Bewuste kunst: inspiratie komt van boven | Ellen den Hollander

Originele Ellen den Hollander

Klik op de foto voor een
vermelding van de copyrights

Taal:Taal
Views:7908
Ingevoerd:
Geplaatst door:
Bron:Earth Matters

Gekoppelde categorieen
Kunst, Inspiratie, Earth Company

(Triggershit | door Ellen den Hollander) Na het zien van mijn werk vroeg Arjan Bos of ik mijn schilderijen via zijn website met de wereld wilde delen. Om je een idee te geven hoe ik kunst maak is het nodig om een kijkje te nemen in mijn hoofd. Hoe is het om Ellen te zijn en het hoofd en leven te hebben dat deze schilderijen produceert? Ik heb ruim een half jaar tegen deze stap aan gehikt, omdat het een kant van mezelf is die ik in de jaren hiervoor angstvallig verborgen probeerde te houden. Uit schaamte en vanuit een diepe angst om nooit meer serieus genomen te worden. Want zo eenvoudig is het niet om mij te zijn, hoe mooi de dingen ook zijn die eruit voortkomen; It comes with a lot of crazy. 
 
Inspiratie komt van boven. 
Eén van mijn favoriete TED-talks, van de schrijfster van Eat Pray Love, gaat over inspiratie. In haar presentatie schetst ze het o-zo herkenbare creatieve proces van kunstenaars en het magische, maar vaak zo belabberd getimede fenomeen dat we ’inspiratie’ noemen. Over hoe een gedicht over een weiland kan komen aanwaaien en hoe je vervolgens naar binnen moet rennen om op tijd bij een pen te zijn; over briljante liedjes die je hoofd binnen vliegen als je midden op de snelweg zit en dus geen piano bij de hand hebt; over verhalen die er in één nacht uit móeten en over woorden die maar niet willen komen. Maar ook over hoe we in onze samenleving de kunstenaar en het kunstwerk als één ding zijn gaan zien, met alle ego-problemen van dien. En over de oude grieken, die inspiratie zagen als een idee dat door de goden en muzen in je geest geblazen werd. Een opvatting die twee grote voordelen had; als je iets briljant moois had gemaakt, kon je niet volledig met de eer gaan strijken (je goden hadden je het idee immers gegeven) en als je bagger produceerde, was het niet geheel jouw fout. Dan zat je 'genie' gewoon even niet op te letten die dag.  
 
 
Inspiratie werd gezien als een gesprek tussen twee werelden met de kunstenaar als levende brug tussen beiden. Een kanaal van vlees in geest, een channel in-spirit. Ik kan niet anders dan het daarmee eens zijn, want zo voelt het om mij te zijn. 
 
Als kind had ik al hele gesprekken in mijn hoofd met een meneer die ik de "monnik meneer" noemde, hoewel je met "atheïstische" ouders heel snel afleert om daar in een christelijk dorp met mensen over te praten. Het duurde niet lang voor ik zelf ook ging geloven dat ik gewoon een hele levendige fantasie had. Hetzelfde gold voor dat plekje op je voorhoofd dat zo begon te tintelen als je je vinger er voorhield, of de golf - van wat ik nu energie zou noemen - die er door je lichaam ging als je met je adem de opstopping in je rug weghaalde. Als ik mijn ogen dichtdeed, zag ik fractals - eindeloos zichzelf herhalende patronen als een soort privé-screensaver in mijn hoofd. Pas toen ik vele jaren later het woord voor fractals leerde kennen, hield dit op en kwam ik erachter dat andere mensen gewoon niets zien als ze hun ogen sluiten. Ik dacht dat iedereen patroontjes zag.
 
Ergens rond mijn zevende is mijn moeder met me naar een homeopathisch arts gegaan, omdat ik niet kon slapen en absurd veel boeken wilde lezen. Ik herinner me dat mevrouw de Goede (zo heette ze) me vroeg waarom ik niet wilde slapen. "Omdat ik na moest denken", zei ik. Over het universum en of het nou oneindig was of niet. Want als het wel oneindig is; hoe ziet dat er dan uit? En als het niet oneindig is; wat zit er dan omheen? En hoe ziet dat er dan uit, en wat zit daar dan omheen?

Ergens in die tijd ontwikkelde ik een droom die om de paar jaar terugkeerde. Ik word wakker als een elfje in het universum en ik moet een draadje spinnen van het begin van het universum naar het einde. Overal om me heen vliegen mensen met draadjes, maar hoe ik ook zoek en hun draadjes volg; ik kan het begin niet vinden. Ik kom steeds weer op dezelfde plek terug. En van de stem die met me meevliegt, mag ik mijn draadje niet stiekem aan een ander draadje vastbinden; dat was vals spelen. Pas na het zien van de documentairefilm Thrive - enkele jaren geleden - hield deze droom ook eindelijk op. Het universum is een thorus producerende thorus; een fractal dus. Helder. Ook weer opgelost. 
 
Zo werkt mijn hoofd; als het eenmaal iets interessant vindt of ergens een antwoord op wil hebben, blijft zo’n vraagstuk net zo lang in mijn werkgeheugen zitten tot ik er een antwoord op heb gevonden. In afwachting, soms jaren lang. En ik vind nogal veel dingen interessant. Toen we in groep zes les kregen over de piramides was ik wild enthousiast; wat een fantastische bouwwerken. M'n obsessiestandje werd keihard getriggerd. Tot op de dag van vandaag herinner ik me hoe mijn juf ons uitlegde dat piramides gebouwd werden als graftombes en hoe mijn hoofd toen heel hard riep: dat is niet waar! En het is heel belangrijk dat je erachter komt waar ze wel voor dienen. Ook werd me toen duidelijk dat het op een school niet de bedoeling is dat je tegen het lesboek ingaat, dat je niet mag zeggen dat de juf het fout heeft en dat je over sommige dingen maar beter tegen niemand iets kunt zeggen als je in je gewone leven nog serieus genomen wilt worden. En net als elk mens wilde ik graag meedoen in de wereld, dus ik begon meer te schrijven en minder te praten over alles aan mij dat 'niet normaal’ was. 
 
Als puber schreef ik in mijn dagboeken dat het soms voelde alsof iedereen die niet kon huilen daar mijn lichaam voor gebruikte. Ik had emoties die niet van mij waren en handschriften die ik niet herkende. (Ik kan het overigens zeer afraden daarover met schooltherapeuten te praten, tenzij je DSM-stickertjes wilt sparen.) In mijn kamer stond een zelfgemaakt bordje met daarop; 1 wereld tegelijk a.u.b. (niet dat men hierboven zich daaraan hield overigens ;-)). 

 
Ik had filmpjes in mijn hoofd van piramides, van mezelf in de toekomst, van in een bos zitten met echte indianen en van plekken die ik niet kende. Maar ook van gebeurtenissen, waaronder het auto-ongeluk van mijn moeder, drie jaar voor het daadwerkelijk plaatsvond. Ik had dromen die uitkwamen, ik wist rare dingen en sommige van de gedichtjes die ik op mijn veertiende schreef, begrijp ik nu pas, hoewel ik toen wel wist dat ze heel belangrijk waren voor later. "Het gaat om de spiegel die je niet ziet.“ Taal muteert de werkelijkheid. Liegen we met taal, of door taal?  
 
En zo kan ik nog wel even door gaan, maar hoe indrukwekkend het nu ook klinkt, echt leuk was het niet om die 14-jarige te zijn. Ik raakte steeds meer opgesloten in mijn eigen hoofd, waar de wereld zo anders was dan die van school en van gewone mensen. Schrijven werd de enige plek waar ik dat stuk van mezelf kon zijn. Waar niemand zei dat ik me aanstelde of overdreef of alles verzon. Mijn hoofd is een vloek en een zegen, en mijn leven werd een achtbaan van grote hoogtepunten en diepe depressies die altijd om de hoek lagen. 
 
Op mijn dertiende kreeg ik voor het eerst antidepressiva voorgeschreven. Een middel dat nooit op kinderen was getest en nu bij wet verboden is om aan kinderen te geven omdat het gevaarlijke veranderingen in je serotoninehuishouding veroorzaakt en zodoende je emotieregulatie in de war schopt. Dat kan ik beamen. Mijn pubertijd was heel dubbel; overdag had ik plezier in leren en met vrienden kletsen en filosoferen - thuis zat ik in mijn eigen twilightzones en kon ik mijn emoties niet bepaald goed reguleren. 
 
De theateropleiding die ik uiteindelijk volgde, was voor mij dan ook één groot feest. Daar was het de bedoeling dat je ideeën had, dat je dingen verzon. Je mocht alles maken en je hoefde er nooit bij te zeggen of het echt was of niet. Doordat inspiratie de motor van de dag was, ging het in die jaren ook verbazingwekkend goed met me. De structuur van school zorgde voor het ritme dat ik van mezelf niet echt heb. Ik was omringd door mensen die allemaal een beetje raar waren. Al die eigenschappen die zo afgekeurd werden in de wereld, waren hier een talent. Heftige emoties doen het prima op een toneel. De rare ervaringen zakten naar de achtergrond en ik probeerde als theatermaker zo normaal mogelijk te zijn. 
 
 
Ik kreeg een baan aangeboden bij een locatietheatergezelschap en had een eigen groep pubers met wie ik een methode voor theater op locatie ontwikkelde. Als ik eerlijk ben, denk ik dat ik ergens dacht dat het me gelukt was om dat gestoorde hoofd van mij onder de knie te krijgen, om soort van normaal te zijn en de depressies maar gewoon te accepteren. De meest rare gedachte die ik nooit echt wegkreeg was: ik heb het gevoel dat ik mensen aan het verzamelen ben - alsof het later een groep blijkt te zijn of zo. Maar verder bleef het, op wat stemmen en een paar bizarre ervaringen na, redelijk binnen de maatschappelijk acceptabele grenzen. Tot ik begin 2009 na een repetitie in de Blokhuispoortgevangenis in Leeuwarden samen met de technicus in de bus naar Groningen zat en hij me vertelde over een kalender die feilloos klopte en in 2012 ophield. De Mayakalender. 
 
En in één klap was mijn hele rare triggerhoofd weer aan. 
 
Het was de piramides all over again. Die kalender, daar was iets mee en ik moest - moest - moest erachter zien te komen wat dat was. Ik kon het anderen niet goed uitleggen, want mijn gedachten en filmpjes gingen harder dan ik zelf bij kon benen. In mijn hoofd stonden jarenlang permanent zestien televisies aan en wie de afstandsbediening ook had, ik had hem duidelijk niet. Maar door al die input en ingevingen begon het me ook meer en meer te dagen dat al die obsessie-onderwerpen van mij samen een heel groot verhaal leken te vertellen. Over hoe de wereld is ontstaan, wie we zijn, waar we vandaan komen, hoe het leven echt in elkaar zit. En dat er iets grootscheeps niet klopte aan de voorstelling van de wereld die we met met zijn allen met de paplepel ingegoten kregen. Tot overmaat van ramp: dat dat opzettelijk werd gedaan, dat we collectief belazerd werden. Maar ook dat het een heel groot avontuur was om uit te zoeken wat er dan wel waar was. 
 
 
Samen met de groep waar ik toen mee werkte, maakten we een alternatieve kerkdienst voor iets-gelovers in een kerk in Groningen. Het Grote Gelijk. Over het einde van de Mayakalender. Zonder al te veel uit te hoeven leggen, kon ik daar veel van mijn filmpjes in kwijt. Over een groep mensen die een collectieve droom hadden en in die droom zagen hoe ze samen een bijeenkomst gingen organiseren om ieders gelijk weer bij elkaar te krijgen en zo het grote gelijk te vinden. Over hoe de tijd steeds sneller zou gaan tot het uiteindelijk over zou gaan in iets anders, over bewustzijn en een piep in je oor hebben. Ik had geen idee dat ons script vier jaar later letterlijk zou blijken te kloppen. 
 
Ook na die voorstelling ging het door. 's Nachts bekeek ik urenlang video’s over quantum fysica, bewustzijn, ontstaansmythes. Ik bestudeerde archeologische vondsten en keek colleges van sterrenkundigen. Ik kon nachtenlang op Google Earth over onze planeet zweven op zoek naar rare patroontjes en gebouwen. Vooral symbolen en naïeve kunst vond ik interessant. En piramides! Slapen deed ik vaak niet meer dan drie à vier uurtjes per nacht. Ondertussen werd ik me meer en meer bewust van "aanwezigheden" om me heen, wat ik op zijn zachtst gezegd niet leuk vond. Ik had immers geheel wetenschappelijk besloten dat dat niet bestond. Nu kan ik erom lachen, maar probeer maar eens iemand zonder lichaam te negeren terwijl je tegelijkertijd probeert te geloven dat er niemand is. Verrekte lastig. Vragen of ze weg willen gaan, was ook niet echt een optie, omdat ik dacht; zodra ik ze vraag om weg te gaan, erken ik daarmee hun bestaan en dan kan ik niet meer terug. 'Gewoon negeren - gaat vanzelf weg' werd een devies dat ik helaas als een soort levensvisie aannam om maar door te kunnen gaan. 
 
Dit ging ruim twee jaar zo door. Overdag maakte ik voorstellingen met jongeren en een opera met slachtoffers van de vuurwerkramp, 's nachts probeerde ik de implicaties van de spletenproef uit What the bleep do we know te begrijpen. Superpositie, fractals, geschiedenis en geschiedenisvervalsing. Vooral dat laatste, daar maakte ik me steeds woester over. Er werd massaal tegen ons gelogen. Mijn focus verschoof zich meer en meer naar de ellende van de wereld, 9/11 en de gruwelen die aan ons westerse oog onttrokken werden. 
 
Een 70-urige werkweek was inmiddels al jaren normaal en met de emotionele belasting van de vuurwerkramp-opera en de vreemde ervaringen die ik nu ook overdag had, werd het meer dan ik kon hebben. In 2011 was ik volkomen uitgeput, overspannen en diep ongelukkig. Ik nam ontslag. Mijn werkelijkheden liepen zo door elkaar dat ik niet meer goed kon bepalen op welke versie van de werkelijkheid ik nou moest handelen. En dat was een staat van zijn waarin je - zo vond ik - geen jongeren meer les kunt geven. Ik gaf op mijn werk aan dat ik nog een half jaar door zou werken en dan ontslag nam. Maar aangezien ik niet meer op kon houden met huilen, hebben ze me meteen naar huis gestuurd en bleek dat mijn laatste werkdag. 
 
Een burn-out is een raar ding. Zo gewend als ik was om onder hoogspanning te staan, zo groot was het gat waar ik inviel. Na vier dagen vrije tijd (want zo zag ik het toen nog) had ik twee banken geschilderd, vier schilderijen gemaakt en een nieuw stuk geschreven. Ik had geen idee meer hoe ik me moest ontspannen. Ik was zo gewend aan dat hoofd met die televisies die altijd maar door gingen, dat denken dat nooit ophield en je helemaal kapot werken, dat het bij mijn normaal was gaan horen. Ik had inmiddels hulp gezocht bij een psycholoog en omdat dat van haar moest, leerde ik dat je dingen moet gaan doen die je leuk vindt. Wat niet hetzelfde bleek als 'dingen doen waarvan je denkt dat ze moeten’. De hele situatie leek aanvankelijk vooral op emotioneel achterstallig onderhoud. Als een fles cola waar je jarenlang mee hebt lopen schudden voor je de dop eraf draait. Maar echt veel rare ervaringen had ik in die periode niet. Ik was gewoon hartstikke overspannen. 
 
Tot ik in de laatste weken voor mijn ontslag als kers op de taart door mijn collegae werd uitgenodigd om nog één voorstelling bij te komen wonen. Eenmaal op het terrein van de theatergroep aangekomen, bleek dat de artistiek leider de avond ervoor op het Rotterdam filmfestival een groep indianen van Turtle Island had leren kennen. Een volk dat na de Spaanse inquisitie in het geheim zeven generaties lang hun eigen geschiedenis ondergronds door hadden gegeven aan hun kinderen en die nu - volgens hun eigen profetieën - aan waren gekomen in de tijd dat die waarheid weer met de rest van de wereld gedeeld moest worden. Rotterdam was de eerste plek waar ze hun geschiedenis - die ruim 16.000 jaar teruggaat - hadden verteld. De artistiek leider had ze gevraagd of ze hun ceremonie / verhaal niet liever in Drenthe in het bos wilden doen. Daar had men meteen ja op gezegd en de volgende dag zat het hele gezelschap dus in Drenthe aan de picknicktafel. 
 
Toen ik die avond de loods binnenkwam, zat er een groepje getinte Canadezen van mijn leeftijd met baseballshirts aan tafel te eten. Leuke lui, boeiende verhalen. Er kwamen regelmatig kunstenaars en mensen uit het buitenland over de vloer, dus ik zocht er niet echt wat achter. Het kwartje viel ook niet echt. Ik had pas door dat ik midden in een van mijn kinderfimpjes zat toen ze zich na het eten om gingen kleden.
 
Een half uur later zat ik net als in mijn filmpje - midden in een bos in Drenthe tussen de indianen, gekleed in huiden en al - om een vuurtje heen te luisteren naar verhalen over ancient times en ancient wisdoms. Die hele avond ging in een soort trance aan me voorbij. Ik weet nog hoe ik met tabak in het vuur een belofte deed om hun verhaal met zoveel mogelijk mensen te delen; deze kennis weer wereldkundig te maken. Dat mag overigens alleen mondeling, dat heb ik ook beloofd. Er waren zoveel emoties dat ik geen tijd had om ze allemaal te verwerken. Pas toen ik thuis was en in mijn bed lag, kwam het besef dat ik dit exact zo gezien had toen ik klein was. Probeer dan nog maar eens te doen alsof je het verzonnen hebt. Ik kon mijn wereldbeelden met geen mogelijkheid meer met elkaar rijmen. En aangezien dit niet het eerste filmpje was dat uitkwam, begon ik me goed zorgen te maken over de andere filmpjes die ik had gezien. Dingen die te raar voor woorden waren, of waarvan je hoopt ze nooit mee te zullen maken.
 
Dat was mijn laatste dag als locatietheatermaker. Ik ging weer naar huis met mijn burn-out. 
 
 
The dark night of the soul had begon. Full on. Om die periode te omschrijven zou ik zeggen; alles wat je psychisch kunt mankeren kwam in ieder geval wel een keer voorbij. Schud een keer flink met de DSM-bundel en je hebt mijn jaar. Niet in de laatste plaats omdat ik zo’n groot oordeel had over niet werken dat ik na een half jaar maar weer was gaan solliciteren en een tijdelijke halve baan als projectleider in Zwolle kreeg. Al vrij snel merkte ik dat ik nog helemaal niet beter was. Het werd alleen maar erger, maar ik was zo bang om veroordeeld te worden dat ik probeerde alles alleen op te lossen en vooral niet aan mensen te laten merken hoe het alles-behalve-goed met me ging. En hoe negatiever ik over mezelf ging denken, hoe minder inspiratie er nog binnenkwam. 
 
Ik kreeg paniekaanvallen, werd maandenlang misselijk wakker en het eerste wat ik dan deed was overgeven. Niets hield ik meer binnen, alles kotste ik eruit. Ik kon de markt niet meer op omdat het voelde alsof iedereen dwars door me heen ging. Als ik mensen een hand gaf, zag ik flitsen van beelden, voelde ik hun emoties. Zo sociaal als ik daarvoor was, zo’n kluizenaar werd ik toen. Soms lag ik op bed en zag ik ineens gekleurd licht uit mijn lichaam komen waarmee ik kon spelen. Zo stoned als een kanarie overigens, want blowen was het enige waarmee ik de televisies in mijn hoofd enigszins zachter kon krijgen. Er werd geknipperd met de lichten, apparaten gingen aan en uit. Het geklets in mijn hoofd was weer terug, ik voelde non-stop aanwezigheden om me heen en ik was er op een zeker moment van overtuigd dat ik of echt knettergek geworden was, of een tumor op mijn hypofyse moest hebben. Maar opgenomen worden was mijn grootste angst, daar had o.a. de monnik meneer in mijn hoofd me al jong voor gewaarschuwd. "Wat je ook doet, zorg dat je niet in een instelling terecht komt.“ Dus dat deed ik. Godzijdank, want ik denk niet dat ik daar ooit weer uit was gekomen. 
 
Ik worstelde met een depressie die steeds vaker de kop op stak en steeds moeilijker weer wegging. Maar waar ik vooral gestoord van werd, was mijn hoofd. Met dezelfde snelheid als het vroeger leuke ideeën produceerde, produceerde het nu alles behalve gezellige gedachtes, ideeën en inzichten. Ik kwam weer in het geestelijkegezondheidscircuit terecht en besloot dan toch maar om op advies van de psychiater Risperdal - een anti-psychoticum - te proberen om de aanmaak van dopamine enigszins te dempen. Want van drie nachten achter elkaar niet kunnen slapen, word je ook niet bepaald gelukkig. Voor het eerst in mijn leven had ik maar één gedachte tegelijkertijd. Eindelijk rust. Maar al snel bleek dat ik ook geen ideeën meer had, niks nieuws meer kon bedenken. Helemaal niks. Mijn hele rechterhersenhelft leek uit te staan. Ik raakte mijn verbondenheid met alles om me heen compleet kwijt, schreef niet meer, schilderde niet meer, had geen mening meer en tv kijken werd het enige waar ik nog enigszins afleiding in vond. 
 
Ik bestond niet meer
Het meest pijnlijke was om te merken dat mijn omgeving deze makkelijk-in-de-omgang-Ellen wel leek te kunnen waarderen. Ik sprak niemand meer tegen, kwam niet meer aan met ingewikkelde verhalen over dingen die je wereldbeeld zouden kunnen veranderen. Ik zat op een bank en ik luisterde alleen maar. Ik snap dat het niet gemakkelijk was om naar mij te luisteren als ik zo hyper, bevlogen en enthousiast zat te ratelen zoals eerder. Inmiddels heb ik het belang van je aarden goed begrepen.

Maar mensen horen zeggen dat ze je met pillen op veel meer waarderen, terwijl je zelf het gevoel hebt dat je niet meer bestaat, is uiterst pijnlijk en bepaald niet motiverend om te stoppen met de chemicaliën die je hersenen frituren. Zolang ik de pillen slikte, kreeg ik in ieder geval niet zo veel weerstand. Mijn eigen geluk had ik al opgegeven. Ik kon gewoon niet meer, het was op en zo had de rest van de wereld in ieder geval zo min mogelijk last van mij en dat hoofd dat maar niet normaal wilde worden. 
 
Ik zakte weg in een depressie die acht maanden duurde en me bijna mijn leven kostte. Simpelweg omdat het nogal een prestatie is om vijf maanden lang elke minuut van de dag aan zelfmoord te denken en het niet te doen. Mijn hoofd was een levende hel, en ik kon er niet uit. 
 
Een staat van zijn die je alleen kunt beschrijven als ergens tussen leven en dood in zitten. Je kunt er niet uit en ik kon er niet over praten. Hulp vragen was niet iets waar ik in uitblonk en mijn vertrouwen in de geestelijke gezondheidszorg was tot een absoluut nulpunt gedaald. Het sociaal maatschappelijke taboe op ongelukkig zijn, maakte het er niet beter op. Er is weinig frustrerender dan mensen een advies op te horen lepelen terwijl je denkt: maar mijn hoofd werkt anders, begrijp het nou. Als het zo makkelijk was, denk je dan niet dat ik het allang gedaan had?

Veel mensen hebben een oordeel over ongelukkig zijn, maar nog veel meer mensen worden erg oncomfortabel van mensen die ongelukkig zijn. Ze confronteren je zo met je eigen weggedrukte verdriet dat je koste wat kost in het hoekje van je hoofd wilt laten zitten waar het zit. Dus eerlijk gezegd: mensen laten je vooral links liggen. Als het niet iets is dat snel opgelost kan worden, is de reactie al gauw: nou dan weet ik het ook niet meer, ik laat je wel even, doe rustig aan. En weg zijn ze. Daarbij wilde ik koste wat kost mijn reputatie beschermen opdat ik ooit nog weer zou kunnen lesgeven. Mijn omgeving heeft van deze periode dan ook weinig meegekregen, van de ernst van de situatie. Het enige dat ik wilde, was ooit weer les kunnen geven. Dan mag niemand weten dat je niet normaal bent, want dan lig je eruit, dan mag je niet meer meedoen in de wereld. Zo dacht ik toen. Dus ik verdween gewoon van de kaart. 
 
 
Met al die hippieshit was ik allang niet meer bezig. Dat het einde van mijn depressie samenviel met het einde van de Mayakalender (december 2012) had ik dan ook niet door. Dat besef kwam veel later pas. Ik merkte dat het leek alsof er een soort knop in mijn hoofd was omgezet. Ik kreeg een nieuwe sporttherapie die wel hielp en na twee weken lang elke dag een uurtje te hebben gesport, zag ik ineens weer wat hoop gloren. Toen ging het heel snel. Mijn relatie liep op de klippen en door het verdriet vergat ik mijn anti-psychoticum te nemen.

Het was inmiddels januari 2013. Na drie dagen geen medicijnen te hebben geslikt, werd ik de volgende ochtend wakker en ik voelde me prima. Van de ene op de andere dag, alsof iemand nog een knop in mijn hoofd had omgedraaid. Ik begreep er niets van. Tot ik doorhad dat ik mijn pillen vergeten was. Daarom voelde ik me dus zo goed, ik was mijn 'medicijnen’ vergeten. Ik heb die troep niet meer aangeraakt, ben nooit meer op komen dagen bij mijn therapeut of psychiater (ik was bang dat ze me weer aan de pillen zouden praten) en ik was er weer. En hoe. 
 
Als ik nu terugkijk, snap ik dat mijn lichaam en mijn hoofd hun uiterste best deden om de toename in energie, die op dat moment aan het collectief werd toegevoegd, te kunnen handelen. Ik kreeg de ene download na de andere. Fysiek was het overweldigend. Ik barstte van de energie. Ik had weer het ene idee na het andere, schreef en schilderde me helemaal suf.

Maar zoals iedereen die met zijn ontwaakproces is begonnen, betekende dit ook grote veranderingen in mijn slaap- en eetritme dat toch al niet zo al te best was. Je wordt weer gevoeliger voor natuurlijke cyclussen en vooral volle maan werd elke maand weer een hele belevenis. Doorgaans betekende het drie dagen lang niks anders kunnen doen dan schrijven of schilderen, en katten uit de buurt die gezamelijk besloten in mijn huiskamer te gaan vergaderen. Heb je enig idee hoe raar het is om je eigen huis binnen te lopen en er een handvol katten aan te treffen die je aankijken alsof jij degene bent die raar is? Mijn realiteit werd zo buitensporig raar en toevallig dat veel mensen dachten dat ik het gewoon verzon. Destijds zag het er voor de buitenwereld denk ik vooral uit als 'Ellen is een beetje manisch'. 
 
Omdat je van hele dagen solliciteren nogal ellendig wordt, besloot ik al snel dat ik mijn eigen baas ging zijn. 's Ochtends één uurtje solliciteren en daarma mezelf nuttig maken voor de samenleving. Ik ging als een speer. Ik verzon het ene project na het andere. Ik kreeg weer kleine klussen en tijdens de research voor één van die voorstellingen stuitte ik op het verhaal van Joris Demmink en het grote internationale pedo-netwerk. Net als een jaar daarvoor was ook dit informatie die mijn wereldbeeld ingrijpend veranderde. De verhalen die ik vond, waren zo gruwelijk, de misstanden zo omvangrijk en niemand leek het te weten, in iedergeval niet in Nederland. 
 
En niemand wilde het ook weten, want hoe meer ik er mensen over vertelde hoe meer ik op weerstand stuitte. Ik besloot van dit onrecht mijn pakkie-an te maken (laat niemand ooit zeggen dat werklozen luie mensen zijn) en voor journalisten en politici hun huiswerk te gaan doen. Zeven weken lang werkte ik soms wel vijftien uur per dag aan een immense documentatie van dit ritueelmisbruik- / kinderhandelprobleem + een mindmap voor de oplossing. Voor het eerst werd ik echt bang, niet voor mezelf, maar voor de mensen waar ik het tegen opnam en de macht die ze hadden. Dat is niet zo handig in een universum dat als een spiegel functioneert. 
 
Nietsche heeft ooit gezegd: als je lang genoeg in de afgrond kijkt, kijkt de afgrond in jou. En, wie op monsters jaagt moet uitkijken er zelf geen te worden. Nietsche was een slimme man, want dat was precies wat er gebeurde. Ik raakte verbeten, begon weer nachten over te slaan, was veel te intens en boos voor de mensen in mijn omgeving en het duurde niet lang voor ik in mijn eigen thriller terechtkwam. Er verdwenen privéberichten van mijn Facebook, mijn computer deed raar, e-mails kwamen niet meer aan, reacties die ik op YouTube postte, bleken alleen voor mij zichtbaar te zijn, er kwam een rare ruis in mijn telefoon, en ik werd gevolgd. En dan bedoel ik heel letterlijk; iemand die je volgt waar je ook heen gaat. 
 
 
Ik zweer je, Nederland is het stomste land om in te wonen als je door een vervelende mensenclub gevolgd wordt. Elk mens kan bedenken dat je jezelf bij een aantal organisaties in de kijker speelt als je onderzoek doet naar hooggeplaatste overheidsmensen die handelen in kinderen. Maar als je in je sociale netwerk vervolgens aangeeft dat je gevolgd wordt, dan gaat de deur in negen van de tien gevallen keihard dicht en ben je ineens "een beetje paranoïde".  Hier wordt je namelijk geleerd dat zulke dingen niet gebeuren in Nederland. Dat maakte van Nederland destijds het land bij uitstek om de meest gruwelijke dingen gewoon te kunnen doen.

Zolang het maar lijkt op iets waar ze een film over hebben gezien, trekt het gros niet de situatie die een klokkenluider aan de kaak stelt in twijfel, maar eerst de klokkenluider zelf. Je wordt gewoon weggezet als een gek die teveel conspiracy-video’s heeft gekeken. Dat vond ik het allerengst. Niet zo zeer het feit dat ik gevolgd werd alswel het feit dat niemand in mijn directe omgeving me echt leek te geloven. Ik dacht, als dit zo doorgaat beland ik in een inrichting. Als je mensen gek wilt maken, moet je zeggen dat ze gek zijn. Heel simpel. Vrienden, familie, mensen om me heen; het enige wat ik vooral te horen kreeg was, stop er nou maar mee. Zulke dingen gebeuren hier niet. Als dat zo was, had er heus wel iets in de krant gestaan. Je kan er toch niks tegen doen. En, gaat het wel goed met je?
 
Nee. Natuurlijk gaat het niet goed met me. Ik ben er net achtergekomen dat Nederland het hoofdkantoor in kinderhandel lijkt te zijn en ik probeer daar wat tegen te doen. Maar ik loop in mijn eigen sociale omgeving vooral tegen muren aan en inmiddels word ik gevolgd en ik weet niet door wie. En vrijwel niemand neemt me serieus. Sterker nog, ik begin het gevoel te krijgen dat als ik hier te veel over praat mijn eigen sociale netwerk me nog wel eens voor de deur van een inrichting af zou kunnen zetten. Met de beste bedoelingen - dat dan weer wel. Er werd meer over me dan met me gepraat. Hoewel de meesten het niet in mijn gezicht uitspraken, werd ik weggezet als een doorgedraaide gek.  
 
Dus ik besloot dat ik het dan wel in mijn eentje ging doen. Als niemand wilde luisteren, ging ik het zelf wel oplossen met de juiste mensen die de juiste netwerken hadden. Joris Demmink moest en zou een gerechtelijk onderzoek krijgen. Die beerput moest open. (Alleen doen; niet een van mijn betere ideeën, zo bleek later.) Ik werkte als een bezetene en wat mensen ook zeiden, dit was iets dat ik moest doen. Daar sta ik tot op de dag van vandaag achter.

Het isolement zorgde er echter ook voor dat ik geen externe prikkels meer had voor dingen als ontspanning, eten of slapen. Als ik niet oplette, was ik zo twintig uur verder. Ik begon weer nachten over te slaan en vond steeds minder aansluiting met de wereld om me heen. Het nadeel van een trein met een flinke snelheid in je hoofd hebben, is dat je ook flink uit de bocht schiet als je eenmaal op een verkeerd spoor zit. Angst- en wraakgevoelens zijn geen lekker spoor om op te zitten. Wat begon als een verontruste 'ik ga dit uitzoeken, want iedereen moet dit weten' was omgeslagen naar 'het kan me niet meer schelen of iemand het wil weten; al wordt het mijn dood, ik ga door tot ik erbij neerval'.
 
Als een trein tegen een muur zeg maar. Laten we het erop houden dat het een hele nare mindset was om in te leven. Ik vond de mens als soort in toenemende mate een mislukt experiment en mijn externe werkelijkheid was zo vriendelijk dergelijke gedachtes in gevoel te matchen. Dit ging zo ver dat ik op een bepaald punt serieus heb overwogen dan maar een videoboodschap achter te laten en van de Martinitoren af te springen. Misschien zouden mensen het dan wel serieus nemen, moest er misschien eerst een hoog opgeleide blanke vrouw doodgaan voor men die kinderen wel wil helpen. De enorme piep in mijn hoofd was het er overigens absoluut niet mee eens :-). En aan het geknipper met de lampen en het geklets in mijn hoofd te horen, de hulptroepen ook niet. Levend kun je meer doen werd steeds herhaald. (Nog bedankt daarvoor :-))
 
Na een flink emotionele ruzie en een nacht zonder slaap ging het uiteindelijk mis. Alles liep die dag al gevaarlijk door elkaar in mijn hoofd, dat had ik zelf ook wel door. Ik vergat al dagen te eten, ik sliep amper en de hoeveelheid gruwelen die ik in kaart had gebracht, bezorgden me tamelijk horrorachtige nachtmerries of zorgden ervoor dat ik in het geheel niet sliep. Ik had net besloten het Joris Demmink-dossier voorlopig te sluiten en een pauze in te lassen. Mijn research lag inmiddels bij de juiste mensen op de mat, ik had de juiste mensen gesproken en de balletjes die ik aan het rollen wilde krijgen, waren inmiddels aan het rollen. Als ik zo doorging, ging ik er zelf aan onderdoor. Hoe graag ik die kinderen ook vandaag nog uit hun situatie wilde halen, dit ging niet de goede kant op.  
 
Eén ding bleef echter nazeuren in mijn hoofd: wat zijn eigenlijk de kenmerken van DIS? DIS wordt omschreven als een dissiociatieve identiteitsstoornis, een aandoening waar veel slachtoffers van dit netwerk mee te kampen hebben. DIS ontstaat als je bewustzijn zich door trauma dissocieert van het lichaam. Delen van je persoonlijkheid en ervaringen worden onbereikbaar voor je werkgeheugen, je raakt als het ware opgesplitst. Dus het laatste wat ik aan dit nare onderzoek zou doen, was dat nog even checken. Dacht ik. 
 
Volgens de website die ik las had DIS een flinke lap met symptomen. Toen ik onderaan het rijtje was, moest ik concluderen dat ik ze zonder uitzondering allemaal had of had gehad. In een flits snapte ik het - er klopt iets niet aan mijn eigen hoofd - ik was net zo goed opgesplitst geraakt. 'O mijn god, dit heeft iets met mij te maken', schoot het door mijn hoofd. 'Dit heeft iets met mij te maken.’
 
Dat is het laatste wat ik nog helder kon denken voor het hek van de dam was, mijn hoofd uit elkaar begon te vallen en ik in een soort van psychose terechtkwam die ruim twee dagen duurde. Mijn soort-van-psychose hier samenvatten vind ik geen recht doen aan de ervaring die het was. Dat is een verhaal op zich en komt later wel. Voor nu houd ik het op: het was alsof mijn hele onderbewuste, alles wie ik was, wat ik ooit had meegemaakt, had gezien, gelezen, alles alles alles in één klap in mijn bewuste terechtkwam. Als een tsunami aan herinneringen, maar dan zonder onderling verband. Je hebt geen idee meer wat waarbij hoort. Een overweldigende veelheid aan indrukken en emoties waarin alle natuurwetten ineens niet meer lijken te gelden. Genoeg om gek van te worden dus. Zeker als er dan ook nog lichtbolletjes in je kamer hangen.
 
En toen was mn hoofd stuk. Vond ik zelf.
 
Met het kleine beetje nadenkwerk waar ik die zomer nog toe in staat was, heb ik besloten dat als dit het resultaat van 31 jaar lang slim zijn en nadenken was, we in ieder geval met zekerheid konden stellen dat nadenken niet zaligmakend is. Slim zijn ook niet. Mijn hoofd had straf, die mocht niks meer beslissen en er bleef nog maar één ding over om beslissingen mee te maken: mijn gevoel. Ik ging radicaal naar mijn intuïtie luisteren, want dat was het enige dat het nog wel prima deed. En hoe. De zomer van 2013 is er één die ik van mijn leven niet meer vergeet. Een grote Woody Allen-film was het. Het ontwaken van je eigen ziel is iets ingrijpend spectaculairs. Vooral als je niet weet dat dat is wat er gebeurt.
 
Ik begon als een waanzinnige te schilderen, te zingen, te dansen en te schrijven. Ik had de ene rare toeval na de andere, werd enorm verliefd en had een romance waar Woody Allen nog een puntje aan kon zuigen. Ik kwam aan de lopende band een heel nieuw soort mensen tegen dat wel openstond voor mijn ervaringen of die heel toevallig met precies dezelfde dingen bezig waren geweest als ik. Het leven kreeg een erg hoog Harry Potter-gehalte en de toevalligheden maakten alles heel spiritueel en magisch, waar ik aanvankelijk vooral heel erg veel verkeerde conclusies uit trok. Overdag was alles één groot avontuur. 's Nachts was alles horror. 
 
Ik heb dat najaar, ergens op een leeg station in De Zaanstreek, hardop tegen 'God' - beter bekend als De Grote Klont Bewustzijn - geschreeuwd dat als-ie dan blijkbaar toch bleek te bestaan, dat ik vond dat-ie er een zooitje van maakte: "YOU SUCK AT YOUR JOB" en dat ik vastbesloten was om dan maar de vader van de vader te worden. "I'M COMING FOR YOUR JOB ASSHOLE." Waarop de lucht boven de velden spontaan van kleur veranderde en de lucht om me heen letterlijk een liedje begon te zingen. Ik heb je lief van Ramses Shaffey. Niet in mijn hoofd zoals gewoonlijk, maar fysiek om me heen. Ja. Die zag ik niet aankomen. 
 
Ik denk dat de rest van het universum er smakelijk om gelachen heeft. Ik was wel meteen stil. 
 
Wat mijn sociale netwerk betreft, heb ik na die zomer simpelweg besloten: dan niet. Dan maar geen vrienden, dan maar geen werk meer. Ik moet dit zelf doen, want ik woon in dit hoofd en ik wil weten wat er aan de hand is. Tot op de bodem, wat de concequenties ook zouden zijn. Na die psychose kon ik toch niet meer doen alsof, iedereen had me zien dissociëren. Ik kon letterlijk geen driehoek zien of ik floepte uit mijn hoofd, van sommige muziek werd ik eerst heel wazig en floepte dan uit mn hoofd, ik werd soms ineens wakker terwijl ik midden in mijn kamer stond, of met mijn hoofd tegen de muur aan het bonken was, of ik was ineens ergens en had geen idee hoe ik er gekomen was. Je hoeft geen genie te zijn om te snappen dat je er dan goed achterkomt wie je echte vrienden zijn en dat bleken er niet zo veel te zijn als je zou willen. 
 
Die zomer en dat najaar chronologisch terugvertellen is geen doen. Ik bevond me vooral buiten de tijd. Voor mijn gevoel is het een soort brei van ervaringen geworden die ik zelf nu minder interessant vind, omdat ik nu snap wat er gebeurde en het grootste deel van zulke ervaringen inmiddels eerder regel dan uitzondering zijn geworden. Elke dag gebeurde er wel weer iets nieuws. Ik hing soms ineens half boven mijn lichaam. Dan zat ik alleen nog vast met mijn hoofd. Of er hingen ineens bolletjes licht voor mijn raam (die ik nu overigens zelden nog zie). Ik kreeg een soort schokken door mijn hele lichaam, ik kreeg les in mijn hoofd, ik kon kristallen voelen en stopcontacten horen zoemen. Dat soort dingen, net als toen ik jong was. Het duurde maanden voor ik weer iets durfde te googlen en toen ik dat deed besloot ik, bij wijze van ingeving, dat het misschien handig was om nu eens niet op negatieve trefwoorden te zoeken, maar in plaats daarvan 'wisdom keepers’ in te tikken. De eerste hit die ik kreeg was een video van Kiesha Crowther; a.k.a. little grandmother.
 
Ze vertelde over sjamanen die wereldwijd een collectieve droom hadden gehad; dat het tijd was om hun stukjes van de oude waarheid weer bij elkaar te leggen en dit verhaal wereldkundig te maken. Een droom waarin ze elkaar opzochten om een bijeenkomst te organiseren. En dat die bijeenkomst in 2010 ook daadwerkelijk had plaatsgevonden. Daar zat ze dan, die wildvreemde mevrouw die een situatie omschreef waar ik in 2009 een voorstelling over had gemaakt. En op dat moment heb ik zelf een knop omgezet en wel op zo’n manier dat geen mens hem ooit nog terugkrijgt.
 
Zie je wel. Ik ben niet gek! Die shit is gewoon echt gebeurd. Ik verzin het niet, de werkelijkheid is gewoon zo Harry Potter. En toen werd het eindelijk lichter. 
 
 
Binnen drie weken had ik elke video die ik maar van haar kon vinden bekeken. Het werd me duidelijk dat mijn geluk daadwerkelijk belangrijk was voor het collectief. Dat de frequentie van je bewustzijn (het gevoel waar je op trilt) letterlijk invloed heeft op mensen om je heen. 

Een mens op de frequentie van liefde (vrij zijn van oordelen over jezelf en anderen) zou al een positieve invloed hebben op 750.000 andere mensen. Ineens had ik een totaal haalbaar plan van aanpak voor wereldvrede; vrede moest je blijkbaar worden, je moet het zijn om het te krijgen. Ik mag graag een idee handen en voeten geven, dus een klein rekensommetje leerde me dat als ik Nederland wilde dekken, ik eerst mezelf op de frequentie van liefde moest zien te krijgen en dan 23 mensen moest leren hoe ze hetzelfde konden doen. Een pokkeklus, maar dat was te doen. 
 
Ik herontdekte mijn passie voor kristallen en begon er meer mee te werken, met overweldigende resultaten. Ineens was ik een match met de ene na de andere website over ascentie, bewustzijn, ontwaken, channelen, chackras, piramides en wat ze nou echt zijn en hoe ze werken, aliens, geometrie etc etc. En mediteren! Dat bleek de uitknop te zijn die ik al zo lang zocht voor mn hoofd. Het duurde niet lang voor ik het liefst halve dagen zat te mediteren en schilderen. Heel veel anders kon ook niet, want de stroom opgekropte emoties die er na al die jaren uit wilde, was nog volop bezig en een normaal slaapritme was ver te zoeken. Een tijdlang leefde ik in blokjes; paar uur wakker, twee uur slapen, paar uur wakker etc etc.

Meditaties gebruikte ik vooral om te visualiseren dat Groningen, Nederland en mijn generatie massaal wakker begonnen te worden. Gemiddeld één tot twee keer in de week zette ik Burn van Ellie Goulding op repeat en ging ik los op die gedachte; wake up wake up en als je wakker bent, kom naar Groningen. Want het leek me handig om op één punt een soort van katalysator te maken in frequentie. En bovendien had ik geen geld om overal heen te gaan, dus dit was wel zo practisch. 
 
En toen zag ik mijn allereerste ufo :-). In Zwolle, samen met een andere mevrouw. Ik weet nog dat ik er op het moment zelf vooral verwonderd naar zat te kijken en dat we elkaar aankeken om te checken of de ander dat grote rode ding boven ons ook zag. Het duurde misschien vijf of tien seconden en toen was het weer weg. 
 
Ja joh, dacht ik, toen ik verder liep, dat kon er ook nog wel bij, ufo's. En toen tegen de lucht: wat dacht je, haar leven is zo nog niet gestoord genoeg? Nou moet ik dit zeker ook nog aan iedereen gaan vertellen; je begrijpt dat ik er niet bepaald geloofwaardiger op word zo hè?
 
Dan is het ineens een voordeel om mijn hoofd te hebben; als je zoveel ervaringen hebt die in strijd zijn met wat gangbaar is, is het gemakkelijker om de meest rare dingen te kunnen geloven. Dus of ik net een ufo had gezien; daar twijfelde ik geen moment aan. In één klap kwamen ook alle channelvideo’s die ik had zitten bekijken in een heel nieuw daglicht te staan, evenals de gesprekken die ik soms voerde in mijn hoofd. Omdat ik toch niks te verliezen had, besloot ik me dan maar helemaal aan mijn belofte aan de indianen te houden en dit verhaal met zoveel mogelijk mensen te delen. Vreemden, op straat, wie het maar wilde horen. Met - zo valt te begrijpen - wisselende resultaten.

Omdat de kristallen die ik voor mezelf gebruikte zo debiel goed werkten (en een stuk minder weerstand oproepen dan verhalen over hoe de wereld niet is wat ze lijkt), besloot ik al het geld dat ik over kon houden uit te geven aan kleine kristalletjes om uit te delen. 
 
In de afgelopen twee jaar heb ik alles bij elkaar denk ik een kleine 1500 kristallen uitgedeeld aan wie ik er maar mee kon helpen. Uren en uren met bekenden en onbekenden op bankjes in parken gezeten en gepraat over het universum, over de Mayakalender, over hoe je je eigen werkelijkheid manifesteert, hoe emoties werken, hoe je je geloofsystemen onderzoekt en aanpast. Stukje bij beetje techieken en methodes uitgewerkt om concreet iets met al deze informatie te kunnen. Want theorie is pas leuk als je er praktisch iets aan hebt. 
 
Practical magic, that's my thing.
 
Ondertussen deed ik met behulp van video’s van Teal Swan en Byron Katy mijn eigen therapie en stukje bij beetje leer ik mezelf beter en beter kennen en accepteren. Ik leerde de liefde van mijn leven kennen en begon noodgedwongen mijn schaduwkanten onder ogen te zien, mijn eigen aandeel in mijn eigen leven te begrijpen en te accepteren dat al je gedachten en emoties scheppend zijn. Letterlijk. De wereld is je spiegel, niet andersom. Maar goed, begrijpen is een ding, je er 24/7 bewust van zijn is een tweede en het toepassen... dat is een veel langer verhaal. 
 
Sinds de zomer van 2013 is er veel veranderd. De grootste verandering is denk ik dat ik 'mezelf zijn’ in toenemende mate niet langer als een probleem zie. Als je eenmaal de basisbeginselen onder de knie hebt (je gedachtes hebt leren beheersen) dan wordt het een avontuur om de frequentie van je bewustzijn steeds hoger en hoger op te voeren. Hoe hoger je komt, hoe groter de inzichten, de ontmoetingen, de uitdagingen en de ervaringen en lessen die je geleerd krijgt. En hoe gevoeliger je wordt, hoe transparanter. Schilderen was wat ik deed om mezelf beter te begrijpen, omdat het hielp met mijn hoofd. Het zijn meditaties op papier. 
 
Inmiddels is mijn leven in rustiger vaarwater terechtgekomen. De downloads zijn niet zo overweldigend meer. Zolang ik goed afstem op mijn gevoel en voldoende blijf schilderen en channelen gaat mijn ontwikkeling nu op een tempo dat ik aankan. Meestal. Waar ik je drie jaar geleden nog uit zou hebben gelachen als je had gezegd dat dit ooit mijn leven zou worden, ben ik nu iemand die les krijgt van kristallen en van mensen waar ik telepatisch contact mee heb (wat niet meer is dan de frequentie van je bewustzijn afstemmen op hun golflengte van bestaan en alle geloofsystemen die dit proces in de weg staan één voor één opruimen).

Ik ben bezig met het uitwerken van video’s over spiritualiteit en emoties voor kinderen en jongeren, want daaraan is - ondanks de schaar fantastische docenten op YouTube - helaas nog een groot gebrek. Ik snap wie ik ben en wat ik hier kom doen en waar dit allemaal voor nodig was en is. 
 
Aan inspiratie dan ook geen gebrek. Maar nu ben ik me bewust van het gesprek dat via mij plaatsvind. Kan ik met de bron van het idee in discussie gaan, vragen stellen, grappen maken en ben ik niet meer bang voor de informatie en de ideeën die vanuit andere dimensies aangegeven worden. Eerlijk gezegd is het nu meer een feestje. Studeren, mediteren en schilderen gaan bij mij hand in hand. Elk schilderij is een meditatie op zich. Gemaakt in een specifieke frequentie. Als ik ernaar kijk, hoor ik de muziek die erin zit, zie ik weer de video’s die er ondertussen op stonden, voel ik de emoties die erin verwerkt zitten en ga ik naar de frequenties waarop ze gemaakt zijn. 
 
Wat me pas sinds kort duidelijk is, is dat dit niet alleen voor mij geldt. Een geïnspireerd schilderij zendt uit. Zo zijn alle stipjes schilderijen gemaakt in semi-trance-achtige staten van zijn. Dat merk je als je er een tijdje naar kijkt. Ik merk het aan anderen als ze ernaar kijken. Als je intunet op het schilderij gebeurt er iets in je hersenen waardoor je in eenzelfde soort meditatieve channel / trance staat van zijn terechtkomt als waarin ik ze heb gemaakt. Dus hoe spannend ik het ook vind om dit te doen, dit te schrijven en te publiceren: ik snap inmiddels dat schilderijen triggers zijn die via het onderbewuste nieuwe processen in gang kunnen zetten. En er blijkt meer belangstelling voor te bestaan dan ik ooit had durven dromen. 
 
Dus. Dit is mijn hoofd. De kant ervan die vrijwel niemand te zien krijgt. Dit zijn de schilderijen die eruit voortkomen. En dit is - in grote lijnen - hoe het is om mij te zijn. 
 
Ik kan nog steeds niet zeggen dat het simpel is om mij te zijn, maar saai is het in ieder geval nooit. En wat mijn onzekerheden betreft, houd ik me vast aan wat Ninka Brand tegen me zei toen ik van de week op het kantoor van Earth Matters was, terwijl ze geëmotioneerd naar een aquarel keek: "Ik vind het eigenlijk een schande als dit niet met de wereld gedeeld wordt."
 
Nou lieve Ninka, Ik vind het vooral best eng, ook al weet ik dat angst een illusie is. Maar we doen het toch, want anders gebeurt er ook nooit wat. En lieve Arjan; thanks for believing in me en voor dit podium. It means a lot. 
 
E11en
Ellen den Hollander, 33 jaar (11-11-1982) Groningen
Rode aarde-toon 7: Kin 137
 
---
 
Klik hier om alle schilderijen van Ellen op Orongo te bekijken.

Via Earth Matters kun je ze tot 6 maart met 10% korting kopen met deze code: ellenem


Geplaatst door Redactie Earth Matters




Laatste artikelen in deze categorie


Lees alle artikelen in deze categorie


Dit artikel delen





Print artikelArtikel als PDF

Tip iemand over dit artikel:


Quote

Ik bid niet omdat ik God niet wil vervelen.

Orson Welles, Amerikaans acteur en auteur











Bij de verkeerde Earth Matters belandt? Klik op onderstaand logo om naar Earth Events te gaan.