Helder | deel 1

Grandma

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:5355
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Earth Matters

Gekoppelde categorieen
Gezondheid, Bewustzijn, Literatuur

(Earth Matters | door Isabelle Hofstra) Er heerste rust op de afdeling. Het moderne gebouw ademde een sfeer van vertrouwen uit. Alle afdelingen waren in aarde tinten geschilderd en er hingen schilderijen met oude taferelen: een akker met een boer, een korenveld, klaprozen in de berm.

De overwegend zeer oude patiënten deden bijna allemaal hun gebruikelijke middagdutje. Sommigen in de stoel op hun kamer, anderen in bed. Een klein aantal mensen schuifelden door de huiskamer en een enkeling zat bij de bushalte.

Toen het gebouw werd geopend schonk de gemeente Alkmaar een afgeschreven, maar in zeer goede staat verkerend, bushokje met bijbehorende paal waarop de bustijden vermeld stonden. Het bleek een gouden greep; veel demente patiënten maakten dagelijks gebruik van het bushokje en verheugden zich op hun ‘uitjes ‘.

Na verloop van tijd werd ook een kamer ingericht zoals deze was rond 1930. Leunstoelen met kanten kleedjes, een pers op de tafel, een petroleumstel, oude schilderijen en boeken en een namaak openhaard.

Soms werd een patiënt bij de arm genomen als deze onrustig was.In de huiskamer kwamen ze weer tot rust en enkelen begonnen te praten over de goede oude tijd, vaak onsamenhangend, soms kraakhelder.

Sinds kort droegen de mensen op deze afdeling een chip. Zodoende konden ze zich vrijer bewegen. De verpleging hield in de gaten waar ze zich in het gebouw bevonden. Alleen de buitendeur was gesloten.

Lonneke drukte op de bel. Toen ze haar naam genoemd had en die van haar oma, ging de deur open.

Ze was vroeg vandaag, het laatste uur Duits was uitgevallen. Dat was puur mazzel want Duits was haar ergste vak. Woensdagmiddag was haar vaste middag bij oma. Sinds een aantal maanden woonde oma nu hier in Lindenstijn en ze zag iedere week dat oma achteruit ging. Het maakte haar droevig. Op school wisten weinig kinderen van haar wekelijkse bezoeken. Alleen een enkele vriendin had ze ingelicht. De meesten van hen hadden het steeds maar over jongens en uitgaan. Ze was bang dat ermee bespot zou worden en daarom praatte ze er maar niet over.

Toen ze met de lift boven kwam zag ze in de verte meneer Muis al lopen. Hij heette zo en het grappige was dat hij doorzijn spitse gezicht ook nog op een muis leek. ‘ Ik ben hier!’ riep hij naar haar. De komende anderhalf uur zou hij dat blijven roepen. ‘Mooi!’ riep Lonneke terug.

Toen ze de lange gang inliep kwam mevrouw Van Dam uit haar kamer.’Joehoe’ riep ze, ‘Ik ben wakker’.  Ook dat zou zo blijven. Lonneke glimlachte.

Dit was wat ze later wilde worden; verpleegkundige van demente bejaarden. Vanaf dat ze hier binnen kwam en de sfeer proefde had het haar in de ban. Vooral het samenwerken met de mensen vond ze zo prachtig, zo ontroerend ook.

‘Dag lonneke, ben je er weer’ begroette oma haar. Wat was ze blij dat oma haar nog herkende! Dat zou vast snel veranderen.

Het was begonnen met het gas aan laten staan en de weg kwijt raken bij het boodschappen doen. Enkele keren had de politie haar ouders opgebeld om te vertellen dat ze haar naar huis hadden gebracht. Op een dag kon het echt niet langer. Om vier uur ’s nachts was oma opgestaan, had zich aangekleed en was gaan winkelen. Het was herfst en guur buiten, maar ze droeg haar zomerjas.

Een politieauto had haar aangehouden en gevraagd waar ze op dit uur naar toe ging. Ze had kordaat geantwoord dat ze ging winkelen en of ze zich daar niet mee wilden bemoeien. Het had veel overredingskracht gekost om oma zover te krijgen dat ze was ingestapt.

Eerst belandde ze in een ander, grauw oord waar crisisopvang geboden werd.

Lonneke gruwde van het gebouw alleen al. En dan de kleine kamers, om nog maar te zwijgen van de manier waarop ze tegen oma praatten! ‘Zo mevrouwtje Bloemhof, we gaan even douchen’. Of:’ Hoe voelen we ons vandaag omaatje’.

Lonneke was razend thuis gekomen, had haar fiets in de schuur gesmeten en had een stevige vloek laten horen. Haar vader berispte haar om dat woord, maar ze was nog kwader geworden.’ Hoe haalt iemand het in haar hoofd om zo tegen oma te praten’ brieste ze.

Oma was een vrouw die in haar leven zeer gerespecteerd was geweest. Ze had les gegeven op het Doveninstituut en kon als geen ander omgaan met mensen. En dan werd ze zo behandeld.

Na een aantal weken kwam er in Lindenstijn een kamer vrij. Ze waren gaan kijken. Haar ouders en twee broers en Lonneke zelf. Wat was de eerste kennismaking al een verademing geweest. Ze waren allemaal opgetogen geweest.

De overgang van het ene verpleegtehuis naar het andere was een crime geweest. Oma had boos gereageerd en wilde niet meewerken. De enige die haar kon beïnvloeden was Lonneke. Hun band was ontstaan toen Lonneke drie jaar was en veel in het ziekenhuis had gelegen. Haar moeder werkte en oma zat telkens naast haar bed. Ze las eindeloos boekjes, zong liedjes en troostte haar als er weer een vervelend onderzoek had plaats gevonden. Die band was alleen maar sterker geworden gedurende de jaren.

‘Dag omaatje van me’, begroette Lonneke oma terug en gaf haar drie kussen. Oma glimlachte en streek over haar wang. ‘Lief’ zei ze,en toen:’ Lonneke is lief’.

‘Zal ik een lekker kopje thee gaan halen?’ vroeg Lonneke en trok onderwijl haar jas uit. ‘Ja, thee’ zei oma. Sinds enkele weken sprak ze nog maar in woorden of in hele kleine zinnen.

De thee was heet en Lonneke deed er wat koud water bij. Oma had dat niet meer in de gaten en zette hete drank zo tegen haar mond.

‘Zullen we na de thee gezellig in de huiskamer gaan zitten? vroeg Lonneke, toen ze zaten te nippen aan hun theeglazen. ‘ Ja, huiskamer’ zei oma en keek haar blij aan.

Op de gang liepen ze even later arm in arm. Een verpleegkundige liep voorbij en groette vriendelijk: ‘Dag Mevrouw Bloemhof. U boft maar weer dat Lonneke er is. ’ Oma glunderde.

Even later zaten ze aan de tafel met het dambord tussen hen in. Oma lachte en verschoof een damstuk. Daarna dwaalden haar ogen weg. Opeens wees ze naar de kast met de fotoalbums. ‘Kijken’ zei ze. Lonneke wist dat het zou komen. Oma keek graag foto’s en  dit waren vergeelde albums met ouderwetse foto’s. Oma was er dol op.

Meneer Muis kwam ondertussen binnen en riep: ‘Ik ben er’. Hij liep enthousiast naar Lonneke. ‘ Weet jij ook wanneer de bus komt. Ik wacht nu al drie kwartier. Er is zeker weer vertraging’.  ‘Zal ik even met u meelopen?’ vroeg Lonneke en samen liepen ze de gang op.’ Wat vervelend toch van die bus’ zei Lonneke.’Ach’,  antwoordde meneer Muis ‘ Het is al zolang een gedoe bij die busfirma’ ‘Ja ja, ’ antwoordde Lonneke.

Toen ze bij de halte aangekomen waren zaten er maar liefst drie andere mensen. Een meneer die ze niet kende zat ikn een lange zwarte jas met hoed op en de paraplu in de hand op het bankje. Hij keek strak voor zich uit. Een dame in een bontjas hield een pop geklemd tussen haar armen. Lonneke keek op de dienstregeling. ‘ Nog even geduld hoor,’ zei ze richting de wachtenden;

’ Het duurt niet lang meer!’. ‘ Dat moest nog mooier worden’ zei de man in de zwarte jas ‘ Ik zit hier al eeuwen. Ik heb haast, want ik moet naar mijn werk’. ‘Waar werkt u’ vroeg Lonneke beleefd. ‘ Ik werk op een Makelaars kantoor. Grunberg en Mezen’ antwoordde hij, ondertussen op zijn horloge kijkend.

‘ Goeie reis hoor’ zei Lonneke en liep terug naar de huiskamer.

Oma zat nog steeds de foto’s te bekijken. ‘ Vader’ zei ze, naar een foto kijkend van een man. Lonneke wist maar al te goed dat het willekeurige foto’s waren, dus kon het beslist niet de vader van oma zijn. Maar ze deed mee. ‘ Uw vader, oma?’ ‘ Mijn vader’ zei oma, en begon te huilen.

Dat was ook nieuw bij oma, dat ze vaak moest huilen. Ze had erover gelezen dat het bij dementie hoorde. ‘ Vertel eens wat over u vader oma, was hij een lieve man?’ Oma keek haar met grote ogen aan.’Dood, ’ zei ze. ‘Weet u nog hoe oud u was oma toen uw vader stierf?’ Oma keek voor zich uit. Lonneke zag haar graven in haar geheugen.’ Vier ‘ antwoordde oma. Dat klopte met wat Lonneke wist. Oma had haar vader vroeg verloren, hij was gefusilleerd aan het eind van de oorlog.

‘ Jemig oma, dat is heel jong hoor. Ik heb gelukkig mijn vader nog en ik ben al 16’. Ze gaf oma een papieren zakdoekje. Ze bleef de tranen maar wegvegen.

Het werd tijd om oma wat op te vrolijken.’ Zullen we even lekker naar buiten gaan oma, het zonnetje schijnt?’ vroeg ze toen. Direct keek oma haar blij aan en lachte weer. Die overgangen zag ze vaak, schijnbaar hoorde dat er ook bij.

Buiten gekomen scheen de maartse zon uitbundig. Er kwam alweer blad aan de bomen en je rook het voorjaar. Oma genoot zichtbaar. Toen Lonneke haar weer terugbracht zag ze de vermoeidheid in haar oma’s ogen en dankbaar zakte oma weg in de kussens van de bank. Even later sliep ze.

Klik hier voor deel 2

 Bron: earth-matters.nl


Geplaatst door Isabelle Hofstra

Isabelle Hofstra

In 1992 kreeg ik van iemand het boek : ‘Luisteren naar kinderen ‘van Thomas Gordon. Ik was direct gefascineerd door de praktische benadering die hij heeft naar communicatie en omgang met kinderen.

Balans in de relatie ontstaat door de grondtoon van deze methodiek: ik ben belangrijk, jij bent belangrijk...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Isabelle Hofstra



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Een mens is een mens omdat hij anderen als mensen ziet.

Desmond Tutu, Zuid-Afrikaans dominee











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.