De Toekomst van een wezenlijk waardevast bestel

Zonder geld zijn we allemaal gelukkig

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights


(Marieke de Vrij) Waar gaat de wereldeconomie naar toe en hoe kunnen we het tij keren?

Jan de Dood en Marieke De Vrij, aan de hand van doorgevingen eind 2007 en heeft nog niets aan actualiteit ingeboet. 

Inleiding

In de afgelopen decennia zijn er steeds meer ‘luchtbellen’ gecreëerd binnen ons economisch en financieel bestel. Dit heeft tot gevolg dat het natuurlijke gezag dat financiële middelen in het (verre) verleden hadden vanwege de waardevastheid, niet meer aanwezig is. Er worden financiële concessies gemaakt die geen basale zekerheid meer in zichzelf hebben.

Dit stelsel dat steeds meer op zichzelf komt te staan en meer en meer vervreemd raakt van de werkelijkheid, zal opnieuw moeten integreren met deze werkelijkheid. Om dit te

bereiken zal er de komende jaren een omslag moeten plaatsvinden in het hele sociaal-

economisch denken, maar ook in de basale werkelijkheid van de financiële stromen.

Het project ‘De Toekomst van een Wezenlijk Waardevast Bestel’ dat ten grondslag ligt aan dit document, is een eerste aanzet tot richting geven aan dit nieuwe denken. Het is een gezamenlijk project van Marieke de Vrij en Jan J.Ph.M. de Dood.

We zullen een aantal zaken benoemen die van belang zijn bij het denken over een nieuw (sociaal/economisch) bestel.

Verschuiving van het machtsevenwicht

Het is inmiddels duidelijk dat er een verschuiving in het economisch machtsevenwicht plaatsvindt. De economische krachten in de Verenigde Staten beginnen af te nemen als gevolg van bovenmatige bestedingen van overheid en consumenten. De enorme schuldenopbouw bij de consument en de implosie van de huizenprijzen. zullen er toe leiden dat de bestedingen af zullen nemen. In het kielzog hiervan zullen bedrijfsinvesteringen afnemen en zal de winstgevendheid van het bedrijfsleven onder druk komen. Uiteindelijkzal dit de Verenigde Staten treffen in de eigen kredietwaardigheid. Een verder verzwakkende dollar is hier zowel oorzaak als gevolg van. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken is een sanering van particuliere en overheidsfinanciën noodzakelijk. Om hier een structureel karakter aan te geven zullen de nodige offers moeten worden gebracht. Één van deze offers is het opgeven van (een gedeelte van) de militaire machtspositie.

De hiervoor genoemde verschuiving van economische en militaire macht is geen nieuw fenomeen in de wereld. Paul Kennedy heeft hier een aantal jaren geleden een prachtig

boek over geschreven met de titel ‘The rise and fall of the great powers’. Vaak zien we dat na een grote crash in de wereldeconomie er even een soort van ademstilte plaatsvindt. Deze ademstilte wordt vaak zeer snel gevolgd dor een eruptie van energie op een andere plaats, ofwel een opleving van economie en cultuur op een andere locatie. Hiermee kan het proces van opkomst en ondergang van een wereldmacht opnieuw van start gaan.

Echter, binnen de huidige constellatie waarin de wereldeconomie zich bevindt is er geen sprake van een eenzijdige neergang en een eenzijdige opkomst. Dit keer zullen beide bewegingen op meerdere plaatsen binnen de wereldeconomie tegelijk plaatsvinden. De economieën die nu nog goed lijken te draaien, zullen door de erosie van hun intrinsieke waarde, teveel schulden en andere structurele problemen, niet langer in staat zijn hun eigen basale structuur actief te houden. Dit creëert enerzijds sociaal rangordeverlies en anderzijds betekent dit dat de economische voortgang zich maar beperkt kan voortzetten. Men dient te leren met minder tevreden te zijn en zal de arrogantie rondom het werelddenken los moeten laten.

De toekomstbepalende factor voor de verschuivingen in de wereldeconomie, is de wijze waarop op internationaal niveau contact is en wordt gelegd tussen volkeren en landen die nu nog als economische macht geheel of gedeeltelijk in diskrediet leven. Men zal zich namelijk de autoriteit van de huidige economische machten en hun menigmaal arrogante opstelling met betrekking tot winstbepaling blijven herinneren. De huidige machten zullen in de verschuiving zich bewust moeten blijven van de benadering die zijzelf aan anderen toegekend heeft. Één van de belangrijkste samenwerkingsverbanden die we in de nieuwe constellatie zien is die van China en Afrika.

Deglobalisering

Na de grote globaliseringtrend van de afgelopen jaren zullen we ook hier een omslag zien. In de toekomst zullen de landeigenheid, de diversiteit van de volkeren en de continentale bepaaldheid meer bepalend zijn voor de economische machtsverhoudingen. Men moet zich realiseren dat men meer zelfredzaam moet zijn. Men moet meer onafhankelijk kunnen functioneren op het gebied van de basale levensbehoeften. Dit betekent niet dat men geheel onafhankelijk moet zijn. Daar waar vriendschapsbanden tussen landen zijn ontstaan en worden onderhouden, kan men de uitwisseling van goederen, voorzieningen en wetenschappelijke kennis in het kader van vriendschappelijkheid laten bestaan. Men dient als het ware meer te werken aan bilaterale banden dan te vertrouwen op een verdergaande globalisering, waarin de kans op een te grote afhankelijkheid van een andere partij voor onoverkomelijke problemen kan zorgen. Een voorbeeld hiervan is de opstelling van Rusland als het gaat om de verstrengeling van haar politieke ambities met haar machtspositie met betrekking tot de energiebelangen.

Men dient zich te gaan realiseren dat internationale verstandhoudingen ook en misschien wel vooral opgebouwd dienen te worden op een menswaardige wijze. Dat gaat dus verder dan een economische vertaalslag in de vorm van prijsafspraken en de intentie om de eigen economie draaiende te houden. Indien op het menswaardige vlak geen verbinding wordt gemaakt, zal ook de economische verbinding niet bestendig zijn.

VOC mentaliteit

Een vergelijkbare periode en ontwikkeling in de wereldgeschiedenis vinden we in de 17e eeuw. In die tijd zagen we ook de behoefte om richting het buitenland te expanderen, zonder daarbij voldoende zorg te hebben voor de gewone burger. In het algemeen kan men zeggen dat de welvaartsdenkers en -dragers bovenmatige aandacht kregen en onderhielden, ook op gezagsniveau. En dat de gewone bevolking zich zeer ondergeschikt diende te gedragen naar wat de welvaartsdenkers vonden. 

Eenzelfde ontwikkeling hebben we de afgelopen periode gezien, de sociale waardigheid van de burger wordt ondergeschikt gemaakt aan de grote stroom van het welvaartsdenken.

Het zorgwekkende is dat de scheiding van de mensen die in welvaart kunnen denken en de mensen die welvaart kunnen beleven groter lijkt te worden. Ook zien we dat de welvaartsdenkenden die ook financieel meer bemiddeld zijn, te veel overzees gaan denken (symbolisch en letterlijk) waardoor zij hun wijze van winstvoering afhankelijk stellen van andere gebieden en zij daardoor kwetsbaarder worden. Je kunt die landen nu niet meer dwingen tot slavernij (om het zo maar te noemen). Als die zich welvarender op gaan stellen, de macht in eigen hand willen nemen, de technieken bekeken hebben die in de fabrieken daar draaien, zich de kennis eigen gemaakt hebben die daar is, dan nemen ze het heft in eigen handen en dan is er te weinig een monopoly of systeem in het eigen land van oorsprong actief om een verdere welvaart goed op te kunnen bouwen.

Een verschil met de 17e eeuw is dat het kolonialisme in een andere vorm is doorontwikkeld. In vroegere tijden námen we alleen, nu stellen we er financiële middelen voor in de plaats. In die zin is er wel wat veranderd. Dat het in die landen toch een vergelijkbaar gevoel geeft, heeft te maken met de rechten die wij er aan willen ontlenen. De rechten worden niet goed doorberekend naar het land van oorsprong. Het kolonialisme wordt dus niet in letterlijke zin  bedreven, maar we houden de scheve verdeling van nemen en geven wel in stand. Men dient de opbrengsten op een rechtmatige wijze door te berekenen aan alle betrokken partijen, anders blijft die oude energie doorwerken. Het uitgangspunt moet zijn dat ieder land zich in dezelfde mate kan en mag ontwikkelen zoals wij in het westen gewoon zijn. De financiële prijs die daar betaald wordt voor diensten en producten dient ter verantwoording te worden gehouden in relatie tot hun ontwikkelingscapaciteiten. Wat zij er verder mee doen, is hun keuze. Er zou in dit verband een gemeenschappelijke verantwoordingsstandaard ontwikkeld moeten worden die op een positieve manier zichtbaar te maken is.

Welvaart en welzijn

In menige cultuur leidt de sociale armoede een verborgen bestaan. De huidige welvaartsculturen, op dit moment de economisch rijkere landen, laten zich er nog veel aan gelegen liggen om de sociale armoede die gerelateerd is aan de financiële armoede, uit de aandacht te houden.

Er wordt zo nu en dan aandacht aan gegeven in diverse media, maar men heeft meer de neiging om de welvarendheid te benadrukken en de voortgang die men daarin maakt, dan om langdurig bovenmatig stil te staan bij de verantwoordelijkheid die men neemt op gebieden waar men het onvoorwaardelijk dient te nemen. Een voorbeeld zien we in de gezondheidszorg. Hier is vaak sprake van een scheve verhouding tussen welke behandeling en medicatie gehonoreerd wordt en individuele zorg op het menselijk vlak. De rangschikking van middelen is vaak te eenzijdig bepaald. Het is niet altijd zo dat financiële welvaart sociale zorg inhoudelijk verbetert. Dit heeft namelijk meer te maken met werkelijke betrokkenheid.

Er is veel meer neerslachtigheid gaande in de gebieden waar zogenaamde economische welvaart is. Het onzorgvuldig omgaan met jonge kinderen, bejaarden en eigenlijk met alle sociale factoren in de samenleving, waaronder ook de dieren, kan ervoor zorgen dat deze groepen maar beperkt kunnen inhaken op de sociale welvaart. Hiermee haal je een stuk energievermogen weg van het positieve effect van het mannelijke en vrouwelijke oerprincipe in de samenleving. Deze drainage van energie werkt indirect door op het collectieve veld, met name als deze ongenoegens zich vertonen in het economische veld. Het economische veld zal bij bepaalde delen van de bevolking resoneren op deze neerslachtigheid. Met name in de welvarende landen die de eigen bevolking te weinig serieus nemen in die gevoeligheden. De economische ontwikkeling krijgt als het ware een loden last mee te dragen.

Gelijkheid van rechten

Tijdens economische crises wordt in het algemeen de nadruk gelegd op de financiële en economische kant van de zaak. De problemen worden benaderd met een bedrijfsmatige, cijfermatige insteek. Het economische systeem was, en zou moeten zijn, een geïntegreerd geheel van twee subsystemen, te weten het sociale en het financiële systeem. Door de nadruk te leggen op het laatste, is het economische systeem ontdaan van haar sociale karakter. Hiermee wordt de waardegevoeligheid van de economie het sterkst bepaald door de rijkgevestigde landen, die uit het oog verliezen dat zij mede sociale armoede dragen van andere landen.

Onze welvaart is niet doorberekend naar de verdelingsfactor die op wereldniveau noodzakelijk is. Men zou, op het niveau van besturen en leidinggeven, de gemeenschappelijkheid moeten erkennen en de sociale voorzieningen een onderdeel van de oplossing laten zijn. De ontwikkelingskans van kwetsbare groepen in de samenleving,

zoals kinderen, ontbreekt vaak in een mate die rechtvaardig zou zijn. De onderbedeeldheid dient socialer doorgetrokken te worden in de richting van ieder land en iedere wereldburger.

Sjacheraars

Één van de minder bekende negatieve factoren in het economische bestel, is die van het circuit van de sjacheraars. Dit zijn individuen die op persoonlijke titel, los van banken en sociaal gereguleerde financiële stelsels, bezig zijn om op basis van eigen beleid mensen op een oneerlijke wijze te benadelen. Ze hebben allemaal hun eigen economische voorwaarden, gebaseerd op het voor hen meest gunstige winstperspectief.

Hoewel we dit soort activiteiten vaak als incidenten afdoen, zijn er wereldwijd zoveel van deze individuen actief, dat door de aaneenrijging van deze individuen er een collectief veld ontstaat dat zichzelf voedt om op het gebied van sjacheren steeds meer uitmuntend te worden.

Dit fenomeen wordt steeds groter en sterker. Er is in feite een onzichtbaar wereldnet in ontwikkeling van individuen die ieder voor zich naar beste kunnen mensen oplichten en indirect profijt hebben van de oplichtkunst van derden, omdat het kennisniveau dat zich verspreid in het algemeen collectieve veld bijzonder is toegenomen de laatste 20 à 30 jaar. Dit vertaalt zich in een nog hogere marge aan onwelverdiend geld. Het gaat hierbij overigens niet alleen om mensen die in de financiële wereld werkzaam zijn, maar juist ook om mensen in de wereld daaromheen.

Hoewel de autoriteiten via verdergaande wet- en regelgeving proberen deze oplichterij te stoppen, blijkt in de praktijk dat dit slechts in zeer beperkte mate effectief is. Ten eerste zijn er altijd individuen die de regels kunnen en bewust willen omzeilen, en ten tweede zullen consumenten door de regulering en toezicht het idee krijgen dat de risico’s steeds minder worden en als gevolg hiervan juist (onbewust) extra risico nemen.

Duurzaamheid

Zoals in vele branches is ook binnen het bankwezen een grote mate van bindingsdrang aanwezig. Het binden van de klanten vindt echter niet altijd plaats met de juiste motieven. De uitgangspunten voor klantenbinding worden niet altijd vastgesteld ten dienste van de klanten, om zo goedgunstig mogelijk en zo verantwoord en zuiver mogelijk de klant te laten deelnemen in de financiële markten. Hierin zou in algemene en in specifieke zin verbetering gebracht kunnen worden.

Allereerst in algemene zin. De betrokkenheid bij duurzaamheid van de onderneming waar zij hun geld, of hun eigen beleggingen, aan hebben toevertrouwd is bij veel klanten zeer beperkt. Los van winst- of rentepercentages zijn veel klanten niet secuur met hun beleggingen als het gaat om duurzaamheid. Zowel bedrijven als beleggers voelen ook een bepaalde gêne of schaamte om hier eervol in te gaan staan. Zij schermen er wel mee in de buitenwereld om klanten te winnen, maar verzwijgen dat een deel van het vermogen dat overgedragen wordt aan hen, besteed wordt aan producten en diensten van bedrijven die eigenlijk niet door de beugel. Openheid is veel gevraagd, maar wel noodzakelijk. Om deze openheid te bereiken, moet men niet alleen criteria vaststellen waar bedrijven, investeringen en beleggingen aan dienen te voldoen, maar moet men ook oog hebben voor neveneffecten van processen en productie van goederen, alsmede voor de gevolgen en verwerking van restproducten. Wat nodig is, is een toetsingskader met 1) criteria voor grondstoffen, materialen en werkzaamheden die nodig zijn om het product te leveren (ofwel de opbouwwaarde) en 2) criteria voor de restproducten die voortkomen uit de verwerking om tot het product te komen.

Arbeidsparticipatie

In economische zin is de markt erg rigide geworden als het gaat om de leeftijdsopbouw van de mensen die werkzaam zijn in een bepaalde sector. Mensen ouder dan 30-40 jaar

moeten al zo bovengemiddeld goed zijn in hun vakgebied, om niet weggewerkt te worden om het productieproces zo voordelig mogelijk, maar ook zo snel mogelijk te laten verlopen. Dat is een onrechtvaardigheid die steeds grotere vormen aanneemt, omdat men in het productieproces niet de uitkomst berekent van wat iets kost als optelsom door al die leeftijdslagen heen, maar men het eenzijdig doorberekent ook tot 30-40 jaar. Mensen moeten het recht hebben om, als zij in het arbeidsproces zijn gestapt, het naar beste kunnen ook af te kunnen maken. Een klein procentueel verschil mag niet inhouden dat zij de kans op de arbeidsmarkt mislopen. Of alleen maar de beste in iets moeten zijn willen zij kunnen blijven.

Het doorberekenen van kosten door alle leeftijdslagen heen, ofwel kostprijsberekening rekeninghoudend met eventuele afnemende arbeidsproductiviteit, kan voorkomen dat men gedemotiveerd raakt om te werken. Een betere motivatie leidt tot minder gevoelens van depressiviteit en tot minder lichamelijke klachten. Dit voorkomt op haar beurt een minder verzwaarde maatschappelijke belasting. Ofwel, een lagere druk op het sociaalfinancieel vangnet van de maatschappij.

Raiders als dagjesmensen

Een andere tendens die we zien is dat veel investeerders zich gedragen als dagjesmensen. Zij kijken bijna alleen naar gewin op korte termijn en zijn niet bezig met een toekomstvisie, of het moet geldelijk gewin opleveren. Deze tendens begint een zorgelijke omvang te krijgen. Je kunt niet een kip kaal plukken en vervolgens zeggen ´ik ga me maar weer eens naar een andere omgeving bewegen om daar diezelfde slag te maken´. Investeren dient veel meer toekomstgericht te gebeuren. Dat houdt in dat je werkt aan sociale netwerken, aan sociale rechtvaardigheid en aan ontwikkeling van een gebied als geheel, in plaats van dat je meer industrieel kijkt hoe je winst kan maken in het perspectief van je eigen leven als winstjager. Om dit toekomstgerichte investeren te borgen, dient een rechtsgeldig  systeem hierop ingericht te worden.

Sociale verbindingen, vriendschap en wederdienst

Als de sociale verbindingen niet beter gevormd worden, de economie van andere landen aan gaat trekken en de rijkere landen minder grondstoffen, materialen etc. krijgen dan ze in werkelijkheid nodig hebben om hun welvaart op peil te houden en er onvoldoende vriendschap is, dan zal er ook geen wederdienst plaatsvinden. Deze wederdiensten zijn echter noodzakelijk om de groei van de diverse economische centra gaande te houden. Het gevaar is aanwezig dat indien bepaalde wederdiensten niet meer geleverd worden, men deze zal afdwingen.

We zien nu al dat er een tekort ontstaat in energie en een aantal andere grondstoffen. Dit geldt in principe wereldwijd, maar in bepaalde snelgroeiende landen nog sterker. Indien deze landen te weinig middelen in en van eigen bodem hebben en dus te weinig zelfbekrachtigend kunnen werken in hun economische drang, dan zullen zij wellicht hun invloedssfeer direct of indirect willen uitbreiden naar andere gebieden om de benodigde middelen op te eisen.

Een belangrijke factor hierbij is hoe historische banden tussen de te onderscheiden landen en regio’s zijn gevormd. Zij die elkaar sociaal onrechtvaardig hebben leren kennen, zullen overgevoelig kunnen reageren op iedere actie die in hun richting wordt ingezet. Zij die geen of een positieve historische band hebben met elkaar, zullen vooral de vrijwillige en daarom meer gedragen samenwerking zoeken.

Beiden hebben nu al een aantal zaken benoemd met betrekking tot de verschuiving van het machtsevenwicht (zie: www.devrijemare.org of www.dedood.nu). Omdat dit één van de belangrijkste ontwikkelingen zal zijn in de toekomst, zullen zij hier ongetwijfeld vaker aandacht aan besteden.

De schommelingen c.q. verschuivingen in het machtsevenwicht spelen al langer onder de oppervlakte maar zullen de komende tijd zichtbaarder gaan worden en zich niet meer weerlegbaar tonen. Deze machtsschommelingen creëren onrust bij de verliezende partijen, die hun machtsfactor zien reduceren. Tegelijkertijd zullen ook, gekoppeld aan de angst die dat teweegbrengt, politieke statements gemaakt worden om het eigen machtsoverwicht te behouden ten nadele van hen die nu aan de macht gaan komen. Het is dus een heel risicogevoelig tijdperk waar we in zitten, omdat als er geen zuivere politiek uitgeoefend wordt men ten nadele van andere landen sturend kan zijn, zelfs tot oorlogsgeweld toe.

Belangwekkend is dan ook om de verschuiving van machtsposities niet zozeer te zien als een machtsbeweging die weerhouden dient te worden, maar om te zien hoe men vanuit vriendschap en wederzijds respect de banden niet doet verbreken. Vooralsnog ziet dat er niet direct gunstig uit. Vanuit politieke overheden, met name vanuit Amerika, wenst men daar niet zuiver mee overweg te gaan, omdat men het spel wil blijven beheersen.

Indien landen als Amerika zouden inzien dat ze beter financiële zorg kunnen besteden aan het interne leefklimaat in hun eigen land, en hun inspanningen niet richten op instandhouding van de machtspositie, zullen ze ervaren dat ze er veel heilzamer uit kunnen komen.

Want als ze het machtsverlies gaan bestrijden, ten nadele van hun sociale leefklimaat, zal er ook heel veel oproer bij de bevolking uitbreken en zal er wantrouwen ontstaan naar de leiders toe, waardoor ook de cohesie tussen deze twee (voor zover die er is) geheel afbrokkelt.

Ofwel, als Amerika in staat is om op natuurlijke wijze goed met zijn bewoners in zorg overweg te gaan en geen oorlogen uit gaat lokken om het huidige machtsevenwicht in stand te houden, maar vriendschapsbanden aangaat met de nieuwe machthebbers, dan zou dat de wereldgeschiedenis ingaan als een verbetering van de mensheid op het niveau van een innerlijke opdracht die hier ligt. Maar als hier de niet waarachtige intentie levend blijft, dat je alleen maar bij mácht goed kan leven, dan is het weer een gemiste kans en zullen ook de verstoringen zo groot worden dat die innerlijke opdracht opnieuw vervuld moet worden. Zo werkt het steeds. Je krijgt de kans om iets te leren, leer je het niet, krijg je een versterkte spiegel.

Bewustzijnsverwatering en leverage

In de financiële sector wordt veel gesproken over ‘leverage’, een Engelse term welke in het Nederlands meestal met hefboom(werking) wordt aangeduid. De essentie is dat aan de intrinsieke waarde van een goed, iets wordt toegevoegd om de betreffende intrinsieke waarde een grotere dynamiek te geven. De meest bekende voorbeelden hiervan zijn het financieren van een onderneming met vreemd vermogen en het beleggen met geleend geld. Bij een positieve ontwikkeling van de onderliggende waarden (onderneming of belegging) verkrijgt men een hoger rendement op het eigen vermogen (intrinsieke

waarde). Echter het omgekeerde is ook het geval. Een negatieve ontwikkeling zal ook versterkend doorwerken in de intrinsieke waarde.

Leverage is echter niet alleen een fenomeen in de financiële wereld, maar heeft zicht breed verspreid in onze wereld, ons denken en ons bewustzijn. Om dit te verduidelijken, laten we de gebruikelijke vertaling van het woord ‘leverage’ los. We richten ons vervolgens op dat wat leverage eigenlijk met intrinsieke waarden doet, namelijk het creëren van een systeem waarin de intrinsieke waarde van iets verwatert. Alvorens we verder ingaan op de effecten van verwatering, is het van belang in grote lijnen aan te geven hoe systemen opgebouwd zijn en hoe ze werken. We zien in dit verband de wereld als een systeem.

Dit systeem kan vervolgens weer onderverdeeld worden in allerlei subsystemen. Het financiële systeem, het sociaal-maatschappelijke systeem, het politieke systeem etc. Ook deze zijn allemaal weer opgebouwd uit subsystemen en al deze systemen en subsystemen staan onderling in verbinding met elkaar. Ze hebben allemaal een eigen energie, een eigen bewustzijn en een eigen dynamiek. In feite heeft ieder systeem dus een eigen intrinsieke waarde, ook wel energetische waarde genoemd. Hier ligt de basis van het huidige probleem. Van- en in zeer veel systemen is de energetische waarde verwaterd en dus minder standvastig. Dit noemen we ook wel de leverage van het systeem.

Leverage is zo ongeveer uitgevonden in de financiële wereld. Als gevolg van de onderlinge verbondenheid van systemen, heeft het financiële systeem bijna alle andere besmet. Door deze besmetting is de energetische waarde van de diverse systemen en hun onderlinge verbondenheid verzwakt.

Zowel op wereldniveau (politieke vervreemding, dubbele agenda’s), sociaal/maatschappelijk niveau (bevolkingsgroepen, verbreding van de kloof tussen arm en rijk) als op persoonlijk niveau (wie en wat ben ik?).

Op al deze niveaus voelen we ons vervreemd, eenzaam en niet meer verbonden met elkaar.

Bijna alle trends buigen uiteindelijk om of komen tot een einde. In feite is dat ook aan de orde bij het verwateringsproces. De energetische waarde is in vele systemen dusdanig verzwakt, dat het systeem afgebroken gaat worden, of zichzelf zal transformeren. Doel van dit proces is om nieuwe energie op te doen. Om dit te doen is het nodig om het verwateringseffect terug te draaien. Je kunt dit het beste vergelijken met het proces van het oplossen van iets in water en het vervolgens koken met als doel het water te laten verdampen, waardoor de oorspronkelijk opgeloste zaken weer materialiseren en zichtbaar worden.

Iedereen die wel eens goed heeft gekeken naar kokend water, ziet dat naarmate het kookpunt nadert, er een steeds grotere turbulentie ontstaat in het water. Uiteindelijk wordt het een enorm borrelend en chaotisch bewegend geheel, waar niemand meer enige structuur in herkent. Dit zal ook de weg kenmerken die ons zal leiden van de huidige toestand naar de toekomst.

Om de leverage uit de verschillende systemen te krijgen, zal er veel turbulentie, chaos en onzekerheid ontstaan. In de financiële wereld hebben we daar al een voorproefje van gezien. Banken en beleggers die in de problemen komen en wantrouwen naar elkaar hebben. Centrale banken die in actie moeten komen, maar eigenlijk geen echte middelen hebben. De eerste stormen lijken inmiddels geluwd, maar binnen niet al te lange tijd, zal de reële economie de gevolgen ondervinden van de huidige crisis, en zal een nieuwe crisis zich aandienen. De kredietcrisis, zal overgaan in een schuldencrisis welke waarschijnlijk alleen met hyperinflatie is weg te werken, met alle gevolgen van dien.

Ook op politiek/wereldniveau zullen we de gevolgen van dit “kookproces” zien. Na een lange periode van globalisering zal er sprake zijn van deglobalisering. Landen en machten zullen zich terugtrekken uit het voor hun niet meer beheersbare deel van de wereld. Zij zullen hun energie en middelen gaan gebruiken voor het oplossen van de eigen problemen. Ook dit gaat niet zonder slag of stoot. Het opgeven van macht zal niet altijd vrijwillig zijn.

Er zullen conflicten ontstaan, niet alleen geografische conflicten, maar ook

handelsconflicten. Er zal weer om protectionisme van de eigen ondernemingen en belangen worden gevraagd. Nationalistische tendensen zullen her en der de kop op steken.

Ook op sociaal-maatschappelijk niveau zullen landen en samenlevingen problemen moeten oplossen. China zal als één van de nieuwe machtsfactoren, intern orde op zaken moeten stellen, de kwestie Tibet is daar een voorbeeld van, maar ook de problemen met de agrarische bevolking zullen moeten worden opgelost. In het Westen zullen we de onrust tussen de verschillende religies onder ogen moeten zien, evenals de kloof tussen arm en rijk.

De natuurlijke omgeving waarin we leven is ook onderdeel van het probleem. Op deze omgeving is een zware wissel getrokken. We hebben in feite een grote hefboom op de energetische verbinding met de mensheid gezet. Het gevolg is een enorme vervuiling en een roofbouw op de grondstoffen en voedingsstoffen in en van deze wereld. We zullen, en voorproefjes hebben we al her en der gezien, te maken krijgen met grotere weersveranderingen en klimaatveranderingen. Daarnaast zullen er zeer waarschijnlijk meer aardbevingen en andersoortige rampen zich gaan voordoen, bijvoorbeeld epidemieën. De voorspelbaarheid hiervan zal afnemen vanwege achterhaalde modellen en verkeerde aannames.

Als laatste, maar zeker niet het minst belangrijke, komt er turbulentie op het persoonlijke vlak. Dit is op zich niet verwonderlijk. Ook hier heeft verwatering van waarden een rol gespeeld. We kennen allemaal het fenomeen van (mobiel)bellen, mailen en sms´en tijdens een etentje of vergadering, waarbij je je afvraagt of jij of het onderwerp werkelijk zo oninteressant bent. In essentie wordt hier duidelijk dat de verbinding minder energetische waarde heeft. Daarnaast zullen alle eerder genoemde veranderingen en turbulentie de persoonlijke onzekerheid nog eens vergroten, zodat we ons werkelijk gaan afvragen wie we zijn, wat we zijn en hoe en met wie we verder moeten. 

Uiteindelijk moet al deze turbulentie en onzekerheid ergens toe leiden, en het liefst tot iets beters. Waarschijnlijk is dat ook zo. Door alle hiervoor genoemde processen en gebeurtenissen zullen we gaan inzien dat we een niet beheersbare, niet controleerbare en onzekere wereld hebben geschapen. Een wereld waarin de risico´s enorm zijn vanwege de directe niet duurzame verbindingen en verbanden die alle (sub)systemen met elkaar hebben. Dit is iets waar de mensheid niet van houdt. We willen controle, zekerheid en een goed gevoel. Om dit te bereiken zal het grote systeem, worden opgebroken in vele kleine.

Immers een probleem in een overzichtelijke omgeving met beperkte externe invloeden

(zowel naar binnen als naar buiten) is beter te herkennen, meestal minder complex en dus beter op te lossen. Om het probleem van leverage op te lossen moeten we dus kleinere eenheden creëren. Er zal dan ook een soort celstructuur ontstaan.

We hadden het al eerder over deglobalisering. Landen zullen meer op zichzelf komen te staan, samenlevingen gaan hun naam eer aan doen en de natuur zal meer ontzien worden en minder misbruikt.

In het concept van cellen zullen we zien dat deze wel in verbinding blijven met elkaar, alleen zullen de verbindingen meer duurzaam zijn, hechter. Iedere cel, iedere structuur en ieder systeem zal zijn eigenschappen inzetten ten behoeve van de anderen. Niet om geldelijk gewin of erkenning, maar op basis van wederzijdse erkenning en vertrouwen. Dit alles is overigens geen teruggang.

In plaats van zich te richten op vermogensopbouw in de vorm van geld of goud, is de wereldeconomie meer gebaat bij het verleggen van de aandacht naar de bevrediging van één van de belangrijkste basisbehoeften van de mens, namelijk voedsel. Men zal zich meer moeten richten op de teelt van gewassen die een langdurig bestaansrecht hebben na de oogst. Dit betreft in ieder geval granen en bonen, maar er zijn ook andere voedselproducten met een hoge voedselwaarde die zeer essentieel zijn voor de menselijke bouw die binnen dit kader vallen. Deze producten kunnen vanwege hun langdurige houdbaarheid in principe in overmaat geproduceerd worden. Indien de overschotten regionaal zijn kunnen deze verdeeld worden over de regio’s waar tijdelijke tekorten zijn, of indien deze overschotten op wereldniveau ontstaan, opgeslagen worden voor perioden waarin tekorten zullen optreden.

Een belangrijke rol in de productie van voedsel spelen de bio-industrie en de energievoorziening in de wereld. We verliezen veel granen aan de voedselvoorziening voor dieren die als productiedieren gebruikt worden.

Voor wat betreft de energievoorziening constateren we dat de kwaliteit van graan waaruit energie wordt gemaakt van een andere orde is dan van het reguliere graan. Het heeft een lagere waarde op voedselniveau.

Alle hiervoor genoemde factoren zullen een rol gaan spelen in de ontwikkeling van een nieuw en sociaal (geld)stelsel. Een (geld)stelsel dat zal zijn gebaseerd op hernieuwd vertrouwen en respect voor elkaars kwaliteiten en tekortkomingen, zowel materieel als immaterieel.

Een ander punt van aandacht in dit kader is dat landen, al of niet via Sovereign Wealth Funds (Beleggingsfondsen welke nationale overschotten beheren) en ondernemingen, hun financiële middelen te risicovol inzetten. Bij multinationale ondernemingen zien we bijvoorbeeld dat onder druk van hedgefunds en private equity partijen, vaak gedwongen beslissingen worden genomen. Zij verliezen hierbij de lange termijngedachte wel eens uit het oog, en geven hun zekerheid ten behoeve van principiële basisbehoeften daarmee uit handen. Dit geldt ook voor bepaalde beslissingen van overheden. Zij leiden vervolgens een buitengewoon verlies als ze deze principiële waarden die gegrondvest zijn in hun kapitaalsvermogen, poreus maken of zelfs vernietigen.

Arm en rijk

Het verschil tussen rijk en arm wordt weer controversieel. Dat veroorzaakt in bepaalde groepen mensen steeds meer innerlijk verdriet, omdat de competentie om financieel gemakzuchtiger te kunnen leven, welbeschoren is aan enkelingen die het geld incompetent beheren, waardoor het de grotere gemeenschap niet ten goede komt. Dat wil nog niet zeggen dat enkelingen niet financieel rijker kunnen zijn. Het geeft aan dat financiën niet altijd op een positieve wijze ingezet worden om de maatschappij als gehéél te versterken. Niet iedereen heeft de kwaliteiten om geld goed te kunnen genereren en beheren.

Sommige mensen hebben andere kwaliteiten. De wereld kent en heeft vele duizenden miljoenen kwaliteiten. Het is echter alsof de kwaliteit van geld beheren en geld aantrekken niet gelijk geschaald worden met de andere kwaliteiten die ook uitstekend zijn.

Het is goed om op een heel wezenlijk niveau te zien dat iedereen begiftigd is met de eigen kwaliteit en dat er gelukkig een grote diversiteit van kwaliteiten is. Deze kwaliteiten zijn niet alleen belangrijk voor het individu, maar hebben ook altijd iets te betekenen voor de gemeenschap. Het is belangrijk te weten dat als er arrogantie is naar mensen toe die niet het talent van de geldwinning hebben, dat men daarmee de armoede en de rijkdom

verschillen zo groot uitmeet, dat je ook iets fundamenteels ontwricht. Namelijk dat waar de optelsommen van de talenten een gezonde gemeenschap vormen.

Er is ook een aantal mensen die veel geld hebben maar het bijzonder getalenteerd uitzetten op gebieden waar, in de wereld en naar mensen of projecten toe, geld nodig is. Om iets bijzonders te laten gebeuren wat anders niet zou gebeuren. Dat is ook de essentie van financiële stromen: je mag er uit putten, voor alles wat jouw gave nodig heeft om er te

kunnen zijn en zich positief voor de wereld in te zetten.

Geld is slechts een middel om wezenlijke doelen te vertolken en te verwezenlijken. Meer als dat kan het niet zijn. Dus daar waar het steeds het wezenlijke doel voorbij streeft, daar gaan zaken, ook voor de hele wereldeconomie, niet goed.

De toekomst voorspellen

De titel “De Toekomst van een Wezenlijk Waardevast Bestel” impliceert dat er uitspraken worden gedaan over (mogelijke) toekomstige ontwikkelingen. Omdat voorspellen een nogal kritisch proces is en niemand volledige zekerheid heeft over de toekomst, staan we even stil bij de kunst van het voorspellen.

Toekomst voorspellen is van alle tijden. De wens van de mens om de toekomst te kennen is bijna altijd ingegeven door de onzekerheid van- en in zijn bestaan. In de praktijk zien we echter dat zeer veel voorspellingen niet uitkomen. Dit zien we niet alleen in de alternatieve wereld van de paragnosten, maar ook in de reguliere wereld van de politiek en de economie. De belangrijkste reden dat de voorspellingen niet uitkomen is omdat mensen vaak eigengereid zijn. Zij hebben al een denkbeeldige vooringenomenheid gemaakt van de voorspelling die zij graag bewaarheid zien worden.

De doordachtheid van de ideeën over de toekomst stokt vaak bij ongemakken die optreden en die de lijn van het denken verstoren. Door deze beperking kan men niet meer helder waarnemen en wordt de uitkomst geblokkeerd.

Het is maar weinigen gegeven om door de beperkingen heen naar de toekomst te kijken. Men wil daarom vaak om die beperking heen. De mens voelt zich vaak innerlijk vereenzamen wanneer het voorspellingen voor lief neemt, omdat staand in het aangezicht van meer weten, men zich bewuster moet gedragen met een uitkomst waarvan men vooralsnog niet weet hoe die zich feitelijk zal manifesteren binnen het eigen persoonlijke leven. Men hoopt op voorspellingen die in positieve zin aansluiten bij het eigen levensperspectief. Wanneer dit niet het geval is, dus wanneer deze positieve aansluiting er niet is, dan wordt men wankelmoedig in het binnentreden van die nieuwe opdoemende werkelijkheid.

Een andere oorzaak van slechte voorspellingen zijn de rekenfouten die voortkomen uit het feit dat men de afzonderlijke fragmenten die deelgenoot worden van de toekomst niet goed in kaart brengt. Hierdoor kan men de uitkomst niet vertrouwen. Men ziet dan te weinig de afzonderlijke inwerkingen (correlaties) van fragmenten op elkaar, terwijl deze niet als een op zichzelf staand fragmentarisch deel te beleven zijn. In dit kader is het ook zo dat men

de veelzeggendheid van afzonderlijke onderwerpen niet kent en ze vervolgens algemeen geldend maakt voor andere zaken. Dus gradueel plaats je ze op gelijke hoogte terwijl ze niet gelijk zijn.

Het feit dat men vaak gegevens opdiept uit het (verre) verleden, terwijl men de omstandigheden van toen niet doorvoelt beheerst omdat men daar niet in doorleefdheid in gestaan heeft, is ook iets wat voorspellingen onbetrouwbaar maakt. Je werkt met raamwerken van dat tijdsperk, maar niet met de belevingshaard. Dat maakt dat de raamwerken slechts een gedachteoptie zijn van hoe het feitelijk was en aanvoelde. Daarnaast zal iedere onderzoeker, het inkleuren via zijn eigen bril. Echter, wil men zuiver in alle helderheid toekomstwaardige berichten afgeven, dan dient men voorbij het “eigen ik” weten te spreken.

Iedere tijd heeft in dit opzicht een eigen tijdgeest. Het ligt uiterst gevoelig om de tijdgeest te benoemen van een periode die nog moet komen, omdat men de tijdgeest terugwerkend wel kan herkennen, maar de haast onbenoembare tijdgeest van dat wat nog gaat geschieden, heeft een potentiële waarde in de samenhangende delen van de toekomstvoorspelling.

Meer filosofisch zou je kunnen stellen dat wij denken in een lineaire tijdsbeleving terwijl er een meer-dimensionele tijdsbeleving gaande is. Deze is gaande tot in het oneindige en hoe oneindiger hoe minder tijdsgevoelig tijd blijkt te zijn. Dimensies van de geest, die veelal niet onderkend worden in het menselijk verloop van zaken te bezien, worden menigmaal niet meegenomen binnen kansberekeningen zoals deze nú geldig zijn.

Voor meer informatie zie de website van Jan de Dood: www.dedood.nu. U kunt hem ook mailen: [email protected]

Tevens kunt u het boek “De Toekomst van een Wezenlijk Waardevast Bestel” van Marieke de Vrij en Jan J.Ph.M. de Dood bestellen via www.devrijemare.nl voor € 19,95.

Bron: www.devrijemare.nl


Geplaatst door Marieke de Vrij

Marieke de Vrij

Marieke de Vrij (1953), spiritueel maatschappelijk raadsvrouwe, heeft bijzondere heldere fijnzintuiglijke vermogens waaronder helder zien, weten, spreken en horen. Middels fijnzinnige bewoordingen werpt zij al langdurig licht op levensvragen van grote individuele en maatschappelijke betekenis...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Marieke de Vrij



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Iedereen die een ruzie wil beslechten door zich te beroepen op zijn autoriteit, gebruikt niet zijn intelligentie, maar zijn geheugen.

Leonardo da Vinci, Italiaans kunstenaar











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.