De Mondialisering van de Armoede en de Nieuwe Wereld Orde begrijpen

Globalisation of poverty

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights


(Global Research | vertaling Hansjelle Dijkstra) in deze uitgebreide editie van  Chossudovsky’s internationale bestseller schetst de auteur de contouren van een Nieuwe Wereld Orde, die de armoede van mensen en de vernietiging van het milieu tot gevolg heeft, en die leidt tot sociale apartheid, tot verheviging van racisme en etnische onrust, en tot ondermijning van de rechten van de vrouw. Hij toont heel overtuigend aan, met tal van gedetailleerde voorbeelden uit alle delen van de wereld, dat armoede aan het mondialiseren is.

Dit boek is een vakkundige combinatie van een glasheldere uitleg over -en een overtuigend onderbouwde kritiek op- de fundamentele richtingen waarin onze wereld zich financieel en economisch beweegt.

In deze nieuwe, vergrote uitgave –met tien nieuwe hoofdstukken, en met een nieuwe inleiding- onderzoekt de auteur de oorzaken en de gevolgen van de hongersnood in de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, van de dramatische ineenstorting van de financiële markten, de teloorgang van de sociale voorzieningen, en van de vernietiging die het resultaat is van inkrimping van grote ondernemingen en van de toename van handelsliberalisatie.

“Dit bondige, provocerende boek onthult de negatieve effecten van de economische structurele hervormingen waartoe is besloten, van privatisering, deregulering en competitie. Dit boek verdient het zorgvuldig, en  in brede kring, te worden gelezen”- Choice, American Library Association (ALA).

“Het huidige systeem”, betoogt Chossudovsky, “creëert kapitaal door middel van vernietiging. De auteur wijst zonder voorbehoud de verbanden aan tussen het geweld in de maatschappij, sociale- en milieu-stress en de gebeurtenissen die voortvloeien uit de expansie van economische markten”- Michele Stoddard, Covert Action Quarterle


Voorwoord bij de Tweede Druk

Nauwelijks een paar weken na de militaire coup in Chili, op 11 september 1973, waarbij de gekozen regering van President Salvador Allende omver werd geworpen, kondigde de militaire junta, onder leiding van Generaal Augusto Pinochet, een prijsverhoging aan van brood van 11 naar 40 Escudos, een ingrijpende plotselinge verhoging van 264%. Deze economische shockbehandeling was ontworpen door een groep economen die zich de “Chicago Boys” noemden.

Ten tijde van de militaire coup gaf ik les aan het Institute of Economics aan de Katholieke Universiteit van Chili, met economen die in Chicago waren opgeleid en  die leerling waren van Milton Friedman. Op die elfde september, tijdens de uren die volgden op het bombarderen van het presidentiële paleis La Moneda, kondigden de nieuwe militaire leiders een 72-uur durend uitgaansverbod af. Toen de universiteit een aantal dagen daarna weer open ging, zochten de “Chicago Boys” elkaar weer op. Nauwelijks een week later waren enkele van mijn collega’s aan het Institute of Economics benoemd op sleutelposities in het militaire bestuur.

Terwijl de voedselprijzen als een raket omhoog schoten werden de lonen bevroren om “economische stabiliteit” te verzekeren en om “de druk van inflatie” buiten de deur te houden. Van de ene dag op de andere was het land in peilloze armoede gestort: in minder dan een jaar was brood in Chili zesendertig keer zo duur geworden, en raakte achtenvijftig procent van de Chileense bevolking onder de armoedegrens.

Deze gebeurtenissen raakten mij diep in mijn werk als econoom. Door het manipuleren van prijzen, inkomens en rentepercentages werden de levens van mensen vernietigd, en raakte de totale  economie gedestabiliseerd. Ik begon te begrijpen dat macro-economische hervormingen noch “neutraal” waren –zoals men in economische kringen beweerde- noch los konden worden gezien van een breder proces van sociale en politieke transformatie. In mijn vroegere opstellen over de Chileense militaire Junta beschouwde ik de zogenaamde “vrije markt” als een goed geolied instrument van “economische onderdrukking”.

Twee jaar later, in 1976, keerde ik terug naar Latijns-Amerika als bezoekend professor aan de National University van Cordoba, in het noordelijk gelegen industriële centrum van Argentinië. Mijn verblijf viel samen met een andere militaire staatsgreep. Tienduizenden mensen werden gearresteerd en de Desaparecidos werden vermoord. De militaire machtsovername was een exacte kopie van de coup die in Chili onder leiding van de CIA was uitgevoerd. Boven op de moorden en de schending van mensenrechten werden “vrije markt” hervormingen doorgedrukt, deze keer onder supervisie van New Yorkse geldschieters van Argentinië.

De dodelijke spelregels van de International Monetary Funds (IMF), zoals toegepast volgens het “structurele aanpassingsprogramma”, waren officieel nog niet afgekondigd. De ervaringen van Chili en Argentinië onder het bewind van de “Chicago Boys” was nog maar een generale repetitie van de dingen die nog stonden te gebeuren. In de daarop volgende tijd werd het vuur van economische kogels geopend, gericht op het ene land na het andere. Sinds de ravage van de schuldencrisis van de jaren ’80 werd het IMF medicijn routinematig toegediend aan meer dan 150 ontwikkelingslanden. Na mijn vroegere werkzaamheden in Chili, Argentinië en Peru, begon ik een onderzoek naar de wereldwijde gevolgen van deze hervormingen. Ongevoelig voor de armoede en de economische ontreddering die dit teweeg bracht begon zich een Nieuwe Wereldorde af te tekenen.

Intussen waren de meeste militaire regimes in Latijns-Amerika vervangen door parlementaire “democratieën”, die waren belast met de afschuwelijke taak  om de nationale economie op het offerblok te leggen van door de Wereldbank gesponsorde privatiseringsprogramma’s. In 1990 keerde ik terug naar de Katholieke Universiteit van Peru waar ik college had gegeven in de maanden die volgden op de militaire coup in 1973.

Ik arriveerde in Lima op het hoogtepunt van de verkiezingen in 1990. De economie van het land verkeerde in een crisis. De afgetreden populistische regering van President Alan Garcia was door het IMF op de “zwarte lijst” gezet. President Alberto Fujimori werd op 28 juli 1990 de nieuwe president. En nauwelijks een paar dagen later sloeg de “economische shocktherapie” toe, deze keer als wraak. Peru werd gestraft voor het niet opvolgen van de decreten van het IMF; brandstof werd 31 keer zo duur en de prijs van brood 12 keer. En dat alles op één dag. Het IMF –in innige samenwerking met het Amerikaanse Ministerie van Financiën – was achter de schermen actief geweest. Deze hervormingen –uitgevoerd namens de “democratie”- waren nog verwoestender dan de maatregelen die werden genomen tijdens de eerste militaire regimes in Chili en Argentinië. In de jaren ’80 en ’90 reisde ik intensief door Afrika. Het veldonderzoek dat ik deed voor de eerste druk voerde ik uit in Rwanda, dat, ondanks de enorme armoede, zelfverzorgend was voor wat betreft de eigen voedselvoorziening. Vroeg in de jaren ’90 werd de nationale economie van Rwanda om zeep geholpen. Het ooit zo goed functionerende landbouwsysteem werd gedestabiliseerd. Het IMF had de ontsluiting geëist van de plaatselijke markt om daar de graanoverschotten van de VS en Europa te dumpen. Het doel daarvan was om “Rwandese boeren aan te moedigen om concurrerender te zijn” (Zie hoofdstuk 7 van het boek).

Van 1992 tot 1995 deed ik veldonderzoek in India, Bangladesh en Vietnam, en keerde ik terug naar Latijns-Amerika om er mijn studie over Brazilië af te ronden. In alle landen die ik heb bezocht, inclusief Kenia, Nigeria, Egypte, Marokko en de Filippijnen, zag ik het zelfde patroon van economische manipulatie en politieke inmenging door instituten uit Washington. In India verkeerden miljoenen mensen in hongersnood als gevolg van hervormingen door het IMF. In Vietnam –dat behoort tot de meest welvarende rijstproducerende economieën- kwamen plaatselijke hongersnoden voor die het gevolg waren van het afschaffen van prijsdrempels en van de deregulatie van de graanmarkt.

Tegelijk met het einde van de Koude Oorlog, op het hoogtepunt van de economische crisis, reisde ik naar verscheidene steden en landelijke gebieden in Rusland. De door het IMF gefinancierde hervormingen waren in een nieuwe fase aangekomen –hun dodelijke greep strekte zich nu ook uit over de landen van het voormalige Oostblok. Vanaf 1992 werden grote gebieden die voorheen tot de Sovjet Unie behoorden, van de Baltische staten tot Oost-Siberië, in peilloos diepe armoede geworpen. 

Begin 1996 was ik klaar met mijn eerste druk, inclusief een gedetailleerde studie over de economische ineenstorting van Joegoslavië (zie hoofdstuk 17). Economen van de Wereldbank hadden een “faillissementsprogramma” opgestart. Tussen 1989 en 1990 sneuvelden ongeveer 1100 industriële bedrijven, waarbij meer dan 614.000 mensen werkloos werden. En dat was nog maar het begin van een veel diepere economische afbrokkeling van de Joegoslavische Federatie.

Sinds de publicatie van de eerste druk in 1997 is de wereld dramatisch veranderd; de “mondialisering van armoede” heeft haar greep uitgebreid tot  alle belangrijke gebieden van de wereld, inclusief West-Europa en Noord-Amerika.

Er werd een Nieuwe Wereld Orde in het leven geroepen, waarbij de nationale soevereiniteit en de burgerrechten werden vernietigd.  Volgens de spelregels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), opgericht in 1995, werden “onbetwistbare rechten” verleend aan de grootste banken en multinationals in de wereld. De schuldenlast explodeerde, staatsrechtelijke instituten sneuvelden, en de persoonlijke rijkdom van enkelingen groeiden uit tot grenzeloze proporties.

De oorlogen onder leiding van de VS in Afghanistan (2001) en Irak (2003) accentueren een keerpunt in de ontwikkeling van deze nieuwe Wereld Orde. Toen de tweede druk verscheen vielen Amerikaanse en Britse troepen Irak binnen,  vernielden de publieke infrastructuur, en doodden ze duizenden onschuldige burgers. Na een periode van 13 jaar economische sancties heeft de oorlog in Irak een gehele bevolking in armoede gestort.

Oorlog en mondialisering gaan hand in hand. Met steun van de Amerikaanse oorlogsmachine heeft zich een door het bedrijfsleven ondersteunde mondialisering ontvouwd. In de grootste manifestatie van militaire macht sinds de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Verenigde Staten een militair avontuur dat de toekomst van de mensheid bedreigt.

De beslissing om Irak binnen te vallen had niets te maken met “Sadam’s wapens ten behoeve van massavernietiging”, of met zijn zogenaamde verbintenissen met Al Quaida. Irak bezit 11% van de oliereserves van de wereld, en dat is vijf keer zoveel als de reserves van de VS. Het omvangrijke gebied dat zich uitstrekt van het Midden-Oosten tot  Centraal-Azië, (vanaf het puntje van het Arabisch schiereiland tot aan de Kaspische Zee), beschikt over ongeveer 70% van de reserves aan olie en aardgas.

Deze oorlog, waar vele jaren van voorbereiding aan vooraf gingen,  dreigt een nog veel groter gebied mee te sleuren. Een document uit 1993 , afkomstig van het militaire Amerikaanse commandocentrum, bevestigt “dat het het doel is van de Amerikaanse betrokkenheid . . . om het vitale belang van de VS in die regio ononderbroken te beschermen, en de toegang tot olie uit de Golf voor Amerika en zijn bondgenoten te verzekeren”.

In het verlengde van de invasie werd de economie van Irak onder bevel geplaatst van de Amerikaanse militaire bezetters onder de leiding van generaal Jay Gardner, een voormalig directeur van een van Amerika’s grootste wapenfabrieken.

In samenwerking met de Amerikaanse regering en de Parijse Club van officiële schuldeisers,  lag het in de lijn om het IMF en de Wereldbank een sleutelrol te laten spelen in de “hervorming” van het naoorlogse Irak. De verborgen agenda is om de Amerikaanse dollar in te stellen als Irak’s toekomstige munt, in een valuta-overeenkomst die vergelijkbaar is met wat Bosnië-Herzegovina is afgedwongen in het Dayton Accoord in 1995 (zie hoofdstuk 17). Als tegenprestatie zouden de enorme Irakese oliereserves worden overgenomen door Anglo-Amerikaanse oliereuzen.

De enorme buitenlandse schuld zal als instrument worden gebruikt om het land economisch te plunderen. Er zullen scherpe voorwaarden worden gehanteerd. De totale nationale economie zal in de uitverkoop worden gedaan. Het IMF en de Wereldbank zullen er bij worden gehaald om de Irakese oliewelvaart legitiem leeg te roven.

De inzet van Amerika’s oorlogsmachine heeft tot doel om de Amerikaanse economische invloedssfeer te vergroten in een gebied dat zich uitstrekt van de Middellandse Zee tot aan de Westelijke grens van China. De VS heeft gezorgd voor een permanente militaire aanwezigheid. Niet alleen in Irak en Afghanistan, maar er zijn nu ook militaire bases in veel voormalige Sovjet republieken. Met andere woorden: de vermilitairisering ondersteunt de verovering van nieuwe economische grenzen en het wereldwijd afdwingen van het “vrije markt” systeem.

Wereldwijde economische depressie

De verwoesting die het gevolg is van de oorlog die onder leiding van de VS wordt gevoerd vindt plaats terwijl de wereldwijde economische depressie, die z’n historische wortels in de schuldencrisis heeft in de vroege jaren ’80, op z’n hoogtepunt is. De Amerikaanse veroveringsoorlog kan in direct verband worden gebracht met deze economische crisis. Geldbronnen in de VS worden aangewend om het militair-industriële complex te financieren, en om een gevoel van binnenlandse veiligheid te versterken, allemaal ten koste van de zo noodzakelijke programma’s van sociale zekerheid, die tot op het bot zijn uitgekleed.

Voorafgaand aan 11 september 2001 was het onstabiele wettelijke kader van het “wereldwijde vrije markt systeem”, door middel van een omvangrijke publiciteitscampagne, versterkt. Daarmee werd de deur geopend voor een nieuwe golf van deregulering en privatisering, wat leidde tot overnames van de meeste, bijna alle, organisaties op het gebied van publieke dienstverlening en staatkundige organisaties (inclusief de gezondheidszorg, elektriciteits- en watervoorziening en openbaar vervoer).

Bovendien werd algehele controle een feit over de wettelijke structuur van de maatschappij  in de VS, Groot-Brittannië en in de meeste landen van de Europese Gemeenschap. Op basis van de “Rule of Law” kwam een autoritair staatsapparaat tot stand, met geen of weinig georganiseerde tegenstand vanuit de burgermaatschappij of hun vertegenwoordigers.

(Vertaler: lees hier meer over op http://www.jur.uva.nl/onderzoek/zwaartepunten.cfm/945570E5-1321-B0BE-A45F5E65E823212E)

De nieuwe hoofdstukken die ik aan deze tweede druk heb toegevoegd gaan over enkele kernachtige onderwerpen die betrekking hebben op de 21ste eeuw: de fusietrend en de machtsconcentratie, de ineenstorting van economieën op nationaal en lokaal niveau, de teloorgang van financiële markten, de uitbraak van burgeroorlogen en hongersnoden, en de ontmanteling van de Verzorgingsstaat in de meeste westerse landen.

Aan deel I is een nieuwe inleiding toegevoegd en een hoofdstuk met de titel “Wereldwijde Leugens”.  In deel I worden ook de gevolgen onderzocht van “vrije markten” op de rechten van vrouwen. In deel II, over het Afrika van de Zuidelijke Sahara, is het hoofdstuk over Rwanda uitgebreid en aan de tijd aangepast, als gevolg van het veldwerk dat ik deed in 1996 en 1997. En ik heb twee nieuwe hoofdstukken toegevoegd, achtereenvolgens over de hongersnoden in Ethiopië en in Zuid-Afrika in de periode na de apartheid. Het hoofdstuk over Albanië in deel 5, gaat over de rol van het IMF in het vernietigen van de echte economie en bij de totstandkoming van de instorting van het bancaire systeem.

Een nieuw, zesde deel met de titel “The New World Order” beslaat vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 18 concentreert zich op het “structurele aanpassingsprogramma” dat in westerse landen wordt gehanteerd onder leiding van  ’s wereld grootste handelsbanken. De huidige economische en financiële crisis wordt beschreven in de hoofdstukken 19 en 20. De hoofdstukken 21 en 22 onderzoeken, achtereenvolgens, het lot van Zuid-Korea en Brazilië tegen de achtergrond van de financiële catastrofes in de periode 1997-1998, evenals de betrokkenheid van het IMF bij het steunen van de belangen van valuta- en aandelen-speculanten.

Michel Chussodovsky

Michel Chossudovsky is hoogleraar economie aan de Universiteit van Ottawa en directeur van het Centre for Research Globalization (CRG), dat de kritische website www.globalresearch.ca verzorgt. Hij is mede-auteur van de Encyclopedia Britannica. Zijn artikelen zijn vertaald in meer dan 20 talen.

Het hier besproken boek is onder meer te bestellen bij Bruna:

http://www.bruna.nl/auteurs/globalization-of-poverty-and-the-new-world-order-9780973714708

===========

Vertaler: klik voor meer informatie ook eens op:

http://globalresearch.ca/globaloutlook/GofP.html   (Engelstalig)

http://en.wikipedia.org/wiki/Michel_Chossudovsky   (Engelstalig)

http://www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=M5&s=M113&ss=P942&l=NL


Geplaatst door Hansjelle Dijkstra

Hansjelle Dijkstra

Hansjelle Dijkstra heeft zijn werkzaamheden in het bedrijfsleven vervroegd afgesloten. Hij was reclametekstschrijver, directeur van reclamebureaus en daarna vrijgevestigd marketingstrateeg.

Hij schreef het filosofische toneelstuk “Uitverkoop” waarmee Kitty Knappert en Olga Vroom op tournee zijn geweest...


Bekijk alle artikelen en de volledige beschrijving van Hansjelle Dijkstra



Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Erger dan met onwetendheid spreken, is zwijgen over de waarheid.

Mohammed A.J. Ali











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.