Het verdiepen van therapieën voor mensen die gemarteld zijn in dit leven of in een eerder leven | 2
| Taal: | ![]() |
| Views: | 1429 |
| Ingevoerd: | 28-08-2011 |
| Geplaatst door: | Redactie Earth Matters |
| Bron: | Marieke de Vrij |
Gekoppelde categorieen
Spiritualiteit, Kinderen, Opvoeden, Mannen, Vrouwen, Therapieën
(Marieke de Vrij) In dit boekje vindt u een verslag van de tweede bijeenkomst voor therapeuten die zich bezighouden met het begeleiden van mensen die gemarteld zijn in dit leven of eerdere levens.
Marieke behandelt onder andere tijdens deze bijeenkomst:
- De soorten vermoeidheid die kunnen ontstaan (door martelingen in dit leven of vorige levens.)
- Het krijgen van flashbacks.
- De lichamelijke benadering door de therapeut van mensen die gemarteld zijn.
Marleen Oosterhof gaat in op de wijze van behandeling die mogelijk is bij kinderen die gemarteld zijn. Zij doet dit aan de hand van casuïstiek die zij in de loop der jaren heeft ontmoet over dit onderwerp. Zij bespreekt onder andere:
- De opbouw van ik-identificatie.
- Het wezenlijk contact met het kind, niet alleen via taal.
- Ontspanning, waardoor ontlading kan komen.
- Het verlichten van lichamelijke blokkades.
Het boekje maakt een onmisbaar onderdeel uit van de serie verslagen die zal worden gemaakt van de bijeenkomsten die inmiddels hebben plaatsgevonden en in de nabije toekomst nog over dit thema worden gegeven.
Amersfoort, Instituut Atma,
Instituut voor Reïncarnatie- en Regressietherapie.
10 januari 1998.
Rob:
Een hele goede morgen allemaal. Voor wie mij nog niet kent, ik ben Rob, de jongste broer van Marieke de Vrij. Ik volg bij het Atma de driejarige opleiding. Ik ben tweedejaars. Ik heb indertijd contact gelegd tussen het Atma en Marieke en daaruit zijn deze bijeenkomsten voortgekomen. De opkomst is wat lager dan de vorige keer dit zou kunnen komen door organisatorische zaken. Ik wil jullie allemaal bedanken voor jullie komst. Onze hartelijke dank ook voor het uitschrijven van de vorige bijeenkomst. Dat waren wel zo’n 75 pagina’s.
Het boekje dat hiervan is samengesteld is te bestellen bij ons.
Graag stel ik Marleen Oosterhof aan jullie voor.
Marleen is orthopedagoge en leidt een instituut waar veel gewerkt wordt met jonge kinderen met allerlei soorten problematiek, waaronder veel traumatische verwerking uit vorige levens. Marleen werkt al jarenlang samen met Marieke.
Marieke
Ik zie verschillende nieuwe gezichten vandaag.
Mijn interesse voor het gebied rondom martelingen is voortgekomen uit meerdere zaken. Ik heb onder anderen gewerkt op vluchtelingenwerk. En ook met orthopedagogie kwam ik regelmatig kinderen tegen die zwaar beschadigd waren in eerdere levens. Indien die beschadiging niet tijdig genoeg herkend wordt, kunnen trauma’s lichamelijk en emotioneel totaal vast gaan zitten. Ik ben in contact met Marleen Oosterhof al jaren bezig nieuwe therapieën te channelen, als er kinderen zijn waarvan ik voel dat dat de achtergrond is. Marleen werkt daarmee. Dat kan niet altijd. Ze probeert dat zo regulier mogelijk te doen. Ze vertelt daar straks zelf over. Marleen heeft daarover heel veel kennis verworven.
Wanneer je als kind bij een reïncarnatietherapeut terecht komt en de ouders maken daar een keuze voor, dan heb je al een hele grote voorsprong. Wanneer je in een reguliere instelling werkt heb je ook andere technieken nodig om het trauma te benaderen. Daar weet Marleen heel veel van. Ik heb zelf levens gekend waar ik gemarteld ben geweest dus ik weet ook uit herinnering hoe dat is en ook hoe ik in dit leven geprobeerd heb met de restanten van die ervaringen overweg te gaan.
Ik heb bijvoorbeeld als jonge baby al gezien dat ik vaak regressies had naar vorige levens. Ik was een enorme huilbaby. Ik kan vandaaruit ook vermoeden dat een groep van de huilbaby's regressies heeft. Er zijn genoeg raakpunten.
Mijn begeleiders hebben een aantal jaren geleden al benoemd dat ze de noodzaak zien om nieuwe therapiën vrij te geven omdat de huidige kennis onvoldoende is. Zoals zij ernaar kijken zal er in de toekomst steeds meer gemarteld gaan worden. Dus dat is geen prettige informatie om te weten. Ze geven ook aan dat het zichtbaar is dat daar steeds grotere groepen mensen bij betrokken worden. Dus je wordt niet als enkel persoon gemarteld maar je partner, kinderen en familieleden worden steeds meer daarin betrokken. De trauma's die daardoor ontstaan zijn heel gruwelijk.
De huidige technieken van de martelpraktijken zijn zodanig, dat de martelingen steeds meer zullen ingrijpen in het lichaam maar steeds moeilijker aan de buitenkant te zien zullen zijn. Ook voor artsen en andere mensen is het minder makkelijk terug te vinden dat iemand gemarteld is. Alle trauma's die ontstaan bij mensen, hebben een hele langdurige uitwerking. Soms alleen in het leven zelf waarin ze gemarteld zijn maar ook vaak nog doorlopend in levens daarna.
We zijn in de vorige bijeenkomst vrij uitgebreid ingegaan op het feit dat gemarteld worden een heel serieuze ervaring is. Maar dat je daarin ook gradaties hebt. Niet alleen qua technieken waarmee mensen gemarteld worden, maar vooral ook hoe de persoonlijkheidsstructuur van iemand is als hij gemarteld wordt. Iemand die geen gezonde ik identificatie heeft, lijdt veel dieper door een marteling dan iemand die een gezond ik besef heeft.
Zo hebben we vorige keer ook uitleg gegeven over het feit dat als je gemarteld wordt voor iets waar je zelf van vindt dat je er straf voor verdiende, dat je dan de marteling anders ondergaat dan dat je letterlijk onschuldig bent.
We hebben op psychologisch gebied de vorige keer heel veel lagen vrij gelegd, om aan te geven hoe diep een marteling iemand echt in zijn kern raakt. Aan de hand van de gegevens van vorige keer krijg je een indicatie hoe zwaar getraumatiseerd iemand is. Dat is belangrijk. Ook omdat er heel veel verdoezelingsmechanismes omheen liggen. Wanneer je dat onvoldoende open legt weet je ook niet altijd in welke laag iets gebeurd is. Dit is een eerste opsomming van waarom ik dit werk doe en wat we de vorige keer gedaan hebben. Ik weet niet of er op dit gebied nu vragen zijn want anders ga ik gewoon openen voor vandaag.
Vraag:
Is het mogelijk om heel kort iets te zeggen over die lagen waar je het over hebt?
Marieke:
Ik zal een aantal lagen noemen zodat je enig idee hebt, maar ik wens niet reëel in herhaling te spreken en juist deze tijd nu beschikbaar te stellen voor nieuwe informatie.
Mensen die heel erg zelfingenomen zijn op een manier die niet wezenlijk past bij wie ze zijn geworden in het leven, -dus een overmatige bijzonderheid aan zichzelf verlenen vanuit gekunsteldheid- die kunnen door de schrik ervaring van een marteling in een hele diepe onzekerheidslaag komen die een heel leven lang vaak verbloemd werd.
We hebben het gehad over positieve hoogmoed en negatieve hoogmoed.
Negatieve hoogmoed is in relatie tot gemarteld worden een hele traumatische ervaring omdat je verkleefd geraakt bent aan het gedrag van opwaardering van jezelf. Iemand die onzeker is en gemarteld wordt, blijft onzeker. Die onzekerheid kan zich wel verdiepen. Iemand die negatief hoogmoedig was die valt door de hoogmoed heen en ontdekt zijn onzekere basis en die was hem in die mate onbekend. Die is teveel onderdrukt geweest door hemzelf. Wanneer je iemand tegenkomt die gemarteld is is dat goed om in de gaten te houden.
Wanneer iemand geen natuurlijke ik bevestiging heeft naar zichzelf toe, zich sterk afhankelijk toont van invloeden in zijn omgeving om zichzelf te kennen, dus een ander dient hem te bevestigen, dat maakt dat zo’n persoon bij uitstek heel geschikt is om gemarteld te worden. Zo’n persoon wil graag tegemoet komen aan anderen en geeft vaak tè snel informatie vrij in martelingen en vervolgens wordt de onzekerheid nog sterker versterkt over het feit dat hij geen goed mens zou zijn.
Iemand die binnen martelpraktijken al onzeker was en zaken verklapt heeft, die heeft het gevoel alsof hij zichzelf wel door een rioolput heen wil spoelen. Dat is dus een vreselijke ervaring voor iemand, want er was al geen basis ik besef.
We hebben het de vorige keer ook gehad over de kracht van het mededogen wat kan ontstaan vanuit een gezond ik besef. Dat houdt in dat degene die gemarteld wordt en een gezond ik besef heeft, soms tijdig kan realiseren dat de ander er beroerder aan toe is dan hijzelf. De martelaar heeft een psychologische structuur waarin hij zichzelf is kwijtgeraakt. Dat kan een soort emotionele bescherming zijn om de martelingen geestelijk te overleven.
Het gegeven dat geliefden betrokken zijn bij het feit dat jij gemarteld wordt en zij ook risico lopen zullen we vandaag aankaarten.
Ik heb het gevoel dat het goed is om nu met het nieuwe thema te beginnen. Ik heb een aantal raakvlakken, maar omdat de rest van de vorige bijeenkomst heel uitgebreid beschreven is, is dat overzichtelijk om dat straks te lezen. Er zullen best overlappingen zijn maar die zullen dan ter plekke uitgewerkt kunnen worden.
Vermoeidheidsdruk in relatie tot martelingen!
Één van de meest voorkomende technieken is, behalve het letterlijk martelen, mensen totaal lichamelijk uitputten. Wie uitgeput is, en dat zal je ook uit eigen ervaring weten als je een periode meemaakt met sterke vermoeidheid, is uiterst kwetsbaar en heeft geen normale rem op zijn spreekvermogen. Je kunt dan zaken vrijgeven tegen je persoonlijke wil in. Je onderbewustzijn wordt bovenmatig zichtbaar op een niet controleerbare wijze en daar hebben martelaars veel mee op. Om dat zo maar te noemen. Met name als ze de zenuw uiteinden van je lichaam extra prikkelen, dus bijv. vingertoppen. Je inhouden wordt dan haast tot het minimum beperkt. Dan moet je een behoorlijke ik bekrachtiging in jezelf hebben wil je ondanks een enorme vermoeidheidsoverdruk nog standvastig informatie kunnen inhouden.
Dat houdt in dat als je een cliënt krijgt die vermoeid is op het moment dat hij bij jou komt, kans heeft om makkelijk emotioneel te kunnen doorschieten. Dat kan positief zijn als de begeleiding uitermate vakkundig is. Wanneer dat niet het geval is en iemand is ontzettend uitgeput en heeft geen gezonde ik begrenzing daardoor meer actief, dan is hij haast overgeleverd aan de therapeut. Dat is ook heel, heel gevaarlijk. Het is voor jezelf belangrijk om te zien hoe moe een cliënt is. Als je ziet dat de cliënt ontzettend moe is, weinig ik begrenzing heeft, en je voelt jezelf niet vakkundig genoeg kijk dan wat noodzakelijk is. Een doorverwijzing of iemand erbij halen is dan misschien noodzakelijk.
Als je een deskundige therapeut bent hoeft het geen minpunt te zijn. Wanneer je jezelf daarin niet vertrouwt wees dan gealarmeerd!
Belangrijk is als je met halfhypnose werkt dat je een cliënt die uitermate vermoeid is aanspreekt op zijn zelfreddend vermogen! De gewone normale techniek om iemand onder halfhypnose te brengen dien je uit te breiden, om letterlijk het zelfreddend vermogen aan te spreken. Hoe doe je dit?
Allereerst laat je de cliënt onderzoek doen in zichzelf waar zijn hartsvermogen op een positieve manier op aangesproken wordt. Zoals: Wat ontroert je? Wat geeft je een beleving van welbevinden? Wat heb je aan ervaring in dit leven opgedaan in wat jij deed en wat uitermate gunstig naar jezelf toe terug werkte? Bijvoorbeeld sommige mensen voelen zich heerlijk in het spelen met jonge dieren. Of wanneer ze met bloemen bezig zijn. Of voelen zich fantastisch bij een zonsopgang.
Laat ze beelden herinneren die heel voedend zijn en die ze ieder moment weer op kunnen roepen om zelf voeding te creëren.
Laat ze dan een situatie herinneren die ze moeilijk gevonden hebben maar die ze zelf in de hand hadden en ook op basis van nawerking van die moeilijke situatie toch goed te boven zijn gekomen. Wanneer een cliënt die beelden goed en zuiver te pakken heeft en jij durft ze te vertrouwen als therapeut, dat je denkt van ja dit is waar ik kan voelen dat de energie verandert in de cliënt. Er komt een vorm van heling nu vrij.
Wanneer een cliënt zich voldoende daaraan gelaafd heeft, dan pas ga je met een vermoeide cliënt dieper. Niet eerder. Anders ga je al voorbij aan een plaats waar de cliënt zichzelf nog kan bekrachtigen.
Spreek met de cliënt af, voordat de sessie letterlijk plaatsvindt, waar je de cliënt mag aanraken om te bemoedigen. Vraag wanneer de cliënt in halfhypnose is, of die plaats die van tevoren afgesproken is, nog steeds goed voelt om aan te raken.
Stel dat het een hand is maar tijdens de sessie komt eruit dat die hand gemarteld is geweest, dan moet het misschien wel een andere plek worden. Probeer eerst een voorafspraak te maken en controleer die tijdens de sessie.
Herinner in je eigen geheugen de beelden die de cliënt jou vertelde die de eigen gemoedsrust deed versterken. Want als je de sessie afsluit heb je die beelden opnieuw nodig. Je sluist hem als het ware via de begin beelden terug.
Vermoeidheidsgevoelens hebben verschillende lagen!
Ik zal een aantal lagen bespreken, wat het ook voor jullie mogelijk maakt dat je dieper de vermoeidheid van de cliënt kan begeleiden tijdens de sessie.
1. De vermoeidheid die depressief van aard is.
Je hebt allereerst de vermoeidheid die depressief van aard is. Er is een ruim scala van gevoelens die gekoppeld liggen aan de vermoeidheidsindruk.
- De ademhaling gaat te traag. Is te levenloos.
- De huid maakt vaak een matte indruk. Heel vermoeid. Zeker als een cliënt in halfhypnose ligt kan je dat goed waarnemen.
- De expressie van het lichaam is minimaal. Vooral als je een cliënt langer kent dan weet je hoe hij normaal zich beweegt en zie je het verschil.
- Vaak trillen de oogleden nerveus vermoeid. Het is geen rustige oogneerslag.
- De onderbenen voelen en zien er bewegingloos uit. Iemand die vermoeid is maar niet depressief kan zichzelf namelijk via een soort wilskracht nog meer begeleiden. Die kan het lichaam onder druk zetten en dingen doen. De benen zijn dan niet direct helemaal passief want die worden steeds door die wilskracht gevoed. Iemand die depressief is heeft geen wilskracht meer voor voeding. Dus de onderbenen, dat wat het lichaam in beweging brengt, stagneert Dus als je energetisch bijvoorbeeld met je handen een hele matte energie voelt in de onderbenen, dan is er een grote kans dat er een depressie diep geworteld in het lichaam zich heeft genesteld.
2. De vermoeidheid die kortstondig is.
Dan een andere laag van vermoeidheid. Een vermoeidheid die kortstondig zich toont, met name op momenten dat iemand emotioneel wordt aangesproken op iets wat hem bezighoudt, maar er is nog voldoende ruimte om daar keer op keer van te herstellen. Dat zijn dan momenten van tijdelijke rusteloosheid. Het uitvalsverschijnsel is er alleen op dat moment omdat men niet meer graag iets doet, maar er rest nog wel voldoende kracht om keer op keer die dingen in een andere richting tot stand te brengen.
Waaraan herken je dat als een cliënt bijvoorbeeld in halfhypnose is of tijdens gesprekken?
Allereerst door de plotselinge wisselwerking van de cliënt tussen bewegen en stilvallen. En dat stilvallen is tè passief. T lusteloos. Het is een niet rust. Het is matter. Dan weer haast een gedwongen interactie naar buiten toe. Het kost moeite maar je ziet de wilskracht haast door de spieren heentrekken. Het zijn geen soepele vloeiende bewegingen. Ook kan het lichaam schokkerige bewegingen geven tijdens het stilliggen. Dat is dan opeens een ontladingen van de spieren die schoksgewijs plaatsvindt.
Is een lichaam goed ontspannen dan gaat het om een normale ontlading van een energie. Dan kunnen de energie stromen gemakkelijk door de energie banen glijden. De spieren vertonen dan geen onnodige contracties. Wanneer er een grote wilsbezetting is en aan de andere kant een vorm van tijdelijke vermoeidheid omdat je aangesproken wordt op bijvoorbeeld emotionele onderwerpen of vormen van werkdruk waar je een enorm verzet tegen voelt, dan zijn de contracties in de spieren maar ook de energie doorstroming door de energie banen niet gelijkmatig.
3. De vermoeidheid die passief van aard is.
De lagen van vermoeidheid die zich uiten in passiviteit, dus niet de depressie. Het gaat dan niet om de vermoeidheid die ik hiervoor heb genoemd, maar het is een soort continue vorm van passiviteit. De wilskracht ontbreekt en men geeft zich gelaten over aan dat wat geschiedt buiten, zonder zelfbevestiging neer te leggen, middels eigen zelf gewilde handelingen. Deze groep cliënten is heel moeilijk te behandelen. Binnen elke vorm van genezerscircuit. Wanneer de cliënt niet bereid is zelfwerkzaam te zijn en de eigen wil heeft uitgeschakeld, moet je héél diep als therapeut, wil je de eigen wil mobiliseren. Het maakt voor de cliënt niet uit of je homoeopaat, arts, psychiater of regressie therapeut bent. Degene die willoos is en passief, behoort tot je meest moeilijke cliënten. Ik zie hier een aantal mensen bevestigend knikken.
Hoe benader je deze cliënt als een deel van zijn achtergrondsproblematiek bestaat uit gemarteld te zijn geweest in dit leven of in een eerder leven?
Prioriteit één van de behandeling is dat je het lichaam tot leven wekt. Want passiviteit is een energie waar tot héél diep in de kern van die persoon de energie teruggetrokken is. Dat houdt in dat de huid geprikkeld dient te worden op vele manieren. Vaak heel zacht, maar prikkelend. Niet negatief te hard indrukkend, maar positief bewust de huid langdurig aanraken op een prikkelende manier. De huid dient wakker te worden. Dus overal waar de huid niet sensitief is, niet duidelijk voelt dient eerst het gevoelsniveau van de huid omhoog getrokken te worden. Want dat maakt de kern van de persoon bewuster. Iemand die zijn kern naar binnen trekt voelt weinig. Je kunt strelen maar dat wordt amper geregistreerd.
Warm waterbaden. Niet overmatig heet maar wel warm op een prettige manier. Een soort reconstructie van de baarmoeder.
Huidstrelingen in het algemeen maar met name ook haarstrelingen. Dus over de hoofdhuid omdat daar veel bemoediging vanuit gaat. Schouders evenzo. Iemand die passief is, heeft een gevoel dat hij er van nature niet mag zijn. Handen en voeten zijn belangrijke plaatsen om aan te raken. De voeten symboliseren dat je je eigen weg mag gaan. De handen, dat je contact mag maken en mag ontvangen. Dus handen en voeten op een bijzondere positieve manier aanraken zodat de ander zich bevestigd weet.
Wanneer je therapie gaat doen zonder dit eerst gedaan te hebben, mis je kansen van diepgang. Dit is echt het eerste traject. Als homeopaat zou je haast moeten beginnen middelen te geven die de sensitiviteit van de huid doen bevorderen.
Wanneer je lichaamsgerichte therapeut bent, begin je met langzame bewuste strelingen van de huid waar deze uitermate voelend is zodat de niet voelendheid van andere plekken indirect opgelicht wordt. Als je regressie therapeut bent, ontspan je eerst de cliënt zodat hij zijn lichaam begint te ervaren. Je masseert hem het liefst al licht, voordat je met half-hypnose werkt.
De moeilijkheid is dat als de marteling de basis is van de passiviteit, je niet zomaar overal de cliënt kan aanraken. Dat is een groot dilemma. Het is dus belangrijk aan de cliënt te vragen in het voor gesprek waar hij zelf de indruk heeft waar de beschadigingen liggen in het lichaam. Is iemand bijvoorbeeld gemarteld op zijn rug en heeft bijvoorbeeld ook ernstige rugklachten dan kan het zijn dat je een omleidende aanraking dient te doen en de rug voorlopig met rust dient te laten. Dat geldt ook voor vingertoppen of andere plaatsen die nadelig zijn benaderd. De aanraking van de huid kan bijna onmogelijk zijn. Het gebeurt dat iemand zo ontzettend te pakken is genomen dat er haast geen stukje huid onopgemerkt is gebleven. Je kunt dan werken met symbolen zoals water.
Onder halfhypnose of ook via visualisatie kan je werken met de gedachte dat de cliënt zelf voelt wat hij de prettigste water aanraking vindt. Is dat een douche, is dat een bad, is dat een beeld om te liggen in een stromende rivier. Wat vind hij prettig? Het water moet een uitermate koesterende en reinigende werking hebben. Wanneer je aan goede beeldvorming weet te doen, dan kan een cliënt elke keer op het moment dat de belasting in het lichaam voelbaar wordt van het trauma, zichzelf reinigen via visualiseren of via halfhypnose en via water de aangedane plek kalmeren.
De cliënt kan zelfs in de loop van zijn eigen therapie in gedachten het water van kleuren voorzien. Stel dat je behoefte hebt, een plek die heel vurig voelt in je lichaam, daar de kleur groen aan toe te voegen, dan kan je het water symbolisch groen kleuren terwijl dat er heel zachtjes langs stroomt. Of als je dat prettig vindt bijvoorbeeld een groen watercompres opbrengen. Het vergt van de cliënt een scherp intuïtief vermogen want de kleur moet veilig voelen. Het water moet veilig zijn.
Een cliënt die gemarteld is door water onderdompelingen daar moet je nu niet direct water als therapie voor kiezen. Je moet als therapeut heel gevoelsmatig contact houden met de cliënt met wat zijn beeld is dat hij prettig vindt.
Soms liggen die beelden er al. In bijvoorbeeld wat ik zo straks zei. In halfhypnose geven mensen zelf beelden vrij waar ze zich prettig gevoeld hebben. Wie weet zitten daar al veel associaties waar je mee kan werken. Verder is water één van de meest zuiverende beelden.
Ook de 'zon' wordt heel veel gebruikt in therapie. Maar “ga gewoon maar lekker liggen in de zon” is voor veel mensen niet ontspannend als je gemarteld bent. Waarom? Omdat als wij denken aan heerlijk in de zon liggen, denken we aan naakt of met weinig kleding aan in de zon liggen. Van iemand die gemarteld is, is vaak de kleding verwijderd en is fel licht, automatische gekoppeld aan lampen die gebruikt werden tijdens verhoringen. Fel lamplicht associeert dan nogal snel met de zon. Het is heel moeilijk dan om de zon niet te zien als een sterk schijnende lamp waarmee je continue in licht wordt gehouden zodat je niet mag slapen. Lampen ook waarbij het licht zo gericht is dat je de vraagsteller niet in het gezicht kan kijken zodat je alleen maar stemmen hoort tijdens de ondervragingen. Licht kan heel nadelig uitpakken tijdens regressie therapieën rondom martelingen. Maar misschien is dat bij de ene persoon wel zo en bij de andere weer net niet.
Het is echt zoeken. Zo ook kan een liggende houding tijdens halfhypnose een verzwaring voor de cliënt zijn, met name als hij liggend gemarteld is geweest. Dan kan het zijn dat de cliënt zelf dient aan te geven wat een houding is waarbinnen hij de hypnose aan durft te gaan. Het kan best zijn dat hij na een x aantal sessies wel durft te liggen omdat hij vertrouwt raakt met de beelden en er wat dieper in durft te gaan. Maar zeker als er een panische angst opkomt op het moment dat iemand gaat liggen is het zeer respectabel om een minder moeilijke houding uit te kiezen waarop er enige zelfcontrole mogelijk is. Je hoeft de angst niet in een keer helemaal uit te dagen. Hier laat ik het even bij rondom passiviteit binnen vermoeidheid.
We zijn eigenlijk ook al door gerold dieper het thema in. Iemand die van zichzelf geen energie heeft door vermoeidheid en weinig reserves, heeft vormen nodig waarin hij zelf controle mag blijven uitoefenen. Ook al lijkt dat onder halfhypnose niet 'altijd' te mogen. Binnen ervaringen van cliënten die gemarteld zijn is zelfcontrole een heel belangrijk genezingsmechanisme. Haal je dat onder hypnose weg dan wordt hij weer gemarteld bij wijze van spreken. De associatie in het herinneringssysteem wordt direct wakker.
De volgende beelden die ik krijg, zijn dat sommige personen in dwangmatige houdingen hebben moeten liggen; hebben moeten staan; hebben moeten zitten. Een beeld dat ik nu krijg is bijvoorbeeld dat iemand in een hele rare houding heel lang op de knieën heeft moeten zitten. Het hele kniegewricht alleen al zal ontzetten doordat hij knielend moet blijven zitten. Spieren raken totaal uit balans.
Wat je tegen kunt komen als iemand echt heel zwaar gefolterd is geweest in hele nadelige houdingen voor het lichaam, dat als zo’n spanning opgeroepen wordt in het lichaam tijdens de hypnose sessie, dit totaal onverdraaglijk aanvoelt. Dat is een hele nare beleving waar je geen voorstelling van hebt als je dat niet ooit zelf in dag bewustzijn meegemaakt hebt. Ik heb zelf bijvoorbeeld in eerdere levens martelingen gehad op mijn rug met staven ijzer die dan door het vuur gingen en daar rolden ze dan mee langs het hele ruggebied. Ik heb periodes gehad waarop ik 's nachts wakker werd in regressie als die volwassen vrouw van toen en dat ik werkelijk nog lag te schokken met mijn rug en zelfs de brandlucht nog helemaal om me heen had.
Ik lag dan nog na te schokken als ik wakker werd. Ik was van het trauma uit het vorige leven energetisch aan het ontladen. Ik kan dat op dat moment opvangen en in balans brengen maar een cliënt die in hypnose is, mist toch een deel van zijn normale opvang systeem. Die weet niet direct wat hij doen moet. Wanneer iemand onder halfhypnose heel raar gaat trekken met zijn lichaam omdat de herinnering lichamelijk ook heel sterk uitgebeeld wordt en de ander voor een deel ook de pijnervaring herbeleefd dan dien je dat ook te registreren als letterlijke pijn. Het zal altijd nog een afzwakking zijn van toen. Het is maar hoe regressie gevoelig iemand is.
Je hebt mensen die gaan in regressie en ontvangen flauw beelden. Je hebt ook mensen en die gaan in regressie met geur, kleur, met pijn, met stem verandering, met alles erop en eraan. Die beleving is niet zomaar een beleving van alleen maar beelden als een film. Wanneer je een cliënt hebt die daar heel diep in vertrekt dan dien je er rekening mee te houden dat na de sessie alle spieren die weer die geforceerde beleving gekend hebben geholpen dienen te worden om te ontspannen.
Een cliënt die heel raar ligt tijdens een sessie, in belevingsherinneringen aan bijvoorbeeld nadelige behandeling van het lichaam tijdens martelingen, dient ontspanningsoefeningen te doen naderhand of misschien zelfs van buitenaf door iemand anders gemasseerd te worden om de klachten die tijdelijk optraden weer te ontladen. Als je dat niet doet heb je kans dat er opnieuw klachten ontstaan. Gewrichten kunnen weer opnieuw ziek worden of een rug weer extra pijnlijk worden dat heeft dan te maken met die eerdere aantasting.
Vraag:
Als de pijnbeleving van een cliënt dusdanig groot is tijdens een sessie, draag je dan als therapeut technieken aan om wat te dissociëren van de beleving of laat je het gaan zoals het komt en geef je erna die ontspanningstechnieken zoals massage bijvoorbeeld?
Marieke:
Dat is afhankelijk van de cliënt. Ik probeer daar grofweg een onderscheid in te maken want dan heb je echt je eigen intuïtie nodig. Iemand die tijdens de halfhypnose amper nog aanspreekbaar is omdat de herinneringsdruk zo groot wordt en de herbeleving zo sterk overmand doorwerkt, is er bij gebaat om het bewustzijn weer te activeren in het hier en nu. Op het moment dat het aansprekend contact tussen jou en de ander verdwijnt, dat je voelt dat het wegglipt, dan moet je heel alert worden want de ander leeft toch nu en de herinnering is van toen.
Dat kan je doen op je eigen manier en op de manier zoals ik het van mijn begeleiders getoond krijg. Je spreekt nadrukkelijk met stemverheffing maar op een zachte bewogen manier dus niet met een harde stem maar met een zachte bewogen heldere stem de voornaam van de cliënt bij herhaling uit zoals hij in dit leven heet. Zelfs al weet je hoe hij in dat andere leven heet. Je herhaalt die naam op een zachte sussende manier. Je begint helder maar het wordt haast een soort liefkozing. Die naam blijf je helder en krachtig benoemen. Je roept a.h.w. de ik van de ander op, zover als dat bekrachtigt is in dit leven.
Vervolgens laat je de ik persoonlijkheid van dit leven samengaan met die van het vorige leven door symbolische een hand in hand contact tot stand te brengen. Je vraagt de hedendaagse ik, bewogenheid vanuit zelfrespect, neer te leggen naar de oude ik. Je vraagt steeds doordringender: “wat heeft het oude ik van jou nodig om te mogen genezen.” Dat is ook huiswerk in therapie na een sessie wat je altijd aan de cliënt in overleg met hem meegeeft.
Als je heel erg afdaalt in het ik besef van toen, dan is het heel verwarrend. Stel dat je toen een man was en die heette Johan en vandaag ben ik ik Marieke en ik zit helemaal in Johan en zelfs mijn hele lichaamsstructuur voelt voor mij van binnen uit aangepast aan wie ik toen ooit was, op het moment dat ik op ik Marieke wordt aangesproken is Johan toch eigenlijk al iets anders. Terwijl ik er op dat moment nog zo diep inzat. Op dat moment van verwarring heb je ingang om de ander terug te trekken. Nou mag Johan blijven op dat moment want je bent nog in sessie maar het ik van jezelf gaat meedoen als therapeut in begeleiding naar Johan van toen.
Men denkt vaak dat dat niet kan. Maar het is voor een deel mogelijk. Dus je hoeft niet een cliënt niet een volledige therapeut naar zichzelf toe te laten zijn. Maar die kan een deel therapeut worden. Bijvoorbeeld er is een plek in het lichaam gemarteld die zichtbaar is, bijvoorbeeld de knieën. Er is geen expressie in de handen zoals jij ernaar kijkt. De handen zijn op dat moment ook gemarteld. Dan kunnen de handen van ik Marieke de gemartelde knieën van Johan van toen strelen. Begrijp je hoe je dat in therapie kan inbouwen? Het is niet dat daar een verbaal stuk naartoe hoeft, het is een bevestigend stuk. Ik Marieke weet dat er een Johan is geweest met pijnlijke knieën.
Een ander mechanisme dat heel sterk werkt maar therapeutisch amper aangewend wordt, is het thema neuriën. Waarom? Als er geneuried wordt en zeker als je zelf neuriet stil je onlustgevoelens die je niet het hoofd kunt bieden. Neuriën heeft zo’n neutraliserend effect dat zelfs heftige emoties door neuriën verstillen mits het neuriën volgehouden wordt.
Je kan je voorstellen dat de Johan van toen totaal emotioneel ontzet is en dat de Marieke van nu dient te neuriën. Iemand in halfhypnose laten neuriën is mogelijk en dat werkt zelfherstellend. Het is op zich choquerend om die overgang te zien, het dient heel voorzichtig begeleid te worden. Dit kan menigmaal niet in de eerste sessie maar misschien als je meerdere sessies hebt gehad. Van een vrouw die bijvoorbeeld verkracht is geweest en daarbij gemarteld, heeft haar vrouwbeeld een enorme deuk opgelopen. Dat neem je mee dit leven in. Maar, en dat is waar het om gaat, jij bent meer dan de verkrachting en jij bent meer dan incest slachtoffer. Er is een hoger vrouwbeeld in jezelf ondanks verkrachting, ondanks incest.
Wanneer je onder halfhypnose in contact kan komen met de verkrachting of de incest, dan kun je ook onder halfhypnose in contact kan komen met het archetypische vrouwbeeld van de mens. De man heeft natuurlijk ook aansluiting met een archetypisch vrouwbeeld. Wanneer hij in een vorig leven ooit vrouw is geweest en toen verkracht is geweest, dien je zijn hoger vrouwbeeld op te roepen. Je kan onder halfhypnose altijd iemand die aangeraakt is op zo’n zwaar stuk in een sessie vervolgens het archetypische vrouw of manbeeld, net waarbinnen de verkrachting heeft plaatsgevonden, laten belichten dat dat een onafhankelijk heel stuk van zijn ‘zijn’ in hemzelf is. Wanneer hij het archetypische beeld in zichzelf kan voelen, is dat op dat moment al het begin van de genezing van de geschondenheid.
Dus als therapeut kan je naast het trauma het beeld creëren wat in ons allemaal leeft dat weet wat archetypisch vrouwelijk of mannelijk is. Het wonderlijke kan dan voorkomen dat een vrouw die net helemaal in de kramp gelegen heeft vanwege een verkrachting, dat als je vraagt ga eens echt in dat zuivere vrouwbeeld in jezelf zitten, dat haar lichaam gaat ontspannen.
Wanneer je zegt je mag nu het lichaam vrouwelijk gaan bewegen, dan gaat ze misschien de heupen losjes bewegen of haar borsten kunnen in een andere beleving voelbaar uitgedrukt worden aan het lichaam zelf. Je krijgt dan een andere spiegeling van het lichaam te zien. Dat wordt vaak therapeutisch niet gedaan.
Voor mannen geldt hetzelfde. Ook hun geslachtsorganen worden vaak vreselijk gemarteld. Je kunt nu als man geboren zijn en toch je laatste leven als vrouw of als man verkracht geweest zijn. Je kunt nu in een mannen lichaam zitten en daarmee toch een vrouwen verkrachting doorgaan in een halfhypnose in relatie tot een eerdere levensgesteldheid.
Waar het hier dus om gaat is dat het beeld van de verkrachting geïdentificeerd moet worden als mannelijk of vrouwelijk. Wanneer je als man verkracht wordt haal je het oerprincipe van de man omhoog. Het kan in de vrouw of de man zijn en dat is afhankelijk van wie je in dat leven bent. Andersom geldt dat voor een vrouw ook.
Als zij in een vorig leven als man verkracht werd, dient zij tijdens de sessie geholpen te worden het arche-typische manbeeld te beleven.
Vraag:
Wat zijn de gevaren van wat je net benoemde van het niet zuiver doen, vooral de eerste sessie? Als je daar te snel mee begint?
Marieke:
Wat ik probeer te zeggen is, doe het zo voorzichtig mogelijk. Als je als therapeut jezelf heel geslaagd vindt als iemand in één keer diep in een herbeleving van verkrachting zit, dan mag je je afvragen of dat voor de cliënt ook zo geslaagd is. Dat kan zo zijn maar is niet per definitie zo.
Soms is de weg van geleidelijkheid veel verkieslijker dan in één de sprong in het diepe van het trauma . Dat kun je alleen maar goed doen met iemand die een heel sterk ik besef heeft. Als je iemand te snel weg laat glijden in een heel diep trauma terwijl er geen ik identificatie zichtbaar is in zo’n cliënt, dan werken alle beelden te sterk en balanceren niet zuiver uit. De verkrachting die dan herbeleefd wordt -ook al haal je iemand uit halfhypnose terug- werkt nog dagen na als een sterke ervaring van een verkrachting. Ondanks alle goede afrondingsmechanismes. Dat is niet zomaar het lijf en het auraveld uit.
Bij een sterke regressie ervaring wordt er energie uit je lichaam ontladen en dat werkt zich uit naar je auraveld. Dit weet ik uit eigen ervaring. Het gaat hier niet om het auraveld in je lichaam maar het auraveld buiten je lichaam. Het duurt vaak drie dagen voordat dat auraveld voldoende schoongespoeld is van herinneringen van herbeleving en dat ook heeft losgelaten. Dus na de regressie heb je nog drie dagen informatie in je aura om jezelf heen liggen die spreekt van de regressie die je net ondergaan hebt. Daarom is het ook vaak te veel gevraagd aan mensen met een tekort ik besef om Te veel in één keer in één sessie uit te werken. In het auraveld ligt dat nog voor een aantal dagen opgeslagen, als je heel onzeker bent versterkt dat je onzekerheid, ook al was de sessie prachtig.
Vraag:
Kunnen mensen met een normaal sterk ik besef, in een sessie heel weinig ik besef hebben? Dus dat ze in het dagelijkse leven een sterk ik besef hebben en in een sessie dat ik besef kwijtraken?
Marieke:
Dit is afhankelijk van het trauma. Het is mogelijk. Ik kan je een voorbeeld geven. Ik weet dat ik door meerdere levens heen gemarteld ben en heb daar verschillende regressies van gehad. Ik ben in één van die levens ooit gemarteld geweest met een tekort aan ik besef. De bedoeling van martelingen is ook dat je geen ik overhoud. Al heb je dus een redelijk ik besef, de bedoeling van degene die martelt is dat je zonder ik de martelingen uitkomt.
Het kan zijn bijvoorbeeld wanneer familieleden van je betrokken worden bij jouw martelingen, je extra bang bent en minder ik reserve overhoud. Je kan wel je eigen lijf beschutten maar als je dan ook nog bang bent voor bijvoorbeeld je kinderen dan wordt je ik steeds diffuser.
Ik weet dat ik één keer overleden ben en dat het de martelaar inderdaad gelukt was dat ik mijn ik niet heb kunnen bewaren. Ik was toen ook niet direct bevrijd in de zin van ik overlijd en ga direct over naar die geestelijke gebieden, in het leven na de aardse dood, waar de opluchting plaatsvindt. Ik was nog zo verbonden aan die pijn dat ik nog gezworven heb als geesten als het ware nog dwaalde in de niet verwerkbare emoties rondom het stervensmoment en daardoor niet direct op een goeie manier ben overleden.
Op dit moment heb ik best een goed ik besef zoals ik ernaar kijk maar ik heb wel in regressie kunnen zien hoe 'ik diffusiteit' tijdens martelingen werkt. Ook wat het kan doen na de dood. Het hoeft niet maar het kan. Ik weet uit eigen ervaring dat het mogelijk is om met stukken in contact te komen die 'ik diffuus' waren in een ander leven. Of dat dan dat hele leven zo is geweest of tijdens die marteling op een gegeven moment is ontstaan dat durf ik niet te zeggen. Meestal als je een heel gezond ik besef hebt opgebouwd blijft dat langdurig in stand. De meest helse technieken om uit je ik te komen zijn toch martelingen. Zelfs voor hele bewuste mensen blijft het een foltering die je alleen maar kunt ondergaan als je een heel sterk mededogen ontwikkeld hebt zonder daarin jezelf te verliezen.
Dat geldt haast voor iedere angst. Mijn begeleiders zeggen dat het grootste medicijn voor angst toch liefde en mededogen is.
Vraag:
Maar hoe is dat dan met haat?
Marieke:
Haat is een verdedigingsmechanisme. Het is op zich ook een herkenbaar mechanisme om te overleven want een mens heeft grenzen. Het moeilijke van haat is dat het een hele explosieve energie is die heel veel kracht losmaakt in jezelf en die kracht weggeeft, waardoor je heel erg leeg kunt achterblijven. Het is koude, hele explosieve energie die van je wegtrekt. Het is het gevolg van niet verwerkte emoties, die zijn gaan verankeren aan je zelfbeeld. Projectie gevoeligheid ligt er daarom direct aan gekoppeld, zowel naar jezelf toe, alswel naar anderen.
Mededogen blijft in je verankerd. Mededogen is haast een rond auraveld terwijl haat een uitschietend auraveld is. Vaak naar voren uitschietend. Het is dus ook nog heel ongelijk verdeeld hoe je die energie verspreidt. Je kan haat niet zomaar wegstoppen nee. Het heeft de functie om onrecht te voorkomen. Woede in de mens is een rechtschapen mechanisme om onrecht te voorkomen.
Wanneer je van jongsaf aan boos hebt mogen zijn wanneer er iets gebeurde dat jou werkelijk geen goed deed, dan heb je een gezond afweermechanisme opgebouwd. Iemand die op een gezonde manier boos wordt zal nooit haat kennen. Haat ontstaat wanneer keer op keer de natuurlijke woede afgenomen is geweest. Er ontstaat dan verbittering en wrok en dan ontstaat er haat.
Iemand die in staat is, met name ook door het verdriet heen, pijnlijke zaken te verwerken zal niet haten. Iemand die zijn tranen laat vloeien heeft geen haat mechanismen. Heb je de moed om het verdriet zo diep te leren kennen van de aangetastheid, dan heb je ook woede, gezonde woede om je grenzen te laten zien. Haat echter, hele koude haat, komt voort uit een tekort moed gehad te hebben om veel verdriet te hebben leren kennen en te verwerken, om die actief te beleven. Het komt ook voort uit niet natuurlijk woede neergelegd te hebben op de juiste momenten om onrecht te weren.
Wanneer het zich gaat ontladen middels haat mechanismen dan ben je al een stap te ver. Dat is toch wat er is en het is waar want je voelt haat. Haat is een opstapeling van verdriet wat niet geleefd is en woede die niet tijdig getoond is.
Hoe ga je om met haat als je dat ook in een sessie tegenkomt? Dat is ook voor jezelf als therapeut niet altijd gemakkelijke energie. Je moet daar behoorlijk onthecht mee kunnen werken. Haat kun je een soort snijdende energie noemen. Haat wil als het ware ook afhakken. Wil korte metten maken. Wil zaken uitbannen en elimineren. De haat energie is dus heel destructief omdat het de eigenheid van de ander wenst aan te tasten zodat die minder bemiddeld is om jou iets aan te doen.
Je kan niet meer het onrecht weren van jouw eigen beleving door vanuit oorspronkelijke woede te zeggen: “ho ik wil niet.” Je hebt een heel scherp mechanisme van haat in jezelf in staat gesteld om de ander het werkelijk onmogelijk te maken om nog wat te doen. Binnen de therapie is het altijd belangrijk de haat te bevestigen als een normale emotie. Wanneer de mens haat kent, geeft dat alleen maar aan hoe zwaar de beschadiging is.
Dat is hetzelfde als iemand die een gezond ik besef heeft en veel mededogen, die ziet dat degene die martelt er slechter aan toe is dan hijzelf.
Vraag:
Die kun je dan alleen maar liefhebben?
Marieke:
Wanneer je dat op kunt brengen. Het moet geen kunstje zijn. Je moet het echt voelen. Je loopt ook de kans dat je het misschien niet in alle zeven chakra’s voelt. Veel mensen denken ik heb mededogen, dat zijn de bovenste chakra’s maar dat is nog niet geïntegreerd in de andere chakra’s.
Dus ook daar; houdt het voor jezelf in de gaten, je hebt mededogen maar heb je misschien ook nog haat ergens of woede. Het is toch een meer zeven chakra verhaal dan maar een aantal chakra’s. In een enkel geval is het behoorlijk door meerdere chakra’s heen getransformeerd.
Iemand die helderziend is kan het ook waarnemen. Die kan dan zien bijvoorbeeld dat chakra’s aan elkaar gegroeid zijn. Bijvoorbeeld het hartchakra valt dan over de zonneplexis en het keelchakra heen. In het geval bijvoorbeeld dat mededogen echt geïntegreerd is dan zie je bijvoorbeeld dat het hartchakra zo groot is dat het een eenheid vormt met het keelchakra en de zonneplexis.
Vraag:
Zit haat en woede dan altijd in de lagere chakra’s?
Marieke:
Het kan zich op diverse manieren uiten. Ook via het denken. Ook via het derde oog chakra als dat niet schoon is. Het is belangrijk dat het bevestigd wordt, de emotie is echt, die dient ook beslist niet verdoezeld te worden. Stel dat die energie terug slaat dan kan deze weer gaan woekeren. Ik denk dat in deze tijd, met name ook binnen de psychiatrie, er nog heel veel angst is voor dit soort emoties. Heel begrijpelijk want je moet als healer, psychiater, therapeut of verpleger, behoorlijk zelf geschoold zijn in omgaan met je eigen woede reservoir en haat reservoir, wil je onthecht overweg kunnen met de haat en woede van een ander. Wie is zover geschoold?
Er is nog heel veel angst om cliënten te ontmoeten die daarmee in contact staan in zichzelf. De emotie dient gerespecteerd te worden. Het object van de haat dient geregistreerd te worden. Men dient als therapeut te weten wat gehaat wordt en men dient dat te herleiden naar haat naar het leven zelf toe.
Stel je hebt een vader gehad die je lichamelijk en geestelijk dwangmatig sarde en sloeg. Dus psychologisch en lichamelijk martelde. Er zijn verschillende vormen van martelingen, dit kan ook een marteling zijn. Je kunt dan als volwassen mens ongecensureerde haat voelen naar je vader. Je vader was een onderdeel van het grote leven. Op het grote leven valt dus niet meer te vertrouwen. Het enge ervan is dat, wanneer je dit soort situaties kent op een moment dat je nog geen gezond ik besef hebt, en die hele diepe gewortelde angst in jezelf actief is, dat jij degene bent die haat. Dat het leven door jou heen niet goed geleefd wordt.
Er zijn meerdere lagen. Je hebt eerst, zeg maar tijdens de sessie, ervaring van haat. Dan heb je onder meer te werken met de projectie van de haat. Na de projectie van de haat heb je dat het leven niet goed is. Vervolgens ben je onderdeel van dat leven en heb je ook kans dat je denkt dat je zelf niet goed bent. Zie je de volgorde? Dat maakt het belang duidelijk om die lagen af te pellen tijdens een aantal sessies.
Wat in ieder geval belangrijk is, is dat op het moment dat de cliënt uit de sessie komt, de beleefde haat een bepaalde vorm van reductie moet hebben want die blijft voor een stukje in het auraveld hangen. Wat je ook doet, je haalt het niet in een keer totaal weg met welk mooi afsluitingsmechanisme dan ook. Je dient iets te doen met het restant van de haat wat nog voelbaar is na afloop van de sessie. Die je niet in één sessie kan reduceren of voldoende kan ontluchten. Later kom ik hier nog op terug als apart thema!
Het thema voor vanmiddag zal zijn:
De flashbacks die mensen hebben die gemarteld zijn in dit leven maar ook mensen die flashbacks gaan krijgen nadat ze via hypnose beelden waargenomen hebben van eerdere levens waar ze gemarteld zijn geweest.
Wat zijn flashbacks en wat voor bedoeling hebben ze? Wat kan je ermee etc.? Hoe kun je ze herkennen? Hoe gaat de reguliere wereld ermee om?
Vraag en antwoord op wat we tot nu toe vandaag behandeld hebben.
Vraag:
Je zei dat als er oude martelingen onder liggen dat je dat niet zo maar kan aanraken. Dan vraag je dat eerst aan mensen. Maar als het martelingen uit vorige levens zijn dan hebben mensen daar geen besef van. Hoe ga je daarmee om?
Marieke:
Eigenlijk werkt het precies hetzelfde omdat de cliënt die vermoeid is en of dat nu komt door martelingen of om een heel andere ervaring zoals een jeugdervaring die niet verwerkt is. Je hebt minder reserve in huis. Je hebt ook meer behoeding en meer behoedzaamheid nodig. Het is altijd zinvol om bij een uitermate vermoeide cliënt te vragen waar hij zich aanraakbaar voelt en waar niet. Dat weten ze veelal ook al kennen zijn niet altijd direct de achtergrond. Het lichaam reageert namelijk veel gevoeliger.
Normaal kun je bijvoorbeeld een streling van je schouder aan, maar stel dat er in je jeugd iemand steeds in je schouder kneep om je vooruit te duwen, dan moet je, als je vermoeid bent in een sessie, nou net niet die iemand bij de schouders vastpakken.
Vraag:
Ga je nog iets vertellen over hoe je iemand kan helpen die bijvoorbeeld heeft meegemaakt dat zijn vrouw en zijn kind werden gedood in zijn nabijheid om hem aan het praten te krijgen? Dat doet toch op een andere manier pijn?
Marieke:
Ik wil daar zeker over gaan spreken maar voor vandaag is daar tekort tijd voor. Hoe ga je met iemand om die aanwezig was bij het vermoorden van familieleden, om hem of haar aan het praten te krijgen dat is echt een onderwerp apart dat veel aandacht vraagt en waar we ruim de tijd voor dienen te nemen!
Vraag:
Hoe hoog ligt het percentage van in dit leven geboren worden maar dan informatie uit vorige levens bij je hebben?
Marieke:
Als ik het niet sec op martelingen houd maar op geboren worden met een trauma en dat trauma kan divers zijn dan vermoed ik dat zeker een op de tien incarnaties traumatische herinneringen bij zich heeft van eerdere levens, die niet zomaar uitgewerkt zijn.
Vraag:
Ik werk in een instituut in jeugdpsychiatrie met kinderen met ontwikkelingsstoornissen en ik heb vaak het gevoel gehad dat meer dan 90% traumatische ervaringen heeft. Kan dat kloppen?
Marieke:
Dan gaat het om de kinderen die in jullie instituut terechtkomen en hoe dit staat in relatie tot traumatische ervaringen uit een eerder leven? Als we spreken over kinderen die traumatische gedrag vertonen, waarvan aanwijsbaar is dat dit niet in dit leven heeft plaatsgevonden, daarvan kunnen we zeggen dat het overgrote gedeelte echt al getraumatiseerd geweest is bij aanvang van de geboorte. Dus het trauma dateert van voor de geboorte. De redenen daarvan zijn heel divers. Het kunnen soms ook niet verwerkte pijnervaringen zijn van tijdens het letterlijke sterven in het vorige leven. Er kan dan te weinig pijnbestrijding zijn geweest.
Mensen die een gezond ik besef hebben, hebben heel weinig last van herinneringsdruk van vorige levens als de verwerkingen in dat leven door dat gezonde ik besef heen, goed verwerkt zijn geweest. Je hoeft eerdere levens helemaal niet zo mee te nemen. Je mag met een behoorlijke schone lei beginnen. Je kwaliteiten reizen mee, als dat ik besef van jezelf toen maar goed actief is geweest. Mensen met een tekort aan ik besef en hele pijnlijke herinneringen die toen niet verwerkt zijn, soms ook rondom sterven, nemen dat onbewust mee naar dit leven. Om het alsnog te verwerken.
Vraag:
Er zijn verschillende lagen in hypnose en zonder op al die lagen hier in te gaan wat is bijvoorbeeld het verschil tussen meditatief tekenen en halfhypnose?
Marieke:
Je hebt mensen die tekenen letterlijk in trance en die daarna niet meer weten dat ze het gedaan hebben. Wat jij bedoelt is meer diepe ontspanning, goed geaard in jezelf, contact met je eigen lichaam, intuïtief tekenen en zien wat het wordt? Ik zou dat het liefste noemen "Zelf Begeleiding". Bij halfhypnose is de bemiddeling aan een ander gegeven op dat moment. Daar zit het verschil.
Je kan, als je behoorlijk goed bekend bent met je stromingen, met je eigen innerlijke subpersoonlijkheden, en wat kennis hebt van voice dialogue, contact maken met subpersoonlijkheden in jezelf. Je kan dan jezelf daarnaast ook toestemming geven in contact te treden met delen van eerdere levens van jezelf en dat laten begeleiden door je eigen hogere zelf. Het belangrijke is dat je voldoende ik besef hebt om het gezond te begeleiden.
Soms, wanneer je er niet zo diep in kan als het echt om zware trauma’s gaat, kan het heerlijk zijn, als je jezelf even mag overgeven aan een therapeut die jou begeleidt. Je bent er dan nog even goed wel zelf bij maar je bent dan even samen. Dat is toch belangrijk. Als ikzelf in een traumatische regressie ga ten aanzien van een vorig leven, dan vind ik het heerlijk dat er een therapeut is die me begeleidt.
Behalve dat ik in een regressie energie stap, heb ik op dat moment veel meer informatie ter beschikking dan alleen maar dat stukje wat ik op dat moment zie of herbeleef. Die informatie voedt mij ook. Dat is haast een therapeutisch gebeuren naar jezelf toe. Dan heb je nog de therapeut naast je die elke keer als je in diepe stilte ben en informatie toevoeg weer begeleidt. Vervolgens neem je weer een stap om dieper te gaan en kan je de kennis voor de kennis laten. Dat gaat heel veel lagen tegelijkertijd door.
Dan kom je terug uit zo’n sessie en als je enigszins bekend bent met voice dialogue kan je zelfs nog kijken naar welke delen van je subpersoonlijkheden nu indirect te maken hebben met dat leven van toen. Welke delen voelen zich daartoe aangesproken en welke delen helemaal niet. Op zich is dat boeiende materie voor jezelf als therapeut, om te zien waar je uit bestaat. Dat is heel divers en boeiend.
Vraag:
Hoe kijk je aan tegen het helpen van je eigen familie?
Marieke:
Dat dat niet nadelig is. Jij zegt je bent heel erg gewaarschuwd vanuit de klassieke opleiding en ook in de reguliere sector om niet in je directe vriendenkring of familiekring te behandelen. In dit geval is dat niet aan de orde. Ik zal je uitleggen waarom. Wanneer je bij iemand in therapie gaat die je al vertrouwd voorkwam voordat je in therapie ging heb je een voorsprong. De relatie tussen jou en de cliënt dient dan in dit geval in die mate betrouwbaar te zijn dat de ander zich ook werkelijk durft te geven. Dus als er nog onopgeloste spanning zit tussen jou en de ander dan is het niet aan te bevelen. Wanneer dat niet aan de orde is, dan kan het zelfs een heel groot goed zijn dat het in die omgeving mag geschieden.
Vraag:
Hoe gaan we om met taalproblemen met vluchtelingen?
Marieke:
Ik hoop dat een aantal therapeuten zich wil laten scholen. Maar als hier mensen wonen als vluchteling die therapeut zijn, dan kunnen die therapeuten geholpen worden om deskundigheid te ontwikkelen. Wanneer je gaat ontladen spreek je vaak je moedertaal. Het is uitermate belangrijk dat iemand dat direct kan verstaan. Zeker als iemand fluisterend gaat spreken onder halfhypnose. Je hebt dan al zo weinig kracht om tot een goede verwoording te komen.
Het lijkt mij uiterst zinvol dat er zelfs voorrang gegeven wordt binnen bepaalde opleidingen om dit soort therapeuten te ondersteunen. Dat er aan die mogelijkheden ook ruchtbaarheid wordt gegeven, zodat deze mensen opgeleid kunnen worden desnoods met subsidies. Ik denk dat een instituut als het ATMA maar ook bepaalde opleidingen binnen de psychiatrie en andere psychosociale hulpverlening, daar echt aandacht aan moeten gaan besteden.
De andere kant is natuurlijk ook waar. Als je een hele grote bewogenheid hebt voor een bepaalde groep mensen die vanuit een bepaald taalgebied komen. Wat let je om je een aantal basisvaardigheden ook in hun taal eigen te maken zodat je met behulp wellicht van een bepaalde tolk toch dat werk kan gaan doen.
Dit onderwerp wil ik graag nog nader met jullie bespreken
Ik ben bereid om ooit te gaan spreken over, dat bijvoorbeeld gemarteld worden in hele specifieke houdingen tot bepaalde lichamelijke aantasting leidt wat ook in een volgend leven doorwerkt. Dit kunnen bijvoorbeeld in een volgend leven autistische kinderen of zwakzinnige kinderen of kinderen met lichamelijke handicaps zijn waar ze al mee geboren worden. Is het mogelijk dat ik daar specifiek naar ga kijken in hoeverre kinderen die die handicaps hebben toch ook op deze wijze benaderd zouden kunnen worden waardoor verlichting van hun probleem plaats zouden kunnen vinden? Dat is oké. Dan zal ik daar nog op een andere keer op terugkomen. Er liggen op tafel hier al belangrijke publicaties. Ook over lichamelijk gehandicapt zijn. Daar zitten al de eerste beschrijvingen in rondom handicaps.
Vraag:
Mensen gaan heel verschillend in regressie. Iemand die in regressie wat aan de oppervlakte weet te blijven, alleen in beelden blijft bijvoorbeeld, is het dan wenselijk om als therapeut technieken in te zetten om hem meer te laten verzinken of zoals het komt het dan te laten gaan?
Marieke:
Mijn impuls is dan te zeggen dat de tijd nog niet rijp is. Ik geloof heel sterk in het natuurlijke ontspanningsmechanisme van het lichaam zelf, wat in een hele specifieke volgorde trauma’s afpelt. Er is een afpellingsmechanisme en het lichaam heeft de eigen regie. Iedereen die door die regie heen wenst te drukken verstoort de natuurlijke ordening van oplossing van problematiek die lichamelijk of psychisch zijn.
Ik geloof heel erg in het zelfsturingsmechanisme van het lichaam, voor mij is het lichaam heilig. Het lichaam heeft een eigen voor mij heilige ordening waarin het weet hoe ontladingen dienen plaats te vinden, zowel psychologisch als lichamelijk. Ook op het gebied van reïncarnatie, regressie en martelingservaringen. Wanneer je daaraan voorbijgaat, trek je een laatje open dat nog niet bedoeld was om te openen.
Wanneer het lichaam heel geleidelijk zich durft over te geven, dan dien je dat niet te forceren. Je kan alleen de ontspanning bevorderen maar geen druktechnieken toepassen, wanneer het lichaam daar zelf niet om vraagt.
Ik heb de vorige keer hier geloof ik al wat over gezegd, ik heb lang gewerkt met groepen lichaamsgerichte therapeuten. Je kan aan de huid van een lichaam voelen of het naar je toe wil komen. Als de huid zich haast energetisch opricht, dan mag je, dan is er een vraag. Als de energie zich helemaal terugtrekt, en het wordt niet door ontspanning meer naar buiten toe gebracht, dan dien je er vanaf te blijven. Dan is er òf onvoldoende vertrouwen naar jou als therapeut om het je aan te bieden òf het lichaam zegt: ik kan het nog niet aan.
Vraag:
Dat is echter wel hoe therapeuten opgeleid worden en in de praktijk te werk gaan. Sommigen gaan tot in het extreme door de weerstand heen. Ook mensen die getraind worden om het levendiger te maken voor de cliënt die in herbeleving is, bijvoorbeeld om te verdiepen.
Marieke:
Ik weet dat dit voor heel veel harde therapieën geldt. Ik hoop dat er binnenkort iemand bereid is, want ik heb grote stapels gechanneld op lichaamsgerichte therapieën honderden bladzijden , daarover te schrijven en dit samen te bundelen als publicatie, er zit zoveel kostbare informatie in.
Ik zal het in het kort proberen samen te vatten.
Een lichaam wil van nature lief gevonden worden, wil bemind worden en wil niet verkracht worden. Dat houdt in dat je door sympathieke aanraking uitgenodigd wenst te worden. Dat je iemand wil ontmoeten die jou neemt zoals je bent, ongeacht welke beschadiging je ook hebt. Op het moment dat iemand voldoende liefde in huis heeft, voldoende mededogen om te zeggen: “jij bent goed, ongeacht wie of wat je bent”, op dat moment laat je je gaan. Het mooiste mechanisme is, dat je jezelf durft te laten gaan, omdat er een basis in jou is waar jij jezelf goed vindt, ongeacht wie je bent.
De therapeut dient jou te helpen naar die basis toe, en dient een afspiegeling te zijn van dat gevoel, anders kan hij dat gevoel in jou onvoldoende wakker maken. Een therapeut die via harde druktechnieken zichzelf en vaak ook anderen aanzet vanuit wilskracht om zaken omhoog te lichten, heeft teveel mentaal overwicht, in plaats van emotionele rust, en dan bedoel ik be rusting. Emotionele rust hebben in aanvaarding van wie je bent. Therapeuten die zichzelf bevestigen door een teveel aan wilskracht, hebben vaak behoefte aan druktechnieken om op die manier de cliënt te ontwapenen. Waarom mag het niet gewoon door de ontspanning heen in het eigen tempo komen? Als er echt een noodsituatie is en je kan niet anders, is er iets anders aan de hand. Noodsituaties hebben andere regels. Als een cliënt gewoon zegt: “ik ga bij je in therapie en we nemen de tijd”, neem dan ook de tijd.
Vraag:
Ik heb een cliënt, die sluit de buitenwereld letterlijk buiten, sluit zich op in zijn eigen huis. Naar buiten komen is zo eng, dat de eerste keer dat ie kwam, hij gelijk begon te huilen. Ik ben opgeleid om zo min mogelijk aan te raken en als je aanraakt toestemming te vragen. Ik had gelijk het gevoel hem te willen omarmen, en tegelijkertijd hield ik mezelf terug, we hadden nauwelijks kennis gemaakt. Ik vond het moeilijk, kan ik aanraken ja of nee? Op het moment dat ik dit uitsprak, begon hij te lachen. Daarbij vertelde hij: dat is ook een uitingsvorm van mij, als je de juiste dingen zegt begin ik te lachen. Maar dat huilen en lachen ging steeds in elkaar over. Ik vond het heel moeilijk, moet ik nu wel of niet.
Marieke:
Ik zal er innerlijk naar kijken. Wat ik zie is dat deze cliënt wel aanspreekbaar is op zijn emotie gebied, dat hij zelf veel voelt, heel direct en ook impulsief en dat hij daarom impulsiviteit van de therapeut goed kan lijden. Hij herkent het in zichzelf. De emotionele spanning waar deze persoon mee rondloopt is er een van een andere rangorde dan waar hij nu over spreekt. Het is alsof hij zo in de oppervlakte jou zit te toetsen en dat vindt hij prima.
Het contact is open en dat zit eigenlijk wel snor. Hij beschermt iets dat voorbij dat oppervlakkige huilen en lachen gaat. Dit gaat nog niet erg diep. Wanneer hij huilt of wil gaan lachen, dat doet hij vaker, dat is haast een soort ontladingsmechanisme aan de oppervlakte. Als je hem vraagt direct zijn handen in zijn onderbuik, tegen zijn liezen, aan te houden, dan kun je kijken of hij nog kan door huilen of door lachen. Je zult dan merken dat hij heel snel stopt met lachen of huilen en dat hij direct in een andere laag komt te zitten. Want hij lacht hier en huilt hier (bovenlichaam) en je moet hem hier raken (buik). Dus elke keer lachen of huilen in jouw aanwezigheid houdt in: handen naar de liesstreek, naar de onderbuik.
Vraag:
In het Instituut waar ik werk hebben we steeds meer te maken, zeker in de afdeling jeugd psychiatrie, met agressie onder de kinderen, onderling. Bijna terroriseren wat heel moeilijk te doorbreken is. Kun je daar iets over zeggen.
Marieke:
Wat je eigenlijk probeert uit te drukken is: in zekere zin bedrukken ze elkaar zo, dat het emotioneel weer verwonding achterlaat.
Vrager:
Ja, heel zwaar
Marieke:
Je zal misschien lachen, maar ik garandeer je dat het volgende helpt. Alle therapeuten, al het verplegend personeel, iedereen die werkt in dat huis, dus niet als kind daar is, dient zijn pas in te houden met lopen. Dient uitermate, haast tegen het overdrevene aan, rustig te gaan lopen. Waarom: er is een onbalans in over activiteit in het huis bij de kinderen. De volwassen wereld die meer bewustzijn heeft dient tegenwicht te bieden door energetisch de pas in te houden. Het werkt als een trein.
Ik hoop dat er een goede gymleraar is, die activiteiten doet waarmee de energie van het lichaam van de kinderen naar beneden getrokken wordt. De onderbenen in, waardoor ze haast lood krijgen in de beentjes, snap je? Zodra de kinderen rustiger lopen, gaan ze rustiger spreken. Wie rustiger spreekt kan beter nadenken, en wie beter nadenkt beschadigt minder ongenuanceerd en minder plotseling.
Dan valt het ook op wanneer beschadigd wordt, want de ander formuleert directer, nadeliger. De boosdoenertjes die het opzettelijk doen, niet uit weerwoord maar om te animeren, die haal je er dan heel snel uit. Dat is al een groot verschil, want nu heb je te maken met een ongedifferentieerde groep die emotioneel aanrandt en een groep die zich verkracht voelt en gaat weren. Dus je hebt als therapeut nodig te zien wie diegenen zijn die steeds die energie veroorzaken.
Vrager:
Als je zegt rustiger lopen, moet ik er gelijk aan denken dat de kinderen ontzettend fanatiek op voetballen zijn tegenwoordig, ik heb het idee dat dit de agressie alleen maar verhoogt.
Marieke:
Ik zal er naar kijken. Soms is natuurlijk lichaamsbeweging ontzettend goed om te ontladen, maar met deze groep kinderen nu net niet. Het is jouw groep, waar ik naar kijk. Jullie kunnen mijn uitleg beter niet veralgemeniseren, want ik kijk altijd letterlijk naar de werkplek. Ik ga even verder kijken. Ik zie dat de kinderen ontzettend veel onrust in de polsen hebben. Wanneer je de groep globaal bekijkt, zie je heel veel onrust. Spelletjes doen met de armen is heel goed, de polsen, dagelijks meermalen, helemaal losschudden. Ik zou zeker ook, bijvoorbeeld als ze studeren en les hebben, de lessen eindigen met het losschudden van de polsen. Want er wordt daar veel teveel spanning vastgehouden. Wanneer de spanning eruit moet, dan wil je eerder gaan slaan dan wanneer je in een simpele oefening even je polsen losschudt.
Verder is het belangrijk dat ze hoempapa muziek leren kennen, om de cadans die erin zit. Dat heb je ook wel in de hedendaagse muziek. Ze dienen haast met het bekken te veren, op en neer, en door de knieën heen en weer omhoog, die beweging. Als dit allemaal gebeurd is, dan heeft er een behoorlijke ontlading plaatsgevonden.
Vrager:
Ik kan het wel herkennen, ja.
Vraag:
Eczeem, is dat ook dat uithollen van de huid en kan dat met martelingen in een vorig leven te maken hebben?
Marieke:
Het is maar een enkele keer dat het letterlijk met martelingen te maken heeft gehad. Het is vrij zeldzaam dat je daar eczeem van overhoudt. Het is zeker zo dat eczeem een afdruk kan zijn van over allergie van eerdere ervaringen. Het kan zijn dat er nu een soort bolster geschapen wordt, een afweermechanisme. Hierdoor kan er niet direct contact met een kind gezocht worden, alleen door sterk geliefden. Dus toch een soort beveiligingsmechanisme. Dit is maar een eerste indruk. Ik zou veel meer over eczeem kunnen zeggen, dit is slechts één van de vormen van uitleg voor dit moment.
Pauze
Marieke:
We hebben de middagpauze achter de rug. Er kwam net de vraag hoe we zo effectief mogelijk met de tijd kunnen omgaan.
Over het vragen stellen: Vaak is het heel prettig dat een vraag zo gesteld wordt dat een ander er ook iets aan heeft. Als je het puur individueel doet, dan is de ander wel luisteraar maar dan heb je er, voor het hele collectief veld dat op dit gebied wat rijper qua kennis wil worden, te weinig aan. Vaak is het heel goed mogelijk de vraag wat ruimer op te pakken. Het is niet dat ik niet bereid ben individueel te kijken. De bedoeling is dat mettertijd deze groep gesplitst gaat worden in waarschijnlijk 3 groepen. Een groep van therapeuten die via regressie en reïncarnatie therapie gaan werken met mensen die dit in eerdere levens meegemaakt hebben. Een groep mensen die werken met mensen die in dit leven gemarteld zijn. En eventueel een groep mensen die heel specifiek met kinderen bezig zijn.
Dus in die zin: heel gedetailleerde vragen. Persoonlijk vragen komen op een andere manier ooit aan bod. Dan ook weer met de bedoeling dat het geheel er wat aan heeft.
Vraag:
Hoe sta je tegenover mensen die nu de 3de keer nog inschuiven.
Marieke:
Wat mij betreft is dat mogelijk, mits ze bereid zijn de 2 publicaties van de voorgaande bijeenkomsten aan te schaffen zodat ze op de hoogte zijn qua kennis. Anders vervallen we steeds in herhalingen. Wanneer je de publicatie hebt bestudeerd ben je op de hoogte qua kennis.
Vraag:
Emotionele marteling, valt dat er ook onder?
Marieke:
Als het systematisch en langdurig is geweest, op een manier dat de persoonlijkheidsstructuur verbrijzeld is, dan zou ik zeggen dat het er ook onder valt. Daar zou ik een keer een aparte toelichting op moeten geven. Je hebt sommige gevallen van kindermishandeling of mensen die geestelijk afhankelijk zijn van zorg van anderen, waarbij dat voor kan komen. Waarbij je een structuur ontmoet zoals je die ook zou kunnen ontmoeten bij iemand die letterlijk gemarteld is.
Vraag:
Zie je een relatie tussen chronische vermoeidheid, ME, en het onderwerp van vanochtend?
Marieke:
Het heeft connecties, ik heb heel lang met ME gewerkt. Maar ik zal er nu niet op ingaan, dit was meer alleen een basis om specifiek naar martelingen te kijken. Maar ME en martelingen zijn geen dingen die synchroon lopen, absoluut niet.
Ik ga het woord geven aan Marleen. We zien wel hoe het verder loopt. Op zich houd ik wel van een soort vloeiende structuur. Elk onderwerp heeft steeds een eigen natuurlijke afronding.
Korte Pauze
Marleen Oosterhof:
Ik ben Marleen Oosterhof, ik werk al heel veel jaren met Marieke samen. De laatste 5 jaar zijn we bezig een aantal kinderen te volgen met extreme problematiek. Dit zijn vooral kinderen met psychiatrische beelden maar ook zwakzinnige kinderen met gedragsstoornissen, het gaat om kinderen waarvan je de gedragingen niet altijd kunt thuisbrengen.
We hebben van zo’n 250 kinderen casuïstiek vergaard. Deze is puur beschrijvend van aard. We zijn onderzoekend bezig. We komen bijvoorbeeld een kind tegen dat extreem razend, doldriftig kan worden of heel destructief voor zichzelf is. Marieke kijkt dan wat daar achter zit. Heel vaak blijkt dat trauma’s uit vorige levens de oorzaak zijn. Kinderen komen dan al ter wereld met allerlei gedragingen die hun eigen ontwikkeling in de weg staan.
De casuïstiek gaat niet alléén over martelingen. Voor mij is niet duidelijk dat het gevolg van martelingen echt anders is dan dat van andere trauma's. Voor mij is ook niet duidelijk, tenminste als ik de casuïstiek van kinderen vergelijk, dat er verschil is tussen trauma's die het kind oploopt in dit leven en trauma's die uit eerdere levens voortkomen. We hebben bijvoorbeeld casuïstiek van hele jonge kinderen met incest ervaringen, verwaarlozing, mishandeling en dan zie je precies dezelfde beelden als bij kinderen die in een vorig leven soortgelijke ervaringen hebben gehad.
We hebben sinds anderhalf jaar casuïstiek van vluchtelingenkinderen met recente oorlogstrauma's. Dan zie je hetzelfde soort gedrag als wanneer het uit een vorig leven komt. Dus ik wil dat onderscheid niet maken. Maar misschien is het interessant om daar straks nog wat verder naar te kijken.
Wat belangrijk is om te onderkennen vooraf, is de informatie van de vorige keer. Wat ik van Marieke heb begrepen, is dat ze heeft uitgelegd hoe ik identificatie werkt. De therapie basis van alle kinderen die iets hebben op trauma gebied, is ik identificatie opbouwen.
Wat is ik identificatie? Als ik hier zit en ik ben een ik (ik ben het natuurlijk ook maar ten dele nog), spreek ik echt vanuit mezelf over wat ik heb ervaren en wat ik heb herkend en dat ik goed onderscheid kan maken tussen, wat ik nu zelf ervaar, wat heb ik gehoord, of wat Marieke eens heeft gezegd en ik nog niet gezien heb. Als je spreekt vanuit een “ik” dan ben je het zelf en dat is het dan voor dat moment. Wanneer je mij over een half jaar spreekt, dan ben ik weer iemand anders, want dan heb ik dat stukje bijgebouwd. Het “ik” heeft ook een graad van authenticiteit, het besef dat ik mijn eigen weg ga en dat alles daarbij hoort.
Wanneer ik ergens nog moeite mee heb, dan heb ik daar maar moeite mee en dan probeer ik dat niet te verbloemen, omdat ik eigenlijk vind dat iemand die hier zit het allemaal heel goed moet kunnen bijvoorbeeld. Ik identificatie een doorlopend proces. Als iemand mij verwondt en ik ga dood, denk ik niet dat k niet goed ben, want ik was op weg en dit was het dan. Als je op die manier dood gaat, heb je geen trauma's. Je hebt het eigenlijk al meer verwerkt dan iemand die gedacht heeft dat hij niet o.k. was.
Dit thema zie je steeds terug in de casuïstiek: als een kind echt gedacht heeft dat hij zelf niemand was of dat een ander beter was, dan is het nog een lange weg om tot ik identificatie te komen. Wat verder veel invloed heeft in deze is de manier van verwerken. Ik zag vandaag in de folder van het ATMA instituut dat jullie verschillende therapie stromingen bij elkaar brengen. De therapieën die op inzicht werken zijn anders dan die op emotionele ontlading, of op gedragsverandering gericht zijn.
Je ziet dat heel sterk bij kinderen. De levensleertrajecten die op inzicht werken duren het langst. Voordat je werkelijk via inzicht, verwerking kan bereiken, ben je vaak al volwassenheid. Ik denk dat het voor diegenen van jullie die met volwassenen werken interessant is om te zien wat er allemaal aan vooraf gaat als je kind bent. We zien ook wonderen gebeuren bij kinderen die zeer gestoord ter wereld komen maar waar het kennelijk toch niet de bedoeling is dat ze via inzicht verwerken. Zij kunnen hun trauma’s verwerken via een manier van ontlading zoals healing, of via gedragsverandering.
Opvallend veel van deze kinderen hebben de diagnose: aan autisme verwante contactstoornis, ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) of een verstandelijke handicap met verwerkingsproblematiek. Je hebt kinderen die verstandelijk gehandicapt geboren worden omdat de ziel zoekt naar een weg om alleen de gevoelszintuigen te ontwikkelen. Dat is een andere keuze dan een verstandelijke handicap die veel verwerkingsproblematiek geeft. Je ziet deze laatste vorm vaak gepaard gaan met allerlei gedragsstoornissen.
Ik wil graag beschrijven waaraan je herkent bij kinderen dat er sprake is van een “oud”verwerkingsstuk of trauma. In het themaboekje Psychiatrische beelden in deze tijd, kun je lezen, waaraan je specifiek de oorlogsincarnaties en martelingen herkent. Ik wil dat eerst in grote lijnen bespreken en daarna de kern van de therapie. Ik vind het niet erg als jullie vragen stellen tussendoor. Ik weet helemaal niet wat jullie al weten over dit onderwerp. Wanneer het onduidelijk wordt, vraag dan even iets tussendoor, dan kun je de rest beter volgen.
Vraag:
Die ADHD kinderen waar je het over hebt, zijn dat de kinderen die zonder geweten geboren worden, die bijvoorbeeld op 6 jarige of 8 jarige leeftijd al iemand vermoorden zonder dat ze daar berouw of wat dan ook over hebben?
Marleen:
Dat hoeft niet bij ADHD. Het kind heeft hierbij eigenlijk geen rust in zichzelf, is hyperactief. Vaak zit daaronder een trauma.
Wanneer je heel onrustig bent en vluchtig, neem je de wereld ook zo waar. Je krijgt als je dit niet behandelt allerlei waarnemingsproblemen, ook op het sociale vlak. De kinderen die op jonge leeftijd al anderen vermoorden, kunnen een sociaal waarnemingsprobleem hebben, maar meestal is dit het gevolg van iets anders, bijvoorbeeld “bezetting”.
Als je te weinig ik identiteit hebt, kan je heel makkelijk bezet raken door een entiteit. Je hebt dat niet in de gaten, je denkt dat je op dat moment iets heel geweldigs bent, en je voelt daar ook een kick bij. Dat is heel ernstig natuurlijk. Heel veel stoornissen zitten op het moment op het gebied van ik vervaging.
Wanneer je in rust bent, kom je in de verwerking en daar kun je bang voor zijn. Wanneer je dan druk gaat doen, voel je het niet. Ik denk dat jullie het uit je gewone leven wel kennen, iedereen verwerkt anders. Als je echt pijnlijke dingen meemaakt, hebben heel veel mensen de neiging om grapjes te maken of het op een andere manier weg te drukken door maar bezig te zijn. Wanneer je dan stil op de bank gaat zitten, dan komen de rotgevoelens boven. Dat is bij ieder ons al zo en bij een ADHD er extreem. Wanneer je in het energieveld zit van vluchtig en snel en hoog in je energie, is het een moeizaam proces om tot ik-identificatie te komen.
Vraag:
ADHD waar staat dat voor?
Marleen:
Attention Deficit Hyperactivity Disorder: het is de overbeweeglijkheid samen met een aandachtstekort. Door het aandachtstekort krijg je waarnemingsproblemen. Je ziet bij ADHD bijvoorbeeld ook, dat de impuls verwerking niet correct loopt. Je hebt het al gedaan voordat je gedacht hebt.
Er is mooie casuïstiek hierover. Een kind dat zegt: “Mijn handen deden het al en mijn hoofd wist het nog niet”. Dat is de kern van de ADHD er: je hebt het al gedaan, het lijf is al sneller. Daar krijg je natuurlijk enorm veel problemen mee.
Vraag:
Je zegt dat daar een trauma onder zit, dit is zo pijnlijk dat het niet gevoeld kan worden.
Marleen:
Ja, voor een deel. We hebben lange tijd een jongetje begeleid met een zeer traumatisch oorlogsverleden, met onder andere martelingen in het anusgebied. Zo’n kind gaat, zodra het tot rust komt, altijd wiebelen, in principe is dat de therapie. Als je maar wiebelt, komen de energieën los. Hij was op een gegeven moment op een dagverblijf opgenomen, waar ze zulke kinderen vast binden op de stoel. Je ziet dan als zo’n kind stil moet zitten, dat hij opnieuw in het trauma raakt. Hij raakte enorm in paniek. Het is geen drammerige energie, het is echt wanhoop, paniek.
Je kunt door waarneming dus al ontzettend veel ontdekken. De huid van dit kind was ook gemarteld; als je hem gewoon afdroogde sloeg hij rood uit.
Ten aanzien van het herkennen van martelingherinneringen bij kinderen is het belangrijk te weten, dat het periodiek goed en slecht gaat. Het kind begint vaak als huilbaby. Dan gaat het een maand goed, het huilen is niet meer dan dat van andere kinderen. Hierna volgt dan bijvoorbeeld weer een maand dat ouders zich geen raad weten. Dan krijg je weer even een rustperiode. Zodra er weer een verwerkingsstuk boven komt, zie je weer heel over beweeglijk en onrustig gedrag. Daarom is het ook zo onbegrijpelijk voor ouders. Ze begrijpen het kind niet. Ze stellen bijvoorbeeld de vraag, toen kon je toch ook stil zitten, toen speelde je toch ook? Voor traumatische verwerkingsproblematiek is het dus kenmerkend dat het periodiek is.
Het is net als wanneer wij tot rust komen met vakantie, dan komen er dingen boven, als je achterstallig onderhoud hebt. Bij kinderen met trauma's uit vorige levens, ziet het gedrag er vreselijk uit in de verwerkingsperioden. Ze kunnen iedereen knijpen, schoppen, slaan.
De omgeving kan averechts werken als ze het gedrag niet begrijpen. Je ziet groepsleiders zeggen: “Vorige week hadden we toch afgesproken...” Dit werkt dan niet, het kind zit in een heel andere laag. Belangrijk is om de verschillende lagen te herkennen.
Er zijn in de verwerkingsperiode ook stoornissen die op het gebied van contact liggen. Je ziet dan een graad van onbereikbaarheid. Daar worden opvoeders ook hels van. Die proberen er soms doorheen te drammen om het kind te bereiken.
Wat we veel zien bij de kinderen is dat er herinneringsbeelden bovenkomen. Dat gebeurt overdag of middels nachtmerries, maar die zijn niet altijd heel bewust. Als er nachtmerries zijn en het kind wordt niet wakker, dan hoor je de paniek, maar je confronteert overdag hooguit met de vraag of het kind nog iets weet van de nacht. Alleen als een kind er wakker bij wordt en er angstig van is, kun je iets met die beelden doen.
Wij doen dat op allerlei manieren: via spel, tekenen, allerlei dingen. Gewoon in het hier en nu brengen: Wat zouden we er nu aan kunnen doen als het nu zou gebeuren? Wij confronteren jonge kinderen niet met het gegeven dat het ook echt gebeurd is. Daar kunnen we straks nog over discussiëren.
Er zijn ook kinderen die heel bewuste herinneringsbeelden krijgen, die vertellen over wat ze zien, als ze bijv. zitten te tekenen of iets dergelijks. Bijvoorbeeld als ze zitten te lezen krijgen ze ineens beelden van dat ze in een rij staan, en dat iedereen geen kleren aan heeft.
Interessant aan de casuïstiek is, dat als Marieke ernaar kijkt, zij toch de beelden ziet van honger hebben geleden, een kampleven of dat soort zaken.
Het blijft belangrijk het allemaal serieus te nemen. Wat doe je ermee? het is belangrijk dat het kind die beelden gaat accepteren: “Alles wat je ziet hoort gewoon bij jou, het is er niet voor niets op dat moment”. Wat het dan ook oproept dat in die rij staan, en in dat kamp zijn, vaak zijn het gevoelens, dan ga je met het thema van die gevoelens aan de slag.
We gaan het niet heel erg terug halen. Bijvoorbeeld, dat kind met die beelden had ook beelden van steeds opgesloten zijn. Dan spelen we dat wel na met een poppenhuis, hoe je je kan bevrijden. Dat kind deed keer na keer na keer niets om zich te bevrijden, het zat nog in een vermoeidheids , passieve laag. Na voorbeeld gedrag van mij: “Dat laten we niet nog eens gebeuren, wat gaan we doen?” kwam pas uit hemzelf de benodigde kracht om zich te bevrijden. Pas toen werd de passiviteit doorbroken en kwam het in die activiteit. Dat zijn dingen die jullie in regressie therapie ook doen. Het is soortgelijk, alleen noemen wij dat geen regressie therapie, het is wat op het moment zich aandient gebruiken en absoluut niet verder gaan dan het kind op dat moment aankan.
Ook erg belangrijk, geleerd uit de casuïstiek, is dat de herinneringsbeelden een symbolische betekenis hebben. Het gaat om het thema. Het hoeft niet werkelijk zo gebeurd te zijn. Soms is het concreet, en gaat de casuïstiek over verkrachting of experimenten uit de oorlog. Kinderen zijn soms panisch voor bloed of witte jassen. En dan ziet Marieke in haar beelden dat het kind in een kamp heeft gezeten als slachtoffer van experimenten.
Het kind moet je leren om die beelden die hij heeft serieus te nemen, maar het anders te gaan beleven. “In het hier en nu doen dokters dat en dat.” We gaan niet terug naar vorige levens omdat het om heel jonge kinderen gaat en omdat verwerking op de beschreven manier ook tot heling leidt.
Het meisje dat ik voor ogen heb, met die experimenten, is pas 4 jaar als ze zo bang is voor witte jassen en bloed. Het zou haar nog meer bezwaren, zo ziet Marieke het, als je haar in regressie zou brengen. Je hoeft het trauma niet altijd te herbeleven, je kan het ook uitslijpen aan het begin van je leven. Je ziet ook zaken gebeuren die het weer traumatiseren. Een kind dat opgesloten is geweest, kan panisch zijn voor gesloten deuren. Als je ouders hebt die gedragsmatig oefenen met een snoepje als de deur dicht mag, versterken ze het toch. Het kind is veel te veel bezig met die deur. Ook al word hij beloont, hij moet toch een deel van zichzelf ontkennen. Dus wij laten die deur gewoon open.
Als je niet vastbindt maar de houding hebt: het kind kan nu eenmaal niet stilzitten, laat het nog een rondje lopen en dan weer gaan zitten, dan versterk je het probleem niet. Energetisch gezien heeft het lichaam een zelfherstellend vermogen, een eigen ordening. Misschien moet je bij een blokkade in het bekken gebied wel jaren wiebelen om het “oude” energetisch uit te slijpen. Dus wie zouden wij zijn om te zeggen dat je moet blijven zitten. Zo is het met een deur, zo ook met een bepaald stemgeluid.
Wij hebben kinderen die getraumatiseerd zijn, vaak uit kampen of marteling door een bepaald stemgeluid. Dan is het òf de moeder die te hoog uitschiet, òf de vader met zijn diepere mannenstem. Het Trauma wordt dan getriggerd, zo gauw vader op een bepaalde manier spreekt. Toch moet hij ervoor openstaan om 1 of 2 jaar bijvoorbeeld hoger te praten. Allemaal heel gewone dingen, maar juist omdat je waarneemt, doe je anders. Vanuit gewone opvoeding wordt gezegd: Och, het kind wordt verwend, maar dat is dit niet.
Reactie uit de zaal:
Prachtig, als je dit als ouders aangereikt kan krijgen.
Marleen:
Dat is juist het moeilijke. Voor ouders die openstaan is het geen probleem. Je hebt ook ouders die er niet voor openstaan. Zo kun je “pedagogisch” verantwoord zeggen: “Laat die deur nou even openstaan”. Dan krijg je vaak direct, meestal van de vaders, een hele discussie: “O, zeker weer zo'n softe pedagoog”. Het is niet gebruikelijk. Het is dus heel belangrijk dat deze dingen meer bekend worden, dat we serieus in andere lagen gaan kijken, anders komen we er met zijn allen niet. Dan worden heel veel kinderen opnieuw getraumatiseerd. Die komen later dan weer bij jullie.
Vraag:
Je laat die deur open en vader praat wat hoger; slijpt het dan vanzelf uit of komt het later een oom tegen die het trauma triggert.
Marleen:
Ik zeg het iets te simpel. Je doet het anders maar je labelt het ook gelijk. Die deur moet zo af en toe toch dicht. Maar je houdt er rekening mee dat het zo gevoelig ligt, dat er iets met die deur is. Papa heeft zo'n stem. Vrouwen hebben hoge stemmen, et cetera. Je gaat samen op stemmen letten om vertrouwd te raken in het hier en nu in een andere energie. Tegelijkertijd zoek je een tegenpool, waardoor het kind ontspannen is, zoals jullie ook in therapie opbouwen.
Stel dat een achtergrond muziekje helpt om het kind uit de “traumatische energie” te halen. Zo hebben we ook kinderen, die ‘s nachts in regressie raken, zijn helemaal verkrampt aan het gillen. Wat die ouders ook doen, ze krijgen het kind er niet uit. Dan zoek je de tegenpoolenergie. Het omgekeerde van dat verkrampte is heel hoog optillen. Dat kan je met een heel klein kind goed doen. Je zoekt dus naar een tegengestelde energie, die bouw je langzaam af.
Heel vaak zijn dat natuurlijke omgevingsgeluiden of iets dat een veilig gevoel geeft. Om terug te gaan naar het slaap probleem. Rustgevend zijn bijvoorbeeld beekjesgeluiden, die bestaan in de vorm van een lamp met kabbelend water. Sommige kinderen hebben klingelgeluidjes nodig. Die sluiten in principe ook de aura. Per kind kun je dit uit zoeken, het kan net zo goed Mozart muziek zijn, die het kind in een energie brengt, waardoor het kind niet in de wanhoop of angst kan raken.
Vraag:
Twee vragen eigenlijk. Naar aanleiding hiervan. Wat gebeurt er eigenlijk met de verwerking als je die triggering weghaalt, bijvoorbeeld als je de deur bewust openhoudt, zorgen dat het niet met die zware stem geconfronteerd, wat gebeurt er dan toch aan verwerking?
Marleen:
Bij niet iedereen is verwerking nodig via inzicht. Dus als het puur het patroon is dat doorbroken moet worden, dan hoeft het kind niet in dat inzicht te komen. Als we de casuïstiek vergelijken, dan zie je dat bij heel veel kinderen het trauma uit een vorig leven onbedoeld weer aangeraakt is door de opvoeding. Dat was dat niet nodig geweest.
We zien bij een andere groep kinderen dat het de bedoeling is om via inzicht te verwerken. Dan zie je ook processen die 18, 30, 40 jaar duren voordat iemand via inzicht het oude heeft verwerkt. Ik denk dat deze groep later bij jullie komt voor regressie therapie. Als kind zijn ze heel moeilijk in de omgang.
Marieke:
Als een kindje geboren wordt, heeft het een heel open energieveld. De eerste 3, 4 jaar wordt dat auraveld verdicht en aangetrokken. Het auraveld krijgt ook meer grenzen en er ontstaat een ik persoonlijkheidje. Zolang dat nog niet ontstaan is, zijn jonge kinderen bij uitstek gevoelig voor oude herinneringstrillingen. Hun auraveld is nog verijld en de ziel is nog aan het incarneren in het stoffelijk lichaam, dus die informatie ligt nog heel erg vooraan.
Na 3, 4 jaar gaat dat langzaamaan sluiten. Traumatische herinneringen kunnen gewoon de eerste 3, 4 jaar gesloten worden, omdat het auraveld gaat verdichten en de ziel meer op aarde gaat vertoeven. Dus wat Marleen zegt is, dat als het de eerste jaren op te lossen is gewoon door de omgeving zo te creëren dat het auraveld zonder schrikervaring spontaan open blijft staan, dan scheelt dat. Het hoeft niet altijd meegenomen te worden, dan zakken die herinneringen weg.
Vraag:
Je ziet ook heel veel kinderen die met hun hoofd tegen de beddewand blijven bonken. Ik neem aan dat jullie dat in de casuïstiek zijn tegengekomen. Kun je daar iets over zeggen?
Marleen:
Dat hoeft niet met vorige levens verband te houden. Veel kinderen zitten nog niet goed in hun lijf en gebruiken het bonken om in hun basis te komen. Ze zitten heel hoog in hun energie en verliezen zichzelf, zeker tegen het moment dat ze gaan slapen. Ze hebben het bonken nodig om in hun bekken energie te komen. Als je dat eenmaal weet, kan je het voorkomen door overdag meer dingen te doen om in deze energie te komen. Omdat we deze hypothese zo vaak zijn tegengekomen, gaan we overdag heel veel doen om het lichaamsbewustzijn te verbeteren, dan zie je dat het bonken verdwijnt. Bonken kan ook andere oorzaken hebben, maar dat voert hier te ver.
Vraag:
Tot zolang laat je het kind gewoon bonken?
Marieke:
Je kan zien dat de chakra ontwikkeling heel verschillend is. Een kind dat bonkt, heeft de kans dat het kruinchakra wagenwijd openstaat, de onderste chakra's zijn nog behoorlijk dicht. Met dat bonken wordt dan geprobeerd de energie door te pushen naar de onderste chakra's. Dus je hebt een soort trechter, dat is dan het open kruinchakra en die onderste chakra’s zijn dicht. Het is het zelfde principe als je een vloeistof door een letterlijke trechter gooit je moet dan soms, bij een dikke vloeistof ook even aanduwen om het goed door de trechter te laten gaan. Kinderen bonken soms om de energiehuishouding te balanceren.
Opmerking uit de zaal:
Het komt ook voor bij mensen die encefalitis hebben gehad. In het hoofd moeten dan de processen tot rust komen die niet tot rust zijn gekomen en daar hebben ze last van. Er zit dan te veel beweging in het hoofd en ze proberen die kwijt te raken door te bonken.
Marleen:
Over het algemeen is het zo dat veel dingen die je vreemd vindt en waarvan je vindt dat ze moeten verdwijnen, helemaal niet zo vreemd zijn als je de achtergrond begrijpt en dat het kind zichzelf helpt om te balanceren. Dat vind ik het mooie van kinderen. In heel veel van die dingen die Marieke straks noemde bij die therapieën van regressie, waar je ook laag voor laag verwerkt, zie je dat ook. Neuriën gebruiken wij heel veel bijvoorbeeld. Je ziet dan dat het lichaam zijn ordening heeft. Bijvoorbeeld, bij al die kinderen die uit vorige levens zaken meenemen, zie je lichamelijke blokkades die zich ontladen in de zogenaamde slechte perioden.
Zo zie je eigenlijk bij alle kinderen ook dat je aan bepaalde lichaamsdelen (nog) niet mag komen, zeker als er martelingen of verkrachtingen zijn geweest,. In bepaalde gebieden zie je blokkades, bijvoorbeeld handen en voeten die nog eindeloos gespannen zijn of zich afknijpen. Heel veel strelen maakt dat het beter doorstroomt. Je ziet ook heel vaak de rug te gebogen zijn of te strak. Dit zijn dingen die je door observatie kunt zien. De therapie bestaat dan voor een deel uit losmaken. Aan andere lichaamsdelen mag je niet aankomen. Soms is het zo dat aanrakingen van de gebieden er omheen wel als prettig ervaren wordt.
Een soortgelijke therapie gebruiken we bij kinderen die seksueel misbruikt zijn in dit leven. Je gaat dan de dingen die nog lekker zijn uitbreiden, bijvoorbeeld dat ze zichzelf gaan strelen in plaats van dat jij ze gaat strelen, dat bouw je dan op.
Ook komen we veel spontane regressies tegen. Het gaat hier niet om de gewone herinneringsbeelden. Het kind kan echt helemaal in de paniek zijn, of denkt dat het geslagen wordt terwijl dat niet zo is. Dat geeft in de opvoeding veel verwarring. Ik heb al menig leerkracht op de stoep gehad, in de overtuiging dat een kind thuis geslagen werd. Daarom is het goed samen te werken, het ligt z. genuanceerd. Het kind kan in een regressie zijn terwijl het in het huidig leven nooit geslagen is. Als je dit stuk niet serieus neemt in de opvoeding, krijg je grote vertroebeling van zaken.
Hetzelfde geldt bij halsstarrigheid, dat is een enorm probleem bij kinderen. Als in het vorig leven de ik identificatie niet goed was ontwikkeld, dan roept de ziel op om dat in dit leven op te bouwen. Dan zie je eerst een overdrijving. Kinderen die uit hun bol gaan omdat jij op een stoel zit waarop het kind wilde zitten. Een kind van 3 mag dat, van een kind van 7 wordt het niet geaccepteerd. In de casuïstiek zie je dat zo’n kind in een vorig leven is gemarteld en dat er helemaal niets van zijn “ik” is overgebleven. Nu komt het net een beetje tot ik ontwikkeling en dat overdrijft hij dan eerst ontzettend, door dat wat hij wil erg aan te zetten.
Belangrijk is dat je achter de feiten kunt zien: “Goh, zó belangrijk is het voor hem om die stoel te hebben”, Er is dan al een andere energie dan wanneer je als ouders daar met macht op gaat reageren want dan krijg je enorme escalaties. Dan wordt zo'n kind als je niet uitkijkt uit huis geplaatst, alleen om de reden dat de ouders alleen met macht kunnen reageren. Dat is het moeilijkste, er zijn relatief weinig opvoeders die een goed en duidelijk voorbeeld kunnen geven. Al weet je het niet, dan kan je beter uitstralen: “Er zal wel iets belangrijks met die stoel zijn wat ik niet begrijp”, dan direct in die machtsstrijd te gaan zitten.
De opvoeder die eerlijk is, kan zeggen dat hij het niet weet en zijn eigen grenzen steeds goed aangeven. Dat is een grote kunst. Ik vind wel het mooie dat veel ouders het intuïtief goed aanvoelen. Zij hebben alleen maar steun nodig en zeggen: “Gelukkig! Ik word door de hele omgeving afgewezen die vindt dat ik mijn kind verwen, maar ik voel en zie die paniek, ik zie wat er onder zit al kan ik het niet benoemen. ”Die zijn blij dat het een keer benoemd is. Die zijn er evenveel en ik denk dat er daardoor ook zoveel goed is gegaan. Veel ADHD-ers hoeven helemaal niet naar een tehuis, naar het speciaal onderwijs soms ook niet eens. Zij hebben toevallig ouders en leerkrachten in de buurt die het wel aanvoelen.
Vraag:
Kun je kleine kinderen hulp bieden, terwijl ze op latere leeftijd via inzicht een en ander moeten verwerken?
Marleen:
Ja hoor, je bent continue bezig. Niet dat je er wekelijks komt, maar om de paar maanden doet zich iets anders voor. Na de stoel kan je iets anders krijgen. De kinderen die via inzicht moeten verwerken zijn de moeilijke. De opvoeder moet het overzicht houden, de goede stukken die intact zijn en de stukken die nog transformatie vragen.
Dat is het verschil met benaderingen die het kind altijd als alleen maar mooi en prachtig zien (ook belangrijk) maar dat is te soft. Je moet hier het beschadigde stuk zien en de transformatie mogelijkheden. Als een kind nog heel vlug in macht zit, dan kan het alleen dat stuk transformeren als je een hele krachtige, authentieke persoonlijkheid tegenover je hebt. Je probeert dan te spiegelen in het volmaakte stuk, zo noemen wij dat.
Reactie uit de zaal:
Dus meer echtheid dan alleen maar goedheid en liefheid...
Marleen:
Ja, het is niet alleen begrip. Sommige kinderen moeten echt ook stevigheid zien, Het dringt nog niet door, want het is er nog niet. Het beschadigde stuk is soms zo destructief voor de rest dat je je heel krachtig moet neerzetten als opvoeder.
Bijvoorbeeld: Een meisje is op het moment dat dit speelt 4 jaar, heeft een heel traumatisch martelleven achter de rug. Is ook verkracht, heeft van alles meegemaakt waardoor ze eigenlijk totaal contactgestoord eerst op de wereld komt. De eerste twee jaar heb je niet zoveel gemerkt, ze is veel moe, hangt veel.
Als ze dan vier jaar is slaat ze door in een enorme agressie, een soort dolle razernij. Ik ontmoette haar toen ze vier was, dan is het doodeng om naast zo'n kind te zitten. Ik wilde gewoon met haar wat tekenen, maar als je niet uitkijkt krijg je een punt van een potlood in je oog. Je kunt bijna niks, je zit zelf zo gespannen omdat je je niet veilig voelt. Stompe potloden kunnen ook nog heel wat schade doen. Ze gaat rustig met een mes de poppen de benen afsnijden. Zulke dingen doet ze in dat stadium.
Het helpt dan erg dat Marieke er is en zegt: dit is typisch een verwerking die gaat nog via wrok. Dat meisje kan nog niet verwerken. Ze is in het begin rustig geweest, daardoor is het naar boven gekomen. Via nachtmerries merk je dat ze getraumatiseerd is. De moeder staat er wel voor open. Maar hoe kom ik door de destructiviteit heen, want die is ongelooflijk.
Je ziet dat ze eigenlijk alleen wrok en haat zit te verwerken. Bij die poppen hebben we dat maar toegelaten eerst. Ik wilde dat leiden naar snijden in kussens of iets anders, iets dat niet associeerde met mensen. Marieke vond dat met die poppen toentertijd niet eens zo erg.
We zijn lichaamsgericht gaan werken. We hebben met healing contact proberen te maken met die ontzettend moeilijke energie en die hebben we geprobeerd wat af te voeren. Zonder dat kan het helemaal doorslaan naar de andere kant. Het hielp ook natuurlijk dat die ouders wel die lagen konden zien. Maar dan zet je jezelf op die momenten toch wel degelijk, puur pedagogisch, heel krachtig neer.
Nu, 3 jaar later, je weet niet wat je ziet, dat kind is een volkomen normaal kind. Zit in het gewone onderwijs, terwijl ze toen ze vier was nog amper praatte en niet naar de kleuterschool kon. Dat is dan relatief snel gegaan. Ik weet niet of dit een geval is dat via inzicht later nog dieper moet, dat zullen we nog zien. Nu lijkt het allemaal goed, maar je kan in een later stuk van je leven toch weer dingen tegen komen die verwerkt moeten worden.
Vraag:
Dat labelen dat jullie doen, kan dat de vorm krijgen dat jullie het probleem wel benoemen. Bijvoorbeeld, we weten dat je bang bent voor die deur die dicht gaat, zonder te zeggen dat het met een vorig leven te maken heeft, want dat is weer te vergaand?
Opmerking uit de zaal:
Je kunt ook zeggen: we laten de deur openstaan want we weten dat je er bang voor bent dan benoem je de angst.
Marleen:
Ja zeker. Daarom vind ik het prettig om ook in het reguliere te werken. Heel veel dingen hebben een nuanceverschil. De waarneming dat het ook anders zit is vaak genoeg. Je ziet het beschadigde stuk, je weet dat het zich maar heel langzaam aan je zal openbaren. In de gewone opvoedkunde zie je vaak dat mensen willen dat het kind zich helemaal blootgeeft, toch maar alles zegt, of zich anders gedraagt terwijl het kind dat nog niet kan.
Vraag:
Je sprak daarnet over contact maken met die energie en dan afvoeren. Kun je daar iets meer over zeggen? Doe jij dat dan of ga je naar een healer met het kind?
Marleen:
Wisselend. Als ik alleen regulier werk doe ik het niet. Wanneer ouders toch al begeleiding ernaast nemen via Marieke, doe ik het vaak wel. Ik werk met mijn handen. We hebben daarvan dus ook heel veel studie gemaakt van bijvoorbeeld: waarom kan het nou de ene keer wel en de andere keer niet want heel veel kinderen laten helemaal geen healing toe. Het kan best zijn dat dat meisje de eerste 4 jaar dat niet zou hebben toegelaten.
We hebben ook kinderen die via inzicht moeten verwerken, dan kan je healen wat je wilt, ze laten het niet toe. Wat meestal wel kan is het gewone aardingshealen.
De aandacht moet er dan zijn voor het stuitchakra en de voeten, zodat het kind goed in zijn aarde energie komt waardoor het ook beter zelf kan afvoeren.
Het mooie van een kind is dat het gewoon wegloopt als het iets niet wil. We hebben ook wel eens schade gezien, daarom ben ik zelf zo voorzichtig geworden. Niet iedere healer gaat daar zo zuiver mee om, sommigen werkten van een afstand met een foto.
We hebben een heel schrijnend geval gehad. Als het vroegere trauma inbreuk op jou zelf betreft waarbij je zelfcontrole kwijtraakte, is energetisch benaderen vanaf afstand ernstig. Er was twee jaar sprake van autistische afgeslotenheid door dat benaderd worden. De therapeut zei: “ik vraag het altijd eerst aan de ziel”. Dat kan zijn, maar als je iets te veel wilt is het niet goed.
Het ligt heel gevoelig bij kleine kinderen. Als je iets doet, doe het altijd life bij kinderen, dan zie je hoe het aankomt. Het kind loopt echt weg of laat het niet toe. Bij het op afstand healen kan het ook als inbreuk beschouwd worden. Een jong kind kan zich niet altijd voldoende afsluiten.
Als afronding de kern van de therapie. Je ziet hierbij dat heel veel dingen in het gewone leven zitten.
De opbouw van de ik identificatie: daarbij is het belangrijk dat het kind zelfrichtend wordt, dus steeds: “wat wil je nou zelf, wat voel je zelf, wat vind jij” op alle niveaus. Altijd heel erg vanuit de ik identificatie. Dat is voor veel ouders al een heel erg groot iets.
Wezenlijke contact, en dan wezenlijk niet alleen met de taal, maar ook het waarnemen van de beschadigde stukken, want dat geeft de mogelijkheid om het te transformeren, ook voor het kind.
Het beschadigde stuk. Altijd dingen zoeken om dat volmaakt te spiegelen. Er zijn heel veel dingen in de natuurlijke omgeving, in de muziek, in macht overzetten in kracht, dus net altijd de tegenpool in de opvoeding ontzettend naar voren brengen.
Ontspanning waardoor ontlading automatisch kan komen is ontzettend belangrijk.
De voorbeeldfunctie van de volwassenen, heb ik ook al genoemd.
Het naspelen, in het hier en nu: wat zou je doen als het nu weer gebeurde?
De lichamelijke blokkades verlichten door veel lichaamsgerichte therapie.
Vraag:
Wat was het eerste punt dat je noemde?
Marleen:
Het gewone leven is de belangrijkste therapie. Je ziet dat het kind steeds weer andere gedragingen heeft. Steeds weer andere beelden, steeds weer andere tekeningen. Het geeft het wel aan. Eigenlijk pelt dat de problematiek langzaam af. Dat is eigenlijk een heel mooi proces. Ik denk dat de regressie-therapie van volwassenen, heel veel kan leren van hoe het zich normaal voltrekt bij kinderen. Dat is een mooie slotzin.
Vraag:
Hebben jullie ervaring met het omgekeerde: dat een kind een bepaald trauma heeft en dat hij in een gezin komt waar het weer in gevaar is, zodat het weer een herhaling is van het trauma.
Marleen:
Dat merk je ook, dat er aspecten in het gezin zitten die juist belangrijk zijn om het op te roepen. Maar ik moet zeggen, bij de heel ernstige gevallen, heb ik toch de indruk dat ze juist geboren zijn in therapeutische omgevingen. Bij ouders die toch ook fantastische eigenschappen hebben om het minder erg te maken. Als het wat minder is of als het wat meer via inzicht moet, zijn er vaak omstandigheden die het eerst versterken.
Dan ziet Marieke toch dat het belangrijk is, daar heb ik dan wel eens moeite mee. Het aanraken heeft toch kennelijk ook zijn zin. Dat hebben we in ons leven ook, je maakt van alles mee. Als je net denkt dat je het rustig hebt, dan komt er toch weer iets. Dat heeft dan ook altijd zijn zin.
Vraag:
Kun je iets zeggen over autistische gedrag? Ik vind het moeilijk om een autistisch kind te begrijpen. Dan wil ik iets weten en dan vraag ik: Leg er eens iets over uit en dan sluit het zich gewoon. Heb je daar richtlijnen voor, of moet je dat gewoon laten?
Marleen:
Het is een heel omvangrijk onderwerp. Er is al heel wat verzameld, maar wat gediagnostiseerd wordt als autistisch, daar is ontzettend veel nuance in. Het is vaak nog pre autisme, dat is nog niet zo verankerd. Als je eenmaal echt autistisch bent zit het zo verankerd, zo verkokerd in jezelf, dat is echt heel triest. Je zit achter muren. Maar heel veel wat autisme genoemd wordt zou je net zo goed anders kunnen noemen. Het heeft heel andere mogelijkheden. Wat Marieke daarstraks zei: De buitenwereld heel goed waarnemen en jezelf niet. Dat is natuurlijk ook wel als je achter muren zit, maar dat daar nog wel gaten in zitten die uit te bouwen zijn, dat heb je toch ook nog wel vaak. Daar is een enorme nuance in.
Marieke:
We gaan weer starten. Ik heb de voorkeur om het laatste stuk te spreken over flashbacks. Dat is een belangrijk thema. Iedereen heeft die weleens, over dingen die je meegemaakt hebt en nog onvoldoende verwerkt hebt. Soms ook over heel goede ervaringen. Flashbacks zijn indringend en komen vaak zeer onverwachts. Ik zal me erop afstemmen.
Flashbacks zijn herinneringen van de geest die zich ongewild opdringen. Die je niet met je bewuste wil, zelf oproepend creëert. Dan is het terughalen van een herinnering en niet iets wat je overvalt. Het treedt vaak op op momenten dat je weinig controle mechanismen in jezelf gaande hebt, met name wanneer je je gaat ontspannen en de drukte van alledag wat loslaat.
Wanneer flashbacks komen terwijl je heel druk en bezet bent en ze komen overrompelend door die drukte heen, dan is dat een teken dat de kracht van de flashback en de informatie die daarin gevat zit, ook dringend verwerkt dient te worden. De flashback zou anders respect hebben voor je drukbezet leven op dat moment. Je kan zelf een bepaalde graadmeter aanbrengen in hoe indringend flashbacks zijn in hun wenskracht in jou opruimend werk tot stand te brengen.
Stel dat je met je werk bezig bent en je hebt flashbacks van jezelf op het moment dat je met een cliënt werkt, dan is dat een duidelijk signaal dat je het liefst dezelfde dag toch iets gaat doen aan je eigen herinneringsstromen, anders vragen ze geen voorrang. Flashbacks kunnen in meer of mindere mate aanleiding geven om jezelf wat meer terug te trekken uit het gewone leven. Des te meer flashbacks, hoe minder de uiterlijke realiteit er eigenlijk nog, heel praktisch, toe doet. Het vraagt zo voorrang dat je eigenlijk dient te schiften waaraan je je energie neer wilt leggen.
Wanneer je een boek wilt lezen en je hebt in de loop van de dag 4, 5 flashbacks gehad met een bepaalde herinneringspotentie, dan is het echt de vraag of je die avond dat boek zou moeten lezen. Je schuift weer nieuwe informatiestromen over een stuk heen dat al onbewust zich roert.
Kinderen verwerken flashbacks vaak spelenderwijs, zij kunnen ineens een heel andere richting aan hun spelen geven, omdat een flashback indringt, en het moet gelijk uitgewerkt worden. Waren wij ook maar zo simpel van aard, dan hadden wij wat minder last van ongewilde flashbacks. Mensen die in aanraking zijn geweest in dit leven of eerdere levens met martel ervaringen, hebben bovenmatig veel hinder van ongewilde flashbacks. Het is niet een bewuste oproepende kracht in jezelf dat je je iets wilt herinneren, nee, het overvalt je gewoon. Ik spreek dan over flashbacks hier als een algemene term, maar die dient veel genuanceerder belicht te worden.
Een flashback kan bestaan uit verschillende vormen van informatiestromen tegelijkertijd, maar ze kan zich ook heel enkelvoudig ontvouwen. Bijvoorbeeld alleen door een geur herinnering, alleen door een innerlijk beeld of bijvoorbeeld wanneer je iets aanraakt dat het ineens in jezelf een bepaalde energie oproept van: ooit eens... Dus een bepaalde stof kan je herinneren aan een kledingstuk van toen je vier was, maar de stof raak je aan nú en je bent bijvoorbeeld 40 of 50 jaar oud. Je kan het hebben wanneer je een ruimte binnenkomt en er hangt een bepaalde lucht, een kaneellucht bijvoorbeeld, en ineens zie je weer je moeder binnen komen met een vers gebakken appeltaart.
Dat zijn allemaal vrij rustige flashbacks, het is een soort herinneringsstroom die je duidelijk maakt dat je niet alleen vandaag geleefd hebt, maar dat je ook geschiedenis hebt opgebouwd. Flashbacks kunnen heel indringend zijn, met name als ze niet gewenst zijn. Het beeld van een moeder met een versgebakken appeltaart, daar zullen weinig mensen moeite mee hebben. Wanneer je bijvoorbeeld moet fietsen in de kou en je krijgt een flashback, een herinnering van een periode eerder in je leven waar je je verschrikkelijk hebt gevoeld en waarbij kou een associatie punt is, dan zit je op dat moment nog minder lekker op je fiets. Dan triggert het een nare herinneringsstroom.
Vermoeidheid maakt dat je minder controle mechanisme actief hebt. Vermoeidheid kan aanleiding geven voor ongewilde flashbacks, die kunnen heel diep teruggrijpen tot in de eerste kinderjaren en daarvoor. Ook van het embryonale stadium kun je gevoelens terugkrijgen. Sommige mensen krijgen flash-backs t.a.v. vorige levens. Dat is heel lastig. Hoe ga je daarmee overweg? Vaak ben je je in eerste instantie er niet van bewust.
Ik kreeg eens een flash-bak in relatie tot het thema martelingen. Ik deed aan een training mee rondom psychotherapie. Ik kwam daar voor het eerst binnen en daar was een man. Er was een wederzijdse klik. Ik ben heldervoelend en ik voelde dat er een oude herinneringstrilling zat die niet makkelijk was en ik kon ongeveer voelen waar dat was. Toevallig was deze man ook zo open en zo gevoelig en hij kwam naderhand naar mij toe en zei: “Dat was die klik h?” “Ja, dat was die klik.” “Weet je waar het mee te maken had?” Ik zei: “Ik heb wel mijn vermoeden maar ik heb liever dat jij het uitspreekt” Hij zegt: “Volgens mij ben ik ooit een beul van jou geweest”. Ik had het al gevoeld.
Het mooie was dat ik in dit geval een bevestiging kreeg zonder er iets aan of mee gedaan te hebben. Het was heel moeilijk om die energie te mijden in dat weekend, wanneer we met elkaar werkten. Hij had een probleem met zijn moeder, die kon hij niet luchten of zien. Hij had iemand nodig om dat mee uit te werken en koos mij. In mijn naïeve ontvankelijkheid dacht ik waarom ook niet. Maar dan merkte ik, in al zijn ontladingen die hij had, dat ik nog niet de kracht had om mijn auraveld te begrenzen om dat niet binnen te laten komen. Daar zat die oude wond nog te werken.
Wij hadden met zijn tweeën al een aardig bewustzijn. Je kon uitwisselen van: Weet je nog wel? Dan nog kunnen ongemerkte patronen insluipen. Stel dat je met een partner getrouwd bent, of een kind krijgt met een herinneringstrilling aan een moeilijke situatie, je wordt dan voortdurend onbewust getriggerd op een gebied dat je haast geen naam kunt geven. Je kunt dan ook elkaar in die oude triggering soms gevangen houdt, heel onbewust. Het geeft geen opluchting zolang het geen helderder flashbacks zijn.
Wanneer je in een dichtbij relaties hele oude sporen hebt liggen, dan is dat heerlijk als dat gelukzalige sporen waren. Wanneer dat iets minder van aard was, dan heb je toch in je dagelijkse aanraking met die personen hoge kans op al of niet bewuste flashbacks, met een nare atmosfeer eromheen. Terwijl die ander en jij het er misschien helemaal niet om doet.
De herinnering bijvoorbeeld aan samen oorlog meegemaakt te hebben, in een ander leven samen kinderen verloren te hebben, in een volksverhuizing terechtgekomen te zijn, of dat een van de twee gemarteld is en de ander heeft daar nog bewust weet van, dat doet wat met je. Je draagt die informatie mee, er zijn zielsverbindingen, je trekt elkaar weer aan, zet een nieuw spoor uit, maar de oude herinnering is nog niet versleten. Die is nog niet helemaal uitgegumd.
Ik heb er zelf ook vele ervaring mee, dat bijvoorbeeld in relatie met mensen heel dichtbij, dat met name als ik minder weerstand heb, om welke reden dan ook, vermoeidheid of wat dan ook, dat ik heel gevoelig kan reageren op oude informatiestromen. Ik ben me daar gelukkig van bewust en dan valt de puzzel in elkaar en dan weet ik weer hoe het allemaal zat en wat ik er nu uit te leren heb, maar het is toch even een moeilijke fase omdat je informatie van dit leven en eerdere levens dan in een grotere lijn te zien krijgt. Wanneer het gaat om iemand waar ik nu veel van hou, maar die ik in een eerder leven heel jong heb zien sterven, dan moet ik opletten dat ik niet onbewust die oude angst weer oppak, dat diegene weer jong sterft. Ik moet mijzelf schonen in het scheiden van informatiestromen.
Flashbacks die regelmatig terugkomen, dus niet enkelmalig, maar meerdere keren bijvoorbeeld per week of per maand, die dienen haast in analyse genomen te worden door jezelf. Zowel op de letterlijke betekenis als wel op de symbolische betekenis. Ik zou dan haast aan de symbolische betekenis meer voorrang schenken dan aan de letterlijke betekenis. Waarom? Omdat daar een goudmijntje ligt aan betekenissen. Wanneer je die dieper weet te begrijpen dan kun je zinvol overweg gaan in waar je dagelijks mee bezig bent.
Wanneer je dat laat liggen dan heb je kans dat de informatiestromen zich nog meer ophopen en ze niet meer als afzonderlijke flash backs zich vertonen, maar als bijvoorbeeld een continu depressief gevoel. Dat is veel beroerder. Het werken met de afzonderlijke informatiestromen heeft een groot nut.
Met flash backs kan je ook heel kreatief werken. Ze zijn vaak ingepakt in beelden, in herinneringen aan nog meer dan het beeld zelf. Het is een soort kettingreactie stroom. Wanneer je daar goed in gaat zitten, maakt het ene beeld dat het andere beeld omhoog komt. Dat beeld is weer aanleiding tot een volgend beeld. Het punt is dat als je ziet hoe die beelden stroom werkt, welke gevoelslaag er onder zit, dan kan je er eigenlijk van alles mee doen. Van boetseren tot tekenen tot uitbeelden tot de emotie direct af te voeren door te huilen, boos te worden op een kussen of wat dan ook. Je zou er heel wat mee kunnen doen, mits je het jezelf toestaat. Omdat we er vaak zo onbewust mee overweg gaan, voeren we het weer rustig af door onze drukke handelingen, verliezen we het contact ermee en lost er niks op.
Vraag:
Is er ook een manier om te zien of een flash back uit dit leven of uit een vorig leven komt ?
Marieke:
Daar zal ik naar vragen. Wanneer het om aktuele gebeurtenissen gaat die je in het hier en het nu kan herinneren dat het in dit leven plaatsgevonden heeft, dan is het al heel simpel, dan is het dit leven. Meestentijds gaat om dit soort flash-backs.
Ik zag soms op TV toen ik midden twintig/begin dertig was, dat bijvoorbeeld mensen geïnterviewd werden in andere landen omdat ze gemarteld waren. Op het moment dat ik dan op de bank ernaar zat te kijken, dan ging mijn lichaam ongecontroleerd bewegen. Ik werd dan emotioneel helemaal opgesloten in mezelf, diep, diep angstig, haast alsof ik ook niet meer kon spreken. Een hele benauwde angst. Mijn ex-man kon daar rustig een uur of langer naar kijken op T.V.. Ik bleef dan soms nog uit een soort beleefdheid zitten om hem niet alleen T.V. te laten kijken. Ik was toen nog zo. Dan schoven er beelden over de T.V. beelden die me aan iets heel anders deden herinneren.
Wanneer ik daarna dan in bed lag, dan kwam er pas een grotere informatiestroom vrij. Niet eens altijd in beelden, maar in aanvang vooral heel erg lichamelijk sensitief. Ik lag dan ineens in een heel andere houding. Ik had bijvoorbeeld ademhalingsstokkingen dan. Ik kreeg echt een soort lichamelijke reacties alsof ik het zelf meegemaakt had. Dan niet letterlijk de martelingen van de mensen daar, maar ik reageerde op andere plekken in mijn lichaam. Het had een heel authentiek verhaal. Ik had niet hun energie opgesoupeerd om vervolgens dat van hen te voelen, nee het was puur een eigen reactiepatroon. Dat is ook belangrijk. Mensen die heel sensitief zijn, kunnen soms teveel in de energie van een ander kruipen. Je moet goed je eigen energie weten te scheiden van de ander.
Dit is dus ook een vorm van flash back, je neemt geen innerlijke beelden waar of ervaart geuren, maar qua gedragingen verander je innerlijk. Alsof je opeens een andere sub persoonlijkheid ontmoet.
Met iemand waar ik een hele nauwe band mee heb, daar heb ik in een vorig leven veel mee meegemaakt als een jong meisje, een meisje van een jaar of zestien, zeventien. In die periode zijn er hele traumatische dingen met mij gebeurd tegen mijn wil in. Daar heeft hij helemaal geen verantwoordelijkheid voor kunnen dragen. Maar als ik bij hem ben, betrap ik mij er regelmatig op dat ik hele jonge gedachten in mezelf heb, haast als een meisje van zestien. Dan is er iets in het patroon tussen ons tweeën, waarin ik dat oude leven herken als een heel spontaan meisje, heel openhartig en heerlijk naïef. Daarna ben ik getraumatiseerd. Dan is het maar net in welke aard van communicatie wij zitten dat ik soms stukjes daarvan kan herkennen. Dan denk ik oh, oh, Marieke, daar komt ze weer.
Aan de andere kant vind ik het ook zo iets boeiends, dat dat gebeurt met mij. Er is een stuk in mij dat berichtgevingen heeft van een hele jonge spontane aard, helemaal lekker ongecensureerd, dat vind ik een heel leuk stuk. Dan denk ik, met al mijn wijsheid moet ik af en toe maar weer eens even heerlijk naïef zijn. Af en toe kan ik er ook nog mee spelen. Ik denk dan nou ben je vandaag genoeg bezig geweest op inzicht gebied, waarom zou je haar niet eventjes ruimte geven.
Dat hoeft helemaal niet nadelig te zijn. Het heeft wel een herinneringstrilling met een eerder leven, maar ik heb het gevoel dat het me iets komt schenken.
Haar trauma van toen, daar is ze ook aan overleden. Vanuit dat trauma, kom ik een ander stuk in mezelf tegen, namelijk het stuk wat verwond en nog niet verwerkt is. Wanneer ik in communicatie met die ander nog restanten aan het opruimen ben van toen, dan zijn die flash backs, en ook mijn lichaamsreacties daar helder in. Dat heeft dan opnieuw niets met die ander te maken. Dan zie ik dat ik nog steeds laagjes aan het afpellen ben op dat gebied, om het te schonen.
Dan kan ik er in dit geval gelukkig wel over spreken, omdat die lichamelijke reacties soms zo sterk aanwezig kunnen zijn. Maar ik moet zeggen, het is heel verhelderend, en ik leer er ontzettend veel van.
Ik kan er ook mee spelen, als ik iets ontmoet wat ik nog niet ken in mezelf, dan kan ik 's avonds in bed de beelden spontaan laten komen. Dan ga ik voor mezelf werken met die energie. Ik voel het, ik kijk ernaar vanuit mijn hogere zelf. Ik werk het net zo lang uit tot ik weet waar het over gaat. Dan is het klaar, dan kan ik het loslaten, dan heb ik die spontaniteit weer dieper in mezelf geïntegreerd en is er een stuk gezonde naïveteit naast al die inzichten. Op dat gebied van dat trauma stuk maak ik het schoon. Dus elke keer als die angst van toen mij overwelmt, dan weet ik dat dat toen was en de plekken in mijn lichaam die daar nog van spreken die ontlaad ik ter plekke. Ik kan er heel vrij mee werken.
Zo kan je je voorstellen dat je met een flash back precies hetzelfde kan doen. Als je een flash back overdag krijgt, tijdens je werk en je hebt er geen ruimte voor, creëer die avond de ruimte en ga in de energie van de flash back zitten. Kijk ernaar vanuit je hogere zelf, werk gedetailleerd de afzonderlijke energieën uit en zie wat het je brengt. Daar zit een boodschap in, een aanvulling of eventueel de kans om iets te ontladen, maar het is niet klaar, anders was het er niet.
Vraag:
En hoe werk je dat dan uit ? Hoe gaat zoiets dan ?
Marieke:
Ja, dat is natuurlijk voor ieder mens verschillend. Bijvoorbeeld dat jonge meisje, dat is in die tijd tegen haar zin in geaborteerd van een vrij grote foetus en is daaraan overleden. Dat is heel drastisch, tegen haar wil in gebeurd. Dat kind, dat meisje, dat was heel naïef. Ze hield verschrikkelijk veel van die man. En dacht, ik geloof dat ik een kindje krijg, nog echt zo in die kinderlijke onschuld. Een traumatische abortus tegen je wil in, waaraan je overlijdt, dat heeft een emotioneel energetische informatiestroom welke door kan werken in levens daarna.
Een ander voorbeeld is dat toen ik vroeger zwanger was van mijn eerste kind, ik altijd bang was der er iets ernstigs zou gebeuren waarom er risico voor hem was om te sterven, waarom wist ik niet. Dat kind is eerder mijn kind geweest, dat ooit in een ander leven, overleden is aan de pest, heb ik later in regressie waargenomen. De oude informatiestromen, die oude angststromen die zaten daar nog op gekleefd. Dat is geen schone energie. Dat geeft aanleiding tot projecties.
Op het moment dat ik dat soort oude stromen tegenkom, dan zet ik vanuit mijn hoger zelf dezelfde energieën los door gewoon mijn lichaam te laten uitbeelden, te laten bewegen zoals het nodig is om de oude positie weer te laten herleven. Het lichaam heeft zijn eigen ritueel van ontladen, die geeft energieën vrij, die geeft beelden vrij, die geeft geuren vrij, die maakt dat het lichaam zich vormt naar de oude pijnherinnering. Op zo’n moment kan je bijvoorbeeld eerst in een angsthouding gaan liggen om de energie op te roepen, maar vervolgens kan je ook je lichaam gaan ontspannen, zodat energieën ontladen. Je kan warmte toevoegen aan je buik. Je kan het vorige leven dieper, ontsluiten qua herinneringsstroom met de technieken die je geleerd hebt met hypno therapie. Ik kan de positieve herinneringsstromen uit dat leven dat ik prettig vind evenzo toelaten vanuit het stilzijn.
In de innerlijke communicatie met dat meisje met dat karakter van toen, in relatie tot wie ik nu ben, maak ik een grotere eenheid samen. Ik laat haar toe en dat wat haar getraumatiseerd heeft laat ik los vanuit bemoediging. Ik begeleidt haar zoals een moeder haar dochter van zestien begeleidt die zo'n ervaring heeft gehad.
Vraag:
Komt dat ook overeen met wat Marleen net hierover vertelde?
Marieke:
Dat komt er mee overeen, ja. Ik denk zeker, wat die spontane stukken betreft, het ook heel leuk is om er bewust mee te spelen. Dit is dan geen letterlijke marteling geweest, maar voor zo'n jong meisje voelt dat wel als zodanig, zeker als ze eraan overlijdt. We gaan er nog wel een keer dieper op in. Ik heb hier een gedicht dat ik geschreven heb naar aanleiding van een dergelijk soort ervaring het heet Regressie II. Ik heb meerdere regressie gedichten geschreven:
Regressie II
Nu er
vanuit de diepste lagen
van mijn wezen
beelden
van voorbije levens
zich kenbaar maken
aan mij
om in helderheid
het daglicht te ontmoeten
kijk ik
vanuit het hogere weten
nu diep geworteld in mij
naar deze oude levenslessen
die mij mijn verhaal
door de tijden heen vertellen.
Onpeilbare dieptes.
Levenslange omzwervingen.
Pijn zo diep ingekerfd
dat bij elke barenswee
de echo's worden weerkaatst
in mijn hart vol mededogen.
Mogen al deze levens van mij
nu samenvlieden
in één opwaartse stroom
vanuit de volkomen acceptatie
dat ik ben, die ik ben.
Het is een optelsom van ervaringen, degene die ik nu ben geworden.
Dat meisje is een onderdeel van mij, net als de baby die ik was in dit leven een onderdeel van mij is. Ook de vrouw van twintig of de vrouw van dertig. Al die ervaringen scheppen een heelheid in mijzelf. Wanneer ik toelaat wat mij toebehoort, zonder censuur daarop toe te passen, alleen maar het te verzorgen, te koesteren en te accepteren en de moeilijke pijnmomenten niet stil te zwijgen, maar ze toe te laten en naar een heling toe te werken, dan word ik dieper mijzelf.
Wanneer ik voortdurend flash backs tegenhoud, ze als gevaarlijk beschouw en bang ben dat ik erdoor overmand word, dan zal ik er uiteindelijk door overmand worden. Dan heb ik geen controle meer om ze in banen te leiden. Dan kan je bijvoorbeeld psychotisch worden. Wanneer je kinderen vanaf jongs af aan leert dat iedere flash back zinvolle informatie in zich heeft op symbolisch niveau en soms ook letterlijk, dan heb je een enorm leermoment, als je bereid bent om daarmee te werken.
Vraag:
Zie je veel parallellen tussen realistische nachtmerries en flash backs, en zo ja, wat zijn dan de verschillen in kwaliteit ?
Marieke:
Dat vraagt een veel bredere uitleg. Er is een heel groot verschil.
Als ik zelf heel realistisch droom dan werk ik ermee vanuit symbolische betekenis. Het gebeurt natuurlijk ook dat die betekenis zich letterlijk afdrukt in mijn leven, maar in principe werk ik het eerst symbolisch uit en beschouw ik alle rollen in de droom als onderdelen van stukken in mijzelf.
Wanneer ik er op die manier uiteindelijk onvoldoende uitkom en de informatie blijkt ruimer te zijn, dan geef ik het de gelegenheid om het verder te ontdekken, maar zonder dat ik het dan bewijszuchtig vastleg. Ik laat het dan als een open ervaring en ik zie wat het wordt.
Vrager:
En als iemand 's nachts wakker wordt en als het ware een wakende droom heeft ?
Marieke:
Die hebben vaak veel heldere informatie. Maar dat voert nu te ver. Dat kost gewoon veel meer tijd.
Vrager:
Mag ik nog een vraag stellen ?
Marieke:
Ja, dan zullen we zo afsluiten, ja.
Vrager:
Het is mij nog niet helemaal duidelijk hoe je daar precies mee om moet gaan. Wat ik bedoel is dat Marleen zegt dat je dus al slijpende en net kwam het ook al ter sprake, al spelenderwijs met de realiteit, zeg maar het kind kan verwerken, waarom je dan niet in regressie therapie kan gaan, of het kind niet in regressie kan laten gaan of je dan niet kan vertrouwen op de wijsheid die het in al die levens heeft verzameld....(verder niet verstaanbaar)
Marieke:
In bepaalde gevallen is dat ook mogelijk als het trauma diep verankerd is en voortdurend voorrang vraagt en het gewone leven haast wegvliedt omdat het oude leven centraal staat, zo lijkt het dan, dan is het heel gunstig zelfs om met regressie te werken. Je dient dan hele vertrouwde beelden toe te voegen aan een kind, bijvoorbeeld een lieve Sint Bernardshond die hem altijd zal beschermen, of je hebt andere symbolen nodig waar het kind zich per definitie aan vast kan houden door dat hele trajekt heen.
De normale herinneringsbeelden en flauwe herinneringsbeelden van vorige levens vragen zelden om het zo diep te doen. Het is dus echt als het trauma zo veel ruimte inneemt bij het kind dat het gewone leven daardoor geen ruimte krijgt, dan kan het echt niet anders. Dan is het zeker zo dat het kind geholpen wordt om via het eigen zelfsturend mechanisme daar heling in aan te brengen. Vooral bij jonge kinderen is het vaak een kwestie van uitslijpen. Het auraveld gaat zich steeds meer verdichten op 3 - 4-jarige leeftijd en dan vindt op een natuurlijke manier al plaats dat herinnering stromen aan eerdere levens sterk afgezwakt worden.
Wanneer je dan ongewone herinnering stromen gaat verdichten bij zo’n jong kind, door het in herhaling op te roepen, moet er weer meer uitgeslepen worden. Wanneer er na die verdichtingsperiode na dat het kind vier, vijf jaar oud is, bijvoorbeeld nog heel veel ruimte ingenomen wordt door een trauma, dan hoef je het niet te laten als het echt zo veel ruimte inneemt. Er zit dus een criterium in. Als die natuurlijke afbouw naar verdichting van herinneringen t.a.v. eerdere levens plaatsvindt moet je niet zo sterk ingrijpen, dan kan je beter zachtjes masseren en het kind heel veel in de open natuur laten zijn. Daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat er geen extra beelden opkomen die verzwaren.
Vraag:
Dat is eigenlijk wat Bastiaanse ook deed. Die deed het dan nog met LSD. Maar alleen bij hele ernstige oorlogstrauma's die echt zoveel plaats innamen dat het gewone leven daardoor gestoord werd.
Marieke:
Ik heb jaren gekend dat ik geen enkele reïncarnatie therapeut kende. Wanneer ik zelf regressie ervaringen kreeg van eerdere levens dan was het dus aan de orde dat ik daar doorheen ging, andere mogelijkheden waren er niet. Zo is het natuurlijk bij een jong kind ook, die weet niet van een wereld van regressie- en reïncarnatie therapeuten. Wanneer het dus een herinneringservaring krijgt die heel erg aangrijpend is, dan dient hij het via zijn eigen spel te verwerken. Je kan zien aan het spel van kinderen en aan hun communicatie stromen, wanneer het niet meer verwerkbaar is. Zo is het ook bij mij gegaan.
Ik heb stukken gehad die ik in mijn eentje aankon. Er waren stukken bijvoorbeeld rondom martelingen die ik niet in mijn eentje aankon. Die kwamen terug om de twee, drie maanden en die waren traumatisch dicht aan de oppervlakte gekomen, die kon ik ook niet meer wegduwen. Dat wilde ik ook niet, maar daar moest ik wat mee. Dat was te heavy om dan helemaal in mijn eentje, bijvoorbeeld in doodsstrijd, mezelf ook nog te begeleiden.
Dan is het goed dat er een therapeut is die je daar doorheen sluist. Ik ben op dit gebied extreem gevoelig. De meeste mensen hebben flauwe beelden, maar bij mij ging het wel even verder dan flauwe beelden.
Ik had als ik echt de regressies in schoot, en dat liet ik dan ook bewust gebeuren, soms zelfs urineverlies. Bijvoorbeeld bij de herbeleving van gevoelens en beelden van verbranding van mijn lichaam was de angst zo groot, dat mijn lichaam haar controle verloor. Dus het was niet even een regressie. Dat soort regressies heb ik zelf steeds kunnen begeleiden, maar toen dacht ik, nu vind ik het welletjes.
Bij een jong kind kan dat dus zo ook. Kinderen die bijvoorbeeld zindelijk zijn en die op een gegeven ogenblik een oude laag openleggen, kunnen ineens niet meer zindelijk blijken te zijn. Wanneer die doodsangst overmant dan kunnen ze ineens controle verlies hebben over de blaas. Snap je hoe dat kan werken?
Op het moment dat ik mezelf toesta die doodsangst door te gaan en dus in die herinnering ook in mijn lichaamsstructuur diezelfde mechanismen weer terugvind, dan kan ik gelukkig daar naar kijken en blijf daar niet in hangen. Ik kan de volgende dag gewoon mijn werk of andere dingen weer doen, maar een kind niet. Die heeft geen volwassen persoonlijkheid die het in zijn voegen kan brengen.
Vraag:
Die ik identificatie is nog niet goed.
Marieke:
Dat is juist.
Vraag:
Als opkomende flash backs bij mensen in de psychiatrie bijvoorbeeld gezien worden als een negatief iets en er wordt medicatie toegediend om dat dan maar weer leefbaar te maken, waar resulteert dat in ?
Marieke:
Dat is een hele belangrijke vraag. Ik zal daar mee afsluiten.
Als er langdurig medicatie verstrekt wordt om flash backs te voorkomen, dan vergruist dat de informatie die nog compact in de flash back aanwezig lag. Hierdoor is het werkmateriaal steeds moeizamer terug te vinden. Dat is het eerste beeld dat ik daarbij ontvang.
Ook krijgt de persoon een ander gestoord gevoel, want de flash backs voelden nog als een bepaalde realiteitswaarde, terwijl de afstomping die plaatsvindt door de weerhouding van flash back de persoon vaak levenloos in gevoel doet achterlaten.
De flash backs is pijnlijk en veelvragend, maar het is een levend gevoel. Het verstoren van de flash backs in een continue mate geeft een levenloze afdruk aan de mens die dat ondergaat, want zijn onderbewustzijn wordt verlamd.
Als vervolg, zie je dat de ooguitdrukking van de persoon in kwestie een, ik zou haast zeggen, een versplinterde uitdrukking achterlaat. De gerichtheid wordt hem ontnomen, want ogen drukken de emoties ook uit van de ziel. Een flash back herinnering zal de ogen een sterke gevoelsuitdrukking geven. Het voortdurend de flash backs wegdringen maakt de ooguitdrukking matter en ongrijpbaarder. Het valt haast uiteen.
Vrager:
Moet je dan ook niet tussen twee kwaden de minst kwade kiezen ?
Marieke:
Zal ik dadelijk ook op ingaan, ja. Ook zie je dat vaker zweetklachten ontstaan bij de voetzolen. Als de flash backs niet omhoog kunnen flushen, dan worden ze naar beneden toe gedrukt, want het onderbewustzijn is overvol gelopen met verwerking. Wat het niet meer aankan moet toch afgevoerd worden. Je krijgt transpiratieklachten op plaatsen, zoals de voetzolen, die normaal niet zo zouden transpireren.
Hetzelfde geldt ook voor zweet tussen de vingers in. De benauwdheid van het onderbewustzijn neemt toe en er is geen passend ontladingscircuit meer aktief. Flash backs kunnen mensen ook aandrijven, bijvoorbeeld tot grootheidswaanzin of tot een vernietigende blik naar zichzelf toe, waar ze zichzelf uitermate klein maken. De flash backs geven een lading van intentie af. Dat geeft ook al direct zicht op het onderliggende probleem.
De opkomende flash backs die niet gegenereerd worden en niet ontladen worden ter plekke, middels analyse en uitbeelding en creativiteit, die kunnen zichzelf steeds hoger opvoeren. Hierdoor krijg je steeds meer, wat wij dan noemen, de ontwikkeling van psychiatrisch ziektebeelden.
Daarom is het ook zo dat als een cliënt zich pas aanmeldt wanneer het al te laat is, je met het dilemma zit hoe je daarmee moet overweg gaan. Ga je nou medicatie toedienen, zodat de flash backs dienen te stoppen of is er ook ergens een midden te vinden, waarin je een bepaalde controle krijgt over de flash backs die vrijkomen. Je kan daar dan therapie mee doen en dan langzamerhand de medicatie zo afbouwen dat de informatiestroom weer toeneemt.
Wat ik er nog aan toe kan voegen is dat iemand die veel last heeft van ongewilde flash backs, er echt aan lijdt, ontzettend gebaat is met regelmatige baden in lauw warm water met helende etherische oliën, die kalmeren en geruststellend zijn, en het gevoel van behoeding achterlaten. De flash backs en de herinneringstrillingen kunnen dan in het water opgenomen worden. Na het baden moet je douchen, want dat bad zit vol met herinneringstrillingen die uit het overvolle auraveld achtergelaten zijn.
Dit is een zachte vorm van ontlading, ondanks dat je het niet allemaal kan verwerken. De energiestroom wordt geholpen zich makkelijker te onthechten. Water in je aura, zo compact als in een bad, maakt dat het hele auraveld in het water ligt. Die herinneringsstromen vermengen zich met de watermassa. Water is een heel prachtig geleidingssysteem. Wanneer je het bad uitstapt hangt een deel van de overmaat aan herinneringsstromen dat daar in jouw auraveld verbleef, in het water en niet meer in jouw auraveld.
Altijd lauw warm water gebruiken. Wanneer je te hete baden geeft aan iemand die zich moeilijk kan begrenzen, die verliest te snel hierdoor zijn energie en wordt dan vervolgens zo moe, dat hij daar weer geen persoonlijke ik controle op uit kan oefenen. Dus lauwwarm water, met goede etherische olie, aangepast aan het karakter van de persoon.
Nou, echt de allerlaatste, of zullen we toch stoppen?
Vraag:
Ik zou willen weten welke oliën.
Marieke:
Dan moet je zelf op onderzoek gaan in relatie tot de cliënt.
We hebben een hoop gedaan. Als jullie even pen en papier pakken.
De volgende bijeenkomst is 9 maart, dat is op een maandag en die is weer van 11.00 tot 16.00 uur. Ik ga met Peter overleggen, zodat er een goede brief naar buiten kan. Jullie kunnen dan bestellen wat we tot nu toe gedaan hebben en wat is uitgewerkt.
Bron:
www.devrijemare.nl
Geplaatst door Redactie Earth Matters

Waardeer je de artikelen van Earth Matters? Overweeg dan een donatie. We doen het vrijwillig, maar er zijn wel kosten van kantoor, ict, hosting, reiskosten etc. We hebben het echt nodig en elke bijdrage maakt een verschil...
Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Redactie Earth Matters
Orongo Producten
Laatste artikelen in deze categorie
Lees alle artikelen in deze categorie
Quote
Ik weet niet wat er op het toneel met me gebeurt, iets anders lijkt het over te nemen.
Maria Callas, Amerikaans operazangeres
Blijvend actueel
- The Story of Bottled Water
- Depressie is GEEN chemische onbalans in uw hersenen – Dit is het bewijs
- Technocratie, Koolstofvaluta en Smart Grids (Intelligente Energienetwerken)
- The Awakening as One Trilogy – “The Prophecy”
- De ongewenste resultaten van energiezuinige lampen
- Onder vuur van straling
- The Crisis of Credit Visualized
- Interview met Dos Winkel: huidige stand vervuiling en verzuring van zeeën
Meest gelezen
- Ceremonie om jezelf te vergeven - Don Ramon
- Dear Woman
- 6 juli 11 | Het Mysterie van de Liefde | Geert Kimpen in Groningen
- Mindfulness in je relatie
- Seks + Liefde = COOL!
- Tantra en porno: als water en vuur?
- Persoonlijk leiderschap als basis voor dienend leiderschap
- Eenzaamheid: Creëer je eigen haardvuur... Hoe eenzaamheid tot vervulling leidt.

Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.












