weleer van de ouder/verzorger en andere familieleden, naar boven gehaald wordt om ruimte te bieden voor die verwerking, zodat uiteindelijk de autist zelf neutraler bejegend kan worden vanuit natuurlijke compassie. Je ziet vaak dat mensen in een overkompassie naar derden zitten als ze nog te weinig zelfverwerking hebben gedaan. Het stuk van henzelf wenst mee geheeld te worden in die compassie naar de ander. Dan is het dus ontzettend belangrijk dat zelfcompassie en de compassie naar de autist (in dit geval) gelijke waarde krijgen. Dat is niet makkelijk. Het is binnen jullie werkvelden even belangrijk als binnen het gezin. Dus mijn antwoord op jullie vraag is volmondig ja. Je wordt er als het ware sneller toe genood.

Het bijzondere is dat als je een liefdevolle compassie naar je zelf toe ontwikkeld, je een voorbeeldfunctie wordt voor je autistische kind, broer, zus of familielied. Je houdt hen op deze manier voor dat compassie helend is voor iedere wond. Die functie word je weliswaar welhaast afgedwongen door de situatie waarin je vaak in die overzorg gaat zitten en vandaar uit in een innerlijke nood komt, maar vervolgens krijgt “jouw” autist een prachtig voorbeeld aangereikt hoe het anders kan. Dus schroom nooit als ouder of als broer of zus of als verzorger om in aanwezigheid van de autist te laten zien hoe zelfcompassie eruit ziet.  Raak jezelf lief aan over je hand of als je huilt aai je over je hoofd als troost of laat zien in het fysieke en gevoelsmatige hoe zelfcompassie eruit ziet. Als ze het van jou niet zien, van wie dan wel als je zo dichtbij staat.

Vraag 3 van een groep ouders van autistische kinderen met een normale intelligentie.
We gaan er dus vanuit dat kinderen met een autistische gedragstoornis er mogelijk zelf voor gekozen hebben om in dit leven de muren om zich heen op te trekken om zichzelf (eigenlijk door een trauma uit een vorig leven) te beschermen tegen het verder kwetsen van hun gevoelens. Wij vroegen ons af in hoeverre mogen wij als ouders proberen dit kind achter die muren weg te krijgen, uit hun glazen bol gezien de maatschappelijke context waar we in zitten? Naast onze compassie met onze kinderen hebben we ook te maken met een maatschappij waarin we onze kinderen straks los moeten laten.

Marieke: wanneer door een trauma uit een eerder leven (niet omdat men het wenst maar omdat men haast niet anders kan gezien de niet verteerbaarheid van dat trauma), zo’n zware incarnatie ‘gekozen’ (is zo’n zwaar woord) wordt om van dat trauma los te weken, dan is het niet voor niets dat een kind in een bepaalde familieconstellatie geboren wordt. Die constellatie heeft in principe uitgangspunten in zich om het leed te verzachten. Het kan zijn dat er al oude zielsverbindingen in dat gezin actief zijn zodat je elkander al van eerdere situaties kent. Soms kan je direct of indirect weet hebben gehad van een trauma dat de ander doorgegaan is binnen een andere levensgesteldheid omdat je daar dichterbij of verderaf in die omgeving vertoeft hebt. Er is een bepaalde betrokkenheid op zielsniveau van ziel tot ziel, waarom deze incarnatie specifiek op zo’n plek plaatsgevonden heeft. Dus er is in principe een gezonde basis om degene die autist is te voorzien van de aandacht die dit trauma vraagt. Dat is punt één. Dat is heel belangrijk. Iemand komt niet voor niets op een bepaalde plek. Er is een soort groter besluit aan vooraf gegaan dat voorbij onze menselijke invulling gaat.

Dat houdt in dat als ouders hun gevoel daarin durven laten spreken (zoals we geschetst hebben bij de eerste vraag van deze middag), ze buitengewoon veelbetekenend kunnen zijn in het leven van de autist. Ze kunnen de autist steunen in wie of wat hij of zij is en hoe het contact met de buitenwereld voorlopig of pas later te aanvaarden. Dat zit in heel simpele dingen: er zijn bijvoorbeeld veel autisten die niet veel indrukken tegelijkertijd kunnen verwerken, omdat ze zich anders terugtrekken achter die glazen bol. Als ouder kun je opmerkzaam zijn op welke geluidshinder ze reageren, hoeveel personen om hen heen goed te verdragen zijn en welke personen wel en niet. Daar kan je onderscheid in maken en je handelingen naar richten. Dus een ouder kan veel bijdragen. De ouder kan in relatie tot de buitenwereld keuzes maken zolang het in het vermogen van de ouder ligt om die keuze te maken voor de opgroeiende autist. (Later zal die rol gedeeltelijk door verzorgers overgenomen worden.)

Eigenschappen die ouders (en verzorgers) ontwikkelen dankzij de jarenlange omgang met hun autist.


De andere kant is dat zorg voor een dergelijk kind veelvragend is. Je had je als ouder wellicht een ruimer leven voorgesteld dan met zoveel zorg zo specifiek gericht naar één van je kinderen toe. Ondanks dat voelen ouders vaak feilloos aan dat wat dit kind hen te bieden heeft aan leermomenten heel bevrijdend is als ze terugschouwen. Ze zien wie ze waren voordat het kind geboren was en nu na zoveel jaren. Ze merken dat ze meerdere eigenschappen ontwikkeld hebben die ze voordien niet kenden. Ik zal er een paar noemen die je veel tegenkomt bij ouders die met een lange inzet die aandacht gegeven hebben.

1) Allereerst zijn ouders vaak superalert op kleine veranderingen in het kind dat steeds ouder en uiteindelijk ook volwassen wordt. Ze zijn nauwlettend in de gaten aan het houden welk minuscuul verschil er vandaag zichtbaar is geworden, dat helemaal voorbij gaat aan zijn dagelijks repeterend gedrag. Als je ooit zo gedetailleerd hebt leren kijken, raak je dat nooit meer kwijt. Dan merk je dat ook op bij anderen. Dus op psychologisch gebied neem je verfijnde nuanceverschillen waar bij personen die afwijkend reageren in het normale stramien. Jij ziet de aanvullingen, je blijft niet hangen op wat makkelijk zichtbaar is, maar ziet wat eigenlijk in het minuscule plaatsvindt. Dus je leert je naar het detail te richten.

2) Ook zie je dat ouders die zoveel zorg hebben gehad, van hele kleine dingen sterk opgelucht kunnen raken. Ze kunnen er haast bulderend over lachen alsof er iets bevrijd wordt.

3) Ouders voelen zich vaak meer uitgedaagd naar het leven toe in algemene zin omdat ze het niet bij het gewone willen laten.

4) Er is een hele sterke drijfveer in ouders gaande: ze weten dat met langdurige inzet er meer te bereiken is dan met afwachten. Dat is een psychologische ondertoon die zich in iemand opbouwt en die op veel gebieden toepasbaar is. Het worden de volhouders, de doorzetters op detail gericht. Die focus kunnen ze bijna tot in het oneindige hebben in het minuscule omdat ze zich daar op uitgedaagd voelden.

Dit zijn mooie eigenschappen die je lang niet altijd leert als je een alledaags prachtig kind hebt.

Maar wees ook alert op directe of indirecte traumatisering. Zorg voor preventie.
Als je veel met iemand optrekt zullen de eigenschappen van die ander ook iets met jou doen. Als een ander een diep trauma heeft, zie je soms dat anderen direct of indirect getraumatiseerd worden door het trauma dat iemand anders bij zich draagt omdat het bij hemzelf nog niet verteerd, verwerkt en doorleefd is. Als je heel lang dagelijks met autisme overweg gaat, loop je het risico, dat jezelf een ingeblikt gevoel krijgt. Wat is nu je uitdaging? Dat wil je niet en dus moet je meer aandrijvingskracht in jezelf ontwikkelen om te voorkomen dat je opgesloten raakt in jezelf. Dat is ook wat je als ouders en familieleden onderling voor elkaar kunt betekenen, dat als je er op een gegeven moment murw van bent en je voelt je inblikken. Als je daar op tijd bij bent, houd je elkaar goed levendig en zorg je dat je voldoende aandacht krijgt van elkaar en ook voldoende zelfzorg van jezelf om te voorkomen dat je getraumatiseerd wordt van het trauma van je autist. Kunnen jullie het zo begrijpen?

Vraag 4 over jonge autistische kinderen. Waar we tegen aan liepen in de omgang met jonge kinderen met autisme, als de basis goed is volg je het kind, je gaat uit van zijn voorkeuren, er komt contact, je wil het kind nieuwe dingen leren, dus wil je ook iets gaan toevoegen en eisen stellen. Maar hoe eisend kan je daarin zijn? De norm van de gedragstherapie is, als een kind iets doet wat je graag vaker wil dan ga je jubelen en als het dat niet doet , ga je niet jubelen. Ik zal een voorbeeld noemen. Als een kind heel erg van schommelen houdt, dan ga je daarin mee, dan zorg je dat het schommelen nog leuker wordt met jou, maar je stopt bijvoorbeeld ook even met schommelen en zegt, één, twee, drie, zodat het kind leert dat er taal bij hoort. Je verwacht ook taal van hem. Ons contact verloopt vaak via taal, daarmee kunnen we elkaar wat vragen. Dat wil je hem leren. Dus je zegt op een gegeven moment één, twee……… en hoopt dat het kind het dan aanvult. Als het kind het aanvult ga je jubelen, maar soms gaat het kind dat niet doen. Het gaat krijsen en dat wil je niet belonen. Daar liepen we tegenaan, dan zit je met een krijsend kind en wordt het contact minder, wat dan?

Marieke: Heel mooi, ik vind het ook wel uitdagend naar jou toe. Als je nu je intuïtie voelt, als je gewoon even durft stil te worden in jezelf en je lichaam durft te voelen. Welk gevoel komt er dan naar boven als je even niet denkt?
Vraagsteller: dat vind ik heel moeilijk om dat nu hier zo te doen.

Marieke: dat snap ik, maar neem het dan in ieder geval mee om het te proberen in een dergelijke situatie. Dit zijn juist van die hele mooie vragen die je stelt. Durf op die momenten elke keer in te zakken in plaats van te denken. Durf te voelen waar je lichaam naar toe wil bewegen, of wat je stem wil doen, dan kom je op de meest originele dingen uit die je denken niet had bedacht. Durf te vertrouwen.

Deze situatie kun je ook in algemene zin interpreteren. Dit komt natuurlijk heel vaak voor als je een beloningssysteem gebruikt om kinderen aan te zetten tot iets. Als kinderen vermogend zijn te doen wat je vraagt, is het fantastisch, dan worden ze jubelend binnen gehaald, maar voor kinderen die echt onvermogend zijn en waar dus nooit die jubelende klaterval overheen komt, is het ook ontmoedigend. Dus de vraag is, hoe doe je dat dan?

Ik ga innerlijk kijken. Het beeld dat ik zie is bemoedigend toelachen en neuriën als een kind niet de taal machtig is, want neuriën geeft geluid en zegt alles. Dus geef het kind een compensatie waaraan het kan voldoen. Neuriën beweegt zich natuurlijk heel prachtig bij het keelgebied, bij de tong en de neus, de longen. Er gaat een geruststelling van uit, je hoeft geen zuivere klank te maken, je hoeft niet het woordje ‘drie’ te zeggen. Dus geef het kind niet de teleurstelling maar de kans tot neuriën en kijk het bemoedigend aan.

Bij sommige autistische kinderen is het ontzettend belangrijk dat je het hele beloningssysteem loslaat. Waarom? Het beloningssysteem is voor een autist een systeem waar hij per keer naar buiten toe getrokken wordt en dat gaat hij op een gegeven moment als een mechanisme herkennen: als er een beloning is dan ben ik achter mijn glas vandaan gekomen. Dat wordt hij zich bewust. Het moet eigenlijk zo geleidelijk gaan dat het hem niet opvalt. Kun je dat voorstellen? Als de autist zich ervan bewust is dat hij een grote stap zet, kan hij zich ook afvragen: “Wil ik dit wel?” Maar als hij er niet bij stil staat, doet hij misschien nog een stap verder. Dat is heel belangrijk.

Als je echt vanuit je intuïtie het gevoel hebt dat je het beloningssysteem bij een kind moet loslaten (wat veel voor zal komen met name bij autisten) dan dien je een andere vorm van waardering algemeen te gaan maken. Dat zijn vaak liefdevolle heel lichte zachte aanrakingen. Het is net als dat je beter gaat luisteren als er fluisterend gesproken wordt. Als je stevig aangeraakt wordt, kun je het ook liever niet voelen, maar zo’n flinterdunne zachte aai, daar kun je toch geen ‘nee’ tegen zeggen, die vóel je. Dus probeer te voelen wat de meest ‘gevoelde’ aanraking van jouw hand met het lichaam van een ander is. Test dit met collega’s of andere familieleden onderling: hoe komt mijn handdruk over.

Pret en lachen van omstanders is veelzeggender dan welke beloning ook.


Als er veel humor is, veel gelach dan voelt de autist zich eenzamer raken achter zijn beveiligingsglas en dan wordt het verlangen om naar buiten te treden groter. Je moet het hebben van deze impuls van de autist. Dus veel plezier hebben is uitnodigend en opwekkend van aard. Dat is wat het trauma nodig heeft, het dient opgewekt te worden. Je moet je voorstellen (al ben je geen autist je bent een medemens met een zwaar trauma wat bevroren is): er is niets angstiger dan een ontdooiend trauma. Het is gewoon heel pijnlijk, heel naar. Je ‘bevroren voelen’ voelt vaak nog prettiger aan dan wanneer die bevroren emotie los gaat scheuren en gaat ontdooien. Dus je moet ook veel opwekking hebben aan de andere kant wil je iemand uit de bevriezing halen. Veel plezier is als de zon, dan gaan bevroren emotielagen ontdooien.

Marleen: Ik wil nog een aanvulling geven over het krijsen. We zien vaak een periode van hectische stemmingsbuien en krijsen bij jonge autistische kinderen zo tussen het tweede en derde levensjaar. Het kind wordt overspoeld door gevoelens die onduidelijk voor hem zijn en die ongecontroleerd naar buiten komen. Ik heb middels Marieke haar innerlijke schouwingen geleerd dat deze perioden in feite een gunstig teken zijn. Het bekent dat het kind zijn gevoelens die tot dan toe onder water onbewust waren, meer gaat waarnemen. Dit is echter nieuw voor het kind en leidt geregeld tot een overspoeld raken en dus paniek. Juist in deze periode is er veel begrip nodig van ouders en verzorgers en geen eigen paniek. Het kind ervaart nog een ongenuanceerde brei van gevoelens. Het is een belangrijke doorbraak in de gevoelsontwikkeling: het betekent dat er een doorlating naar buiten mogelijk is. Alles wat onder de oppervlakte zat komt in ieder geval naar buiten. Het kind gaat veel zaken nu voor het eerst ook gevoelsmatig ervaren. Als de omgeving hier met begrip, geduld en invoelend nuancerend op reageert, kan er in een aantal maanden tijd een enorme gevoelsmatige ontwikkelingssprong gemaakt worden. Als deze periode wordt ontkend of onderdrukt, krijg je aanvankelijk eerst nog meer hectische buien, ook ’s nachts. Als ouders deze fase niet begrijpen en de aantal maanden die het duurt niet aankunnen, zoeken ze de oplossing vaak via medicijnen. Doodzonde. Gedempte gevoelens kunnen moeilijker geduid en uiteindelijk dus herkend worden door het kind.

Vraag 5 van leerkrachten in het basisonderwijs. Wat moet er in het reguliere basisonderwijs gebeuren om een kind met aan autisme verwante stoornissen zo goed mogelijk op te vangen? Is dit wel de goede plek voor zo’n kind, want als er ergens veel prikkels zijn dan is dat wel in het gewone basisonderwijs?
Marleen: dit is heel vaak een dilemma. Ouders willen hun kind zolang mogelijk in het gewone basisonderwijs houden. Of dit gunstig is ligt helemaal aan het stadium van de therapieopbouw. Bij de jongere kinderen die een aan autisme verwante stoornis hebben maar wel normaal intelligent zijn, gaan de schoolse zaken best goed als ze maar alleen aan een tafeltje zitten en zelf kunnen puzzelen, tekenen, kleuren en dat soort dingen. Heel veel andere zaken gaan niet goed. Zo kunnen ze bijvoorbeeld volkomen gedesoriënteerd raken bij kringspelen of bij buitenspelen. Dit compenseren ze vaak zelf door aan de kant te blijven of buiten op een bepaalde plek te blijven staan. We zijn in de therapie dan vaak thuis net op het moment dat de ouders elke gevoelseruptie, elke behoefte-eruptie, alles wat uit het gevoelsleven komt gaan verstaan en benoemen, zodat hun kind tot herkenning kan komen. Heel gunstig allemaal. Dan kom ik op de basisschool en dan zie ik tot mijn verbijstering dat de kinderen op school veel meer teruggetrokken zijn, dat het kind wel veel subtiele signalen afgeeft, maar dat deze totaal niet herkend worden door de leerkracht. Ik maak dan een videofilmpje, bekijk dit samen met de leerkracht, intern begeleider en ouders. Op de film herkennen ze de signalen direct, maar in een klas met 20 kinderen kun je niet alle signalen van een enkel kind opvangen. (Hetzelfde zie ik overigens vaak gebeuren in het speciaal basisonderwijs). Als het kind al geleerd heeft zijn eigen gevoelsimpulsen te herkennen en er aandacht voor te vragen, dan kan het heel goed gaan in het reguliere basisonderwijs. Maar zie je dat het kind zich ogenblikkelijk terugtrekt als het subtiel iets aan heeft gegeven in de buitenwereld, maar niet verstaan is, dan is het niet gunstig. Dan is een zo klein mogelijke groep gunstiger voor de ontwikkeling. Een compromis van halve dagen naar school blijkt heel vaak de eerste twee basisschooljaren een oplossing. Het jonge kind heeft veel tijd nodig om in zijn bol terug te keren en te verwerken. Dus dilemma één wordt gevormd door het stadium in de therapie en de frequentie van gedesoriënteerd raken in de groep.

Dilemma twee. Het is ook geregeld bij jonge kinderen met een aan autisme verwante contactstoornis, dat de diagnose nog helemaal niet gesteld is op het moment dat ze de reguliere basisschool gaan bezoeken. De ouders zijn sensitief, zij merken de subtiele gevoelsimpulsen van hun kind wel op. Hierdoor functioneert het kind thuis tot zijn vierde levensjaar heel redelijk. Op het dagverblijf in een vrije situatie gaat het ook nog wel. Komt het kind daarna in een groep waar wordt verwacht dat je blijft zitten en taakjes doet, dan zie je dat het allemaal te veel wordt. Het valt op dat het kind zijn eigen spoor wil blijven volgen. Het mentaal overwicht willen houden wordt storend. Het is een afweging dan of de gewone basisschool het kind kan bieden wat het nodig heeft. Je wil maximaal de eerste zeven levensjaren gebruiken om de gevoelskant te ontwikkelen en daar is een reguliere basisschool niet altijd op gericht. Soms wel. Dan tref ik een ouderwetse kleuterjuf die helemaal ingesteld is op het ervarend gevoelsmatig leren. Het is dus geen wet of het wel of niet geschikt is. Het is geheel afhankelijk van de mogelijkheden van het onderwijs ter plekke.

Het is belangrijk de ontwikkeling in de breedte de kans te geven.


Marieke: veellerendheid is wel des kinds dat autist is, maar op een eenzijdig gerichte wijze. De autist volgt het onderwijs staccato-achtig precies op de deelgebieden die favoriet zijn en andere gebieden sluit hij of zij ook absoluut uit. Voor de begeleiding is het belangrijk tijdig te onderkennen waarin de autist iets absoluut uitsluit en daar waar je het gebied benadert waar hij straks zijn stokpaardje zal gaan berijden. Het is ongelofelijk belangrijk om de ontwikkeling in de breedte de kans te geven, zodat je kan vermijden dat er onnodig stokpaardjes gevormd gaan worden en absolute uitsluiting zal plaatsvinden. Dit houdt heel praktisch in dat uitstel van scholing vaak te verkiezen is en op latere leeftijd weer op gang  gebracht kan worden wanneer er emotioneel geen diffuusheid in ernstige mate meer gaande is. Deze kinderen zouden eigenlijk 2 à 3 jaar later dan doorsnee het onderwijsprogramma moeten kunnen volgen als ze daarvoor heel goede therapie hebben gehad. Deze therapie kan ook daarna nog een stuk doorlopen. Dan kom je op een onmogelijkheid haast terecht hier in Nederland. Idealiter zou het onderwijs aan autisten voor driekwart ingevuld dienen te worden met zaken die gerelateerd zijn aan gevoel en lichaamsgerichtheid. Je zou de vakken veel meer in lichaamsbewustzijn moeten onderrichten. Dat vraagt eigenlijk om een ander type onderwijs. Voor zo’n kind is het ook vaak niet mogelijk om zolang zo geconcentreerd op één plek te moeten zitten, dus je loopt tegen veel dingen op.

Er is geen pasklaar antwoord voor de situatie, zoals het nu gaat. Als je als ouders moet kiezen, kijk dan welke school de rustigste uitstraling heeft en hoe open gevoelsmatig de leerkracht is. Er zijn leerkrachten die heel mentaal gericht zijn en je hebt ze die sterk gevoelsmatig gericht zijn, kijk daarnaar. Daar kun je wel iets mee beïnvloeden. Een klas waar heel veel pret is, is uitnodigender dan een klas waar onderhuids veel conflicten leven. Het is ook belangrijk een kind niet onnodig lang op school te laten blijven want hij raakt daar sowieso redelijk overprikkeld. Dat heeft voor ouders flinke consequenties. Naschoolse opvang moet je er bijvoorbeeld niet achteraan willen plannen. Dat wordt gewoon te veel. Voor ieder kind zijn er natuurlijk verschillen, maar dit is wat ik waarneem in algemene zin.

Vraag 6. Wij hebben een vraag over zintuiglijke waarneming, omdat we daar ook mee werken. We zien dat kinderen die autistisch zijn moeite hebben om de prikkels vanuit hun lijf en de omgeving te verwerken. Onze eerste vraag is: Is dat altijd zo? en onze tweede vraag is: wat kan vanuit spiritueel perspectief de bijdrage zijn om het kind te helpen de wereld te begrijpen?

Marleen: je ziet bij deze kinderen dat ze eigenlijk altijd een hypersensitiviteit hebben van bepaalde zintuigen en een ondersensitiviteit van andere. We maken dankbaar gebruik van de hypersensitiviteit om gevoelsgewaarwordingen bewust te maken. Stel een kind schrikt van licht. Dan is het schrikmoment een moment om het gevoel bewust te maken en vervolgens te verruimen. De ondersensitiviteit gebruiken we om genietspelletjes te verzinnen om lichamelijk en gevoelsmatig contact te maken. Kinderen zoeken prikkels die ze nodig hebben om in balans te blijven daar maken we dankbaar gebruik van. Bijvoorbeeld een kind dat heel veel beweegt omdat hij dit nodig heeft om zichzelf te voelen, daarvoor creëer je bewegingsspelletjes: tik me dan, springspelen, rollen over een grote bal enz. Je maakt altijd een spel, waarin het kind jou nodig heeft om ergens te komen of om iets op gang te brengen. Zo nodig je het kind uit om je iets te vragen al is het eerst maar met een blik of een meetrekken van jou. Omdat het kind onverzadigbaar is daar waar hij (nog) ondersensitief is, heb je veel contactkansen. Het uitrekken van het web begint bij dit soort zaken, die hebben de interesse. Het Canadese Hanen programma ‘More than Words’ maakt aanvankelijk alleen maar gebruik van dit soort spelen om contact en taal op gang te brengen. (zie ook: www.hanen.org )

Marieke: gewaarzijn is een fenomeen dat mensen eigen is. Het wordt vaak gedurende het leven minder ontwikkeld dan het zou kunnen. Dit is een uitspraak in algemene zin. Bijvoorbeeld: als baby ben je gewaar, je ligt op je rug of op je zij in je bedje en je bent aan het gewaar zijn. Eenmaal ouder, worden we door de vele prikkels die op ons afkomen selectief binnen ons gewaarzijnsysteem. Doorsnee kun je zeggen dat met name in onze westerse overvolle wereld heel veel mensen zich zo ontwikkelen dat ze zichzelf niet meer gewaarzijn. Ze nemen alleen de externe prikkels waar.

Een autist heeft het gewaarzijnsysteem opgesloten in zichzelf. Hij beleeft zichzelf bovenmatig binnen de begrenzing van het eigen bestaan. Dat is alsof je (symbolisch) geluidsdichte wanden om de autist heen hebt staan zodat de prikkels van buitenaf diep doordringend de kern bereiken. Alleen de prikkels die hem intens boeien omdat het past in zijn patroon, hebben ingang. Die haalt hij ook heel hebberig binnen om het even zwart/wit uit te drukken. Dus het gewaarzijnsysteem van de autist is een gewaarzijn binnen de bevoegdheid van de eigen afgrenzing. Daarom is lichamelijk contact zo belangrijk: het gevoel wordt in je lichaam ervaren en de begrenzing, de huid van je lichaam, geeft aan dat er een buitenwereld is die jou aan kan raken.

Zintuiglijk leren is maximaal als alle zijden van de MEL driehoek meedoen.
Als je het dan hebt over stimulering van zintuiglijke vermogens, dan is het heel belangrijk om herkenningsspelletjes te stimuleren gecombineerd met gevoelde aanraking want dat is een dubbel effect. Als je binnen een zintuiglijk herkenningsspel eenzijdig of het mentale of het gevoelsmatige aspect onderstreept en je bevestigt niet tevens middels een lichamelijke gevoelde aanraking, dan zal het leersysteem dat je probeert aan te reiken daarmee verzwakt zijn. Dit is vrij nieuw om met deze dubbele bevestiging te komen:de gevoelsbevestiging in gevoelde taal uitgedrukt vol stemnuances en de lichamelijke bemoedigingbevestiging via de hand bijvoorbeeld, tegelijkertijd uit te laten gaan.

Afleiding om overprikkeling van het systeem af te zwakken.


Bij overprikkeling van het systeem is er vaak een eenzijdige reactie van de autist te verwachten. Dat past in de (over)focus van zijn belangstelling. Het is belangrijk dat er dan als het ware een demping plaatsvindt op de zintuiglijkheid op dat specifieke gebied. Dat kun je doen door afleidingsmechanismen actief te maken. Deze zijn vaker aan de achterzijde dan aan de voorzijde van het lichaam gesitueerd. Je ziet iets en wilt er op af stevenen, maar een geluid of fluistering achter je of een gevoelde aanraking maken dat je minder snel naar voren kan bewegen. Daar kun je op speltherapeutisch gebied wellicht iets mee doen.
Autistische kinderen raken snel gewoon aan afleiding die ze niet wensen. Je moet dus uiterst creatief zijn om steeds iets nieuws te bedenken, want als de autist het herkent gooit hij het zo aan de kant.

Doe er alles aan om de overfocus af te zwakken.


Verder is het belangrijk dat je in de omgeving van de autist heel goed door hebt waar zijn focus ligt. Beperk vervolgens zoveel mogelijk de overfocus om een eenzijdige ontwikkeling daarin niet te stimuleren. Zorg ervoor dat hij geen onnodige stimulans daartoe krijgt. Waarom zeg ik dit? De uitkomst van steeds effectiever gefocust zijn roept eigenlijk geen bevrediging op. De herhalingsdrang blijft. Had je nu een eindresultaat zodat degene diepgelukkig en totaal ontspannen was daardoor, dan denk je, laat hem snel die eindstreep halen want daarna ontstaat er een nieuwe fase. Hier is het echter haast niet mogelijk dat er een blijvende bevrediging ervaren wordt. Je krijgt een sterk ontwikkelde mentale exercitie en de balk, zoals getekend in de (MEL)driehoek wordt maar breder en breder. Hoe dikker de mentale driehoekzijde wordt, hoe meer onderbrekingen je houdt in de lijnen van de gevoelsmatige beleving en de lichamelijke betrokkenheid.

Maak ter compensatie een lijstje van positieve natuurlijke zintuiglijke prikkelingen.
Positieve prikkelingen bevorderen ontspanning. Maak hier een lijstje van, bijvoorbeeld: met de handen in het water spelen, lekker drijven in water, met je voeten in warm strandzand lopen of gekriebeld worden in je nek of over je rug. Door de positieve zintuigprikkels in kaart te brengen, kun je de winst die er al is gewoon uitbreiden. Ga eens op een andere manier kijken naar degene die je begeleidt en voel vanuit je intuïtie wat hij/zij aangenaam vindt aan zintuiglijke ervaringen. Wat het ook is, gebruik bij alles wat je doet ook je intuïtie op het moment zelf en rek het steeds weer op (= kleine veranderingen aanbrengen). Bij een aantal autistische kinderen is het belangrijk dat ze uit school bijvoorbeeld onder de douche gaan, richt de sproeier op hun kruin en laat hen na afloop schone kleren aandoen. Je maakt hiermee het auraveld leeg en schoon. Doe je het niet, dan blijven de prikkels om hen heen hangen en trekken ze zich in zichzelf terug. Je krijgt een heel ander kind als je dit doet. Ze gaan zich lekkerder voelen.

Vraag 7 van groep therapeuten en clowns. Wij kwamen tot de volgende centrale vraag: hoe komen wij tot het neutrale en hoe kunnen wij dat een ander leren?

Marieke: Aanvaarding van jezelf is daar de basis voor. Het conflictloos overweg gaan met alle dingen die in jou gaande zijn. Dat wil niet zeggen dat ze makkelijk zullen zijn of direct oplosbaar, maar dat je niet in afwijzing tot jezelf treedt. Je dient te accepteren dat het is zoals het is en vandaar uit ontstaat verandering. Als je daarentegen jezelf afwijst en in de verdediging tot jezelf leeft, ben je altijd in strijd. Dat vreet energie. Dan is dat wat je naar jezelf toe doet, vaak onlosmakelijk verbonden met anderen. Dus moeite doen om jezelf te aanvaarden, staat haast gelijk met moeite doen om een ander te aanvaarden. Hoe dieper je in jezelf woont hoe dieper je verschillen van mensen, ook die van de autist, kunt accepteren. Dat is een weg te gaan en hoe doe je dat dan?

Simpelweg door te kijken naar de strijd die in je zit, te accepteren hoe het vandaag met jezelf is en morgen weer opnieuw te kijken. Je kan wel moeite hebben, maar dat is wat anders dan strijd hebben. We zijn vaak in de verontschuldiging naar anderen en onszelf dat we niet perfect zijn. Laten we eerlijk zijn: wie van ons is perfect en waarom zouden wij het dan wel moeten zijn? Op een diep spiritueel niveau kan je zeggen: we zijn een onderdeel van de scheppingskracht en als iets dat groter is dan onszelf onze verschijning schept (en daar genoegen mee neemt), wie zijn wij dan om dat af te wijzen. Dus wantrouwen naar jezelf om wie je bent, kan je gelijk stellen aan wantrouwen t.a.v. wellicht God of de grote schepping of hoe je het ook wilt noemen. Als je durft te aanvaarden dat je met alle mikken en makken perfect afgepast bent voor het leermoment van nu, vanuit de potentiële kracht dat wie jij bent heilzaam is voor je ontwikkeling, als je daarmee in vrede durft te zijn, dan kom je in vredelievendheid en die creëert rust naar de autist toe.

Niet dat je het er niet regelmatig moeilijk mee zal hebben, maar zet er geen strijd op in. Het is net als met eb en vloed, de zee gaat zoals die gaat want de maan beweegt hem. De mens heeft een vrije wil en die kan in de beweging best het een en ander veroorzaken maar dat de maan groter is en dat eb en vloed zich niet zomaar kunnen keren als ze daar zin in hebben, is ook een onderdeel van ons pakket. Ondanks onze vrije wil en zelfbeschikking zijn we niet bij machte alles zo te veroorzaken als wij dat met ons hoofd denken. We moeten het aanvaarden en daar komt het grootste creatieve moment uit voort. Dan ontstaat de scheppingsenergie in jou omdat je je niet tegen de scheppingsenergie verzet wie jij bent.

Het thema zachtaardigheid naar jezelf en naar buiten toe betrachten is een grondvoorwaarde rondom dat aanvaarden. Zachtaardigheid is veel vloeiender dan je best doen. Er zit zacht in en aarding. Het valt niet mee als je als ziel naar deze aarde komt. Als je daar zachtaardig mee omgaat dan kunnen de subtiele lagen in jou blijven doorgaan zonder dat je ze hoeft af te zweren vanuit overlevingsdrang.

Vraag 8 van groep jongvolwassenen. Een van onze bewoners doet aan zelfbeschadiging, haren uittrekken, nagels uittrekken. Ze doet het vnl. als wij het niet zien of in rustmomenten. Onze vraag is hoe kunnen we dit zo goed mogelijk ombuigen.

Marleen: ik weet in ieder geval van een aantal autistische jongeren het volgende hierover. Zij voelden zich op die momenten helemaal wegtrekken uit het hier en nu en om dat te voorkomen, pijnigden ze zichzelf om zich te blijven voelen. In hun eigen glazen bol is het niet altijd prettig, ze doen uitstapjes naar buiten maar voelen zich dan weer teruggetrokken worden in hun bol. Ik weet dit (via Marieke) van kinderen die juist op weg waren meer naar buiten te komen. Ze gingen knijpen of met hun hoofd tegen de muur slaan om hun bloedsomloop te activeren om maar in het hier en nu te blijven . Dit kan zelfverwondend zijn. Ze kiezen (onbewust) voor iets waardoor ze gaan voelen. De oplossing is veel lichaamswerk, zodat ze hun lichaamsgevoel meer ontwikkelen.

Marieke: wat je benoemt is heel erg waar, ik zal even specifiek naar deze persoon kijken. Het gaat om een vrouw van 24 jaar. Het beeld dat ik krijg is dat het meisje het ook sensatiegevoelig ervaart in de zin van dat ze de lichaamsgewaarwording eigen wordt op een manier die ze niet zo sterk prikkelend ergens anders ervaart. Door de verzwakkingbeleving van haar lichaamseigenheid activeert ze dit soort impulsen om zich wakker geschud te weten. Dat sluit nauw aan bij wat Marleen zojuist vertelde.

Het bijzondere is dat als zo iemand minder sterke impulsen ervaart, zoals bijvoorbeeld zachte handgebaren en verfijnde huidprikkeling, dan is de behoefte om zo’n sterke impuls aan te gaan niet aanwezig. Je ziet soms ook bij jongeren dat ze zich een tijdje afgestompt kunnen voelen omdat ze zoveel mentale overdracht hebben gehad op school. Ze zitten helemaal vol in hun hoofd en om dat los te weken hebben ze hele harde bonzende muziek nodig zodat er weer ruimte ontstaat in het hoofd voor een ander type voelen. Je moet je voorstellen als dit op het gebied van de lichaamsensatie gebeurt, dat je de verfijnde beweging en de verfijndere motoriek van je omgeving niet meer goed gewaar bent. Omdat het glas van je eigen bol een verhard gebeuren is, heb je een diepe inetsing nodig wil je er achter dat glas iets van voelen. Er zijn heel stevige inetsingen nodig, zodat er een gewaarzijn is van lichamelijkheid. De kunst is om dat in verfijning te brengen zodat deze sterke impulsen niet meer noodzakelijk zijn. Dit is het antwoord.

Let bij haar ook eens op de voetzolen, dat is het beeld dat ik steeds krijg. Prikkel zacht de voetzolen om dit te activeren, bijvoorbeeld met een nagelborsteltje of een veertje, maar doe het subtiel om haar af te leiden van andere prikkeling. Als ze dit prettig vindt dat kan je heel langzaam van beneden naar boven de benen meenemen. Handgebaren op de huid zijn ook erg belangrijk en dit afwisselen met andere type prikkelingen. Het is belangrijk met de uiteinden van haar lichaam te beginnen. Dat is ook de begrenzing van haar huid en dit is het verst weg; daar mag je eerder contact meemaken. Dit kan voor een ander weer heel anders zijn. Ieder mens is anders.

Vraag 9: Over jong volwassenen met een verstandelijke handicap en autisme. Onze vraag is als iemand met autisme depressieve buien krijgt of waanbeelden, geven we medicatie, antidepressiva, wat een vervlakking geeft van het gevoel. Is dat geen belemmering voor hun leerproces?

Marieke: Je geeft eigenlijk al het antwoord. Heel mooi dat je er zo helder naar kijkt. De ontspanning die plaatsvindt omdat het trauma aan het ontdooien is, geeft dit soort beelden. Een depressie is een gevoelde waarneming dat er iets niet helemaal snor zit wat ze voelen. Misschien kan jij er nog op ingaan Marleen vanuit de praktijk?

Marleen: het is vaak het voorstadium dat het verdriet loskomt. Dat willen we eigenlijk ook, we willen dat de gevoelskant steeds meer herkend wordt en naar buiten kan komen. Er zijn bij mensen in het autistisch spectrum al minder en zwakkere gevoelserupties, als er dan medicijnen gegeven worden die gevoelsdempend zijn, werkt dat elkaar tegen.

Marieke: Heel simpel kan je zeggen: als een depressie of een heftige emotie loskomt, wat er uitkomt kan er nooit meer in. Dit is zoals het gaat. Dus doe wat om de depressie naar buiten toe te kanaliseren zodat de energie van de opgeslagen emoties eruit kan. Je kunt er je lichaamsgerichte therapie op aanpassen; je kan bijvoorbeeld loopbewegingen genereren, want wie loopt, loopt naar de toekomst. Je moet goed nadenken wat je op therapeutische basis kan doen, zodat het gevoel door kan stromen zonder dat het terugklapt en op zo’n positieve wijze dat het geen negatieve bijeffecten heeft voor anderen. Als iemand woedend wordt en hij timmert een ander in elkaar, gaat het mis. Ga bijvoorbeeld wandelen of voetballen waardoor je de agressie de voeten uitschopt of ga met grote omhalen iets schilderen waardoor er een ontluchting komt via de armen en de hand. Wees vooral creatief en kijk wat je op lichaamsgericht gebied kunt doen om de energie naar buiten te keren, zodat wat eruit gaat er niet meer in komt.

Onthoud tevens dat als er sprake is geweest van een heftige emotie, dat de eruptie die plaatsgevonden heeft, nog vaak één tot twee dagen in het auraveld te vinden is. De emotie is losgemaakt, maar de sfeer die erom heen is gecreëerd, is nog voelbaar. Je kunt dan het beste het auraveld reinigen door iemand lang te laten douchen, schone kleren aan te laten trekken of in een bassin met water te laten drijven. Hoe eerder dat gebeurt, hoe makkelijker je cliënt de emotie ook kwijt is.

Marleen: hiernaast zijn Bach remedies heel ondersteunend(Gorse, Sweet Chestnud en/of Rescue) Bij depressiviteit is het verder belangrijk dat elke behoefte impuls die uit de persoon komt, hoe klein ook, aandacht krijgt. Geef er zo mogelijk vorm aan. Het gevolg is dat de vitaliteit langzaam maar zeker terugkeert.

Marieke: in het algemene zin geldt het volgende. Jullie kennen wel de uitdrukking dat iemand “glazig” kijkt. Iemand kan glazig gaan kijken, als hij depressief is en op de grens zit van emoties naar buiten toe uit te laten stulpen. Als een autist glazig kijkt, dan is het trauma verkleeft aan de glaswand en dat zie je aan de ogen. Als er dan vanuit de glazigheid een emotie komt is het heel belangrijk dat je die emotie niet terugdrukt, want dan gaat het goed mis, dan klapt diegene weer naar binnen.

Vraag uit zaal n.a.v. specifieke bewoner.

Als iemands hoofd op springen staat, is het belangrijk om de stress via handen en voeten te ontladen. Kijk eens of zijn schoenmaat goed is. Hij moet op zachtere oppervlaktes lopen zie ik. Het lijkt wel of de energie niet goed kan doorstromen naar zijn voeten, dus geen knellende sokken, zachte zolen. Zijn allergie zit op zijn rug. Hij doet veel hoofdwerk, maar hij dient zich juist meer in de natuurlijkheid te bewegen. De overconcentratie bekomt hem niet goed. Hij is te puntig, aangescherpt met zaken bezig en zijn spanning ontlaadt zich via zijn begeleiders en dat is niet goed. Hij zou een poosje in de laat-maar-waaien-houding moeten. Het lijkt ook of het teveel gevraagd is wat hij moet doen, omdat hij niet meer in de ontspanning komt. Hij is in een soort overmaat terecht gekomen. Het gevaar is dat er teveel op het mentale wordt ingegaan.

Vraag 10. Vraag laatste groepje, volwassen oudere autisten. Wat zo verbazend is, dat als er autist gezegd wordt, dan wordt er structuur gezegd. Verveling is des doods,vervuld worden is belangrijk. Het lijkt wel een waarheid, maar is dit zo?

Marleen: In de praktijk hebben we gemerkt dat kinderen thuis meer open zijn en meer flexibiliteit hebben dan in een instelling. Thuis is er ook wel voorspelbaarheid (structuur) maar zijn er toch meer variaties en is de benadering gevoelsgerichter. Het zou mooi zijn als er ook in instellingen wat meer aandacht komt voor de beleving in het hier en nu. Laat het ook ‘anders’ mogen zijn, dat vermindert juist het autisme. Dan betrek je alle zijden van de MEL driehoek in je structuur. Als je vraagt: “Wat heb je gedaan?” dan is dat een heel mentale vraag. Maar als je zegt: “Fijn dat we weer aan tafel zitten met zijn allen”, dan breng je het gevoelsmatige beleven in. Zo krijg je binnen de (tafel)structuur allerlei variaties in belevingen. Een aantal zaken zijn wel handig om maximaal voorspelbaar te maken, maar vaak is het veel te strak. Bijvoorbeeld als iemand op woensdag geen macaroni krijgt en het gaat mis omdat dit anders altijd wel zo is, dan heb je de structuur (de voorspelbaarheid) te ver doorgevoerd.

Marieke: Ik hoorde iemand in de pauze zeggen, ja we herkennen dingen, we voelen dingen, maar hoe doen we dat nou in de praktijk in onze superreguliere instelling, waar men niets wil weten van trauma’s uit een eerdere levensgesteldheid en al dat soort dingen. Ik probeer dit gegeven nu samen te vatten met het verhaal van Marleen over het teveel aan structuur.

De structuur gaat vaak mank. Het gaat niet meer over het individu, maar om de optelsom van wat bedacht is wat het beste zou zijn.

Hoe gaan we nu zelf om met zo’n dag als dit waar je subtielere informatie krijgt? Hoe pas je dat nu in een structuur waar je het zelf niet zo meer mee hebt. Ik ga kijken.

a. Als eerste: spreek er alleen met hen over bij wie je je zeker voelt, dat ze je verstaan.

b. Handel anders, oefen in de praktijk zodat je zelf het verschil bemerkt. Verander bijvoorbeeld de intonatie in je stem. Verander de omgang door je soms uitzinnig anders te tonen en zie hoe vriendelijk autisten daar vaak op reageren. Als je jezelf sterk en stevig voelt staan in wat door jouw handelen opgeroepen wordt, vraag dan of anderen eens mee willen kijken naar het effect dat jouw handelen oproept bij de ander.

c. Als je bij derden geen gezonde basis vindt om te praten over de mogelijkheid van een eerder ontstaan trauma dan in dit leven (reïncarnatie), laat hen in hun waarde. Je kunt hen wel helpen de verschijnselen te zien van een (mogelijk) trauma dat ligt onder de verstarring van de terugtrekking bij de persoon die autist is, zonder meteen primair naar de ouders te verwijzen (wat veel therapeuten doen). Houdt het in alle ruimte open.

d. Doordat je een voorbeeldfunctie gaat creëren, niet door praten maar door doen, worden anderen nieuwsgierig en gaan onopvallend in aanvang voor jou, meekijken, mee opletten, zien waarin het verschil is. Durf te vertrouwen op langzame veranderingen, want wie de tijd eerbiedigt en beetje bij beetje voortgang bespeurt, zal terugkijkend meer zien dan hij vandaag kan denken.

e. Degradeer nooit de oplossingsstrategie van de ander, kijk waar je uit kan breiden.
Het is belangrijk om niet hooghartig te worden in de kennis die je in je opgenomen hebt vandaag. Ook al is de kennis wellicht hoogwaardiger ontwikkeld dan de kennis nu doorsnee op het gebied van autisme, er zijn ook vele mensen vanuit hun hart bezig geweest om de oplossing te vinden. Dus degradeer nooit de oplossingsstrategie van anderen. Die hebben er vanuit hun intentie vaak een optimale inzet naar toe gehad, maar kijk hoe je uit kan breiden, naar dat wat voor jouw gevoel een verbetering zou zijn.

f. Zet de verandering in op wat al gaande is. Graduele verschillen kunnen een groot effect hebben. Dus stel dat je bijvoorbeeld in het huis waar je werkt al een uitbreiding krijgt dat autisten als er spanningsvelden zijn, makkelijker kunnen gaan zwemmen en douchen, dat de aanraking naar hen toe subtiel veranderd wordt zonder dat je indringt, dat je kan gaan tonen wat neutraliteit is in liefde, daarmee breng je graduele verschillen aan en die zullen echt hun effect hebben. Doe het niet vanuit afwijzing naar wat al gaande is, maar zet de verandering in op wat al gaande is. En deel met de bondgenoten waarbij je het achterste van je tong kan laten zien, openhartig de inspiraties die je hier ontving.

Slot oefening. Een warm ballenbad van lichamen.


We eindigen met een oefening. Willen alle ouders met een autistisch kind naar voren komen, dan zien we hoeveel dat er zijn. Ik zal de oefening uitleggen.

Mijn begeleiding raadt aan om jonge autisten iedere dag te huggen op een neutrale liefdevolle manier door meerdere lichamen tegelijkertijd, zodat er overal om hen heen aaibewegingen en hugbewegingen zijn, zodat het kind er van weerhouden wordt om steeds in zijn glazen bol terug te keren. Als iedere dag meerdere keren die huggen plaatsvinden, krijgen ze eigenlijk de kans niet om erin te blijven.

Ik vraag nu aan alle niet-ouders of jullie met vier tot vijf mensen om een van deze fantastische ouders heen willen gaan staan. Het is de bedoeling dat jullie met je lichaam een beetje tegen hun lijf aan gaan schuren. De ouders mogen gaan voelen hoe dat is, nadat ze zich hebben voorgesteld dat ze geen contact willen maken. Het doel van de oefening is dat ze voelen hoe het is om innerlijk besloten te hebben geen contact te willen maken en wat er gebeurt als ze omgeven zijn met mensen die echt liefdevol met hun lichaam tegen hen aanwrijven.

Het verzoek is aan de therapeuten, psychiaters en artsen die hier zijn om het met jullie collega’s de komende tijd ook zelf eens te gaan oefenen (en misschien ook met de autistische mensen in jullie omgeving).

De ouder gaat nu in het midden staan en concentreert zich op zichzelf om geen contact te willen. De mensen er omheen gaan zonder indringing in neutraliteit en liefde staan. Stel je voor dat je iemand gaat huggen die er geen prijs op stelt en kijk of je je liefdesgevoel in tact kan laten. Pas als je voelt dat je de liefde intact kan laten zonder opleggendheid naar de ander, dan schuur je zachtjes je schouders of je heupen tegen de ander aan en maak je glijbewegingen langs de ander, niet meer als dat. De persoon in het midden mag ervaren wat de deining van lichamen om hem heen doet: een warm ballenbad van lichamen.

Het bijzondere aan deze oefening is: je hebt lichaamscontact en herstelt zo de lijn aan de onderkant van de MEL driehoek. Het auraveld van de personen die de neutrale liefde uitzenden gaat het auraveld voeden van degene die autistisch is. Dat auraveld krijgt van heel dichtbij liefdesindrukken. Observeer ook of er in je ademhaling iets verandert.

Het advies is dit bij hele jonge autisten wel een uur per dag te doen. Een uur van een dergelijk contact helpt om de onderbroken lijn van lichaamsgevoel te dichten. De overdracht van neutrale liefde vult het auraveld van de autist, zodat die kan navoelen. Op deze manier herstelt ook de onderbroken emotionele lijn. Maak vloeiende stromende bewegingen op verschillende plekken, anders kan de autist zich terugtrekken, wees verrassend. Het mooie is dat de verzorger hierdoor ook vloeiend blijft en zijn lichaam laat doorstromen waardoor het niet verstart. (Als je steeds veel moet zorgen dan zijn het ook vaak eenduidige handelingen aan het worden.) Je lichaam wordt gedwongen heel flexibel te blijven op deze manier. Het is niet dat je handen niets mogen doen, maar vaak blijven we daar dan in hangen; het is juist van belang dat je lichaam mee gaat doen. Dus begin altijd met je lichaam, daarna kunnen je handen wel invoegen, maar dan weet je zeker dat je lichaam meebeweegt.

Na afloop van de oefening.

Willen een paar ouders er iets over zeggen?

Ouder 1: ik vond het een heel fijne ervaring. Je wordt aangeraakt door vreemden en dat is iets wat ik niet zomaar toesta, maar het voelde gewoon heel fijn, al voor ze me aanraakten. Het is een warmtesensatie. Schuin voor me stond niemand en ik had de neiging om er op die kant uit te floepen. Het is heel fijne gewaarwording.

Marieke: het is inderdaad heel belangrijk dat er geen kier van ontsnapping mag zijn, dank je wel voor je waarneming.     

Ouder 2: in het begin werd alles heel erg zwaar en op een gegeven moment toen ze allemaal om me heen stonden was het erg ontspannend en toen werd de warmte ook heel goed verdeeld.

Marieke: dit valt goed te verklaren want als je uit de glasbel wil dan moet je het trauma meenemen en loslaten en als je helemaal vloeiend en bewegend gehouden wordt gaat dat gevoel ontspannen omdat het naar buiten kan. Daarom zijn die bewegingen die je aan moet houden zo belangrijk.

Ouder 3: Het emotioneerde me heel erg dat al die mensen om me heen kwamen staan. Dat vond ik heel eng, maar het ontspande onmiddellijk toen ik aangeraakt werd. Dat was heel prettig. Ik vond het vervelend dat er een opening was van voren want die wilde ik juist gedicht hebben. Het was of ik niet gesteund werd op die plek.

Marieke: dit is een dubbele bevestiging van hoe belangrijk de volledige omsluiting is. Hoe meer mensen hoe beter.

Ouder 4: Ik voel de aanraking nog steeds, het is heel bijzonder.

Ouder 5: Ik heb me een beetje proberen te verplaatsen in mijn dochter. Haar broertje komt altijd tegen haar aanzitten en zij houdt contact altijd zoveel mogelijk af. Toen ik al die mensen om me heen had, had ik echt het gevoel dat ik in een warm bubbelbad lag en daar houdt ze weer wel van. Dus misschien zou ze het nog prettig vinden ook. Maar waar haal ik al die mensen vandaan om het een uur vol te houden? Ze is 16 jaar, maar zit wel in een klas met bijna 30 kinderen. Dus we bespreken dit met haar mentor, dat ze al die leerlingen in de klas lekker tegen haar laten opbotsen.

Marieke: water is de brug tussen contact met mensen. Met deze oefening creëer je een warm bad, maar het gaat om mensen dus je moet twee stappen sneller, niet eerst ontspannen in water maar het direct met mensen inzetten. Water is fantastisch en dit is een stap verder. Het kan ook met dieren, maar dan moeten het heel aanhankelijke dieren zijn. Het is haast niet mogelijk dit zo langdurig van een dier te verlangen, zeker niet met meerderen tegelijkertijd. Volwassenen kun je er op laten instellen. Het effect van mens tot mens is juist ontzettend belangrijk. Je hebt autistische mensen die ontzettend goed met dieren zijn, maar juist het menscontact dient weer aangeleerd te worden om niet in de beschadiging te blijven hangen. Zodat je én geniet van dieren én weer open staat naar mensen die faalbaar zijn.

Hiermee eindigen we de dag.

Bron:

www.devrijemare.nl


Geplaatst door Marieke de Vrij

Marieke de Vrij

Marieke de Vrij (1953), spiritueel maatschappelijk raadsvrouwe, heeft bijzondere heldere fijnzintuiglijke vermogens waaronder helder zien, weten, spreken en horen. Middels fijnzinnige bewoordingen werpt zij al langdurig licht op levensvragen van grote individuele en maatschappelijke betekenis...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Marieke de Vrij



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Er is niets meer kunstzinnig dan van mensen te houden.

Vincent van Gogh, Nederlands kunstschilder











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.